AERIUS Monitor 2020

Releasedatum: 15-10-2020

Index

Sectoren - koppeltabel sectoren met GCN-sectoren

Kenmerken

Thema emissie
Brontype onbekend
Bronhouders  
GLP onbekend
GTP onbekend
Periodiciteit onbekend
Laatste update  

Beschrijving gegevensset


Verantwoording gegevensset

Beschrijving proces
Inventarisatie

Harmonisatie

 

 

 

Validatie

Transformatie

Velden databasetabel
De bronnen worden naar de tabel sectors_main_gcn_sector getransformeerd. De volgende velden zijn in deze tabel opgenomen.

Veld Type Eenheid Omschrijving
gcn_sector_id int4    
sector_id int4,PRIKEY    

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
435-1873
Voor
  • Calculator
Type
Data

Bepalen depositie Natura-2000 gebieden

Versie: 
13-01-2022

AERIUS Monitor 2021 laat de depositie voor de jaren 2018, 2019, 2025 en 2030 zien. De depositiekaarten zijn tot stand gekomen door uit te gaan van de meest recent* gerapporteerde emissies (2018 en 2019) en emissieprognoses (2025 en 2030). De berekeningen zijn uitgevoerd met AERIUS Connect (op basis van OPS berekeningen), op basis van langjarig-gemiddelde meteorologie (2005-2014). De berekende depositie is gekalibreerd met vijf recente jaren aan metingen (2014-2018). Door deze werkwijze laten de kaarten de depositie zien bij gemiddelde weersomstandigheden voor alle jaren, en zijn de verschillende jaren op dezelfde manier berekend. Hierdoor zijn deze kaarten vrij van fluctuaties van jaar tot jaar en tonen ze de invloed van emissies op de depositie.

Algemene methode

Voor het bepalen van de stikstofdepositie in AERIUS Monitor is de depositie berekend op basis van de meest recente ruimtelijke verdeling van emissies (2018 voor de Nederlandse emissies). Voor de andere jaren zijn wel emissietotalen per sector bekend, maar geen specifieke ruimtelijke verdeling. Om de depositie te bepalen voor het meest recente jaar waarvoor emissies zijn vastgesteld (2019) en voor de toekomstjaren (2025 en 2030), is de berekende depositie voor het jaar 2018 geschaald per sector en stof (NH3 en NOx) op basis van de verhouding in emissietotalen voor deze jaren (schalingsfactoren). Daarna worden de berekende deposities gekalibreerd aan de hand van metingen.

De depositie is berekend op de hexagonen in Natura 2000-gebieden. De uitgangspunten voor deze berekeningen zijn gelijk aan de uitgangspunten voor de GDN-prognose kaarten GCN-GDN ronde 2021 (https://www.rivm.nl/gcn-gdn-kaarten).

Emissies en emissieprognoses uit Nederlandse bronnen
Voor de berekening van de stikstofdepositie door Nederlandse bronnen is gebruik gemaakt van gegevens uit de Emissieregistratie (https://emissieregistratie.nl). Hiervoor zijn twee gegevenssets van de Emissieregistratie gebruikt: de ruimtelijke verdeling van emissiebronnen per stof en per sector voor het jaar 2018 en de meest recente emissietotalen per stof per sector voor het jaar 2018 respectievelijk 2019. 
Meer informatie over de sectorindeling en onderliggende emissieoorzaken uit de Emissieregistratie kan worden gevonden in de factsheet Sectoren - Emissieoorzaken.

Voor de emissieprognoses (voor 2025 en 2030) is gebruik gemaakt van het scenario ‘vastgesteld beleid’, afkomstig uit de ‘Klimaat- en Energieverkenning 2020’ (https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-en-energieverkenning-2020, https...). Dit scenario bevat beleid dat is vastgesteld voor peildatum 1 mei 2020. Onder vastgesteld beleid valt bijvoorbeeld de subsidieregeling voor retrofit van binnenvaartschepen en de in april 2020 aangekondigde verhoging van het subsidiebudget voor de tweede uitbreiding Warme Sanering Varkenshouderijen. Voorbeelden van beleid dat nog niet in de prognoses van de KEV-2020 is verwerkt, zijn het Schone Luchtakkoord, het Klimaatakkoord en het bronmaatregelenpakket in het kader van de structurele aanpak stikstof van 24 april 2020. 

Emissies en emissieprognoses uit buitenlandse bronnen

Emissies uit het buitenland dragen ook bij aan de depositie in Nederland. De buitenlandse bijdrages zijn berekend op basis van de ruimtelijke verdeling uit de TNO MACC-III emissie database en zijn per sector en per stof geschaald naar emissietotalen over 2018 en prognoses voor 2025 en 2030. Deze emissies zijn gebaseerd op emissietotalen van het Centre on Emission Inventories and Projections (CEIP) en prognoses van het International Institute for Applied System Analysis (IIASA). Voor de bronnen op de Noordzee zijn de emissies afkomstig van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO). In de factsheet Landen - Buitenland vindt u hoe landen zijn ingedeeld in AERIUS, en in de factsheet Sectorgroep buitenland vindt u hoe de buitenlandse indeling in sectoren is gekoppeld aan de indeling in AERIUS sectoren. 

Bepaling en schaling van depositie

Op basis van de meest recente ruimtelijke verdeling van emissies (2018) is met AERIUS Connect de depositiebijdrage per land, per sector en per stof bepaald. Voor alle sectoren is hiervoor het onderliggende OPS-model gehanteerd. Voor deze berekeningen zijn ook de GCN-GDN bronkarakteristieken per sector gebruikt. 

Op basis van emissietotalen voor 2019, 2025 en 2030 is de berekende depositie voor 2018 geschaald naar alle jaren die te zien zijn in AERIUS Monitor. De schaling gebeurt op de volgende manier:

  1. De depositie is voor 2018 berekend per land, per sector en per stof, op basis van de emissie en ruimtelijke verdeling uit 2018. Deze berekening is uitgevoerd voor alle hexagonen in de Natura 2000-gebieden.
  2. Op basis van de totale doorgerekende emissies van 2018 en de emissietotalen (2019) en prognoses (2025, 2030) is per land, per sector en per stof een schalingsfactor berekend. De schalingsfactor is de verhouding van het emissietotaal van 2018 en het emissietotaal (of prognose) voor het zichtjaar.
  3. De berekende depositie (1) is per hexagoon, per land, per sector, per stof vermenigvuldigd met de schalingsfactor (2).
  4. Tenslotte zijn per hexagoon de verschillende sectorbijdrages (3) gesommeerd om de totale depositie te bepalen voor elk jaar. Dit is ook gedaan voor groepen van sectoren voor de onderverdeling van de depositie zoals te zien is in AERIUS Monitor.

Voor de kalibratie (zie volgende sectie) zijn ook resultaten per component bewaard, dit zijn los van elkaar de droge en natte depositie van ammoniak en stikstofoxiden. Deze resultaten zijn niet apart te zien in de applicatie.

Er zijn geen cijfers van buitenlandse emissies van 2019 bekend, hiervoor zijn de emissietotalen uit 2018 gebruikt. Dit zijn de meest recente inzichten*.

Meetcorrectie
Op de berekende totale depositie wordt een correctie toegepast, om de uiteindelijke kaart zo goed mogelijk bij gemeten waarden aan te laten sluiten. Deze meetcorrectie bestaat uit de bijdrage van ammoniak van zee en de kalibratie. De meetcorrectie wordt voor alle zichtjaren toegepast en is  beschikbaar als een aparte kaartlaag in AERIUS Monitor. De depositie per sector is niet gecorrigeerd.

Uit een onderzoek van 2014 is gebleken dat concentraties NH3 langs de kust structureel worden onderschat**. Op basis van een algenkaart zijn ammoniakemissies op zee toegevoegd waardoor het verschil tussen modelberekeningen en metingen aan de kust significant kleiner is geworden. Omdat deze bijdrage in feite een correctie tussen gemeten en berekende concentraties betreft, is deze opgenomen als onderdeel van de meetcorrectie.

