Toepassing rekenmodel wegverkeer (SRM2)

Versie: 
07-11-2016

In het kort
Monitor 2016 berekent de verspreiding van de emissies door wegverkeer met een implementatie van Standaardrekenmethode 2 (SRM2) uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.
SRM2 berekent de concentratiebijdragen op een rekenpunt op basis van

  • brongegevens (emissies wegverkeer, locatie wegvakken, weghoogte, kenmerken afschermende constructies)
  • brononafhankelijke gegevens (meteorologische condities, terreinruwheid en brondepletie).  

Monitor bepaalt vervolgens de depositiebijdrage door de berekende concentraties te vermenigvuldigen met de effectieve droge depositiesnelheid. De waarden voor de depositiesnelheid zijn afgeleid met het rekenmodel OPS van het RIVM.

Hoe berekent AERIUS Monitor de depositiebijdrage door wegverkeer?
AERIUS berekent voor wegverkeer de verspreiding van verontreinigende stoffen in de lucht met SRM2 (concentraties). Vervolgens berekent AERIUS hoeveel van die stoffen per hectare op bodem of gewas terechtkomt (depositie). 

De volgende gegevens vormen de invoer voor AERIUS:
A.    kenmerken emissiebronnen
B.    brononafhankelijke gegevens.
Op basis hiervan berekent AERIUS de depositiebijdrage op de rekenpunten (hexagonen).

A.    Kenmerken emissiebronnen
De volgende gegevens vormen de invoer voor de verspreidingsberekening met SRM2:

  • de locatie van de wegsegmenten, in x,y-rijksdriehoekcoördinaten (m)
  • de bronemissies NOX, NO2 en NH3 per wegsegment (g/s)
  • de verticale verspreidingscoëfficiënt σz,0.

In Monitor zijn deze gegevens bepaald op basis van emissiefactoren voor wegverkeer en netwerkgegevens die door wegbeheerders zijn aangeleverd.
De waarde voor σz,0 is afhankelijk van:

  • het type omgeving (binnen bebouwde kom/buiten bebouwde kom)
  • de hoogte van de weg ten opzichte van het maaiveld en het type verhoging of verdieping
  • de aanwezigheid en hoogte van afschermende constructies langs de weg.

B.    Brononafhankelijke gegevens
AERIUS maakt bij de concentratieberekening met SRM2 gebruik van de volgende brononafhankelijke gegevens:

  • meteorologische condities
  • terreinruwheid (ruwheidlengte)

De gebruikte gegevens voor meteorologische condities en de terreinruwheid zijn in maart 2016 gepubliceerd door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (publicatie). Om de gepubliceerde gegevens geschikt te maken voor invoer in SRM2, vindt een voorbewerking plaats met de methode preSRM.

Voor de depositieberekening maakt AERIUS gebruik van de volgende brononafhankelijke gegevens:

  • depletiefactoren
  • depositiesnelheden.

brondepletie
Bij de berekening van de concentraties ammoniak en stikstofdioxide op een rekenpunt, houdt AERIUS rekening met de neerslag (depletie) van een deel van de ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOX) in het gebied tussen de bron en het rekenpunt. Het RIVM heeft met OPS versie 4.4.4 depletiefactoren bepaald voor zowel NOX als NH3. Deze waarden zijn afhankelijk van:

  • de afstand tussen de bron en het rekenpunt
  • de ruwheid ter hoogte van het rekenpunt
  • de achtergrondconcentratie NO2 en NH3 ter hoogte van het rekenpunt.

De resultaten van het RIVM zijn omgezet naar functies die, op basis van de x,y coördinaten van het rekenpunt en de afstand tot het wegsegment, de depletiefactor bepaalt die van toepassing is. Deze functies worden toegepast in Monitor 2016.

depositiesnelheden
Bij de berekening van de depositie gaat Monitor 2016 uit van gegevens over de effectieve depositiesnelheden voor NOX en NH3 per hexagoon die zijn bepaald met OPS versie 4.4.4. Een nadere toelichting op de depositiesnelheden is te vinden in de factsheet Wegverkeer – bepalen depositiesnelheid.

Een gedetailleerde modelbeschrijving is te vinden in de notitie SRM2 implementatie in AERIUS Calculator.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
400-3222
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie