Toelichting - Sector Scheepvaart

Versie: 
02-03-2017

In het kort
Deze handreiking scheepvaart is een toelichting op het IMAER informatiemodel voor wat betreft de sector scheepvaart. Binnen de sector Scheepvaart maakt AERIUS onderscheid tussen zeeschepen en binnenvaartschepen. Voor zeeschepen wordt de klasse MartimeShippingEmissionSource (varende schepen: zeeroute en binnengaatse route) en MooringMaritimeShippingEmissionSource (aanlegplaatsten) gebruikt. Voor binnenvaart de klasse InlandShippingEmissionSource (varende binnenschepen) en MooringInlandShippingEmissionSource (aanlegplaats).

Lees de methodiek factsheet ‘Berekening depositiebijdrage bronnen sector scheepvaart’ voor toelichting hoe de depositie  van sector scheepvaart berekent wordt. De metadata wordt in een eigen factsheet beschreven.

IMAER
Het volledige informatiemodel AERIUS (IMAER) is beschreven in aparte factsheets. Een beknopt overzicht vind je in de factsheet Handreiking IMAER – In het kort.  

MartimeShippingEmissionSource
Deze sectorspecifieke klasse beschrijft een vaarroute voor zeescheepvaart, inclusief geometrie.

‘Platgeslagen’ tabellen
In tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad MartimeShippingEmissionSource) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden. Hieronder is per attribuut een nadere omschrijving gegeven.

MooringMartimeShippingEmissionSource
Deze sectorspecifieke klasse beschrijft de bronkenmerken van zeeschepen ter hoogte van een aanlegplaats en op de vaarroutes van en naar deze aanlegplaats, inclusief geometrie.

 Algemene toelichting
De klasse wordt gebruikt voor de emissieberekening van de zeeschepen ter hoogte van de aanlegplaats en de vaarroutes van en naar de aanlegplaats. Voor ieder stilliggend zeeschip moet altijd description, shipType, shipsPerYear (aantal bezoeken) en averageResidenceTime (verblijftijd) worden opgegeven. Ook moet de inlandRoute worden opgegeven: binnengaatse vaarroute van/naar de havenmond (vast aanhaakpunt waar ‘binnengaats’ overgaat naar ‘zee’).  Emissies worden altijd berekend over zowel de aanlegplaats als de binnengaatse route.  

Daarnaast bestaat de optie om ook één of meer vaarroutes op zee (MaritimeShippingRoute) op nemen. Deze routes sluiten aan op het aanhaakpunt in de havenmond. Per zeeroute dient het aantal vaarbewegingen te worden aangegeven. Wanneer vaarroutes op zee zijn toegevoegd worden ook de emissies van de zeeroute meegenomen in de berekening. 

De vaarbewegingen op de binnengaatse route hoeven niet te worden aangegeven: omdat per aanlegplaats maar één binnengaatse route kan worden opgenomen , worden de vaarbewegingen op de binnengaatse route afgeleid van het aantal (ingevoerde) bezoeken (shipsPerYear). 
Het aantal scheepvaartbewegingen (shippingMovements) op de vaarroute op zee moet wel worden aangegeven (aangezien dit meer dan één routes kunnen zijn). Let op: het totaal aantal vaarbewegingen op zee moet altijd gelijk zijn aan tweemaal het aantal ingevoerde bezoeken   (shipsPerYear).

Let op! De vaarrichting wordt bepaald door de volgorde van intekenen. Advies is om als volgt in te tekenen.

  • inlandroute: Startpunt (A) van de route is de aanlegplaats. Eindpunt (B) van de route is overgangspunt in de havenmond.
  • route: Startpunt (A) van de route is het overgangspunt in de havenmond.

 

‘Platgeslagen’ tabellen
In tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad MooringMartimeShippingEmissionSource) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden.

InlandShippingEmissionSource
Deze sectorspecifieke klasse beschrijft een vaarroute voor binnenvaart, inclusief geometrie.

Algemene toelichting
Let op! Bij het gebruik van deze klasse is de invoer van de juiste vaarrichting van belang. De vaarrichting wordt bepaald door het intekenen. Het startpunt van de route is A, het eindpunt van de route is B. Lees de factstheet Bepalen stroomrichting in relatie vaarrichting binnenvaart.

‘Platgeslagen’ tabellen
In tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad InlandShippingEmissionSource) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden. Hieronder is per attribuut een nadere omschrijving gegeven.

MooringInlandShippingEmissionSource
Deze klasse beschrijft een aanlegplaats en vaarroute inclusief geometrie voor binnenvaart, inclusief geometrie.

Algemene toelichting
De klasse MooringInlandShippingEmissionSource wordt gebruikt voor de emissieberekening van stilliggende binnenvaartschepen ter hoogte van de aanlegplaats en de vaarroutes van en naar de aanlegplaats. Voor ieder stilliggend binnenvaartschip moet altijd description, shipType, de averageResidenceTime (verbijftijd) opgegeven worden, en ook één of meerdere vaarroutes van en naar de aanlegplaats (InlandShippingRoute). Per vaarroute dient aangegeven te worden of het gaat om aankomende of vertrekkende schepen, en ook het aantal scheepvaartbewegingen en het aandeel schepen dat beladen is.  Emissies worden altijd berekend over de zowel de aanlegplaats als de vaarroute. Op basis van het totaal aankomende en vertrekkende scheepvaartbewegingen wordt het aantal stilliggende schepen   en de bijbehorende emissies berekend.

Let op! Bij het gebruik van deze klasse is de invoer van de juiste vaarrichting van belang. De vaarroute wordt bepaald door het intekenen . Het startpunt (A) van de vaarroute is steeds de aanlegplaats. Voor InlandShippingRoute betekent dit voor direction:

  • aanmerend betekent naar de aanlegplaats toe en;
  • vertrekkend betekent van de aanlegplaats af. 

Lees ook de factsheet ‘Bepalen stroomrichting in relatie vaarrichting binnenvaart’.

‘Platgeslagen’ tabellen
In tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad MooringInlandShippingEmissionSource) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden.

Voorbeeld GML’s
Download voorbeeld GML’s voor:

  • MartimeShippingEmissionSource
  • MooringMaritimeShippingEmissionSource
  • InlandShippingEmissionSource
  • MooringInlandShippingEmissionSource

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
611-3730
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie