AERIUS Calculator 2020

Releasedatum: 15-10-2020

Index

Calculator in het kort

Versie: 
16-09-2019

AERIUS Calculator berekent de depositiebijdrage van emissiebronnen die een gebruiker handmatig invoert of als bestand importeert. Het resultaat van de berekening geeft inzicht in de depositiebijdrage van de ingevoerde bronnen op vaste rekenpunten binnen Natura 2000 gebieden of op rekenpunten die de gebruiker zelf heeft gedefinieerd.

De factsheets geven een technisch inhoudelijke onderbouwing van de wijze waarop Calculator de depositiebijdrage berekent. Er zijn twee typen factsheets:

  • Methodiek factsheets met een beschrijving van de berekeningen en bewerkingen die AERIUS uitvoert op basis van de ingevoerde bronkenmerken.
  • Data factsheets met een beschrijving van de oorsprong en de karakteristieken van de gegevens in de AERIUS database die bij de berekeningen worden gebruikt.

De methodiek factsheets sluiten aan op de broncategorieën (sectoren) die Calculator onderscheidt. Voor elke broncategorie is een algemene factsheet opgesteld met een beschrijving van de wijze waarop Calculator voor deze categorie de depositiebijdrage berekent. In deze algemene factsheet zijn verwijzingen opgenomen naar achterliggende methodiek factsheets en data factsheets.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
576-4034
Voor
  • Calculator
Type
Methodiek
Versie
  • 16-09-2019

Gebruik hexagonen in AERIUS

Versie: 
16-09-2019

In het kort
AERIUS berekent de deposities per hexagoon (zeshoek) met een oppervlakte van één hectare. Het rekenpunt ligt in het midden van de hexagoon. De berekende depositie op het rekenpunt wordt toegekend aan de gehele hexagoon van één hectare. AERIUS toont de berekende waarden ook per hexagoon. De getoonde hexagonen kunnen een oppervlakte hebben dat groter is dan één hectare. Dit hangt af van het gekozen zoomlevel. Voor elk zoomlevel is de weergegeven waarde gelijk aan de berekende waarde voor het rekenpunt in het midden van de betreffende hexagoon.

Waarom rekenen met hexagonen?
De keuze voor een hexagonaal grid is gebaseerd op de volgende voordelen:

  • Het hexagonale grid heeft als voordeel ten opzichte van een vierkant grid dat alle afstanden binnen het grid equidistant zijn. Dat betekent dat ieder midden van een gridcel altijd even ver verwijderd is van het midden van een andere gridcel. Hierdoor is de verspreiding van een stof beter in beeld te brengen. Onderstaande figuur illustreert de doorwerking van de emissies uit een puntbron bij een vierkant en bij een hexagonaal grid.
  • De hexagoon is de geometrische vorm die het dichtst een cirkel benadert en toch nog een sluitend grid kan vormen. Daardoor is er een betere verhouding tussen rand en oppervlak en dus een betere overgang tussen verschillende gridcellen.
  • Het gebruik van een hexagonaal grid sluit beter aan bij de natuurlijke omgeving en ontwikkelingen daarin die binnen het natuurdossier belangrijk zijn, zoals vegetatie en dierenpopulaties.

 

voorbeeld hexagonaal grid

De mogelijkheden die een hexagonaal grid biedt voor visualisatie vormen een ander voordeel. AERIUS visualiseert de resultaten op verschillende zoomlevels. Met een hexagonaal grid is dit zondermeer mogelijk, omdat het centrumpunt voor ieder zoomlevel hetzelfde blijft. Dit is hieronder uitgelegd.

Hoe werkt het weergeven van de rekenresultaten bij inzoomen en uitzoomen?
Bij het inzoomen en uitzoomen bij hexagonen is altijd de depositiewaarde behorende bij het midden van de hexagoon zichtbaar. Anders gezegd, ieder hexagoon toont altijd de depositiewaarde die hoort bij het rekenpunt dat in het midden van de betreffende hexagoon ligt. Als je dus vanuit een hexagoon van 1 hectare uitzoomt en het betreffende hectare-hexagoon blijft in het midden liggen, dan blijft de getoonde depositiewaarde bij het uitzoomen gelijk. Zodra echter een ander hectare-hexagoon in het middelpunt van het uitgezoomde hexagoon ligt, wordt die betreffende depositiewaarde getoond.

Rekent AERIUS heel Nederland door op hexagonen?

Nee, vooralsnog rekent AERIUS de totale depositie in Nederland alleen uit op hexagonen binnen Natura 2000 gebieden. Het gaat dan om berekeningen voor AERIUS Monitor. Bij het doorrekenen van de natuurgebieden wordt uitgegaan van de begrenzingen van het Natura 2000 gebied, met een buffer eromheen (‘interessegebied’). In gebieden met veel water wordt niet gerekend met een buffer om de begrenzing van het hele gebied, maar met een buffer om de gekarteerde oppervlaktes heen. Dit wordt gedaan om onnodige rekentijd te voorkomen. In Calculator voor de berekening van het effect van een project, zijn de resultaten standaard op relevante hexagonen.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
347-4454
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Luchtverkeer

Versie: 
15-10-2020

In het kort
AERIUS berekent de depositiebijdragen van bronnen binnen de sector Luchtverkeer met het rekenmodel OPS van het RIVM. AERIUS gaat daarbij uit van bronkenmerken die deels door de gebruiker zijn ingevoerd en deels overeenkomen met de bronkenmerken die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage?
Wanneer de bron is ingevoerd als puntbron, dan voert de gebruiker waarden in voor de volgende bronkenmerken:

  • de emissies NOX en/of NH3
  • de hoogte van de emissies
  • de warmte-inhoud.

Wanneer de bron is ingevoerd als vlakbron of lijnbron, kan de gebruiker ook de zogenoemde spreiding in de emissiehoogte invoeren.

Voor de hoogte, spreiding en warmte-inhoud zijn in Calculator standaardwaarden opgenomen. Deze waarden komen overeen met de gemiddelde waarden voor bronnen binnen deze sector die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (GCN bronkenmerken). De gebruiker kan deze standaardwaarden aanpassen op basis van de bronspecifieke situatie.
Voor de zogenoemde etmaalvariatie is ook een standaardwaarde van het RIVM opgenomen. Deze waarde is niet aanpasbaar door de gebruiker.

De Calculator biedt een mogelijkheid voor berekening van de warmte-inhoud op basis van waarden voor de oppervlak van de bronopening, de uitstroomsnelheid en de temperatuur van de emissie.

Hoe berekent AERIUS de verspreiding en depositie?
Het OPS model rekent niet met lijnbronnen, alleen aan puntbronnen en oppervlaktebronnen. Een in AERIUS ingevoerde lijnbron wordt daarom door AERIUS omgezet in een reeks puntbronnen en dan ingevoerd in OPS. Wanneer een oppervlaktebron in AERIUS wordt ingevoerd, dan wordt deze door AERIUS opgedeeld in kleinere deel-oppervlaktebronnen, welke vervolgens worden doorgegeven aan OPS. 

 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
591-4359
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Railverkeer

Versie: 
15-10-2020

In het kort
AERIUS berekent de depositiebijdragen van bronnen binnen de sector Railverkeer met het rekenmodel OPS van het RIVM. AERIUS gaat daarbij uit van bronkenmerken die deels door de gebruiker zijn ingevoerd en deels overeenkomen met de bronkenmerken die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage?
Wanneer de bron is ingevoerd als puntbron, dan voert de gebruiker waarden in voor de volgende bronkenmerken:

  • de emissies NOX en/of NH3
  • de hoogte van de emissies
  • de warmte-inhoud.

Wanneer de bron is ingevoerd als vlakbron of lijnbron, kan de gebruiker ook de zogenoemde spreiding in de emissiehoogte invoeren.

Voor de hoogte, spreiding en warmte-inhoud zijn in Calculator standaardwaarden opgenomen. Deze waarden komen overeen met de gemiddelde waarden voor bronnen binnen deze sector die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (GCN bronkenmerken). De gebruiker kan deze standaardwaarden aanpassen op basis van de bronspecifieke situatie.
Voor de zogenoemde etmaalvariatie is ook een standaardwaarde van het RIVM opgenomen. Deze waarde is niet aanpasbaar door de gebruiker.

De Calculator biedt een mogelijkheid voor berekening van de warmte-inhoud op basis van waarden voor de oppervlak van de bronopening, de uitstroomsnelheid en de temperatuur van de emissie.

Hoe berekent AERIUS de verspreiding en depositie?
Calculator berekent de depositiebijdrage van de ingevoerde bron met het rekenmodel OPS van het RIVM. Het OPS model rekent niet met lijnbronnen, alleen aan puntbronnen en oppervlaktebronnen. Een in AERIUS ingevoerde lijnbron wordt daarom door AERIUS omgezet in een reeks puntbronnen en dan ingevoerd in OPS. Wanneer een oppervlaktebron in AERIUS wordt ingevoerd, dan wordt deze door AERIUS opgedeeld in kleinere deel-oppervlaktebronnen, welke vervolgens worden doorgegeven aan OPS.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
594-3355
Voor
  • Calculator
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie
  • 15-10-2020

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Verkeer en vervoer

Versie: 
15-10-2020

In het kort
AERIUS berekent de depositiebijdrage van het wegverkeer met een concentratieberekening volgens Standaardrekenmethode 2 (SRM2). In de concentratieberekening wordt gebruik gemaakt van de emissie, de omgevingskenmerken, de meteorologische condities en de terreinruwheid van de weg. De depositiebijdrage wordt berekend tot 5km afstand van de weg. Dit gebeurt door de concentratiebijdragen te vermenigvuldigen met de effectieve droge depositiesnelheid (zie ook) en te corrigeren voor brondepletie. De brondepletie brengt de vermindering van de concentratie ten gevolge van de depositie in rekening. Zowel de effectieve droge depositiesnelheid als de brondepletie zijn bepaald met het OPS model. 

Hoe berekent Calculator de depositiebijdrage van wegverkeer?

AERIUS berekent de emissies NOX, NO2 en NH3 van wegverkeer per wegsegment. De berekening gebeurt op basis van gegevens over de kenmerken van het wegverkeer per wegsegment (wegtype, intensiteiten per voertuigcategorie, mate van congestie en maximum snelheid). De manier waarop de emissie van het wegverkeer wordt berekend is afhankelijk van de keuze uit onderstaande twee opties:
•    standaard, op basis van de SRM-emissiefactoren (emissieberekening wegverkeer – standaard)
•    eigen specificatie, op basis van zelf opgegeven emissiefactoren (emissieberekening wegverkeer – eigen specificatie).

De berekende emissies vormen de invoer voor de berekening van de concentratiebijdrage NO2. Wanneer een wegsegment handmatig wordt ingevoerd in AERIUS Calculator, wordt geen rekening gehouden met een eventuele verhoogde of verdiepte wegligging, of met eventuele afschermende constructies, zoals geluidsschermen.
Om hier toch rekening te houden of met verhoogde of verdiepte wegligging kan de gebruiker de benodigde gegevens invullen in het GML-bestand. De factsheet IMAER - Sector Verkeer en Vervoer bevat een toelichting hierover. 

AERIUS berekent vervolgens de concentratiebijdragen NO2 en NH3 van het wegverkeer op de gekozen rekenpunten. Naast de emissie en de weg- en omgevingskenmerken wordt in de concentratieberekening gebruik gemaakt van de meteorologische condities, grootschalige achtergrondconcentratie van ozon en terreinruwheid. AERIUS maakt gebruik van deze gegevens zoals opgenomen in de preSRM preprocessor, versie 2.003. 

De brondepletie tussen de bron en het rekenpunt wordt voor ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOX) door een correctiefactor in rekening gebracht. Deze zijn afhankelijk van :

  • de afstand tussen de bron en het rekenpunt
  • de ruwheid ter hoogte van het rekenpunt.
  • de achtergrond concentratie van NH3 (in het geval van de NH3 correctiefactor)
     

Om te komen tot waarden voor de stikstofdepositie vermenigvuldigt AERIUS de voor depletie gecorrigeerde concentraties NO2 en NH3 met de zogenoemde effectieve depositiesnelheden (zie ook). 

Schematisch kan de berekening als volgt weergegeven worden:

Een gedetailleerde modelbeschrijving is te vinden in de notitie  srm2 implementatie in aerius calculator

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
472-4387
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie

Berekeningen langs SRM1 wegen

Versie: 
31-10-2019

In het kort
AERIUS berekent de bijdrage van het wegverkeer op basis van een implementatie van Standaardrekenmethode 2 (SRM2) uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. SRM2 is bedoeld voor het bepalen van de concentratiebijdrage in een open terrein, gewoonlijk buiten de bebouwde kom. Dit betekent dat er in de omgeving van de weg niet of nauwelijks obstakels zijn die van invloed zijn op de verspreiding van de emissies.

Hoe rekent AERIUS in bebouwd gebied ?
Snelwegen door bebouwd gebied vallen meestal binnen het toepassingsbereik van SRM2. Het gros van de wegen binnen bebouwd gebied ligt in de bebouwde kom en valt vanuit het domein luchtkwaliteit binnen het toepassingsbereik Standaardrekenmethode 1 (SRM1).  Wanneer in AERIUS gekozen wordt voor een weg binnen de bebouwde kom, wordt de emissie van het verkeer op deze weg berekend op basis van emissiefactoren die zijn vastgesteld voor wegen die binnen de het toepassingsbereik van SRM1 vallen. De verspreiding van deze emissie naar de omgeving wordt wel op basis van een implementatie van SRM2 berekend.

SRM2 meestal een veilige benadering in bebouwd gebied
Voor wegen in de stad ligt het dichtstbijzijnde natuurgebied in het algemeen op grotere afstand. De verspreiding conform SRM1 is niet geschikt voor dergelijke situaties, want deze rekent alleen op korte afstand van de weg. De SRM2-methode houdt geen rekening met het effect van de bebouwing direct langs de weg. Daardoor is SRM2 minder nauwkeurig voor rekenen dichtbij deze weg. Op grotere afstanden neemt kwaliteit van de benadering met SRM2 toe en leidt tot (kleine) overschattingen waardoor de huidige implementatie voor grotere afstanden tot de bron als worst case kan worden beschouwd. Dit vormt voor grotere afstanden tot de betreffende weg een veilige benadering die recht doet aan het domein stikstofdepositie. Alleen in de situaties waar het natuurgebied dichtbij de betreffende bron ligt  is SRM-2 geen veilige benadering.  Voor dergelijke specifieke situaties moet contact opgenomen worden met het bevoegd gezag.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
737-4081
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie
  • 31-10-2019

Emissieberekening wegverkeer - eigen specificatie

Versie: 
17-03-2017

In het kort
Een weg wordt in AERIUS als lijnbron ingevoerd. AERIUS berekent per bron de emissies NO2, NOX en NH3 in het gekozen rekenjaar. Bij de emissieberekening gaat AERIUS uit van de wegkenmerken die door de gebruiker zijn ingevoerd. Voor voertuigen in de categorie ‘eigen specificatie’ definieert de gebruiker het aantal voertuigen per bron en de emissiefactoren NO2, NOX en NH3 per voertuigcategorie (gram per voertuigkilometer).

Hoe berekent AERIUS de verkeersemissies voor een ‘eigen specificatie’?
AERIUS berekent de totale emissie NOX, NO2 en NH3 per lijnbron per jaar met onderstaande formule:

\[
E_{b}=\sum_{i=1}N_{v,i}*E_{v,i}*\frac{1}{1000}*\frac{1}{24*60*60}
\]

met

Eb      =    Emissie per bron (gram/meter/seconde)
Nv,i    =    Aantal voertuigen per categorie i (weekdaggemiddelde)
Ev,i     =    Emissiefactor per categorie i (g/km)

De gebruiker geeft zelf een beschrijving van een categorie, en voert per categorie het aantal voertuigen en de emissiefactor in. Per bronnen kunnen meerdere categorieën worden gedefinieerd.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
473-3317
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Methodiek
Versie
  • 17-03-2017

Emissieberekening wegverkeer - euroklassen

Versie: 
15-10-2020

In het kort
Deze functionaliteit is sinds AERIUS 2020 niet meer beschikbaar. Wanneer de gebruiker een euroklasse opgeeft, dan zal AERIUS hier een waarde van 0 g/km invullen. Derhalve zal een er een betekenisloze depositiebijdrage van 0 mol/ha/jaar berekend worden

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
278-4389
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Emissieberekening wegverkeer - standaard

Versie: 
15-10-2020

In het kort
Een weg wordt in AERIUS als lijnbron ingevoerd. AERIUS verdeelt deze lijnbron in wegsegmenten en berekent per wegsegment de totale verkeersemissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) in het gekozen rekenjaar. Bij deze berekening gaat AERIUS uit van de wegkenmerken die door de gebruiker zijn ingevoerd, zoals de intensiteiten en de maximumsnelheid, en gegevens in de AERIUS database, zoals emissiefactoren.

