Toepassing afstandsgrenswaarde hoofdwegen en hoofdvaarwegen

Versie: 
01-07-2015

In het kort
Bij bronnen die betrekking hebben op hoofdwegen of hoofdvaarwegen wordt de depositiebijdrage beoordeeld op hexagonen binnen N2000-gebieden, wanneer deze hexagonen zich bevinden binnen een afstand van 3 kilometer vanaf de weg of 5 km vanaf de vaarweg. Deze zogenoemde afstandsgrenswaarden volgen uit het Besluit grenswaarden programmatische aanpak stikstof.

Hoe wordt het afstandcriterium toegepast bij hoofdwegen?
Bij de beoordeling van de depositiebijdrage van verkeer op hoofdwegen en andere wegen die binnen het toepassingsbereik van Standaardrekenmethode 2 (SRM2) vallen, worden alleen de hexagonen in N2000 gebieden meegenomen waarvan het middelpunt van de hexagoon zich bevindt binnen een afstand van 3 kilometer ten opzichte van tenminste één van de ingevoerde wegen (lijnbronnen).

Voor de hexagonen binnen deze afstandsgrenswaarde wordt de depositiebijdrage berekend van het wegverkeer op alle wegen binnen 5 km van de hexagoon. Dit is de maximale afstand tot de bron die wordt aangehouden in de verspreidingsberekeningen voor wegverkeer met SRM2.

Hoe wordt het afstandcriterium toegepast bij hoofdvaarwegen?
Bij de beoordeling van de depositiebijdrage van een project ten aanzien van hoofdvaarwegen worden alleen de hexagonen in N2000 gebieden meegenomen waarvan het middelpunt van de hexagoon zich bevindt binnen een afstand van 5 kilometer ten opzichte van één van de ingevoerde bronnen.

Voor de hexagonen binnen deze afstandsgrenswaarde wordt de depositiebijdrage berekend met het OPS model van het RIVM. Daarbij wordt de bijdrage van alle ingevoerde bronnen berekend, ongeacht de afstand tot de hexagoon (het OPS model kent geen begrenzing van de rekenafstand).

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
578-2240
Voor
  • Calculator
Type
Methodiek
Versie
  • 01-07-2015