Voor de kalibratie is gebruik gemaakt van de metingen van het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN, https://man.rivm.nl) en het Landelijk Meetnetwerk Luchtkwaliteit (LML, https://www.rivm.nl/landelijk-meetnet-luchtkwaliteit) over de periode 2014-2018 en berekeningen op meetlocaties voor deze jaren. Met deze kalibratie wordt gecorrigeerd voor het gemiddelde verschil tussen berekende en gemeten concentraties over deze 5 jaren. De periode van vijf jaar is gekozen zodat fluctuaties door weersomstandigheden van jaar tot jaar beperkt zijn.

Per component van de depositie (droge en natte depositie van NHx en NOy) is gekozen voor de methode die het beste aansluit bij het aantal beschikbare metingen per component. De droge depositie van stikstofoxiden wordt niet gekalibreerd naar metingen, omdat er geen metingen beschikbaar zijn. Een ruimtelijke correctiekaart is toegepast voor de droge depositie van ammoniak, op basis van concentratiemetingen van het MAN en LML. Voor meer informatie over deze correctiekaart wordt verwezen naar de bijbehorende rapportage***. De natte deposities van ammoniak en van stikstofoxiden zijn gekalibreerd op basis van constante correctiefactoren op basis van metingen van het LML. De per zichtjaar berekende depositie wordt vermenigvuldigd met deze factor om tot de totale, gekalibreerde depositie te komen. Voor natte depositie van NHx en NOy zijn de correctiefactoren 0,96 respectievelijk 0,82. Bovenstaande kalibraties zijn hetzelfde als de kalibratie voor de GDN prognosekaarten (GCN-GDN ronde 2021). Achtergrondinformatie over de gebruikte kalibratiemethoden staat beschreven in de GCN-GDN rapportage****.

* Met meest recent wordt bedoeld ten tijde van het opstellen van deze kaarten

** https://www.rivm.nl/nieuws/ammoniak-in-duinen-komt-grotendeels-uit-zee

*** https://www.rivm.nl/publicaties/implementation-of-data-fusion-approach-t...

**** https://www.rivm.nl/publicaties/grootschalige-concentratie-en-depositiek...

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
744-4574
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie

Gebruik hexagonen in AERIUS

In het kort
AERIUS berekent de deposities per hexagoon (zeshoek) met een oppervlakte van één hectare. Het rekenpunt ligt in het midden van de hexagoon. De berekende depositie op het rekenpunt wordt toegekend aan de gehele hexagoon van één hectare. AERIUS toont de berekende waarden ook per hexagoon. De getoonde hexagonen kunnen een oppervlakte hebben dat groter is dan één hectare. Dit hangt af van het gekozen zoomlevel. Voor elk zoomlevel is de weergegeven waarde gelijk aan de berekende waarde voor het rekenpunt in het midden van de betreffende hexagoon.

Waarom rekenen met hexagonen?
De keuze voor een hexagonaal grid is gebaseerd op de volgende voordelen:

  • Het hexagonale grid heeft als voordeel ten opzichte van een vierkant grid dat alle afstanden binnen het grid equidistant zijn. Dat betekent dat ieder midden van een gridcel altijd even ver verwijderd is van het midden van een andere gridcel. Hierdoor is de verspreiding van een stof beter in beeld te brengen. Onderstaande figuur illustreert de doorwerking van de emissies uit een puntbron bij een vierkant en bij een hexagonaal grid.
  • De hexagoon is de geometrische vorm die het dichtst een cirkel benadert en toch nog een sluitend grid kan vormen. Daardoor is er een betere verhouding tussen rand en oppervlak en dus een betere overgang tussen verschillende gridcellen.
  • Het gebruik van een hexagonaal grid sluit beter aan bij de natuurlijke omgeving en ontwikkelingen daarin die binnen het natuurdossier belangrijk zijn, zoals vegetatie en dierenpopulaties.

 

voorbeeld hexagonaal grid

De mogelijkheden die een hexagonaal grid biedt voor visualisatie vormen een ander voordeel. AERIUS visualiseert de resultaten op verschillende zoomlevels. Met een hexagonaal grid is dit zondermeer mogelijk, omdat het centrumpunt voor ieder zoomlevel hetzelfde blijft. Dit is hieronder uitgelegd.

Hoe werkt het weergeven van de rekenresultaten bij inzoomen en uitzoomen?
Bij het inzoomen en uitzoomen bij hexagonen is altijd de depositiewaarde behorende bij het midden van de hexagoon zichtbaar. Anders gezegd, ieder hexagoon toont altijd de depositiewaarde die hoort bij het rekenpunt dat in het midden van de betreffende hexagoon ligt. Als je dus vanuit een hexagoon van 1 hectare uitzoomt en het betreffende hectare-hexagoon blijft in het midden liggen, dan blijft de getoonde depositiewaarde bij het uitzoomen gelijk. Zodra echter een ander hectare-hexagoon in het middelpunt van het uitgezoomde hexagoon ligt, wordt die betreffende depositiewaarde getoond.

Rekent AERIUS heel Nederland door op hexagonen?

Nee, vooralsnog rekent AERIUS de totale depositie in Nederland alleen uit op hexagonen binnen Natura 2000 gebieden. Het gaat dan om berekeningen voor AERIUS Monitor. Bij het doorrekenen van de natuurgebieden wordt uitgegaan van de begrenzingen van het Natura 2000 gebied, met een buffer eromheen (‘interessegebied’). In gebieden met veel water wordt niet gerekend met een buffer om de begrenzing van het hele gebied, maar met een buffer om de gekarteerde oppervlaktes heen. Dit wordt gedaan om onnodige rekentijd te voorkomen. In Calculator voor de berekening van het effect van een project, zijn de resultaten standaard op relevante hexagonen.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
347-4454
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie

Landen buitenland

Versie: 
13-07-2021

Kenmerken

Thema
Algemeen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
RIVM
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
13-07-2021

Beschrijving gegevensset

Beschrijving gegevensset

In AERIUS Monitor is het mogelijk om voor een selectie aan landen de depositie per land te bekijken. Deze gegevens set bevat de koppeling tussen individuele landen en de landen zoals te zien in de applicatie.

 

De landen in deze lijst komen voort uit de rapportage van het EMEP Centre on Emission Inventories and Projections (CEIP), waar de emissies voor Europa zijn geregistreerd. Omdat het in deze rapportage gaat over een historische reeks, zijn ook landen in deze lijst opgenomen die nu niet meer bestaan. Er zijn echter geen dubbeltellingen of overlappen in de onderliggende emissiedata.

Naam

Foreign_country

België

Belgium

Duitsland

Germany

Frankrijk

France

Verenigd Koninkrijk

United Kingdom

Overige landen

Albania

Overige landen

Armenia

Overige landen

Austria

Overige landen

Azerbaijan

Overige landen

Belarus

Overige landen

Bosnia and Herzegowina

Overige landen

Bulgaria

Overige landen

Croatia

Overige landen

Cyprus

Overige landen

Czech Republic

Overige landen

Denmark

Overige landen

Estonia

Overige landen

Finland

Overige landen

Georgia

Overige landen

Greece

Overige landen

Hungary

Overige landen

Ireland

Overige landen

Italy

Overige landen

Latvia

Overige landen

Lithuania

Overige landen

Luxembourg

Overige landen

Macedonia

Overige landen

Malta

Overige landen

Moldova, Republic of

Overige landen

Norway

Overige landen

Poland

Overige landen

Portugal

Overige landen

Romania

Overige landen

Russian Federation

Overige landen

Slovakia

Overige landen

Slovenia

Overige landen

Spain

Overige landen

Sweden

Overige landen

Switzerland

Overige landen

Turkey

Overige landen

Ukraine

Overige landen

Yugoslavia

 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
751-4528
Voor
  • Monitor
Type
Data
Versie
  • 13-07-2021

Monitor - Berekening van de gemiddelde depositie

In het kort
AERIUS berekent depositiewaarden op een vaste set rekenpunten, waarbij de berekende bijdragen steeds representatief zijn voor één hectare rondom het rekenpunt. De hectare waarvoor een berekend rekenresultaat geldt, wordt weergegeven als een hexagoon op het kleinste zoomlevel. Soms is echter behoefte aan een gemiddelde depositie voor een gebied of voor een habitattype, of is inzicht gewenst in het aantal hectare dat een bepaalde stikstof(over)belasting heeft. Om in die informatiebehoefte te voorzien, toont AERIUS Monitor niet alleen de berekende resultaten per hectare (kaartbeeld), maar ook gemiddelde deposities of oppervlakteverdelingen. Deze weergaven kunnen gebruikt worden als ondersteuning van beschouwingen voor een gebied of voor een specifiek habitattype of leefgebied. 

Deze factsheet licht toe hoe we komen van rekenresultaten per hectare, naar een weergegeven gemiddelde depositie of een oppervlakteverdeling. We maken daarbij onderscheid in gemiddelden voor een natuurgebied, en gemiddelden voor een habitattype of leefgebied binnen een natuurgebied

Hoe bepalen we de de gemiddelde depositie of oppervlakteverdeling voor een natuurgebied?
Bij het geven van één getal voor een natuurgebied als geheel, is het uitgangspunt het relevante ingetekende oppervlak binnen het natuurgebied (relevant grondoppervlak). Dit is namelijk het gebied waar (diverse) relevante habitattypen of leefgebieden kunnen voorkomen. Voor meer informatie over het bepalen van het relevante ingetekende oppervlak, zie de factsheet Bepalen relevante hexagonen.

Bij het bepalen van de gemiddelde depositie, berekenen we eerst de som van alle depositie binnen het relevante ingetekende gebied. Hierbij houden we rekening met het ‘beslag oppervlak’ van ieder hexagoon. Dat wil zeggen dat bij een hexagoon dat maar voor 10% in het ingetekende relevante gebied ligt, ook maar 10% van de berekende depositie wordt meegenomen in de som. Vervolgens delen we deze totale som door het totale ingetekende relevante oppervlak. Het resultaat is de gemiddelde depositie op relevant oppervlak.

Het bepalen van een oppervlakteverdeling gaat op dezelfde wijze. Per klasse (bijvoorbeeld een bepaalde mate van overbelasting) kijken we hoeveel relevant ingetekend oppervlak binnen die klasse valt.

Hoe bepalen we de gemiddelde depositie of oppervlakteverdeling voor een habitattype of leefgebied?

Bij het bepalen van de gemiddelde depositie voor een habitattype of leefgebied is het uitgangspunt niet het ingetekende gebied - waar een habitattype kan voorkomen -, maar altijd het gekarteerde oppervlak - de omvang van het oppervlak in het natuurgebied waar het habitattype daadwerkelijk voorkomt. Dit is op habitatniveau het ecologisch relevante oppervlak. Het gekarteerde oppervlak wordt bepaald door het relevante ingetekende oppervlak te nemen, en dat te vermenigvuldigen met de gemiddelde dekkingsgraad van het habitattype of leefgebied binnen dat gebied. Bijvoorbeeld, als het ingetekende relevante oppervlak 1 ha is en de dekkingsgraad is 0,5, dan gaat het om 0,5 ha gekarteerd oppervlak.

Het gekarteerde oppervlak van een habitattype of leefgebied in een gebied is de som van het gekarteerde oppervlak van alle habitatgebieden binnen het natuurgebied. Een habitattype of leefgebied kan namelijk verspreid over het gebied voorkomen, en de dekkingsgraad in die verschillende habitatgebieden kan verschillend zijn. Dat betekent dat er twee ingetekende habitatgebieden kunnen zijn die beide 1 ha groot zijn, maar waar het ene habitatgebied een dekkingsgraad van 1 heeft (dus 1 ha gekarteerd oppervlak) en het andere habitatgebied een dekkingsgraad van 0,5 heeft (dus 0,5 ha gekarteerd oppervlak). Het totale gekarteerde oppervlak voor het habitattype is dan 1,5 ha, binnen een relevant ingetekend gebied van 2 ha.

