Proeftuin Natura 2000 Overijssel en AERIUS blikken terug en vooruit op samenwerking

dinsdag, 2 juni 2015
Landschapselementen

De samenwerking tussen Proeftuin Natura 2000 Overijssel en AERIUS heeft geresulteerd in belangrijke verbeteringen aan de modellering van emissiemaatregelen van de landbouw. Onlangs blikten LTO Noord en het AERIUS team terug op vier jaar samenwerking en verkenden welke nieuwe vragen gezamenlijk kunnen worden opgepakt. Zo zal met het RIVM gekeken worden naar monitoring van maatregelen rond mestaanwending. Met Alterra wordt onderzocht wat de bijdrage is van het toevoegen van landschapselementen aan het verspreidingseffect van ammoniak.

In Proeftuin Natura 2000 Overijssel verkennen LTO-Noord en Wageningen UR samen met acht Overijsselse boeren hoe de emissie van ammoniak kan worden teruggedrongen terwijl de bedrijven toch groeien. Het project ging van start in 2011. Cathy van Dijk, projectleider van de Proeftuin: ‘Samen hebben we zo’n 100 maatregelen verkend. In de eerste helft van 2015 maken we de balans op en bereiden we een doorstart voor na de zomer van 2015. Een van de belangrijkste resultaten is dat ook andere maatregelen dan aanpassingen aan de dierhuisvesting een grote emissiereductie kunnen bewerkstelligen. Daarmee heeft de Proeftuin een sterke impuls gegeven om in de PAS ook voer- en managementmaatregelen mee te nemen.’

Vanaf het begin hebben de teams van de Proeftuin en AERIUS samengewerkt. ‘Dat leverde grote meerwaarde’, zegt Van Dijk. ‘Belangrijke voorwaarde voor de geteste maatregelen in de Proeftuin was dat deze ook onderdeel zouden kunnen worden van de PAS. Dat betekent dat ze ook gemakkelijk doorgerekend moeten kunnen worden met AERIUS.’ In samenwerking met de Proeftuin introduceerde en verbeterde AERIUS de doorrekening van diverse stal-, voer- en managementmaatregelen.

Nieuwe vragen over mestaanwending en landschapselementen

De komende periode zal met het RIVM een verkenning worden gemaakt van de mogelijkheden van landelijke monitoring van nieuwe mestaanwendingsmaatregelen. Van Dijk: ‘Het gaat om maatregelen zoals het verdunnen van mest. De Proeftuin laat zien dat dit soort maatregelen tot zo’n 50% emissiereductie kan opleveren en mag rekenen op enthousiasme van de agrariërs. Nu is de vraag of ze ook geschikt zijn om opgenomen te worden in landelijk beleid. Daarvoor is nodig dat de effecten niet alleen per bedrijf, maar ook op landelijke schaal in beeld gebracht kunnen worden.’

Een andere onderzoeksvraag gaat over de effecten van landschapselementen op de verspreiding van stikstof. Zeer relevant voor met name varkens- en pluimveehouderijen die hun stallen toch al landschappelijk moeten inpassen. Bomen rond de stallen en/of rond natuurgebieden kunnen mogelijk de depositie op de gebieden verminderen. RIVM en Alterra zullen de effecten verkennen met simulaties in de landgebruikskaart (LGN) en het verspreidingsmodel OPS dat ook de rekenkern vormt van AERIUS.

Meer informatie