Hoe berekent AERIUS de verkeersemissies?
AERIUS berekent de totale emissie per puntbron per jaar met onderstaande formule:

\[
E_{pb,j}=\left(\begin{array}{l}\left(\left(1-F_{l,s}\right)*E_{l,d}+F_{l,s}*E_{l,s}\right)*N_l
\\
+\left(\left(1-F_{m,s}\right)*E_{m,d}+F_{m,s}*E_{m,s}\right)*N_m
\\
+\left(\left(1-F_{z,s}\right)*E_{z,d}+F_{z,s}*E_{z,s}\right)*N_z
\\
+\left(\left(1-F_{b,s}\right)*E_{b,d}+F_{b,s}*E_{b,s}\right)*N_b\end{array}\right)*\frac{C*L}{1000*1000}
\]

Met :

Epb,j   Emissie per wegsegment (kg/jaar)
 Lengte van het wegsegment waarop de puntbron betrekking heeft (meters)
N  Aantal personenvoertuigen per tijdseenheid
Nm   Aantal middelzware vrachtvoertuigen per tijdseenheid
N  Aantal zware vrachtvoertuigen per tijdseenheid
Nb   Aantal autobussen per tijdseenheid
 Omrekeningsfactor van de opgegeven tijdseenheid naar de emissie per jaar
El,d   Emissiefactor voor licht verkeer, doorstromend (g/km)
Em,d   Emissiefactor voor middelzware vrachtvoertuigen, doorstromend (g/km)
Ez,d   Emissiefactor voor zware vrachtvoertuigen, doorstromend (g/km)
Eb,d   Emissiefactor voor bussen, doorstromend (g/km)
El,s   Emissiefactor voor licht verkeer, stagnerend (g/km)
Em,s   Emissiefactor voor middelzware vrachtvoertuigen, stagnerend (g/km)
Ez,s   Emissiefactor voor zware vrachtvoertuigen, stagnerend (g/km)
Eb,s   Emissiefactor voor bussen, stagnerend (g/km)
Fl,s   Fractie stagnerend personenverkeer [-]
Fm,s   Fractie stagnerend middelzwaar vrachtverkeer [-]
Fz,s    Fractie stagnerend zwaar vrachtverkeer [-]
Fb,s   Fractie stagnerend bussen [-]

Het aantal voertuigen kan per uur, per etmaal, per maand of per jaar worden opgegeven. De waarde voor C is dan respectievelijk 8760, 365, 12 of 1. Bij intensiteit  etmaal wordt  het weekdaggemiddelde opgegeven

De gebruiker voert in Calculator de volgende wegkenmerken in:

  • het wegtype (snelweg, buitenweg of weg binnen de bebouwde kom)
  • de maximumsnelheid (bij het wegtype snelweg)
    • Bij het wegtype snelweg kan uit 4 maximumsnelheden worden gekozen : 80, 100, 120 en 130 km/uur. De emissiefactoren zijn afhankelijk van de gekozen maximumsnelheid. Bij de maximumsnelheden 80 en 100 km/uur kan eveneens worden aangegeven of er sprake is van strikte handhaving.
    • Bij het wegtype buitenweg is één emissiefactor beschikbaar gesteld; die voor het type buitenweg, welke wordt toekend. In de GML file wordt 80 km/uur als maximum snelheid toegekend. Ook wanneer de gebruiker in de GML file een andere maximum snelheid opgeeft, wordt met dezelfde emissiefactor gerekend.
      Derhalve is in AERIUS aan beide maximum snelheden de emissiefactor voor het snelheidstype buitenweg toegekend.
    • Bij wegtype binnenstedelijk wordt de emissiefactor voor doorstromend stadsverkeer toegekend.
  • het aantal voertuigen per tijdseenheid per standaard voertuigcategorie (licht verkeer, middelzwaar vrachtverkeer, zwaar vrachtverkeer en bussen)
  • de mate van congestie (percentage voertuigen in de file)
    • Voor het wegtype buitenweg is geen emissiefactor vastgesteld voor verkeer dat te maken heeft met congestie. Wanneer bij dit wegtype congestie wordt opgegeven, dan heeft dit geen invloed op de berekende emissie (ook het stagnerende verkeer wordt doorgerekend op basis van de emissiefactor voor doorstromend verkeer op een buitenweg).
    • Voor de snelwegen en de binnenstedelijke wegen wordt, als congestie wordt opgegeven, rekening gehouden met de hogere emissiefactoren voor voertuigen die te maken hebben met congestie.

 

In de AERIUS database zijn per voertuigcategorie opgenomen: de emissiefactoren voor stikstofoxiden (NOX en NO2) en ammoniak (NH3), onderverdeeld naar wegtype, maximumsnelheid (alleen voor snelwegen), wel of geen congestie (met uitzondering van de buitenweg) en het rekenjaar.

 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
274-4401
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Wegverkeer - categorieën euroklassen

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Verkeer en vervoer
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
RIVM
Laatste update
12-06-2020

Beschrijving gegevensset

AERIUS berekent de totale verkeersemissies van stikstofoxiden (NOX), stikstofdioxide (NO2) en ammoniak (NH3) standaard op basis van emissiefactoren die representatief zijn voor de gemiddelde emissies van het wagenpark op Nederlandse wegen. Indien gewenst kon ook gekozen worden voor de specifiekere Euroklassen. Echter in Calculator 2020 is gekozen deze niet meer te actualiseren en de waarde op nul te zetten. Ook de categoriën zijn  niet meer van toepasselijk.

Verantwoording gegevensset

De gegevenset is gebasseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds

Beschrijving proces

  • Inventarisatie
  • Harmonisatie
  • Validatie
  • Transformatie

Velden databasetabel

mobile_source_on_road_categories

VeldTypeEenheidOmschrijving
mobile_source_on_road_category_idint2.PRIKEYnvtUnieke identificatie van de categorie
codetext.PRIKEYnvtUnieke code van de categorie
nametext.PRIKEYnvtNaam van de categorie
descriptiontextnvtOmschrijving van de categorie

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
375-4405
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Wegverkeer - categorieën standaard

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Verkeer en vervoer
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
RIVM
GLP
niet van toepassing
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
2016

Beschrijving gegevensset

AERIUS berekent de totale verkeersemissies van stikstofoxiden (NOX), stikstofdioxide (NO2) en ammoniak (NH3) standaard op basis van emissiefactoren die representatief zijn voor de gemiddelde emissies van het wagenpark op Nederlandse wegen. Deze emissiefactoren zijn afhankelijk van een aantal categorieën die gebaseerd zijn op het type weg en voertuig. Deze categorieën zijn in deze gegevensset opgenomen.

Verantwoording gegevensset

Deze categorieën zijn overgenomen uit de bestanden met emissiefactoren wegverkeer die zijn gepubliceerd door de staatssecretaris van IenM. De publicatie van deze emissiefactoren door IenM volgt uit de bepalingen in artikel 66 van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.

BronEigenaarSinds
Emissiefactoren voor snelwegenMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat15 maart 2016
Emissiefactoren voor niet-snelwegenMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat15 maart 2016

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouder gepubliceerd.
  • ValidatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

road_categories

VeldTypeEenheidOmschrijving
road_category_idint4.PRIKEYnvtUnieke identificatie van de categorie
gcn_sector_idint4nvtUnieke identificatie van de GCN-sector
road_typechar(4).PRIKEYnvtWegtype
vehicle_typechar(4)nvtVoertuigtype
nametext.PRIKEYnvtCategorie (combinatie wegtypen en voertuigtype)
descriptiontextnvtOmschrijving van de categorie

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
374-3328
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Wegverkeer - emissiefactoren euroklassen

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Verkeer en vervoer
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
RIVM
Laatste update
12-06-2020

Beschrijving gegevensset

AERIUS berekent de totale verkeersemissies van stikstofoxiden (NOX), stikstofdioxide (NO2) en ammoniak (NH3) standaard op basis van emissiefactoren die representatief zijn voor de gemiddelde emissies van het wagenpark op Nederlandse wegen. Indien gewenst kon ook gekozen worden voor de specifiekere Euroklassen. Echter in Calculator 2020 is gekozen deze niet meer te actualiseren en de waarde op nul te zetten.

Verantwoording gegevensset

Er is geen bron meer voor deze gegevensset:

BronEigenaarSinds

Beschrijving proces

  • Inventarisatie
  • Harmonisatie
  • Validatie
  • Transformatie

Velden databasetabel

mobile_source_on_road_category_emission_factors

VeldTypeEenheidOmschrijving
mobile_source_on_road_category_idint2.PRIKEYnvt
road_typechar(4)nvt
substance_idint2nvt
emission_factorfloat4

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
377-4390
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Wegverkeer - emissiefactoren standaard

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Verkeer en vervoer
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
niet van toepassing
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
19-03-2019

Beschrijving gegevensset

AERIUS berekent de totale verkeersemissies van stikstofoxiden (NOX), stikstofdioxide (NO2) en ammoniak (NH3) op basis van emissiefactoren die representatief zijn voor de gemiddelde emissies van het wagenpark op Nederlandse wegen. Hierbij wordt rekening gehouden met het wegtype, de voertuigcategorie, snelheidstypering, mate van doorstroming en het zichtjaar.

Verantwoording gegevensset

De emissiefactoren NOx en NO2 zijn overgenomen uit de bestanden met emissiefactoren wegverkeer die gepubliceerd door de staatssecretaris van IenW. De publicatie van deze emissiefactoren door IenW volgt uit de bepalingen in artikel 66 van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. De emissiefactoren NH3 voor verkeer zijn overgenomen uit een publicatie van het RIVM. Zowel de NOx/NO2 emissiefactoren als de NH3 emissiefactoren zijn in lijn met de emissiefactoren waarvan is uitgegaan in de GCN/GDN.

BronEigenaarSinds
Emissiefactoren voor snelwegen en niet-snelwegenMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat13 maart 2020
NH3 emissiefactorenRIVM15 oktober 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouders geleverd en online gepubliceerd.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuw aangepast bestand aangeleverd.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Na transformatie vind er een verschilanalyse plaats met de vorige versie. De bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder.

Velden databasetabel

road_category_emission_factors

VeldTypeEenheidOmschrijving
road_category_idint4.PRIKEYnvtUnieke identificatie van de weg-voertuig-categorie
road_speed_profile_idint4nvtUnieke identificatie van het snelheidsprofiel
substance_idint2nvtUnieke identificatie van de stof
yearint2jaarJaar waarop de emissiefactor betrekking heeft
emission_factorfloat8g/kmEmissiefactor
stagnated_emission_factorfloat8g/kmEmissiefactor voor stagnerend verkeer

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
376-4380
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Wegverkeer - snelheidsprofielen

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Verkeer en vervoer
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
niet van toepassing
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
29-09-2020

Beschrijving gegevensset

AERIUS berekent de totale verkeersemissies van stikstofoxiden (NOX), stikstofdioxide (NO2) en ammoniak (NH3) op basis van emissiefactoren die representatief zijn voor de gemiddelde emissies van het wagenpark op Nederlandse wegen. Deze emissiefactoren zijn tevens afhankelijk van de snelheidstypering van de weg. Een snelheidstypering typeert hoe hard er mag worden gereden, of er wel/niet strikt gehandhaafd (snelwegen) wordt en de mate van doorstroming (binnen bebouwde kom).

Verantwoording gegevensset

De snelheidsprofielen zijn overgenomen uit de bestanden met emissiefactoren wegverkeer die door de staatssecretaris van IenW worden gepubliceerd. De publicatie van deze emissiefactoren door IenW volgt uit de bepalingen in artikel 66 van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.

BronEigenaarSinds
Emissiefactoren voor snelwegen en niet-snelwegenMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat13 maart 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouders aangeleverd en online gepubliceerd.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuw aangepast bestand aangeleverd.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Na transformatie vind er een verschilanalyse plaats met de vorige versie. De bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder.

Velden databasetabel

road_speed_profiles

VeldTypeEenheidOmschrijving
road_speed_profile_idint4.PRIKEYUnieke identificatie van het profiel
road_typechar(4)Wegtype
speed_limit_enforcementchar(4)ja/nee
maximum_speedint4km/u
nametextomschrijving van het snelheidsprofiel

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
378-4381
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Wegverkeer – bepalen depositiesnelheden

Versie: 
15-10-2020

In het kort
AERIUS berekent de depositiebijdrage van NOx en NH3 van verkeersbronnen met een concentratieberekening volgens Standaardrekenmethode 2 (SRM2). De depositiesnelheid is een maat voor de snelheid waarmee gassen of deeltjes via afzetting of adsorptie aan het oppervlak uit de atmosfeer worden verwijderd. De depositiebijdrage wordt berekend door de concentratiebijdrage te vermenigvuldigen met de effectieve droge depositiesnelheid en te corrigeren voor brondepletie. De brondepletie brengt de vermindering van de concentratie ten gevolge van de depositie in rekening. Zowel de effectieve droge depositiesnelheid als de brondepletie zijn bepaald met het OPS model

Hoe worden de depositiesnelheden per hexagoon bepaald?
Per rekenpunt in het midden van een hexagoon is met het rekenmodel OPS een waarde berekend voor de depositiesnelheid NOX en NH3:

1. Er is uitgegaan van de zoomlevel 2 hexagonen (zie onderstaande figuur). Het oppervlak van een zoomlevel 2 hexagoon heeft een oppervlak van ongeveer 4 hectare. Dat sluit het meeste aan bij een gridgrootte van 250x250 meter, die beschouwd wordt als de minimale rekenresolutie behorende bij de depositiesnelheid (RIVM notitie).

2. Per zoomlevel 2 hexagon zijn de concentraties en droge deposities in het midden van het  hexagoon berekend. De effectieve depositiesnelheid volgt door de droge depositie te delen op de concentratie. De effectieve depositie snelheid hangt af van de stof. Deze is daarom voor NOx en NH3 afzonderlijk bepaald.

3. De emissiesterkte is voor de bepaling van de effectieve depositiesnelheid willekeurig. De emissie is verdeeld over punten, verspreid over drie cirkels rondom het rekenpunt, op 1, 2 en 3 km van het middelpunt van het hexagoon. De keuze om emissies tot een afstand van 3 km aan te houden is ingegeven door de methode voor dubbeltellingcorrectie op het hoofdwegennet waarbij de correctie in een kilometervak is bepaald op basis van de emissiebijdragen in de omringende kilometervakken tot 3 km. Per cirkel zijn de emissies van die cirkel vervolgens verdeeld over 36 punten op die cirkel (hoek tussen 2 punten: 10°). Zie onderstaand figuur.

4. De depositiesnelheid (Vd) is berekend door de berekende concentratie op de receptor te delen door de berekende droge depositie. Deze waarde geldt dus voor de receptoren op zoomlevel 2. Hierbij is de volgende formule gebruikt:

met:
Vd  = effectieve depositiesnelheid (m/s)
Φ = flux (=deposities berekend met OPS)
m = molmassa NH3 = 17 (g/mol) en NO2 = 46 (g/mol)
t  = omrekenfactor voor de tijd (s)
= omrekenfactor voor oppervlak (m2)
C  = concentratie (µg/m3)

5.  De rekenpunten op zoomlevel 2 vallen samen met een deel van de rekenpunten op zoomlevel 1. De waarden voor de depositiesnelheid voor de overige hexagonen op zoomlevel 1 zijn bepaald door te middelen.

Resultaat is een tabel met depositiesnelheden NOX en NH3 per hexagoon van 1 hectare.

Hoe vindt schaling plaats van de depositiesnelheden?
Er is een relatie tussen de afstand van de weg en de depositiesnelheid. Er is daarom voor gekozen om de depositiesnelheid voor een hexagoon te schalen wanneer de hexagoon zich op korte afstand (<1000m) van de bron bevindt.

Deze schaling vindt plaats aan de hand van onderstaande functies, en zijn van toepassing op situaties met afstanden tussen het wegsegment en het middelpunt van de hexagoon tot en met 1000 meter. De ondergrens is 25 meter: bij afstanden korter dan 25 meter gaat onderstaande functie uit van 25 meter. Bij afstanden groter dan 1000 meter vindt geen schaling plaats en gaat AERIUS uit van de depositiesnelheid van de desbetreffende hexagoon. 

Vd,NH3 =Vd,NH3 | 0  * (-0.113*ln(X) + 1.7599)

Vd,NOx =Vd,NOx | 0  * (-0.184*ln(X) + 2.2837)

met:

Vd,stof  = effectieve depositie snelheid (m/s)
Vd,stof  | 0 = effectieve depositie snelheid (m/s) op 0 meter afstand tot de bron
X = afstand van de hexagoon tot het wegsegment (m)

De bovenstaande functies zijn afgeleid van gemiddelde waarden van de depositiesnelheden voor een selectie van 1300 landsdekkende hexagonen. Bij de selectie van de hexagonen is ervoor gezorgd dat de verschillende windsectoren en klassen van landgebruik evenredig vertegenwoordigd zijn. Onderstaande figuren tonen voor NH3 en NOx  de resulterende schaalfactor. Afhankelijk van de afstand tussen het wegsegment en rekenpunt wordt de depositiesnelheid vermenigvuldigd met deze schaalfactor.

 

 

 

 

 

 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
577-4388
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Bepalen stroomrichting in relatie tot vaarrichting binnenvaart

Versie: 
01-02-2017

In het kort
De emissiefactoren en bronkenmerken van varende binnenvaartschepen zijn mede afhankelijk van de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting. De gebruiker definieert hiertoe per vaarrichting de brongegevens (type schepen, aantal schepen, ladingstoestand). AERIUS geeft de gebruiker een suggestie voor het type vaarwater en de stroomrichting (stroomopwaarts of stroomafwaarts). Bij de suggestie voor de stroomrichting wordt uitgegaan van generieke gegevens die zijn opgenomen in de AERIUS database. De gebruiker dient zelf tecontroleren of deze suggestie juist is of door de gebruiker moet worden aangepast.

Hoe bepaalt AERIUS de stroomrichting in relatie tot de vaarrichting?
Bij het bepalen  van de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting doorloopt AERIUS de volgende stappen:

Stap 1: Definiëren beginpunt vaarwegen
AERIUS gaat uit van de vaarwegen in het NWB vaarwegen. Voor een aantal vaarwegen geldt dat de emissies van schepen mede afhankelijk zijn van de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting. De locatie en de stroomrichting van deze vaarwegen is bekend. Het meest stroomop gelegen punt van de vaarweg wordt beschouwd als het ‘beginpunt’ van de vaarweg.

Stap 2: Bepalen afstand tussen begin- en eindpunt vaarroute en beginpunt vaarweg  
De gebruiker voert een vaarroute in en geeft per vaarrichting de brongegevens aan. De vaarroute wordt vervolgens gekoppeld aan de dichtstbijzijnde NWB vaarwegen.
Wanneer (een deel van) de route wordt gekoppeld aan een NWB vaarweg waarvoor geldt dat de emissies afhankelijk zijn van de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting, wordt de (loodrechte) afstand bepaald tussen:

  • het beginpunt van de ingevoerd vaarroute en het beginpunt van de vaarweg (d1)
  • het eindpunt van de ingevoerde vaarroute en het beginpunt van de vaarweg (d2).

Stap 3: Bepalen stroomrichting per vaarrichting
De afstand tussen het beginpunt van de vaarroute en het beginpunt van de vaarweg (d1) wordt vergeleken met de afstand tussen het eindpunt van de vaarroute en het beginpunt van de vaarweg (d2). Indien d1<d2, dan gaat de vaarrichting met de stroom mee. Indien d1>d2, dan gaat de vaarrichting tegen de stroom in.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
306-3288
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Methodiek
Versie
  • 01-02-2017

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Scheepvaart

Versie: 
15-10-2020

In het kort
Binnen de sector Scheepvaart maakt AERIUS onderscheid tussen zeeschepen en binnenvaartschepen. AERIUS berekent de depositiebijdragen van deze bronnen met het rekenmodel OPS van het RIVM. AERIUS gaat daarbij uit van bronkenmerken die deels door de gebruiker zijn ingevoerd en deels als defaultwaarden in AERIUS zijn opgenomen.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage van zeeschepen?
AERIUS maakt bij zeeschepen onderscheid tussen de volgende emissiebronnen:

  • stilliggende zeeschepen (aanlegplaats)
  • varende zeeschepen (binnengaats)
  • varende zeeschepen (op zee).
     

Stilliggende zeeschepen
Voor stilliggende zeeschepen wordt de emissiebron gedefinieerd als punt, lijn of vlakbron, ter hoogte van de aanlegplaats. Calculator berekent de emissies NOX van stilliggende zeeschepen op basis van gegevens die door de gebruiker worden ingevoerd: type schip, aantal bezoeken en gemiddelde verblijftijd per bezoek (emissieberekening zeeschepen). Voor de overige relevante bronkenmerken (hoogte, spreiding, warmte-inhoud en etmaalvariatie) gaat Calculator uit van defaultwaarden. De gebruiker kan deze waarden niet aanpassen.

Varende zeeschepen
Voor varende zeeschepen wordt de emissiebron gedefinieerd als lijnbron. Calculator berekent de emissies NOX van varende zeeschepen op basis van gegevens die door de gebruiker worden ingevoerd: type schip en aantal vaarbewegingen (emissieberekening zeeschepen). Voor de overige relevante bronkenmerken (hoogte, spreiding, warmte-inhoud en etmaalvariatie) gaat Calculator uit van defaultwaarden. De gebruiker kan deze waarden niet aanpassen.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage van binnenvaartschepen?
AERIUS maakt bij binnenvaart onderscheid tussen de volgende emissiebronnen:

  • stilliggende binnenvaartschepen (aanlegplaats)
  • varende binnenvaartschepen.
     

Stilliggende binnenvaartschepen
Voor stilliggende binnenvaartschepen wordt de emissiebron gedefinieerd als punt, lijn of vlakbron ter hoogte van de aanlegplaats. Calculator berekent de emissies NOX van stilliggende schepen op basis van gegevens die door de gebruiker worden ingevoerd: type schip, type vaarweg, stroomrichting, aantal vaarbewegingen van en naar de aanlegplaats, ladingstoestand van aankomende en vertrekkende schepen, en gemiddelde verblijftijd per bezoek (emissieberekening binnenvaartschepen). Voor de overige relevante bronkenmerken (hoogte, spreiding, warmte-inhoud en etmaalvariatie) gaat Calculator uit van defaultwaarden. De gebruiker kan deze waarden niet aanpassen.

Varende binnenvaartschepen
Voor varende binnenvaartschepen wordt de emissiebron gedefinieerd als lijnbron. Calculator berekent de emissies NOX van varende binnenvaartschepen op basis van gegevens die door de gebruiker worden ingevoerd: type schip, type vaarweg, stroomrichting,  ladingstoestand en aantal vaarbewegingen (emissieberekening binnenvaartschepen). Voor de overige relevante bronkenmerken (hoogte, spreiding, warmte-inhoud en etmaalvariatie) gaat Calculator uit van defaultwaarden. De gebruiker kan deze waarden niet aanpassen.

Hoe berekent AERIUS de verspreiding en depositie van scheepvaartbronnen?
Calculator berekent de depositiebijdrage van de ingevoerde bron met het rekenmodel OPS van het RIVM. OPS rekent alleen voor puntbronnen. Dit betekent dat een vlakbron of een lijnbron eerst wordt omgezet in puntbronnen.

Calculator berekent de depositiebijdrage van de ingevoerde bron met het rekenmodel OPS van het RIVM. Het OPS model rekent niet met lijnbronnen, alleen aan puntbronnen en oppervlaktebronnen. Een in AERIUS ingevoerde lijnbron wordt daarom door AERIUS omgezet in een reeks puntbronnen en dan ingevoerd in OPS. Wanneer een oppervlaktebron in AERIUS wordt ingevoerd, dan wordt deze door AERIUS opgedeeld in kleinere deel-oppervlaktebronnen, welke vervolgens worden doorgegeven aan OPS.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
474-4385
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie

Binnenvaart - bronkenmerken stilliggend

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
AERIUS
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
26-03-2014

Beschrijving gegevensset

De gegevensset met bronkenmerken van stilliggende binnenvaartschepen omvat gegevens over:

  • de warmte-inhoud van de emissies (MW)
  • de (gemiddelde) uitstoothoogte (m) ten opzichte van de waterlijn, en
  • de spreiding in de uitstoothoogte (m).

De bronkenmerken hebben betrekking op de generatoren die worden gebruikt voor de elektriciteitsopwekking aan boord tijdens het stilliggen. Deze bronkenmerken zijn afhankelijk van het type binnenvaartschip en de landingstoestand (leeg, geladen).

Verantwoording gegevensset

De waarden voor de warmte-inhoud voor stilliggende binnenvaartschepen zijn ingeschat door TNO, in opdracht van AERIUS. Er zijn geen waarden beschikbaar voor de uitstoothoogte van de generatoren. Voor de uitstoothoogte tijdens het stilliggen is daarom, in overleg met TNO, uitgegaan van waarden die gelden voor de uitstoothoogte tijdens het varen (gemiddelde uitstoothoogte hoofdmotoren). Deze waarden zijn opgesteld door TNO, in opdracht van AERIUS. De waarden voor de uitstoothoogte en de spreiding zijn aan elkaar gerelateerd. RIVM hanteert hierbij voor de binnenvaart (in het kader van het GCN/GDN proces) de volgende vuistregel: de spreiding is 0,5*uitstoothoogte. In overleg met RIVM is ervoor gekozen deze vuistregel ook toe te passen bij het bepalen van de spreiding op basis van de uitstoothoogtes per categorie binnenvaartschepen.

BronEigenaarSinds
TNO. Notitie schatting warmte-output stilliggende binnenvaartschepenAERIUS14 november 2013
TNO. Notitie uitstoothoogte binnenvaartschepen AERIUS03 juni 2014

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouders gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe data is direct bruikbaar voor transformatie.
  • ValidatieDe gepubliceerde data word door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Hierbij wordt alleen gefilterd op scheepstypen die van toepassing zijn. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. De verschillende bronnen worden automatisch gekoppeld waarbij wordt gerapporteerd of alle scheepstypen van bronkenmerken zijn voorzien.

Velden databasetabel

shipping_inland_category_source_characteristics_docked

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_inland_category_idint2.PRIKEYn.v.t.Unieke identificatie van de categorie
gcn_sector_idint4n.v.t.Unieke identificatie van de GCN-sector
laden_statechar(4)n.v.t.Type met waarde van de beladingstoestand
heightfloat4meterUitstoothoogte
heat_contentfloat4MWWarmteoutput
spreadfloat4meterSpreiding

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
330-3334
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Binnenvaart - bronkenmerken varend

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
TNO
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
16-06-2020

Beschrijving gegevensset

TNO bepaalt NOx, NO2, en NH3 emissiefactoren van voertuigen, vaartuigen en mobiele werktuigen, voor nationale modellen. Deze getallen geven de typische uitstoot van mobiele bronnen, en deze gegevens worden jaarlijks bijgesteld naar aanleiding van nieuwe inzichten. De gegevensset bevat de bronkenmerken van binnenvaartschepen.

Verantwoording gegevensset

De bronkenmerken voor binnenvaartschepen betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Publicatie Emissiefactoren voor stikstofdepositieberekeningenTNO08 oktober 2020
TNO_getallen_voor_AERIUS_2020v8_binnenvaart.xlsxTNO08 oktober 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data is door de bronhouder geleverd en wordt online gepubliceerd.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuw aangepast bestand aangeleverd.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Na transformatie vind er een verschilanalyse plaats met de vorige versie. De bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder.

Velden databasetabel

shipping_inland_category_source_characteristics

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_inland_category_idint2.PRIKEYUnieke identificatie van de categorie
waterway_typechar(4)n.v.tType met waarde vaarwegtype
gcn_sector_idint4n.v.t.Unieke identificatie van de GCN-sector
ship_directionchar(4)n.v.tType met waarde van de vaarrichting
laden_statechar(4)n.v.t.Type met waarde van de beladingstoestand
heightfloat4meterUitstoothoogte
heat_contentfloat4MWWarmteoutput
spreadfloat4meterSpreiding

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
331-4400
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Binnenvaart - categorieën

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
TNO
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
10-09-2019

Beschrijving gegevensset

TNO bepaalt NOx, NO2, en NH3 emissiefactoren van voertuigen, vaartuigen en mobiele werktuigen, voor nationale modellen. Deze getallen geven de typische uitstoot van mobiele bronnen, en deze gegevens worden jaarlijks bijgesteld naar aanleiding van nieuwe inzichten. De gegevensset bevat de categoriën van binnenvaartschepen.

Verantwoording gegevensset

De categorieën voor binnenvaartschepen betreffen een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
Publicatie Emissiefactoren voor stikstofdepositieberekeningenTNO08 oktober 2020
TNO_getallen_voor_AERIUS_2020v8_binnenvaart.xlsxTNO08 oktober 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data is door de bronhouder geleverd en wordt online gepubliceerd.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuw aangepast bestand aangeleverd.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Na transformatie vind er een verschilanalyse plaats met de vorige versie. De bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder.

Velden databasetabel

shipping_inland_categories

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_inland_category_idint2.PRIKEYn.v.t.Unieke code van de categorie
codetext.PRIKEYn.v.tCode van het scheepstype
nametext.PRIKEYn.v.t.Scheepstype
descriptiontextn.v.t.Omschrijving van het scheepstype

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
326-4404
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Binnenvaart - emissiefactoren stilliggend

Versie: 
16-09-2019

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
meervoudige gelijksoortige bronnen
Bronhouders
AERIUS
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
19-04-2019

Beschrijving gegevensset

De emissies van binnenvaartschepen tijdens het stilliggen komen voornamelijk voort uit het gebruik van generatoren voor de elektriciteitsopwekking aan boord. Op basis van inschattingen van het brandstofverbruik en de emissiefactoren van generatoren, zijn de emissiefactoren NOX bepaald voor verschillende categorieën binnenvaartschepen. De emissiefactoren zijn uitgedrukt in grammen per uur (verblijftijd) en gelden voor het referentiejaar 2010.

Verantwoording gegevensset

De emissiefactoren van generatoren op binnenvaartschepen betreffen een gegevensset die is gebaseerd op onderzoek dat TNO in 2011 heeft uitgevoerd in opdracht van IenM/Rijkswaterstaat. De gepubliceerde trendfactoren zijn beschikbaar voor de volgende categorieën binnenvaartschepen: M0 tot en met M8, en zijn van toepassing op het referentiejaar 2010. In overleg met TNO heeft AERIUS de emissiefactoren voor de scheepstypen M8 en M9 zijn ook van toepassing verklaard op de scheepstypen: M10, M11, M12, BII-1, BII-2b, BII-2l, BII-4, BII-6l en BII-6l.

BronEigenaarSinds
TNO. Modules voor sluis- en ligemissies voor BIVAS. 2011Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat24 november 2011
kentallen binnenvaartschepen stilliggenAERIUS31 januari 2014

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouders gepubliceerd.
  • ValidatieDe gepubliceerde data word door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Hierbij is alleen gefilterd op scheepstypen die van toepassing zijn en zijn er geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

Shipping_inland_category_emission_factors_docked

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_inland_category_idint2,PRIKEYUnieke identificatie van de categorie
laden_statechar(4)n.v.t.Type met waarde van de beladingstoestand
substance_idint2n.v.t.ID van de stof
emission_factorfloat4g/uurEmissiefactor
yearyear_typejaarjaar

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
298-4008
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 16-09-2019

Binnenvaart - emissiefactoren varend

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
TNO
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
30-05-2020

Beschrijving gegevensset

TNO bepaalt NOx, NO2, en NH3 emissiefactoren van voertuigen, vaartuigen en mobiele werktuigen, voor nationale modellen. Deze getallen geven de typische uitstoot van mobiele bronnen, en deze gegevens worden jaarlijks bijgesteld naar aanleiding van nieuwe inzichten. De gegevensset bevat de emissiefactoren van binnenvaartschepen.

Verantwoording gegevensset

De emissiefactoren voor binnenvaartschepen betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Publicatie Emissiefactoren voor stikstofdepositieberekeningenTNO08 oktober 2020
TNO_getallen_voor_AERIUS_2020v8_binnenvaart.xlsxTNO08 oktober 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data is door de bronhouder geleverd en wordt online gepubliceerd.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuw aangepast bestand aangeleverd.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Na transformatie vind er een verschilanalyse plaats met de vorige versie. De bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder.

Velden databasetabel

shipping_inland_category_emission_factors

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_inland_category_idint2.PRIKEYn.v.t.Unieke identificatie van de category
waterway_typechar(4)n.v.t.Vaarwegtype
substance_idint2n.v.t.Unieke identificatie van de stof
ship_directionchar(4)n.v.t.Vaarrichting
laden_statechar(4)n.v.t.Beladingstoestand
emission_factorfloat4g/kmEmissiefactor
yearyear_typejaarJaar

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
323-4399
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Binnenvaart - ophoogfactor sluizen

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
AERIUS
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
28-04-2020

Beschrijving gegevensset

Uitgangspunt is dat de hoofdmotoren en hulpmotoren bij sluizen niet worden uitgeschakeld, maar min of meer stationair draaien. Dat leidt ter hoogte van sluizen tot meer emissies per afgelegde kilometer. Om hiermee rekening te houden, hanteert AERIUS voor de routes ter hoogte van sluizen op het hoofdvaarwegennet een opslagfactor voor de emissiefactor NOX voor varende binnenvaartschepen. Deze opslagfactor geldt voor het gehele traject waarover oponthoud plaatsvindt vanwege de sluis. Op het traject van oponthoud vindt ook een correctie plaats van de warmte-output.

De gegevensset omvat per ‘gebied van oponthoud’ ophoogfactoren voor de emissiefactoren van varende binnenvaartschepen die op de volgende manier tot stand zijn gekomen.

  • Het gebied van oponthoud is tweemaal de lengte en breedte van de sluiskolk, waarbij het middelpunt van het ‘gebied van oponthoud’ samenvalt met het middelpunt van de sluiskolk. Argument om een groter gebied te hanteren dan de sluiskolk is dat de sluis ook effect heeft op de emissies bij naderen van en vertrek uit de sluis. Bij nadering van de sluis loopt het schip bijvoorbeeld uit met nagenoeg stationair draaiende motor. De keuze om het ‘gebied van oponthoud’ zo groot te maken als tweemaal de lengte en breedte van de sluiskolk, is gemaakt in overleg met TNO (expert judgement).
  • De kenmerken van de sluiskolken zijn door AERIUS afgeleid van ViN en TOP10NL. Daarbij zijn eerst op basis van ViN de sluizen op de relevante vaarwegen geselecteerd (vaarwegen met CEMT-klassen I t/m VI). Op basis van de gegevens in TOP10NL is vervolgens per sluis de lengte, breedte en oriëntatie van de sluiskolk bepaald. Voor de sluizen waarvoor geen gegevens zijn opgenomen in TOP10NL, zijn de kenmerken van de sluiskolk afgeleid uit ViN.
  • Per gebied van oponthoud is een ophoogfactor bepaald aan de hand van de methode die door TNO in 2011 is ontwikkeld in opdracht van Rijkswaterstaat (TNO. Modules voor sluis- en ligemissies voor BIVAS. 2011). In overleg met TNO en Rijkswaterstaat is daarbij een aantal defaultwaarden gekozen. De uitgangspunten en defaultwaarden voor de bepaling van de ophoogfactoren zijn beschreven in een notitie.

Naast een correctie op de emissies vindt bij sluizen ook een correctie plaats van de warmte-output. Voor de trajecten bij/door sluizen waar de ophoogfactor voor de emissies geldt, wordt uitgegaan van een warmte-output die overeenkomt met 15% van de warmte-output die op deze locatie geldt voor varende schepen. Deze correctiefactor voor de warmte-output bij sluizen is gekozen in overleg met TNO en gebaseerd op de aanname dat schepen bij sluizen 15% van hun vermogen inzetten (TNO. Modules voor sluis- en ligemissies voor BIVAS. 2011).

Verantwoording gegevensset

De ophoogfactoren sluizen betreffen een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
TOP10NLPDOK2014
Vaarweg netwerk Nederland (VNDS) - vaarweginformatie:bevaarbaarheidRijkswaterstaat06 juli 2020
Uitgangspunten en defaultwaarden ophoogfactoren sluizen in AERIUSAERIUS11 mei 2015
TNO. Modules voor sluis- en ligemissies voor BIVAS. 2011Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat24 november 2011

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouders gepubliceerd.
  • ValidatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieOp basis van de gepubliceerde data worden de sluisgebieden en ophoogfactoren afgeleid. De afgeleide data wordt vervolgens geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

shipping_inland_locks

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_inland_lock_idint4.PRIKEYn.v.t.
lock_factorfloat4n.v.t.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
325-4403
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Binnenvaart - vaarwegen

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
AERIUS
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
07-09-2020

Beschrijving gegevensset

De vaarwegen met bevaarbaarheidsklasse zijn nodig voor het bepalen van de juiste emissiefactor op een traject voor binnenvaartschepen. De bevaarhaarheidsklasse bestaat uit CEMT-klassen vanaf klasse I maar ook uit de namen Lek, IJssel en Waal, omdat de emissiefactoren voor enkele waterwegen afhankelijk zijn van de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting.

Verantwoording gegevensset

De vaarwegen betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
NWB vaarwegen - VaarwegvakkenPDOK01 juli 2020
Vaarweg netwerk Nederland (VNDS) - vaarweginformatie:bevaarbaarheidRijkswaterstaat06 juli 2020
Koppeltabel vaarwegklasse-vaarwegnaam (BIVAS_CEMT_toekenning.xlsx)Rijkswaterstaat03 september 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouder als webservice (WFS) ter beschikking gesteld. Bij een update wordt de op dat moment beschikbare/gepubliceerde informatie gebruikt. De koppeltabel zoals in BIVAS wordt gebruikt is aangeleverd via mail.
  • HarmonisatieDe data is direct bruikbaar en hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe data is door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. De verschillende bronnen worden automatisch gekoppeld waarbij de bevaarbaarheidsklasse uit de VNDS de basis is. Alle klassen vanaf CEMT I zijn meegenomen. De waterwegen waarvoor bij de emissiefactoren voor varende schepen onderscheid wordt gemaakt naar stroomrichting (Lek, Geldersche IJssel en Waal), zijn automatische geselecteerd op basis van de koppeltabel en de vaarwegnaam in het NWB-vaarwegen waarna deze zijn geïntegreerd in de vaarwegvakken uit de VNDS.

Velden databasetabel

shipping_inland_waterways

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_inland_waterway_idint4.PRIKEYn.v.t.ID van de vaarweg
shipping_inland_waterway_typechar(4)n.v.t.Vaarwegtype
flowingbooln.v.t.Stroming (ja/nee)

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
332-4402
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Emissieberekening binnenvaartschepen

Versie: 
16-09-2019

In het kort
AERIUS maakt onderscheid tussen emissies van stilliggende binnenvaartschepen en emissies van varende binnenvaartschepen. Zowel de locaties waar schepen stilliggen (‘aanlegplaats’) als de vaarroutes worden in AERIUS als lijnbron ingevoerd. Per bron berekent AERIUS de totale emissies van stikstofoxiden (NOX) in het gekozen rekenjaar.
Bij het berekenen van de emissies gaat AERIUS uit van kenmerken van de binnenvaartschepen die door de gebruiker zijn ingevoerd (scheepscategorie, aantal schepen, verblijftijd, ladingstoestand, type vaarweg, stroomrichting en vaarrichting) en van generieke gegevens (emissiefactoren, sluiskenmerken).

Hoe berekent AERIUS de emissies door binnenvaartschepen?

a) Emissie bij stilliggen
AERIUS berekent de totale emissie van stilliggende binnenvaartschepen per bron per jaar met onderstaande formule:

\[
E_{pb,j}=N_{bzk,j}*T_b*E_{sc}
\]

\[
N_{bzk,j}=\frac{N_{vb}}{2}
\]

met

Epb,j = Totale emissie per bron per scheepscategorie (kg/jaar)
Nbzk,j = Aantal bezoeken per scheepscategorie per jaar
Nvb,j = Aantal vaarbewegingen van en naar de aanlegplaats per jaar
Tb = Gemiddelde verblijftijd per bezoek per scheepscategorie (uur)
Esc = Emissiefactor stilliggen per scheepscategorie (kg/uur)

De gebruiker voert per scheepscategorie de volgende kenmerken in:

  • het aantal vaarbewegingen per jaar op de routes van en naar de aanlegplaats
  • de gemiddelde verblijftijd per bezoek

De emissiefactoren NOX voor stilliggen zijn per scheepscategorie opgenomen in de AERIUS database (zie factsheet Binnenvaart - emissiefactoren stilliggend).

b) Emissies bij varen
AERIUS berekent de totale emissie van varende binnenvaartschepen per bron per jaar met onderstaande formule:

\[
E_{pb,j}=N_{v,j}*L_t*EFv
\]

met

Epb,j = Totale emissie per bron per scheepscategorie (kg/jaar)
Nv,j = Aantal vaarbewegingen per scheepscategorie per jaar
Lt = Lengte vaartraject (km)
EFv = Emissiefactor varen (kg/km)

Een gebruiker geeft voor een vaarroute het aantal scheepvaartbewegingen per scheepscategorie per jaar aan.

In de AERIUS database zijn per scheepscategorie emissiefactoren NOX voor varende binnenvaartschepen opgenomen (zie factsheet Binnenvaart - emissiefactoren varend). Deze emissiefactoren zijn afhankelijk van:

  • ladingstoestand
  • vaarwegtype
  • vaarrichting in relatie tot de stroomrichting (‘stroomopwaarts’ of ‘stroomafwaarts’)
  • rekenjaar.

De gebruiker geeft de scheepscategorie, de ladingstoestand, de vaarrichting en het rekenjaar aan. Het vaarwegtype en de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting worden afgeleid van generieke gegevens die zijn opgenomen in de AERIUS database.

Opslagfactoren sluizen
Voor de routes ter hoogte van sluizen op het hoofdvaarwegennet hanteert AERIUS een opslagfactor voor de emissiefactor NOX. Deze opslagfactor geldt voor het gehele traject waarover oponthoud plaatsvindt vanwege de sluis. De opslagfactoren en de locaties waar deze gelden, zijn opgenomen in de AERIUS database.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
281-3985
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie
  • 16-09-2019

Emissieberekening zeeschepen

Versie: 
15-10-2020

In het kort
AERIUS maakt onderscheid tussen emissies van stilliggende zeeschepen en emissies van varende zeeschepen. De locaties waar schepen stilliggen (‘aanlegplaats’) worden doorgaans als puntbron ingevoerd, de vaarroutes worden in AERIUS als lijnbron ingevoerd. AERIUS berekent per bron de totale zeescheepvaartemissies van stikstofoxiden (NOX) in het gekozen rekenjaar.
Bij het berekenen van de emissies gaat AERIUS uit van kenmerken van de zeeschepen die door de gebruiker zijn ingevoerd (scheepscategorie, aantal schepen, verblijftijd bij de aanlegplaats) en van generieke gegevens (emissiefactoren, sluiskenmerken).
 

Hoe berekent AERIUS de emissies door zeeschepen?

a) Emissie bij stilliggen
AERIUS berekent de totale emissie van stilliggende zeeschepen per bron per jaar met onderstaande formule:

\[
E_{pb,j}=N_{b,j}*T_b*E_{sc}
\]

met

Epb,j = Totale emissie per bron per scheepscategorie (kg/jaar)
Nb,j = Aantal bezoeken per scheepscategorie per jaar
Tb = Gemiddelde verblijftijd per bezoek per scheepscategorie (uur)
Esc = Emissiefactor stilliggen per scheepscategorie (kg/uur)

De gebruiker voert per scheepscategorie (combinatie van scheepstype, zoals een containerschip of een olietanker, en tonnageklasse) de volgende kenmerken in:

  • het aantal bezoeken per jaar
  • de gemiddelde verblijftijd per bezoek

In de AERIUS database zijn per scheepscategorie opgenomen:

  • emissiefactoren NOX voor stilliggen

b) Emissies bij varen
AERIUS maakt voor zeescheepvaart onderscheid tussen emissies ‘varen binnengaats’ en emissies ‘varen op zee’. AERIUS berekent de totale emissie voor een vaarroute binnengaats of een vaarroute op zee per bron per jaar met onderstaande formule:

\[
E_{pb,j}=N_{v,j}*L_t*E_{sc}
\]

met

Epb,j = Totale emissie per bron per scheepscategorie (kg/jaar)
Nv,j = Aantal vaarbewegingen per scheepscategorie per jaar
Lt = Lengte vaartraject (km)
Esc = Emissiefactor varen binnengaats of op zee per scheepscategorie (kg/km)

Een gebruiker geeft voor een vaarroute het aantal scheepvaartbewegingen per scheepscategorie per jaar aan. Een andere mogelijkheid is dat een gebruiker de vaarroute koppelt aan een eerder gedefinieerde aanlegplaats. In dat geval leidt AERIUS het aantal vaarbewegingen af van het aantal bezoeken dat is ingevoerd voor de desbetreffende aanlegplaats. Het aantal scheepvaartbewegingen op de vaarroute van en naar de aanlegplaats is tweemaal het aantal ingevoerde bezoeken.

In de AERIUS database zijn per scheepscategorie opgenomen:

  • emissiefactoren NOX voor varen binnengaats
  • emissiefactoren NOX voor varen op zee
     

Opslagfactor manoeuvreren
Voor binnengaatse vaarroutes van en naar een aanlegplaats hanteert AERIUS voor het deel van de vaarroute vanaf de ligplaats een opslagfactor voor de emissiefactor NOX. Deze ophoging compenseert de extra emissie als gevolg van manoeuvreren.

Als een binnengaatse vaarroute zonder aanlegplaats wordt aangemaakt, ziet AERIUS dit als een doorgaande route. In dat geval wordt de emissie niet gecorrigeerd voor manoeuvreren.

Opslagfactor zeesluis IJmuiden
Voor de zeesluizen bij IJmuiden hanteert AERIUS een opslagfactor voor de emissiefactor NOX. Deze opslagfactor geldt voor het gebied rond de sluizen. Wanneer overlap bestaat tussen het deel van de vaarroute met een ‘opslagfactor manoeuvreren’ en het gebied met een ‘opslagfactor sluis’, dan geldt de hoogste opslagfactor.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
280-4386
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Zeescheepvaart - bronkenmerken

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
TNO
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
30-07-2020

Beschrijving gegevensset

TNO bepaalt NOx, NO2, en NH3 emissiefactoren van voertuigen, vaartuigen en mobiele werktuigen, voor nationale modellen. Deze getallen geven de typische uitstoot van mobiele bronnen, en deze gegevens worden jaarlijks bijgesteld naar aanleiding van nieuwe inzichten. De gegevensset bevat de karakteristieken zeeschepen voor varen op zee, varen binnengaats en stilliggen in de haven.

Verantwoording gegevensset

De waarden voor de warmte-inhoud en uitstoothoogte voor stilliggende en varende zeeschepen zijn overgenomen uit de publicatie Kentallen zeeschepen ten behoeve van emissie- en verspreidingsberekeningen in AERIUS (TNO.2013). De waarden voor de uitstoothoogte en de spreiding zijn aan elkaar gerelateerd. RIVM hanteert hierbij voor de scheepvaart (in het kader van het GCN/GDN proces) de volgende vuistregel: de spreiding is 0,5 maal de uitstoothoogte. In overleg met RIVM is ervoor gekozen deze vuistregel ook toe te passen bij het bepalen van de spreiding op basis van de uitstoothoogtes per categorie zeeschepen.

BronEigenaarSinds
Publicatie Emissiefactoren voor stikstofdepositieberekeningenTNO08 oktober 2020
TNO_getallen_voor_AERIUS_2020v8_zeevaart.xlsxTNO08 oktober 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data is door de bronhouder geleverd en wordt online gepubliceerd.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuw aangepast bestand aangeleverd.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Na transformatie vind er een verschilanalyse plaats met de vorige versie. De bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder.

Velden databasetabel

shipping_maritime_category_source_characteristics

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_maritime_category_idint2n.v.tUnieke ID van de scheepscategorie
movement_typechar(4)n.v.tBewegingstype
gcn_sector_idint4n.v.tUnieke ID van de GCN-sector
heat_contentfloat4MWWarmteoutput
heightfloat4meterUitstoothoogte
spreadfloat4meterspreiding

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
366-4397
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Zeescheepvaart - categorieën

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
TNO
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
30-07-2020

Beschrijving gegevensset

TNO bepaalt NOx, NO2, en NH3 emissiefactoren van voertuigen, vaartuigen en mobiele werktuigen, voor nationale modellen. Deze getallen geven de typische uitstoot van mobiele bronnen, en deze gegevens worden jaarlijks bijgesteld naar aanleiding van nieuwe inzichten. De gegevensset bevat de categoriën van zeeschepen voor varen op zee, varen binnengaats en stilliggen in de haven.

Verantwoording gegevensset

De categorieën voor zeeschepen betreffen een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Publicatie Emissiefactoren voor stikstofdepositieberekeningenTNO08 oktober 2020
TNO_getallen_voor_AERIUS_2020v38_zeevaart.xlsxTNO08 oktober 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data is door de bronhouder geleverd en wordt online gepubliceerd.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuw aangepast bestand aangeleverd.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Na transformatie vind er een verschilanalyse plaats met de vorige versie. De bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder.

Velden databasetabel

shipping_maritime_categories

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_maritime_category_idint2.PRIKEYnvtUnieke ID van de scheepscategorie
codetext.PRIKEYnvtCode van de scheepscategorie
nametextnvtNaam van de scheepscategorie
nametext.PRIKEYnvtNaam van de scheepscategorie
descriptiontextnvtOmschrijving van de scheepscategorie

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
367-4398
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Zeescheepvaart - emissiefactoren

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
TNO
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
30-07-2020

Beschrijving gegevensset

TNO bepaalt NOx, NO2, en NH3 emissiefactoren van voertuigen, vaartuigen en mobiele werktuigen, voor nationale modellen. Deze getallen geven de typische uitstoot van mobiele bronnen, en deze gegevens worden jaarlijks bijgesteld naar aanleiding van nieuwe inzichten. De gegevensset bevat de emissiefactoren van zeeschepen voor varen op zee, varen binnengaats en stilliggen in de haven.

Verantwoording gegevensset

De emissiefactoren voor zeeschepen betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Publicatie Emissiefactoren voor stikstofdepositieberekeningenTNO08 oktober 2020
TNO_getallen_voor_AERIUS_2020v8_zeevaart.xlsxTNO08 oktober 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data is door de bronhouder geleverd en wordt online gepubliceerd.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuw aangepast bestand aangeleverd.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Na transformatie vind er een verschilanalyse plaats met de vorige versie. De bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder.

Velden databasetabel

shipping_maritime_category_emission_factors

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_maritime_category_idint2.PRIKEYnvtUnieke ID van het scheepstype
substance_idint2nvtUnieke ID van de stof
movement_typechar(4)nvt
emission_factorfloat4kg/kilometer of kg/uurEmissiefactor

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
369-4396
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Zeescheepvaart - manoeuvreereigenschappen

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
niet van toepassing
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
02-04-2014

Beschrijving gegevensset

AERIUS houdt rekening met de extra emissies NOX als gevolg van manoeuvreren. Hiertoe hanteert AERIUS een ophoogfactor van 1,8 voor de emissiefactor NOX bij varen (binnengaats). Deze ophoogfactor geldt voor het deel van de vaarroute vanaf de ligplaats. De ophoogfactor geldt alleen voor scheepscategorieën met een tonnage vanaf 10.000 grosston. De lengte van het deel van de vaarroute waarvoor deze opslagfactor geldt, is afhankelijk van de tonnageklasse en varieert van 2,2 tot 7,7 km.

Verantwoording gegevensset

De manoeuvreer-eigenschappen voor zeeschepen betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
TNO. Kentallen zeeschepenMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat13 augustus 2013

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouder gepubliceerd via de website van InfoMil.
  • HarmonisatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige geharmoniseerd naar machineleesbare tabellen.
  • ValidatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

shipping_maritime_category_maneuver_properties

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_maritime_category_idint2.PRIKEYn.v.t.Unieke ID van de scheepscategorie
maneuver_factorfloat4FactorOphoogfactor voor manoevreren
maneuver_lengthfloat4meterAfstand waarover wordt gemanoeuvreerd

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
368-2860
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Zeescheepvaart - ophoogfactor sluizen

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
AERIUS
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
22-04-2014

Beschrijving gegevensset

AERIUS houdt rekening met de effecten van het passeren van een sluis op de emissies NOX. Hiertoe hanteert AERIUS voor de sluizen bij IJmuiden een ophoogfactor voor de emissiefactor NOX van varende zeeschepen (binnengaats). De ophoogfactor geldt voor een gebied rond deze sluizen. De ophoogfactor en het gebied zijn afgeleid van resultaten van onderzoek dat TNO in 2013 heeft uitgevoerd.

Verantwoording gegevensset

TNO heeft in 2013 onderzoek uitgevoerd om te komen tot emissiekentallen voor de zeescheepvaart. Dit onderzoek heeft voor gridcellen van 500x500 meter inzicht opgeleverd in de effecten van manoeuvreren op de emissies NOx door zeeschepen. De ophoogfactoren in de gridcellen rond de sluizen bij Ijmuiden geven inzicht in de effecten van het passeren van de sluizen op de emissies. Op basis van de resultaten van TNO is een gemiddelde ophoogfactor van 1,3 bepaald voor een gebied van 2,5 bij 1 km waarbinnen de verschillende sluizen van IJmuiden vallen.

BronEigenaarSinds
Notitie bepalen ophoogfactor gebied sluizen IJmuidenAERIUS26 maart 2015

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe geometrie van het gebied waar de ophoogfactor geld is afgeleid op basis van de kaart. De ophoogfactor is afgeleid uit achterliggend onderzoek door TNO.
  • HarmonisatieHarmonisatie is niet van toepassing.
  • ValidatieDe gegenereerde data is door een inhoudsdeskundige geverifieerd.
  • TransformatieDe gegenereerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

shipping_maritime_maneuver_areas

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_maritime_maneuver_area_idint4.PRIKEYnvtUnieke identificatie van het manoevreergebied
maneuver_factorfloat4factorOphoogfactor emissie

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
370-3321
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Wonen en werken

Versie: 
15-10-2020

In het kort
AERIUS berekent de depositiebijdragen van bronnen binnen de sector Wonen en werken met het rekenmodel OPS van het RIVM. AERIUS gaat daarbij uit van bronkenmerken die deels door de gebruiker zijn ingevoerd en deels overeenkomen met de bronkenmerken die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage?
Wanneer de bron is ingevoerd als puntbron, dan voert de gebruiker waarden in voor de volgende bronkenmerken:

  • de emissies NOX en/of NH3
  • de hoogte van de emissies
  • de warmte-inhoud.

Wanneer de bron is ingevoerd als vlakbron, kan de gebruiker ook de zogenoemde spreiding in de emissiehoogte invoeren.

Voor de hoogte, spreiding en warmte-inhoud zijn in Calculator standaardwaarden opgenomen. Deze waarden komen overeen met de gemiddelde waarden voor bronnen binnen deze sector die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (GCN bronkenmerken). De gebruiker kan deze standaardwaarden aanpassen op basis van de bronspecifieke situatie.
Voor de zogenoemde etmaalvariatie is ook een standaardwaarde van het RIVM opgenomen. Deze waarde is niet aanpasbaar door de gebruiker.

De Calculator biedt een mogelijkheid voor berekening van de warmte-inhoud op basis van waarden voor de oppervlak van de bronopening, de uitstroomsnelheid en de temperatuur van de emissie.

Hoe berekent AERIUS de verspreiding en depositie?
Calculator berekent de depositiebijdrage van de ingevoerde bron met het rekenmodel OPS van het RIVM. Het OPS model rekent niet met lijnbronnen, alleen aan puntbronnen en oppervlaktebronnen. Een in AERIUS ingevoerde lijnbron wordt daarom door AERIUS omgezet in een reeks puntbronnen en dan ingevoerd in OPS. Wanneer een oppervlaktebron in AERIUS wordt ingevoerd, dan wordt deze door AERIUS opgedeeld in kleinere deel-oppervlaktebronnen, welke vervolgens worden doorgegeven aan OPS.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
469-4433
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie
  • 15-10-2020

Bepalen relevante hexagonen

Versie: 
15-10-2020

In het kort
AERIUS Calculator berekent de depositiebijdrage op de relevante hexagonen, als de rekeninstelling 'Bereken natuurgebieden' wordt gebruikt. In dat geval wordt alleen gerekend op hexagonen die relevant zijn voor de beoordeling van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in het kader van de Wet Natuurbescherming.

Wanneer is een hexagoon relevant?

Bij Natura 2000-gebieden die zijn aangewezen op basis van de Vogelrichtlijn is sprake van relevant hexagoon wanneer het hexagoon (deels) overlapt met het leefgebied van een soort met een doelstelling. 

Bij Natura 2000-gebieden die zijn aangewezen op basis van de Habitatrichtlijn is sprake van een relevant hexagoon wanneer het hexagoon (deels) overlapt met:

  • een stikstofgevoelig habitattype met een relevante doelstelling
  • een onbekend stikstofgevoelig habitattype, of
  • het stikstofgevoelige leefgebied van een habitatsoort met een relevante doelstelling.

 

Habitattypen en leefgebieden van habitatsoorten zijn stikstofgevoelig wanneer de KDW kleiner is dan 2.400 mol/ha/jr.

Voor de relevantie is de status van een Natura 2000-gebied en de status van doelstelling van belang. Hiervoor geldt het volgende:

  • er is sprake van een in ontwerp aangewezen gebied én op deze locatie geldt een ontwerp doelstelling voor het habitattype, de habitatsoort of vogelsoort, of;
  • er is sprake van een definitief aangewezen gebied én op deze locatie geldt een definitieve doelstelling.

 

Daarnaast zijn op de volgende locaties ook nog hexagonen als relevant aangemerkt:

  • Habitattype H2130 subtype A in het gebied Grevelingen, en; 
  • Alle stikstofgevoelige habitattypen in het gebied Maas bij Eijsden.

 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
651-4407
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie

Bevoegd gezag

Versie: 
14-01-2020

Kenmerken

Thema
Algemeen
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
05-11-2019

Beschrijving gegevensset

De Natura 2000-gebieden vallen onder verantwoordelijkheid van een of meerdere bevoegde gezagen. Indien er meerdere bevoegde gezagen zijn dan is er een als voortouwnemer aangewezen en daarmee verantwoordelijk voor de aanlevering van de natuurdata. De gegevensset bevoegd gezag bevat een lijst met alle organisaties die zijn aangewezen als bevoegd gezag.

Verantwoording gegevensset

Het bevoegd gezag betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
VoortouwnemersMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit02 juli 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe lijst of wijzigingen op de lijst worden via e-mail aangeleverd.
  • HarmonisatieDe wijzigingen worden geadministreerd in een bestand.
  • ValidatieDe lijst wordt teruggekoppeld aan de bronhouder.
  • TransformatieHet bestand wordt automatisch getransformeerd naar de tabel in de database.

Velden databasetabel

authorities

VeldTypeEenheidOmschrijving
authority_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het gezag
country_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het land
codetextn.v.t.Unieke code van het gezag
nametextn.v.t.Naam van het gezag

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
655-4082
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Habitatkartering

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ministerie van Defensie, Rijkswaterstaat, Provincies: Fryslân, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
28-08-2020

Beschrijving gegevensset

De gegevensset habitatkartering geeft weer waar welk natuurdoeltype voorkomt. Voor de aanwijzingsbesluiten en de beheerplannen zijn de kaarten belangrijke bouwstenen. Hieruit blijkt immers welke habitattypen actueel aanwezig zijn, met welke omvang en waar ze precies liggen. Daarnaast moeten de kaarten ook een objectieve basis bieden voor toetsingen in het kader van Nbwet-vergunningen. 

Verantwoording gegevensset

De habitatkartering betreft een gegevensset die is gebaseerd op meervoudige bronnen. Deze bronnen worden aangeleverd aan BIJ12. Deze harmoniseert, valideert en transformeert deze gegevens en levert deze door aan AERIUS en verzorgt de INSPIRE-publicatie habitatkartering.

BronEigenaarSinds
20200828_N2K_HKLG_C20.gdbMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ministerie van Defensie, Rijkswaterstaat, Provincies: Fryslân, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg28 augustus 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDoor BIJ12 wordt een samengesteld bestand met alle karteringen die relevant zijn voor vergunningverlening geleverd.
  • ValidatieDe levering wordt gevalideerd op basis van het GLP. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de leverancier en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuwe levering gedaan.
  • TransformatieDe levering wordt getransformeerd naar de databasestructuur zoals benodigd in AERIUS. Er vind een verschilanalyse plaats met de vorige versie en de bevindingen worden teruggekoppeld aan de leverancier.

Velden databasetabel

De bronnen worden naar de tabel habitat_areas getransformeerd. De volgende velden zijn in deze tabel opgenomen.

VeldTypeEenheidOmschrijving
assessment_area_idint4n.v.t.Unieke identifactie van het interessegebied
habitat_area_idint4.PRIKEYn.v.t.Unieke identifactie van de geometrie
habitat_type_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het habitattype
coveragefloat4PercentagePercentage dekking van het habitattype

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
313-4360
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Habitattypen

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
30-07-2020

Beschrijving gegevensset

De gegevensset habitattypen bevat alle typen conform annex I van de habitatdirective inclusief de Nederlandse subspecificatie en varianten. Daarnaast zijn een veertiental stikstofgevoelige aanvullende leefgebieden opgenomen en per Natura 2000-gebied het type voor onzeker/onbekend. Van alle typen zijn de kritische depositiewaarden (KDW) bekend conform de laatste wetenschappelijke inzichten. Voor het type onzeker/onbekend (H9999) is de KDW gebaseerd op het meest kritische aangewezen habitattype.
De habitattypen omvatten ook zoekgebieden voor stikstofgevoelige habitattypen.

Verantwoording gegevensset

De habitattypen betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
20170320_pas_habitattypen_leefgebieden.xlsMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit20 maart 2017

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt gepubliceerd door de bronhouder.
  • HarmonisatieDe bron is direct bruikbaar en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieEr wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd of de gepubliceerde informatie geschikt is voor transformatie.
  • TransformatieDe aangeleverde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

habitat_types

VeldTypeEenheidOmschrijving
habitat_type_idint4.PRIKEYnvtUnieke identificatie van het habitattype
nametext.PRIKEYnvtHabitatcode conform nederlandse definitie
descriptiontextnvtOmschrijving van het habitattype
critical_depositionint4mol/hectareKritische depositiewaarde
sensitiveboolja/neeMogelijke stikstofgevoeligheid (ja/nee) van een habitattype

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
361-4364
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Habitattypen - doelstellingen

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
meervoudige gelijksoortige bronnen
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
27-07-2020

Beschrijving gegevensset

Aangewezen habitattypen zijn waardevolle en kenmerkende natuurtypen die specifiek voorkomen in een bepaald Natura 2000-gebied en welke moeten worden beschermd voor behoud en herstel van biodiversiteit. Deze habitattypen zijn vastgelegd in het aanwijzingsbesluit van een gebied en er zijn doelstellingen geformuleerd ten aanzien van kwaliteit en oppervlak. 

Verantwoording gegevensset

De aangewezen habitattypen betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
Webservice Natura 2000-gebiedenMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe aangewezen habitattypen worden via een webservice aangeboden en zijn direct in te lezen.
  • HarmonisatieDe bronnen zijn direct bruikbaar en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieEr wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd of de gepubliceerde informatie geschikt is voor transformatie.
  • TransformatieDe webservice wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de betreffende tabel in de database.

Velden databasetabel

habitat_properties

VeldTypeEenheidOmschrijving
assessment_area_idint4nvtUnieke identifactie van het interessegebied
habitat_type_idint4.PRIKEYnvtUnieke identificatie van het habitattype
extent_goalchar(4)nvtOppervlaktedoelstelling
quality_goalchar(4)nvtKwaliteitsdoelstelling
design_statustextStatus van de doelstelling

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
359-4361
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Habitattypen - relaties

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
30-07-2020

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de relatie tussen de habitattypen zoals aangenomen in de aanwijzingsbesluiten en eventuele varianten van de habitattypen die in de karteringen zijn opgenomen.

Verantwoording gegevensset

Het betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
20170320_pas_habitattypen_leefgebieden.xlsMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit20 maart 2017

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe bron hoeft niet te worden geharmoniseerd en is direct bruikbaar.
  • ValidatieDe bron wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd.
  • TransformatieDe bron wordt automatisch getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

habitat_type_relations

VeldTypeEenheidOmschrijving
habitat_type_idint4.PRIKEYn.v.t.Unieke identificatie van het type
goal_habitat_type_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het type zoals opgenomen in de aanwijzingsbesluiten

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
360-4362
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Natura 2000 - deelgebieden

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
16-06-2018

Beschrijving gegevensset

Deze gegevensset bevat de deelgebieden uit de werkbegrenzing van de Nederlandse Natura 2000-deelgebieden. Met deelgebieden wordt bedoeld de onderverdeling tussen habitatrichtlijngebieden, vogelrichtlijngebieden en beschermde natuurmonumenten of een combinatie hiervan. De werkbegrenzing bevat alle meest recente inzichten en loopt vooruit op de officiële publicatie van de begrenzing. Naast de Nederlandse gebieden zijn in Calculator de nabijgelegen buitenlandse gebieden opgenomen.

Verantwoording gegevensset

De Natura 2000 - gebieden betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Natura2000_20200310_werkbegrenzing.shpMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit10 maart 2020
Natura 2000 database EEAEuropean Environmental Agency19 mei 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data van de Nederlandse gebieden wordt via e-mail aangeleverd. De buitenlandse gebieden zijn online te downloaden via de site van de European Environment Agency.
  • HarmonisatieDe Nederlandse begrenzingen zijn direct bruikbaar voor transformatie. De buitenlandse begrenzingen zijn eerst geharmoniseerd naar het formaat zoals wordt gebruikt voor Nederlandse begrenzingen.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en leveren een nieuwe gerectificeerde levering op.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

natura2000_directive_areas

VeldTypeEenheidOmschrijving
assessment_area_idint4.PRIKEYn.v.t.Unieke identificatie van het interessegebied
natura2000_area_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het Natura 2000-gebied
natura2000_directive_area_idint4.PRIKEYn.v.t.Unieke identificatie van het Natura 2000-deelgebied
typechar(4)n.v.t.Type interessegebied
nametext.BTREEn.v.t.Naam van het Natura 2000-gebied
habitat_directivebooln.v.t.Waarde ja/nee of habitatrichtlijn van toepassing
bird_directivebooln.v.t.Waarde ja/nee of vogelrichtlijn van toepassing
natural_monument_directivebooln.v.t.Waarde ja/nee of beschermd natuurmonument
design_statustextn.v.t.Status van de aanwijzing

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
318-4368
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Natura 2000 - gebieden

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
European Environmental Agency, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
15-07-2020

Beschrijving gegevensset

Deze gegevensset bevat de geaggregeerde werkbegrenzing van de Nederlandse Natura 2000-gebieden. De werkbegrenzing bevat alle meest recente inzichten en loopt vooruit op de officiële publicatie van de begrenzing. Naast de Nederlandse gebieden zijn in AERIUS ook de nabijgelegen buitenlandse gebieden opgenomen.

Verantwoording gegevensset

De gebieden betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
Natura2000_20200310_werkbegrenzing.shpMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit10 maart 2020
Natura 2000 database EEAEuropean Environmental Agency19 mei 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data van de Nederlandse gebieden wordt door de bronhouder aangeleverd. De buitenlandse gebieden zijn online gedownload via de site van de European Environment Agency.
  • HarmonisatieDe Nederlandse begrenzingen zijn direct bruikbaar voor transformatie. De buitenlandse begrenzingen zijn eerst geharmoniseerd naar het formaat zoals wordt gebruikt voor Nederlandse begrenzingen.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuw aangepast bestand aangeleverd.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Na transformatie vind er een verschilanalyse plaats met de vorige versie. De bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder.

Velden databasetabel

natura2000_areas

VeldTypeEenheidOmschrijving
assessment_area_idintegern.v.t.Unieke identifactie van het interessegebied
natura2000_area_idintegern.v.t.Unieke identificatie van het Natura 2000-gebied
codetextn.v.t.Unieke code van het Natura 2000-gebied
typetextn.v.t.Type Natura 2000-gebied
nametextn.v.t.Naam van het Natura 2000-gebied
authority_idtextn.v.t.Unieke identificatie van het bevoegde gezag

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
317-4367
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Natura 2000 - kenmerken

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
14-07-2020

Beschrijving gegevensset

De gegevensset Natura 2000 - kenmerken bevat alle basis-informatie die in AERIUS wordt getoond over een Natura 2000-gebied. Het betreft informatie over de status van het gebied en aantal hectare conform het aanwijzingsbesluit.

Verantwoording gegevensset

De Natura 2000 - kenmerken betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Webservice Natura 2000-gebiedenMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouder via een webservice gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe bron is direct bruikbaar en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieDoor een inhoudsdeskundige wordt gevalideerd of de geometrie en achterliggende velden geschikt en volledig zijn voor transformatie.
  • TransformatieDe aangeleverde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

natura2000_area_properties

VeldTypeEenheidOmschrijving
natura2000_area_idintegern.v.tUnieke identificatie van het Natura 2000-gebied
registered_surfaceintegerHectareAantal hectare conform aanwijzingsbesluit
design_statustextn.v.tStatus van het gebied

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
316-4365
Voor
  • Calculator
  • Monitor
Type
Data
Versie

Soorten

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
meervoudige gelijksoortige bronnen
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
26-05-2020

Beschrijving gegevensset

De gegevensset soorten bevat alle soorten die mogelijk in Nederland voorkomen in het kader van de Natura 2000-aanwijzingsbesluiten.