Bij het bepalen van de gemiddelde depositie voor een habitattype of leefgebied berekenen we eerst voor elk relevant hexagoon de gewogen depositiebijdrage, door de depositie te vermenigvuldigen met het ‘beslag oppervlak’ én met de dekkingsgraad die in dat habitatgebied geldt. Vervolgens tellen we al deze gewogen bijdragen op, en delen we het weer door het totale gekarteerde oppervlak. Het resultaat is een gemiddelde depositie per habitattype of leefgebied, waarbij iedere vierkante meter gekarteerd oppervlak even zwaar meetelt. Grote gebieden hebben hierdoor meer invloed op de uitkomst dan kleine gebieden.  

Het bepalen van een oppervlakteverdeling gaat vervolgens op dezelfde wijze. Per klasse (bijvoorbeeld een bepaalde mate van overbelasting) kijken we hoeveel relevant gekarteerd oppervlak binnen die klasse valt.

Een voorbeeld met illustratie
Bovenstaande werkwijze is geïllustreerd in het bestand Gewogen gemiddelden illustraties. In deze illustratie is te zien:

  • Hoe een habitattype binnen een natuurgebied verdeeld is over meerdere habitatgebieden (eerste plaatje). Ieder habitatgebied heeft een ingetekend oppervlak en een dekkingsgraad, en daarmee kan - per habitatgebied - zowel het ingetekende als het gekarteerde oppervlak worden bepaald. Dit wordt in de tabel naast het plaatje getoond. De som van alle gekarteerde oppervlakken is het totale gekarteerde oppervlak voor het habitattype
  • Hoe vanuit de deposities die voorkomen binnen de verschillende habitatgebieden, het gebiedsgemiddelde voor het habitattype wordt bepaald (tweede plaatje) kan voorkomen, wordt de gewogen depositie bepaald. Dit doen we door de berekende depositie op het hexagoon te vermenigvuldigen met het beslag oppervlak (welk deel van het hexagoon ligt daadwerkelijk binnen het ingetekende gebied), én met de dekkingsgraad in dat habitatgebied (op welk deel van het ingetekende habitatgebied komt ook daadwerkelijk het habitattype voor? Zie tabel bij eerste plaatje). Alle gewogen depositiebijdragen binnen het ingetekende gebied voor het habitattype worden bij elkaar opgeteld. Door deze som weer te delen door het totale gekarteerde oppervlak, kom je uit op de gemiddelde depositie per hectare voor het habitattype.
  • Hoe voor een natuurgebied als geheel, het totale relevante ingetekende oppervlak van alle habitattypen en leefgebieden samen, het uitgangspunt is bij het bepalen van de gemiddelde depositie (derde plaatje). Binnen dit totale ingetekende relevante oppervlak, wordt de som genomen van alle depositie, rekening houdend met beslag oppervlak voor elk hexagoon. Deze som wordt gedeeld door het totale ingetekende oppervlak en dat levert de gemiddelde depositie per hectare weer op. 

Factsheet

Factsheet
743-4280
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie

Onderscheid hexagonen met en zonder (naderende) overbelasting

In het kort

Binnen de set relevante hexagonen[1] AERIUS wordt onderscheid gemaakt tussen hexagonen met en zonder (naderende) overbelasting. AERIUS Calculator bepaalt en presenteert op alle relevante hexagonen de stikstofdepositie van een project, en presenteert specifiek ook de depositie op de (naderende) overbelaste hexagonen. AERIUS Register houdt de boekhouding van depositieruimte bij op de set (naderende) overbelaste hexagonen. In de AERIUS producten worden hexagonen met een (naderende) overbelasting ook wel aangeduid als (bijna) overbelaste hexagonen. Deze factsheet beschrijft het onderscheid tussen hexagonen waar wél en hexagonen waar géén sprake is van een (naderende) overbelasting voor stikstof.