Verantwoording gegevensset

De soorten betreft een gegevensset de is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
Webservice Natura 2000-gebiedenMinisterie van Economische Zaken

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt gepubliceerd door middel van een webservice door de bronhouder.
  • HarmonisatieDe bron is direct bruikbaar en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieEr wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd of de gepubliceerde informatie geschikt is voor transformatie. Daarnaast wordt tijdens de transformatie de bron gevalideerd op inconsistenties.
  • TransformatieDe aangeleverde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

tabel species

VeldTypeEenheidOmschrijving
species_idint4.PRIKEYUnieke identificatie van de soort
species_typechar(4)Type soort (habitatsoort. broedvogel. niet-broedvogel)
nametext.PRIKEYCode van de soort
descriptiontextn.v.t.Omschrijving van de soort

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
362-4369
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Soorten - doelstellingen

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
27-07-2020

Beschrijving gegevensset

De gegevensset doelstelling soorten bevat de doelstellingen ten aanzien van soorten zoals is opgenomen in het aanwijzingsbesluit van het betreffende gebied. Het gaat om de doelstellingen ten aanzien van de kwaliteit en omvang van het leefgebied maar ook om de doelstelling t.a.v. de populatie.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset doelstelling soorten betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
Webservice Natura 2000-gebiedenMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt gepubliceerd door de bronhouder door middel van een webservice.
  • HarmonisatieDe bron is direct bruikbaar en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieEr wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd of de gepubliceerde informatie geschikt is voor transformatie. Daarnaast wordt tijdens de transformatie de bron gevalideerd op inconsistenties.
  • TransformatieDe aangeleverde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

species_properties

VeldTypeEenheidOmschrijving
assessment_area_idint4n.v.t.Unieke identifiactie van het Natura 2000-gebied Een natuurgebied dat onderdeel uitmaakt van het Europese netwerk van natuurgebieden 'Natura 2000'.
species_idint4.PRIKEYUnieke identificatie van de soort
population_goalchar(4)Doelstelling populatie
population_goal_descriptiontextOmschrijving van de doelstelling populatie (alleen indien specifieke doelstelling)
extent_goalchar(4)Doelstelling oppervlakte leefgebied
quality_goalchar(4)Doelstelling kwaliteit leefgebied
design_statustextStatus van de doelstelling

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
363-4358
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Soorten - relatie leefgebied

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ministerie van Defensie, Rijkswaterstaat, Provincies: Fryslân, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
14-07-2020

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de relatie tussen de aangewezen soorten en het habitattype en/of leefgebied waar deze voorkomt.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
20200714_BIJ12_RelatieLeefgebied.xlsxMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ministerie van Defensie, Rijkswaterstaat, Provincies: Fryslân, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg14 juli 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe gegevensset wordt door de voortouwnemers aangeleverd aan BIJ12 die zorgt voor harmonisatie en doorlevering aan AERIUS.
  • HarmonisatieDe door BIJ12 geharmoniseerde gegevensset is direct door AERIUS te verwerken.
  • ValidatieDe aangeleverde data wordt conform het gegevensleveringsprotocol gevalideerd en een verschilanalyse wordt teruggeleverd aan de leverancier.
  • TransformatieDe bron is automatisch getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

species_to_habitats

VeldTypeEenheidOmschrijving
assessment_area_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het interessegebied
species_idint4.PRIKEYn.v.t.Unieke identificatie van de soort
habitat_type_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het habitattype

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
364-4370
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Achtergronddepositie Natura 2000-gebieden

Versie: 
15-10-2020

AERIUS Calculator 2020 laat een kaart met achtergronddeposities binnen de Natura 2000-gebieden zien. Deze achtergronddepositie is een berekening van de depositie vanuit de meest recente inzichten in emissies (2018) bij gemiddelde meteorologische omstandigheden en gekalibreerd op basis van vijf jaar aan metingen. Zo geeft de achtergrondkaart een actueel beeld van het depositieniveau zonder de fluctuaties door de weersomstandigheden.

De achtergronddepositie in Calculator is identiek aan de depositiekaart van het meest recente jaar in AERIUS Monitor (zie Factsheet Bepalen depositie Natura-2000 gebieden).

De achtergronddepositiekaart is gebruikt voor het bepalen van de hexagonen met een naderende overbelasting.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
736-4379
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Gemeenten

Versie: 
16-09-2019

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Kadaster (PDOK)
GLP
niet van toepassing
GTP
niet van toepassing
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
19-01-2019

Beschrijving gegevensset

De gegevensset gemeenten bevat de gemeentegrenzen.

Verantwoording gegevensset

De gegevenset gemeenten betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Bestuurlijke grenzenKadaster (PDOK)29 januari 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt gepubliceerd door de bronhouder.
  • HarmonisatieDe bron is direct bruikbaar en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieEr wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd of de gepubliceerde informatie geschikt is voor transformatie.
  • TransformatieDe aangeleverde data wordt geautomatiseerd getransformeert naar de database.

Velden databasetabel

municipality_areas

VeldTypeEenheidOmschrijving
municipality_area_idintegern.v.t.Unieke identificatie van de gemeente
codetekstn.v.t.CBS-code van de gemeente
nametekstn.v.t.Naam van de gemeente

Factsheet

Factsheet
315-3979
Voor
  • Calculator
  • Scenario
Type
Data
Versie
  • 16-09-2019

Grootschalige deposities GDN

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Algemeen
Source type
meervoudige gelijksoortige bronnen
Bronhouders
RIVM
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
22-09-2020

Beschrijving gegevensset

Het RIVM maakt jaarlijks kaarten met grootschalige deposities in Nederland (GDN kaarten) in het kader van natuur- en milieubeleid. De kaarten zijn gebaseerd op een combinatie van modelberekeningen en metingen en zijn bedoeld voor het geven van een grootschalig beeld van de deposities in Nederland zowel voor jaren in het verleden als in de toekomst. Voor AERIUS is alleen de berekening van 2018 met lange termijn meteo van belang. Het doel van deze kaartlaag is dat indien er wordt gerekend met eigen rekenpunten buiten een Natura 2000-gebied dat er een totale depositie beschikbaar is.

Verantwoording gegevensset

De grootschalige deposities GDN betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland, Rapportage 2020, RIVM Rapport 2020-0091RIVM

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bronbestanden worden als download beschikbaar gesteld per stof en per jaar.
  • HarmonisatieAlle bronnen zijn gelijk aan structuur en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieDoor een inhoudsdeskundige wordt gevalideerd of alle benodigde bronnen beschikbaar zijn voor transformatie.
  • TransformatieAlle relevante bronnen worden geautomatiseerd getransformeerd naar de betreffende databasetabel. Alleen het het rekenjaar 2018 waarbij is uitgegaan van langjarige meteo is getransformeerd.

Velden databasetabel

background_cell_depositions

VeldTypeEenheidOmschrijving
background_cell_idint4,PRIKEYn.v.t.Unieke identificatie van de cel
yearint2jaarJaar waarop de depositiewaarde betrekking heeft
depositionfloat4mol/hectareDepositiewaarde van het betreffende kilometergrid

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
309-4371
Voor
  • Calculator
  • Scenario
Type
Data
Versie

Hexagonen

Versie: 
16-09-2019

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
AERIUS
GLP
niet van toepassing
GTP
niet van toepassing
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
24-04-2018

Beschrijving gegevensset

De gegevensset hexagonen bevat de hexagonen op een vijftal schaalniveau's (1, 4, 16, 64 en 256 hectare). Dit grid is bepalend voor waar berekeningen worden uitgevoerd en maakt het mogelijk om informatie op een eenduidige manier op meerdere schaalniveau's te tonen. Het grid is dekkend met de Natura 2000-gebieden exclusief de grote wateren. Een uitzondering wordt gemaakt indien een stikstofgevoelig habitattype is gekarteerd in de grotere wateren. Dan wordt dit toch in het interessegebied meegenomen.

In het buitenland wordt op dezelfde manier gerekend. Het schaalniveau van de hexagonen is in het buitenland 16 hectare.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is een resultante van een aantal gegevenssets zoals opgenomen in de gerelateerde factsheets. De bronnen van deze gegevenssets is terug te vinden in deze factsheets.

Beschrijving proces

  • InventarisatieZie gerelateerde factsheets.
  • HarmonisatieZie gerelateerde factsheets.
  • ValidatieDoor een inhoudsdeskundige wordt de invoer en de resultaten gevalideerd.
  • TransformatieOp basis van de gegevenssets worden de hexagonen automatisch gegenereerd bij het opbouwen van de database.

Velden databasetabel

hexagons

VeldTypeEenheidOmschrijving
receptor_idint4.PRIKEYn.v.t.
zoom_levelint4.BTREEn.v.t.Schaalniveau van het hexagoon

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
310-4023
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie
  • 16-09-2019

Kilometergrid

Versie: 
04-06-2014

Kenmerken

Thema
Algemeen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
RIVM
GLP
niet van toepassing
GTP
niet van toepassing
Periodiciteit
eenmalig
Laatste update
24-06-2012

Beschrijving gegevensset

Het RIVM maakt jaarlijks kaarten met grootschalige concentraties en deposities in Nederland (GCN & GDN) in het kader van natuur- en milieubeleid. Het resultaat is een kilometergrid dat dekkend is met Nederland inclusief het Nederlandse Continentaal Plat (NCP) wat gelijk is aan de Nederlandse Exclusieve Economische Zone (EEZ). Dit grid is de basis voor het kilometergrid zoals wordt gebruikt binnen AERIUS.

Verantwoording gegevensset

Het kilometergrid is gegenereerd op basis van de resultaten van de GDN. Voor de gebruikte bron zie de gerelateerde factsheet.

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bronbestanden zijn als download beschikbaar gesteld. Een willekeurige bron is als basis gebruikt voor het kilometergrid.
  • HarmonisatieAlle bronnen zijn gelijk aan structuur en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieDoor een inhoudsdeskundige is gevalideerd of het grid in overeenstemming is met het interressegebied van AERIUS.
  • TransformatieHet grid is geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

background_cells

VeldTypeEenheidOmschrijving
background_cell_idintegern.v.t.Unieke identificatie van de cel

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
311-1511
Voor
  • Calculator
  • Scenario
Type
Data
Versie
  • 04-06-2014

Luchtfoto

Versie: 
16-06-2015

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Kadaster (PDOK)
GLP
niet van toepassing
GTP
niet van toepassing
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
2014

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de luchtfoto zoals gebruikt als achtergrond in de AERIUS-producten. AERIUS gebruikt direct de webservice van PDOK. Hierdoor is gegarandeerd dat de laatst beschikbare luchtfoto ook in AERIUS is te gebruiken.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is gebaseerd op de volgende webservice:

BronEigenaarSinds
Luchtfoto (PDOK-achtergrond)Kadaster (PDOK)2010

Factsheet

Factsheet
580-2275
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Monitor
Type
Data
Versie
  • 16-06-2015

Plaatsen

Versie: 
16-09-2019

Kenmerken

Thema
Algemeen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Kadaster (PDOK)
GLP
niet van toepassing
GTP
niet van toepassing
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
29-01-2019

Beschrijving gegevensset

De gegevensset plaatsen bevat de plaatsen in Nederland.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is gebasseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Bestuurlijk grenzenKadaster (PDOK)29 januari 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt gepubliceerd door de bronhouder.
  • HarmonisatieDe bron is direct bruikbaar en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieEr wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd of de gepubliceerde informatie geschikt is voor transformatie.
  • TransformatieDe aangeleverde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

town_areas

VeldTypeEenheidOmschrijving
town_area_idintegern.v.t.Unieke identificatie van de plaats
codetekstn.v.t.CBS-code van de plaats
nametekstn.v.t.Plaatsnaam

Factsheet

Factsheet
365-3992
Voor
  • Calculator
  • Scenario
Type
Data
Versie
  • 16-09-2019

Provincies

Versie: 
16-09-2019

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Kadaster (PDOK)
GLP
niet van toepassing
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
29-01-2019

Beschrijving gegevensset

De gegevensset provincies bevat de provinciegrenzen.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset provincies betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Bestuurlijk grenzenKadaster (PDOK)29 januari 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt gepubliceerd door de bronhouder.
  • HarmonisatieDe bron is direct bruikbaar en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieEr wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd of de gepubliceerde informatie geschikt is voor transformatie.
  • TransformatieDe aangeleverde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

De bronnen worden naar de tabel province_areas getransformeerd. De volgende velden zijn in deze tabel opgenomen:

VeldTypeEenheidOmschrijving
province_area_idint4,PRIKEYnvt
nametext,BTREEnvt

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
322-3993
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Monitor
Type
Data
Versie
  • 16-09-2019

Terreinruwheid en landgebruik

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
AERIUS
GLP
niet van toepassing
GTP
ontwerp
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
04-05-2015

Beschrijving gegevensset

De terreinruwheid en het landgebruik bepalen de snelheid waarmee stoffen neerslaat (droge depositiesnelheid). De terreinruwheid beïnvloedt de grootte van de wervels in de luchtlaag boven het aardoppervlak. Een hogere ruwheid leidt tot grotere wervels die ervoor zorgen dat stoffen sneller het aardoppervlak bereiken. De biologische en fysische kenmerken van het oppervlak (‘landgebruik’) bepalen hoe makkelijk de stoffen worden opgenomen of geadsorbeerd. De gegevensset ruwheid en landgebruik bevat de gemiddelde ruwheidslengte en dominante en gewogen landgebruik voor alle rekenpunten.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is afgeleid uit de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
LGN7Alterrajuli 2014
Corine Land Cover 2006 raster dataEuropean Environmental Agencydecember 2013
Koppeltabel landgebruik met DEPAC en Z0RIVM13 april 2015

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe benodigde bronnen zijn via het RIVM verstrekt of wel direct gedownload bij de bron.
  • HarmonisatieDe bronnen zij direct bruikbaar en harmonisaties zijn onderdeel van de transformatie.
  • ValidatieEr wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd of de gepubliceerde informatie geschikt is voor transformatie.
  • TransformatiePer rekenpunt (hexagoon) is de terreinruwheid en het landgebruik bepaald voor een cirkelvormig gebied van 6,25 ha rond het rekenpunt. Daarbij is uitgegaan van de volgende variabelen: a. de gemiddelde ruwheidslengte z0 (grootheid waarin de terreinruwheid wordt uitgedrukt), en b. het dominante landgebruik, volgens de DEPAC-classificatie. Deze gegevens zijn afgeleid van het Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland versie 7 (LGN7). LGN7 beschrijft het landgebruik op een resolutie van 25x25 meter en maakt daarbij onderscheid tussen 39 klassen van landgebruik. Voor elk van deze klassen is de z0-waarde bekend. DEPAC is een onderdeel van het OPS model en beschrijft voor 9 klassen van landgebruik hoe makkelijk de stikstof wordt opgenomen of geadsorbeerd. Bij de bepaling van het dominante landgebruik gaat AERIUS uit van de klassen van landgebruik in DEPAC. Hiertoe worden de 39 klassen van LGN7 geaggregeerd naar de 9 klassen in DEPAC. Het LGN7 raster is alleen beschikbaar voor het Nederlandse grondgebied, terwijl rekenpunten ook buiten Nederland kunnen liggen. Voor de rekenpunten die buiten Nederland liggen, wordt een raster gebruikt dat is afgeleid uit de CORINE Land Cover (CLC) dataset.

Velden databasetabel

terrain_properties

VeldTypeEenheidOmschrijving
receptor_idintegern.v.t.Unieke identificatie van de receptor
zoom_levelintegern.v.t.Zoom level van het hexagoon
average_roughnessrealn.v.t.Gemiddelde ruwheidslengte
dominant_land_useland_use_classificationn.v.t.Dominante landgebruikstype
land_usesarrayn.v.t.Percentage voorkomen van de landgebruikstypen

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
354-3774
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Energie

Versie: 
15-10-2020

In het kort
AERIUS berekent de depositiebijdragen van bronnen binnen de sector Energie met het rekenmodel OPS van het RIVM. AERIUS gaat daarbij uit van bronkenmerken die deels door de gebruiker zijn ingevoerd en deels overeenkomen met de bronkenmerken die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage?
Wanneer de bron is ingevoerd als puntbron, dan voert de gebruiker waarden in voor de volgende bronkenmerken:

  • de emissies NOX en/of NH3
  • de hoogte van de emissies
  • de warmte-inhoud.

Wanneer de bron is ingevoerd als vlakbron, kan de gebruiker ook de zogenoemde spreiding in de emissiehoogte invoeren.

Voor de hoogte, spreiding en warmte-inhoud zijn in Calculator standaardwaarden opgenomen. Deze waarden komen overeen met de gemiddelde waarden voor bronnen binnen deze sector die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (GCN bronkenmerken). De gebruiker kan deze standaardwaarden aanpassen op basis van de bronspecifieke situatie.

Voor de zogenoemde etmaalvariatie is ook een standaardwaarde van het RIVM opgenomen. Deze waarde is niet aanpasbaar door de gebruiker.

Calculator biedt een mogelijkheid voor berekening van de warmte-inhoud op basis van waarden voor de oppervlak van de bronopening, de uitstroomsnelheid en de temperatuur van de emissie.

Hoe berekent AERIUS de verspreiding en depositie?
Calculator berekent de depositiebijdrage van de ingevoerde bron met het rekenmodel OPS van het RIVM. Het OPS model rekent niet met lijnbronnen, alleen aan puntbronnen en oppervlaktebronnen. Een in AERIUS ingevoerde lijnbron wordt daarom door AERIUS omgezet in een reeks puntbronnen en dan ingevoerd in OPS. Wanneer een oppervlaktebron in AERIUS wordt ingevoerd, dan wordt deze door AERIUS opgedeeld in kleinere deel-oppervlaktebronnen, welke vervolgens worden doorgegeven aan OPS.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
464-4432
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie
  • 15-10-2020

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Industrie

Versie: 
15-10-2020

In het kort
AERIUS berekent de depositiebijdragen van bronnen binnen de sector Industrie met het rekenmodel OPS van het RIVM. AERIUS gaat daarbij uit van bronkenmerken die deels door de gebruiker zijn ingevoerd en deels overeenkomen met de bronkenmerken die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage?
Wanneer de bron is ingevoerd als puntbron, dan voert de gebruiker waarden in voor de volgende bronkenmerken:

  • de emissies NOX en/of NH3
  • de hoogte van de emissies
  • de warmte-inhoud.

Wanneer de bron is ingevoerd als vlakbron, kan de gebruiker ook de zogenoemde spreiding in de emissiehoogte invoeren.

Voor de hoogte, spreiding en warmte-inhoud zijn in Calculator standaardwaarden opgenomen. Deze waarden komen overeen met de gemiddelde waarden voor bronnen binnen deze sector die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (GCN bronkenmerken). De gebruiker kan deze standaardwaarden aanpassen op basis van de bronspecifieke situatie.
Voor de zogenoemde etmaalvariatie is ook een standaardwaarde van het RIVM opgenomen. Deze waarde is niet aanpasbaar door de gebruiker.

Calculator biedt een mogelijkheid voor berekening van de warmte-inhoud op basis van waarden voor de oppervlak van de bronopening, de uitstroomsnelheid en de temperatuur van de emissie.

Hoe berekent AERIUS de verspreiding en depositie?
Calculator berekent de depositiebijdrage van de ingevoerde bron met het rekenmodel OPS van het RIVM. 

Het OPS model rekent niet met lijnbronnen, alleen aan puntbronnen en oppervlaktebronnen. Een in AERIUS ingevoerde lijnbron wordt daarom door AERIUS omgezet in een reeks puntbronnen en dan ingevoerd in OPS. Wanneer een oppervlaktebron in AERIUS wordt ingevoerd, dan wordt deze door AERIUS opgedeeld in kleinere deel-oppervlaktebronnen, welke vervolgens worden doorgegeven aan OPS.

 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
470-3352
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie
  • 15-10-2020

Emissieberekening mobiele werktuigen

Versie: 
15-10-2020

 

In het kort

Mobiele werktuigen zijn voertuigen die in beginsel geen gebruik maken van de openbare weg en bijvoorbeeld worden ingezet in onder meer de landbouw en bij bouwprojecten. Voorbeelden van mobiele werktuigen zijn graafmachines, kiepwagens, bulldozers en tractoren. De emissiefactoren van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op de stageklasse behorend bij het desbetreffende werktuig. Het tijdsverloop van de motorbelasting van het werktuig, ook wel het inzetprofiel, vormen de basis van de emissiefactor van een werktuig. Bij zelfstandige verplaatsingen via de openbare weg zijn de hier besproken emissiefactoren niet van toepassing. Bij het berekenen van de emissies van NOX en NH3 van mobiele werktuigen wordt onderscheid gemaakt tussen emissies bij belasting en bij stationair draaien. De emissies bij belasting worden berekend op basis van gegevens over het brandstofverbruik of het aantal draaiuren. De emissies bij stationair draaien worden berekend op basis van de tijd dat het werktuig stationair draait en gegevens over de cilinderinhoud.

Hoe berekent AERIUS de emissies van mobiele werktuigen?

Berekening emissies op basis van brandstofverbruik per stageklasse

Indien voor een mobiel werktuig met een dieselmotor de stageklasse bekend is, kan de gebruiker het jaarlijkse dieselverbruik per stageklasse invoeren. AERIUS berekent vervolgens de emissies van stikstofoxiden (NOX) en ammoniak (NH3) op basis van generieke gegevens over de NOX en NH3 emissie per liter brandstof. Daarbij wordt zowel de emissie als gevolg belasting als door stationair draaien meegenomen. De emissie van NOx en NH­3 wordt berekend volgens de hieronder beschreven formules, waarbij de methode voor NOx en NH3 identiek is. De eenheden zijn gegeven tussen de rechte haken [ ].

De gebruiker voert in:

1)   De stageklasse van het werktuig
2)   Het totale brandstofverbruik als gevolg van belasting en stationair draaien (B), [liter brandstof/jaar]
3)   De tijd dat het werktuig stationair draait (TS), [uur/jaar]
4)   De cilinderinhoud van het werktuig. (CI), [liter]

De cilinderinhoud (dit is de inhoud van alle cilinders opgeteld) van het werktuig is nodig, omdat de emissiefactor tijdens stationair draaien hiervan afhangt. Wanneer de cilinderinhoud niet bekend is, dan kan deze geschat worden uit het vermogen van het werktuig, met behulp van de volgende formule:

CI = V/20

Met :

 Het volle vermogen van het werktuig [kilowatt]

 

Tevens wordt opgemerkt dat de emissie tijdens stationair draaien alleen kan worden berekend voor werktuigen op diesel. Voor de werktuigen op andere brandstoffen is de emissiefactor tijdens stationair draaien niet bekend.

Op basis van de ingevoerde gegevens wordt het brandstofverbruik tijdens belasting (Work) en stationair draaien in liter per jaar als volgt bepaald:

BS   =  TS * BSPU_CI * CI
BW = B – BS

Met :

BS   Het stationaire brandstofverbruik per jaar [liter brandstof / jaar]
BSPU_CI   Het stationaire brandstofverbruik per liter cilinderinhoud per uur  [liter brandstof / liter cilinderinhoud/uur]
BW   Het brandstofverbruik tijdens belasting per jaar [liter brandstof / jaar]


Vervolgens wordt de emissie tijdens stationair draaien en tijdens belasting bepaald en worden deze emissies gesommeerd om tot de totale emissie in kg/jaar te komen.

ES    = TS * EFS_CI * CI / 1000
EW = BW *EFW / 1000
E      = ES + EW

Met :

ES   De emissie tijdens stationair draaien [kg/jaar]
EFS_CI   De emissiefactor tijdens stationair draaien per liter cilinderinhoud [g/liter cilinderinhoud/uur]
EW   De emissie tijdens belast draaien [kg/jaar]
EFW   De emissiefactor tijdens belasting [gram/liter brandstof]
 De totale emissie als gevolg van belasting en stationair draaien [kilogram/jaar]

 

Berekening emissies op basis van een eigen specificatie

Een gebruiker kan in AERIUS zelf de totale emissies NOx en NH3 van het desbetreffende mobiele werktuig invoeren, of deze berekenen aan de hand van kenmerken van het mobiele werktuig, zoals het vermogen en het aantal draaiuren.

AERIUS biedt de gebruiker ook ondersteuning bij het zelf berekenen van de emissie. Daarvoor is een tool - de zogenaamde rekenmachine - ontwikkeld waarin de gebruiker een keuze kan maken tussen een berekening op basis van ‘draaiuren’ en op basis van ‘brandstofverbruik’.

Bij de keuze voor ‘draaiuren’ berekent AERIUS de emissie met onderstaande formule:

EMW=V*Be*G*EFW/1000

Met:

EMW   De emissie  van het ingevoerde mobiele werktuig [kg/jaar]
 Het volle vermogen van dit mobiele werktuig [kW]
Be   De fractie van het volle vermogen van dit mobiele werktuig dat daadwerkelijk wordt gebruikt tijdens belasting [-]
 Het aantal uren dat dit mobiele werktuig gemiddeld wordt gebruikt [uren/jaar]
EFW   Emissiefactor tijdens belast draaien [gram/kWh]

 

De gebruiker voert zelf waarden in voor het vermogen, de belasting, het aantal draaiuren en de emissiefactor. Als ondersteuning kan de gebruiker kiezen uit een aantal gespecificeerde mobiele werktuigen, waarvan de voor de formule benodigde waarden bekend zijn. Deze werktuigen kunnen gekozen worden in het drop-down menu.

 

Bij de keuze voor ‘brandstofverbruik’ berekent AERIUS de emissie met onderstaande formule:

EMW=EFW*BW*D/RG

Met :

EMW   De  emissie van het ingevoerde mobiele werktuig [kg/jaar]
BW   Brandstofverbruik tijdens belasting in liters per jaar [liters/jaar]
EFW   Emissiefactor van het ingevoerde mobiele werktuig tijdens belasting [gram/kWh]
RG   Rendement; gram brandstof per geleverde kilowattuur [gram/kWh]
 De dichtheid van de brandstof [kilogram/liter]

 

Net als bij de emissieberekening op basis van de draaiuren kan de gebruiker zelf waarden invoeren of kan de gebruiker kiezen uit een aantal gespecificeerde mobiele werktuigen, waarvan de voor de formule benodigde waarden bekend zijn. Deze werktuigen kunnen gekozen worden in het drop-down menu.

Bij een berekening op basis van eigen specificatie wordt, als gebruikt wordt gemaakt van de ‘rekenmachine’, alleen de emissie als gevolg van belasting berekend. De rekenmachine biedt geen ondersteuning om de emissie als gevolg van stationair draaien te berekenen. Voor werktuigen op diesel kan de gebruiker de emissie als gevolg van stationair draaien zelf berekenen en invoeren. De benodigde formules staan aan het begin van dit factsheet, en de benodigde emissiefactoren vind u hier.  Een uitgebreidere toelichting op deze berekeningen is gegeven in de instructie gegevensinvoer.

Beschrijving data in gepubliceerde spreadsheets
De data die in ten grondslag ligt aan de emissieberekening voor de mobiele werktuigen - zoals emissiefactoren en brandstofverbruik -  is gepubliceerd in de vorm van excel spreadsheets.  De locatie van deze spreadsheets is te vinden
in factsheets : Mobiele werktuigen - stage klasse emissiefactoren en Mobiele werktuigen – eigen typering emissiefactoren. 

De relatie tussen de benaming van de data in de spreadsheets en de afkortingen in de formules in deze factsheet volgt hieronder.

Berekening emissie op basis van stageklasse (tabblad NRMM per stage)

Afkorting in formule

Naam in spreadheet

Eenheid

BSPU_CI

Brandstofverbruik onbelast

[l/l/uur]

EFS_CI

Emissiefactor onbelast

[g/l/uur]

EFW

Emissiefactor belast

[g/l]

 

Berekening emissie op basis van eigen specificatie (tabblad NRMM  per type en bouwjaar)

Afkorting in formule

Naam in spreadheet

Eenheid

V

Vermogen

[kW]

Be

Belasting

[-]

EFW

Emissie factor

[g/kWh]

RG

Efficientie

[g/kWh]

D

Dichtheid

[kg/l]

 

 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
277-4416
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Mobiele werktuigen - stage klasse categorieën

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Mobiele werktuigen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
TNO
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
26-06-2020

Beschrijving gegevensset

TNO bepaalt NOx, NO2, en NH3 emissiefactoren van voertuigen, vaartuigen en mobiele werktuigen, voor nationale modellen. Deze getallen geven de typische uitstoot van mobiele bronnen, en deze gegevens worden jaarlijks bijgesteld naar aanleiding van nieuwe inzichten.  De mobiele werktuigen per stage klasse maken hier onderdeel van uit.

Verantwoording gegevensset

De emissiefactoren stageklassen voor mobiele werktuigen zijn afgeleid van de gegevens in de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Publicatie Emissiefactoren voor stikstofdepositieberekeningenTNO08 oktober 2020
TNO_getallen_voor_AERIUS_2020v9_mobiele_werktuigen.xlsxTNO08 oktober 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data is door de bronhouder geleverd en wordt online gepubliceerd.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuw aangepast bestand aangeleverd.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Na transformatie vind er een verschilanalyse plaats met de vorige versie. De bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder.

Velden databasetabel

mobile_source_off_road_categories

VeldTypeEenheidOmschrijving
mobile_source_off_road_category_idint2.PRIKEYnvtUnieke identificatie van de cateogrie
codetext.PRIKEYnvtUnieke code van de categorie
nametext.PRIKEYnvtNaam van het mobiele werktuig
descriptiontextnvtOmschrijving van het mobiele werktuig

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
372-4392
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Mobiele werktuigen - stage klasse emissiefactoren

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Mobiele werktuigen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
TNO
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
26-06-2020

Beschrijving gegevensset

TNO bepaalt NOx, NO2, en NH3 emissiefactoren van voertuigen, vaartuigen en mobiele werktuigen, voor nationale modellen. Deze getallen geven de typische uitstoot van mobiele bronnen, en deze gegevens worden jaarlijks bijgesteld naar aanleiding van nieuwe inzichten.  De mobiele werktuigen per stage klasse maken hier onderdeel van uit. 

Verantwoording gegevensset

De emissiefactoren stageklassen voor mobiele werktuigen zijn afgeleid van de gegevens in de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Publicatie Emissiefactoren voor stikstofdepositieberekeningenTNO08 oktober 2020
TNO_getallen_voor_AERIUS_2020v9_mobiele_werktuigen.xlsxTNO08 oktober 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data is door de bronhouder geleverd en wordt online gepubliceerd.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuw aangepast bestand aangeleverd.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Na transformatie vind er een verschilanalyse plaats met de vorige versie. De bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder.

Velden databasetabel

mobile_source_off_road_category_emission_factors

VeldTypeEenheidOmschrijving
mobile_source_off_road_category_idint2.PRIKEYnvt
substance_idint2nvt
emission_factorfloat4

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
373-4391
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Mobiele werktuigen – eigen typering categorieën

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Mobiele werktuigen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
TNO
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
01-07-2020

Beschrijving gegevensset

TNO bepaalt NOx, NO2, en NH3 emissiefactoren van voertuigen, vaartuigen en mobiele werktuigen, voor nationale modellen. Deze getallen geven de typische uitstoot van mobiele bronnen, en deze gegevens worden jaarlijks bijgesteld naar aanleiding van nieuwe inzichten. Bij de ‘eigen typering’ kan de gebruiker zelf de totale emissies invoeren, maar er kan ook worden gekozen deze te berekenen op basis van draaiuren of brandstofverbruik. Bij berekening op basis van draaiuren of brandstofverbruik biedt AERIUS de mogelijkheid te kiezen uit een aantal categorieën van mobiele werktuigen. Voor elke categorie hanteert AERIUS (aanpasbare) defaultwaarden voor het vermogen (kW), de belasting (%), de efficiency (g/kWh) en de NOX emissiefactor (g/kWh). Selecteren van een categorie is optioneel. Een gebruiker kan zelf een categorie definiëren en waarden voor brandstoftype, vermogen, belasting, efficiency en de NOX emissiefactor invoeren.

Verantwoording gegevensset

De categorieën mobiele werktuigen die gekozen kunnen worden bij de optie ‘eigen typering’ betreffen een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Publicatie Emissiefactoren voor stikstofdepositieberekeningenTNO08 oktober 2020
TNO_getallen_voor_AERIUS_2020v9_mobiele_werktuigen.xlsxTNO08 oktober 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data is door de bronhouder geleverd en wordt online gepubliceerd.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuw aangepast bestand aangeleverd.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Na transformatie vind er een verschilanalyse plaats met de vorige versie. De bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder.

Velden databasetabel

machinery_types

VeldTypeEenheidOmschrijving
machinery_type_idint4,PRIKEYnvtType mobiele werktuig
nametextnvt
sector_idint4nvt
sort_orderint4,PRIKEYnvt

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
559-4394
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Mobiele werktuigen – eigen typering emissiefactoren

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Mobiele werktuigen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
TNO
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
01-07-2020

Beschrijving gegevensset

TNO bepaalt NOx, NO2, en NH3 emissiefactoren van voertuigen, vaartuigen en mobiele werktuigen, voor nationale modellen. Deze getallen geven de typische uitstoot van mobiele bronnen, en deze gegevens worden jaarlijks bijgesteld naar aanleiding van nieuwe inzichten. Bij de ‘eigen typering’ kan de gebruiker zelf de totale emissies invoeren, maar er kan ook worden gekozen deze te berekenen op basis van draaiuren of brandstofverbruik. Bij berekening op basis van draaiuren of brandstofverbruik biedt AERIUS de mogelijkheid te kiezen uit een aantal categorieën van mobiele werktuigen. Voor elke categorie hanteert AERIUS (aanpasbare) defaultwaarden voor het vermogen (kW), de belasting (%), de efficiency (g/kWh) en de NOX emissiefactor (g/kWh). Selecteren van een categorie is optioneel. Een gebruiker kan zelf een categorie definiëren en waarden voor brandstoftype, vermogen, belasting, efficiency en de NOX emissiefactor invoeren.

Verantwoording gegevensset

De emissiefactoren van de categorieën mobiele werktuigen die gekozen kunnen worden bij de optie ‘eigen typering’ betreffen een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
Publicatie Emissiefactoren voor stikstofdepositieberekeningenTNO08 oktober 2020
TNO_getallen_voor_AERIUS_2020v9_mobiele_werktuigen.xlsxTNO08 oktober 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data is door de bronhouder geleverd en wordt online gepubliceerd.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuw aangepast bestand aangeleverd.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Na transformatie vind er een verschilanalyse plaats met de vorige versie. De bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder.

Velden databasetabel

machinery_type_emission_factors

VeldTypeEenheidOmschrijving
emission_factorfloat4g/kWhEfficiency van de motor (gram brandstof benodigd voor 1 kWh)
machinery_fuel_type_idint4nvtType brandstof
machinery_type_idint4nvtType werktuig
substance_idint4nvtUnieke identificatie van de stof

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
579-4427
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Mobiele werktuigen – eigen typering kenmerken

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Mobiele werktuigen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
TNO
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
18-11-2020

Beschrijving gegevensset

TNO bepaalt NOx, NO2, en NH3 emissiefactoren van voertuigen, vaartuigen en mobiele werktuigen, voor nationale modellen. Deze getallen geven de typische uitstoot van mobiele bronnen, en deze gegevens worden jaarlijks bijgesteld naar aanleiding van nieuwe inzichten. Bij de ‘eigen typering’ kan de gebruiker zelf de totale emissies invoeren, maar er kan ook worden gekozen deze te berekenen op basis van draaiuren of brandstofverbruik. Bij berekening op basis van draaiuren of brandstofverbruik biedt AERIUS de mogelijkheid te kiezen uit een aantal categorieën van mobiele werktuigen. Voor elke categorie hanteert AERIUS (aanpasbare) defaultwaarden voor het vermogen (kW), de belasting (%), de efficiency (g/kWh) en de NOX emissiefactor (g/kWh). Selecteren van een categorie is optioneel. Een gebruiker kan zelf een categorie definiëren en waarden voor brandstoftype, vermogen, belasting, efficiency en de NOX emissiefactor invoeren.