Definitie

De (naderende) overbelasting van een hexagoon wordt bepaald door de ‘Kritische Depositie Waarde’ (KDW) van stikstofgevoelige habitattype of leefgebied te vergelijken met de achtergronddepositie (zie Achtergronddepositie Natura-2000 gebieden). De achtergronddepositie is in AERIUS Calculator te bekijken via een kaartlaag. De KDW is gedefinieerd als de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van een habitat significant wordt aangetast door de stikstofdepositie. Als meerdere habitattypen in een hexagoon voorkomen, wordt de laagste KDW voor dit hexagoon gebruikt, omdat deze maatgevend is.

In geval de depositie de grens van de KDW overschrijdt noemen we dit overbelast. In de praktijk wordt een veiligheidsmarge van 70 mol/ha/jaar aangehouden voor het gebruik van berekeningen voor toestemmingsverlening van initiatieven. Hexagonen noemen we naderend overbelast als de depositie hoger is dan de KDW minus deze veiligheidsmarge. Hexagonen met een depositie lager dan deze waarde zijn gedefinieerd als niet overbelast.

Gebruik in Calculator en Register

AERIUS Calculator presenteert resultaten van stikstofdepositie berekeningen in de applicatie en in de PDF-export op alle relevante hexagonen, en specifiek op de (naderende) overbelaste hexagonen. De resultaten op (naderende) overbelaste hexagonen zijn relevant voor het proces van toestemmingverlening. In AERIUS Register vindt de boekhouding van depositieruimte alleen plaats op de (naderende) overbelaste hexagonen.

 

[1] Hexagonen zijn relevant als zij aangewezen stikstofgevoelige habitattypen en of leefgebieden bevatten (zie Bepalen relevante hexagonen).

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
715-4355
Voor
  • Calculator
  • Monitor
  • Register
Type
Methodiek
Versie

Sectorgroep buitenland

Versie: 
13-07-2021

Kenmerken

Thema
Algemeen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
RIVM
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
13-07-2021

Beschrijving gegevensset

Beschrijving gegevensset

Deze gegevensset bevat de koppeling tussen sectoren van buitenlandse emissiebronnen en sectorgroepen zoals gehanteerd in AERIUS Monitor. Als basis zijn de SNAP Sectoren zoals beschreven in Emission Inventory Guidebook (Definition SNAP Nomenclature) gebruikt. Dat is in Europa de indeling van emissie inventarisaties.

De emissietotalen gebruikt voor de berekening van de deposities in AERIUS van het EMEP Centre on Emission Inventories and Projections (CEIP) en de prognoses van het International Institute for Applied Systems Analysis (IIASA) worden gerapporteerd in SNAP-sectoren. De indeling van de Emissieregistratie voor de Nederlandse sectoren is uitgebreider dan de SNAP-sectoren waarin de buitenlandse bijdragen zijn ingedeeld. Het komt daarom voor dat emissies van AERIUS-sectoren tot meer dan één SNAP-sector behoren. Het is hierdoor niet mogelijk om de bijdragen van de Nederlandse en buitenlandse sectoren een-op-een te vergelijken. De CEIP rapportage registreert de emissie van internationale scheepvaart buiten territoriale wateren op de Noordzee niet. Deze zijn toegevoegd zoals deze door Emissieregistratie zijn geregistreerd.

Opgenomen attributen:

  • Sectorgroep naam
  • Snap sector code
  • Sector omschrijving
 

sectorgroep_naam

snap_sector

sector_omschrijving

Landbouw

10

Agriculture

Verkeer en Transport

7

Road Transport

Verkeer en Transport

8

Other Mobile Sources And Machinery

Verkeer en Transport

n.v.t.

Internationale Scheepvaart

Industrie

1

Combustion In Energy And Transformation Industries

Industrie

3

Combustion In Manufacturing Industry

Industrie

4

Production Processes

Industrie

9

Waste Treatment And Disposal

Overig

2

Non-Industrial Combustion Plants

Overig

5

Extraction And Distribution Of Fossil Fuels And Geothermal Energy

Overig

6

Solvent And Other Product Use

Overig

11

Other Sources And Sinks

 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
752-4529
Voor
  • Monitor
Type
Data
Versie
  • 13-07-2021

Bepalen gekarteerde oppervlakte

In het kort

De habitatkaart in AERIUS bestaat uit oppervlaktes waarin habitats (stikstofgevoelige habitattypen en leefgebiedtypen)  voorkomen in Nederlandse Natura 2000-gebieden. De gekarteerde oppervlakte wordt onder andere gebruikt bij het vaststellen van de omgevingswaarde

Gekarteerde oppervlakte

Provincies en rijk (voortouwnemers) zijn verantwoordelijk voor het vaststellen van de habitatkartering

De oppervlakte waar een habitat voorkomt definiëren we als de ingetekende oppervlakte (surface). De mate waarin een habitat voorkomt binnen een ingetekende oppervlakte noemen we de dekkingsgraad (coverage). Binnen één ingetekende oppervlakte kunnen meerdere habitats voorkomen. Binnen één ingetekende oppervlakte is de dekkingsgraad constant per habitat en wordt uitgegaan van een homogene verdeling. Als meerdere habitats in één ingetekende oppervlakte voorkomen, kan de dekkingsgraad per habitat wel verschillen.

Door het ingetekend oppervlak te vermenigvuldigen met de dekkingsgraad verkrijgen we de gekarteerde oppervlakte of de ecologisch relevante oppervlakte. De gekarteerde oppervlakte is dus het daadwerkelijke oppervlak (in ha) waar een habitat voorkomt. Per hexagoon wordt de gekarteerde oppervlakte per habitat berekend. 

 

Rekenvoorbeeld

gekarteerde oppervlakte per habitat

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
749-4526
Voor
  • Calculator
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie

Bepalen mate van stikstofbelasting

Versie: 
13-07-2021

In het kort

AERIUS Monitor toont de mate van stikstofbelasting van de stikstofgevoelige natuur voor elk Natura 2000-gebied en voor alle gebieden samen. Wanneer de stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuur hoger is dan de kritische depositiewaarde (KDW), dan is sprake van overbelasting. Wanneer de stikstofdepositie lager is dan de kritische depositiewaarde is er geen sprake van overbelasting. De mate van stikstofbelasting, uitgedrukt in een percentage, wordt gebruikt bij de toetsing aan de omgevingswaarden uit de Wet natuurbescherming. Een omgevingswaarde is een resultaatsverplichting voor de oppervlakte van de stikstofgevoelige natuur met een stikstofbelasting lager dan de kritische depositiewaarde. Voor de jaren 2025, 2030 en 2035 zijn omgevingswaarden vastgesteld op respectievelijk minimaal 40%, 50% en 74%. De omgevingswaarden gelden voor alle Nederlandse Natura 2000-gebieden samen en niet per gebied.  

Methode bepalen mate van stikstofbelasting 

Binnen elk relevant hexagoon in de Natura 2000-gebieden wordt per stikstofgevoelig habitat de gekarteerde oppervlakte berekend en bepaald of en in welke mate de kritische depositiewaarde wordt overschreden. Hieruit berekenen we het percentage van de totale gekarteerde oppervlakte waarvan de kritische depositiewaarde niet wordt overschreden. Het percentage berekenen we per afzonderlijk Natura 2000-gebied en voor alle Natura 2000-gebieden samen. In alle berekeningen van het percentage wordt uitgegaan van de depositiegegevens waarin de hexagonen een oppervlakte van 1 hectare hebben.  

 

Rekenvoorbeeld

omgevingswaarde stikstofbelasting

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
750-4527
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie
  • 13-07-2021