Verantwoording gegevensset

De kenmerken 'vermogen', 'belasting' , 'efficiency' en 'type brandstof' van de categorieën mobiele werktuigen die gekozen kunnen worden bij de optie ‘eigen typering’ betreffen een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Publicatie Emissiefactoren voor stikstofdepositieberekeningenTNO08 oktober 2020
TNO_getallen_voor_AERIUS_2020v9_mobiele_werktuigen.xlsxTNO08 oktober 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data is door de bronhouder geleverd en wordt online gepubliceerd.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuw aangepast bestand aangeleverd.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Na transformatie vind er een verschilanalyse plaats met de vorige versie. De bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder.

Velden databasetabel

machinery_type_fuel_options

VeldTypeEenheidOmschrijving
energy_efficiencyfloat4g/kWhEfficiency van de motor (gram brandstof benodigd voor 1 kWh)
loadfloat4%belasting
machinery_fuel_type_idint4nvtType brandstof
machinery_type_idint4.PRIKEYnvtType werktuig
powerint4kWVermogen

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
560-4393
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Landbouw

Versie: 
15-10-2020

In het kort
Binnen de sector Landbouw maakt AERIUS onderscheid tussen de broncategorieën stalemissies, mestopslag, beweiding, mestaanwending en glastuinbouw. AERIUS berekent de depositiebijdragen van deze bronnen met het rekenmodel OPS van het RIVM. AERIUS gaat daarbij uit van bronkenmerken die deels door de gebruiker zijn ingevoerd en deels als defaultwaarden in AERIUS zijn opgenomen.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage van stalemissies?
Calculator berekent de stalemissies ammoniak (NH3) op basis van de kenmerken van het stalsysteem en het aantal dierplaatsen per stalsysteem (emissieberekening stallen).

Wanneer de bron is ingevoerd als puntbron, dan voert de gebruiker waarden in voor de volgende bronkenmerken:

  • de hoogte van de emissies
  • de warmte-inhoud.

Wanneer de bron is ingevoerd als vlakbron, kan de gebruiker ook de zogenoemde spreiding in de emissiehoogte invoeren.

Voor de hoogte, spreiding en warmte-inhoud zijn in Calculator standaardwaarden opgenomen. Deze waarden komen overeen met de gemiddelde waarden voor bronnen binnen deze sector die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (GCN bronkenmerken). De gebruiker kan deze standaardwaarden aanpassen op basis van de bronspecifieke situatie. Voor de zogenoemde etmaalvariatie is ook een standaardwaarde van het RIVM opgenomen. Deze waarde is niet aanpasbaar door de gebruiker.

Calculator biedt een mogelijkheid voor berekening van de warmte-inhoud op basis van waarden voor de oppervlak van de bronopening, de uitstroomsnelheid en de temperatuur van de emissie.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage van overige landbouwbronnen?
Wanneer de bron is ingevoerd als puntbron, dan voert de gebruiker waarden in voor de volgende bronkenmerken:

  • de emissies NH3 en/of NOX
  • de hoogte van de emissies
  • de warmte-inhoud.

Wanneer de bron is ingevoerd als vlakbron, kan de gebruiker ook de zogenoemde spreiding in de emissiehoogte invoeren.

Voor de hoogte, spreiding en warmte-inhoud zijn in Calculator standaardwaarden opgenomen. Deze waarden komen overeen met de gemiddelde waarden voor bronnen binnen deze sector die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (GCN bronkenmerken). De gebruiker kan deze standaardwaarden aanpassen op basis van de bronspecifieke situatie. Voor de zogenoemde etmaalvariatie is ook een standaardwaarde van het RIVM opgenomen. Deze waarde is niet aanpasbaar door de gebruiker.

Calculator biedt een mogelijkheid voor berekening van de warmte-inhoud op basis van waarden voor de oppervlak van de bronopening, de uitstroomsnelheid en de temperatuur van de emissie.

Hoe berekent AERIUS de verspreiding en depositie van landbouwbronnen?
Calculator berekent de depositiebijdrage van de ingevoerde bron met het rekenmodel OPS van het RIVM. Het OPS model rekent niet met lijnbronnen, alleen aan puntbronnen en oppervlaktebronnen. Een in AERIUS ingevoerde lijnbron wordt daarom door AERIUS omgezet in een reeks puntbronnen en dan ingevoerd in OPS. Wanneer een oppervlaktebron in AERIUS wordt ingevoerd, dan wordt deze door AERIUS opgedeeld in kleinere deel-oppervlaktebronnen, welke vervolgens worden doorgegeven aan OPS.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
467-4431
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie
  • 15-10-2020

Emissieberekening stallen

Versie: 
17-03-2017

In het kort
Calculator berekent de emissie van ammoniak (NH3) van een stal op basis van het aantal dierplaatsen per stalsysteem dat door de gebruiker is ingevoerd.
Wanneer een gebruiker een additionele techniek, emissiereducerende techniek of voer- en managementmaatregel toevoegt, wordt het effect hiervan meegenomen in de emissieberekening.

Hoe berekent Calculator de stalemissies?
De berekende stalemissies in Calculator zijn afhankelijk van de ingevoerde stalkenmerken. Calculator maakt daarbij onderscheid tussen:

  • het huisvestingssysteem
  • additionele technieken
  • emissiereducerende technieken
  • voer- en managementmaatregelen.

Calculator berekent de totale emissie (NH3) per stal met onderstaande formule:

met:
etot = totale emissie stal (kg/jaar)
asys = aantal dieren in het huisvestingssysteem
efsys = emissiefactor huisvestingssysteem (kg/dierplaats/jaar)
aadd = aantal dieren bij additionele techniek
efadd = emissiefactor additionele techniek (kg/dierplaats/jaar)
rfred = reductiefactor emissiereducerende techniek
rfmtot = reductiefactor voer- en managementmaatregelen

Voor de emissiefactor huisvestingssysteem (efsys) wordt uitgegaan van de emissiefactoren zoals gepubliceerd in de Regeling ammoniak en veehouderij (RAV) en beschreven in de factsheet stalsystemen-emissiefactoren.

Bepalen reductiefactor (rfmtot) bij meer dan één voer- en managementmaatregel
Indien in een huisvestingssysteem meer dan één voer- of managementmaatregel, zoals opgenomen in bijlage 2 van de RAV, wordt toegepast, bepaalt Calculator de reductiefactor rfmtot met de volgende formule:

met:
rfmtot = reductiefactor alle maatregelen gecombineerd (afronden op 5%)
rfvmaat = reductiefactor vloer van een maatregel
rfkmaat = reductiefactor mestkelder van een maatregel
avdier = aandeel ammoniakemissie afkomstig van vloer bij een diercategorie
akdier = aandeel ammoniakemissie afkomstig van kelder bij een diercategorie

De bovenstaande formule volgt uit de bepalingen in bijlage 3 van de RAV. De waarden zijn gepubliceerd in de RAV en beschreven in de factsheets stalsystemen-reductiepercentages maatregelen en stalsystemen-aandeel ammoniakemissies vloer en mestkelder.

Bepalen emissiefactor huisvestingssysteem (efsysbij combinatie van een emissiearm huisvestingssysteem en een luchtwassysteem
Bij stalsystemen kan binnen een diercategorie onderscheid worden gemaakt tussen een traditioneel huisvestingssysteem en één of meer emissiearme huisvestingssystemen. Voor enkele combinaties van emissiearme stalsystemen en emissiereducerende maatregelen geldt een afwijkende emissieberekening. Het gaat om combinaties van:

  • een emissiearm huisvestingssysteem, niet zijnde een luchtwassysteem, met een reductiepercentage van meer dan 70% ten opzichte van het traditionele huisvestingssysteem van de desbetreffende diercategorie, en
  • een luchtwassysteem.

Voor bovenstaande combinaties geldt dat de emissiefactor van het stalsysteem (efsyswordt begrensd op 30% van de emissiefactor van het traditionele huisvestingssysteem (ef0). In Calculator is deze voorwaarde geïmplementeerd door toepassing van de onderstaande formule in situaties waarbij een luchtwassysteem wordt gecombineerd met een emissiearm huisvestingssysteem.

De bovenstaande formule volgt uit de bepalingen in eindnoot 3 in bijlage 1 van de RAV.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
276-3277
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie
  • 17-03-2017

Stalsystemen - aandeel ammoniakemissies vloer en mestkelder

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
25-06-2015

Beschrijving gegevensset

De voer- en managementmaatregelen dragen bij aan het verminderen van de emissie van de vloer en/of het verminderen van de emissie uit de mestkelder. Als twee maatregelen worden toegepast waarbij het reductiepercentage voor de vloeremissies verschilt van het reductiepercentage voor de kelderemissies, wordt bij het berekenen van het totale reductiepercentage rekening gehouden met het aandeel van de totale ammoniakemissies afkomstig van de vloer, en het aandeel van de totale ammoniakemissie uit de mestkelder. Deze gegevensset omvat waarden voor de aandelen in de emissies van de vloer en uit de mestkelder. De aandelen zijn afhankelijk van de diercategorie waarop de voer- en managementmaatregelen betrekking hebben.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Regeling ammoniak en veehouderijMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat23 juni 2015

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe gegevens worden beschikbaar gesteld via een webpublicatie.
  • HarmonisatieDe gegevens worden overgenomen en opgeslagen in een machine-leesbaar formaat.
  • ValidatieDe gegevens worden door een inhoudsdeskundige gevalideerd.
  • TransformatieDe gegevens worden automatisch getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

farm_lodging_fodder_measures_animal_category

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_lodging_fodder_measure_idint4n.v.t.Unieke identificatie voer- en managementmaatregel
farm_animal_category_idint4n.v.t.Unieke identificatie diercategorie
proportion_floorfloatPercentageVerhouding vloer
proportion_cellarfloatPercentageVerhouding kelder

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
589-3278
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Stalsystemen - additionele technieken

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
14-09-2020

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de additionele systemen conform de bijlagen bij de Regeling ammoniak en veehouderij.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset wordt geëxtraheerd uit de volgende bron:

BronEigenaarSinds
RAVMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat01 juli 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder online gepubliceerd. Aangezien de bron niet machine leesbaar beschikbaar is wordt de bron verwerkt door BIJ12.
  • HarmonisatieDe bron zoals geleverd door BIJ12 hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe bron wordt conform het gegevensleveringsprotocol gevalideerd. Een verschilanalyse wordt teruggeleverd aan de leverancier.
  • TransformatieDe gevalideerde tabel wordt geautomatiseerd ingelezen in de database.

Velden databasetabel

farm_lodging_types

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_additional_lodging_system_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het additionele systeem
farm_animal_category_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het huisvestingssysteem
codetextn.v.t.Code zoals gebruikt in IMAER
nametextn.v.t.Code conform RAV
descriptiontextn.v.t.Omschrijving conform RAV
scrubberbooleann.v.t.Waarde (ja/nee) of huisvestingssysteem een luchtwasser is

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
599-4372
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Stalsystemen - diercategorieën

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
14-09-2020

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de diercategorieën conform de bijlagen bij de Regeling ammoniak en veehouderij.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset wordt geëxtraheerd uit de volgende bron:

BronEigenaarSinds
RAVMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat01 juli 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder online gepubliceerd. Aangezien de bron niet machine leesbaar beschikbaar is wordt de bron verwerkt door BIJ12.
  • HarmonisatieDe bron zoals geleverd door BIJ12 hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe bron wordt conform het gegevensleveringsprotocol gevalideerd. Een verschilanalyse wordt teruggeleverd aan de leverancier.
  • TransformatieDe gevalideerde tabel wordt geautomatiseerd ingelezen in de database.

Velden databasetabel

farm_animal_categories

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_animal_category_idint4.PRIKEYn.v.t.Unieke identificatie van de diercategorie
codetextn.v.t.Code zoals gebruikt in IMAER
nametextn.v.t.Code conform RAV
descriptiontextn.v.t.Omschrijving conform RAV

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
357-4378
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Stalsystemen - emissiefactoren

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
14-09-2020

Beschrijving gegevensset

De emissiefactoren stalsystemen zijn emissiefactoren voor de emissie vanuit dierenverblijven, inclusief de emissie van de mest die in het dierenverblijf is opgeslagen. De emissiefactoren geven voor verschillende combinaties van stalsystemen en dierverblijven waarden voor de emissie ammoniak (NH3) in kilogram per dierplaats per jaar. De gehanteerde emissiefactoren worden gepubliceerd in de Regeling ammoniak en veehouderij.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
RAVMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat01 juli 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder online gepubliceerd. Aangezien de bron niet machine leesbaar beschikbaar is wordt de bron verwerkt door BIJ12.
  • HarmonisatieDe bron zoals geleverd door BIJ12 hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe bron wordt conform het gegevensleveringsprotocol gevalideerd. Een verschilanalyse wordt teruggeleverd aan de leverancier.
  • TransformatieDe gevalideerde tabel wordt geautomatiseerd ingelezen in de database.

Velden databasetabel

farm_lodging_type_emission_factors

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_lodging_type_idint4.PRIKEY
substance_idint2n.v.tUnieke identificatie van de stof
emission_factorfloat4Emissie (kg per dierplaats per jaar)

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
358-4377
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Stalsystemen - gerelateerd traditioneel huisvestingssysteem

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
14-09-2020

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de relatie tussen het huisvestingsysteem en het gerelateerd traditionele huisvestingsysteem conform de bijlagen bij de Regeling ammoniak en veehouderij. De relatie is nodig voor het juist berekenen van de emissie bij combinatie van systemen.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset wordt geëxtraheerd uit de volgende bron:

BronEigenaarSinds
RAVMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat01 juli 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder online gepubliceerd. Aangezien de bron niet machine leesbaar beschikbaar is wordt de bron verwerkt door BIJ12.
  • HarmonisatieDe bron zoals geleverd door BIJ12 hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe bron wordt conform het gegevensleveringsprotocol gevalideerd. Een verschilanalyse wordt teruggeleverd aan de leverancier.
  • TransformatieDe gevalideerde tabel wordt geautomatiseerd ingelezen in de database.

Velden databasetabel

farm_lodging_types_other_lodging_type

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_lodging_type_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het huisvestingsysteem
farm_other_lodging_type_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het gerelateerde traditionele systeem

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
604-4376
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Stalsystemen - huisvestingssystemen

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
01-07-2020

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de huisvestingssystemen conform de bijlagen bij de Regeling ammoniak en veehouderij.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset wordt geëxtraheerd uit de volgende bron:

BronEigenaarSinds
RAVMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat01 juli 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder online gepubliceerd. Aangezien de bron niet machine leesbaar beschikbaar is wordt de bron verwerkt door BIJ12.
  • HarmonisatieDe bron zoals geleverd door BIJ12 hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe bron wordt conform het gegevensleveringsprotocol gevalideerd. Een verschilanalyse wordt teruggeleverd aan de leverancier.
  • TransformatieDe gevalideerde tabel wordt geautomatiseerd ingelezen in de database.

Velden databasetabel

farm_lodging_types

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_lodging_type_idint4n.v.t.Unieke identificatie van de diercategorie
farm_animal_category_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het huisvestingssysteem
codetextn.v.t.Code zoals gebruikt in IMAER
nametextn.v.t.Code conform RAV
descriptiontextn.v.t.Omschrijving conform RAV
scrubberbooleann.v.t.Waarde (ja/nee) of huisvestingssysteem een luchtwasser is

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
598-4375
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Stalsystemen - reducerende systemen

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
14-09-2020

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de reducerende systemen conform de bijlagen bij de Regeling ammoniak en veehouderij. Een voorbeeld van een reducerend systeem is een luchtwasser.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset wordt geëxtraheerd uit de volgende bron:

BronEigenaarSinds
RAVMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat01 juli 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder online gepubliceerd. Aangezien de bron niet machine leesbaar beschikbaar is wordt de bron verwerkt door BIJ12.
  • HarmonisatieDe bron zoals geleverd door BIJ12 hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe bron wordt conform het gegevensleveringsprotocol gevalideerd. Een verschilanalyse wordt teruggeleverd aan de leverancier.
  • TransformatieDe gevalideerde tabel wordt geautomatiseerd ingelezen in de database.

Velden databasetabel

farm_reductive_lodging_systems

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_reductive_lodging_system_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het reducerende systeem
farm_animal_category_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het huisvestingssysteem
codetextn.v.t.Code zoals gebruikt in IMAER
nametextn.v.t.Code conform RAV
descriptiontextn.v.t.Omschrijving conform RAV
scrubberbooleann.v.t.Waarde (ja/nee) of reducerende systeem een luchtwasser is

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
602-4374
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Stalsystemen - reductiepercentages maatregelen

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
23-06-2015

Beschrijving gegevensset

De reductiepercentages hebben betrekking op voer- en managementmaatregelen voor verschillende diercategorieën. De maatregelen en bijbehorende reductiepercentages zijn gepubliceerd in de Regeling ammoniak en veehouderij.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Regeling ammoniak en veehouderijMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat23 juni 2015

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe gegevens worden beschikbaar gesteld via een webpublicatie.
  • HarmonisatieDe gegevens worden overgenomen en opgeslagen in een machine-leesbaar formaat.
  • ValidatieDe gegevens worden door een inhoudsdeskundige gevalideerd.
  • TransformatieDe gegevens worden automatisch getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

farm_lodging_fodder_measure_reduction_factors

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_lodging_fodder_measure_idint4n.v.t.Unieke identificatie voer- en managementmaatregel
substance_idint4n.v.t.Unieke identificatie van de stof
reduction_factor_floorfloatpercentageReductiefactor emissie vloer
reduction_factor_cellarfloatpercentageReductiefactor emissie kelder
reduction_factor_totalfloatpercentageResulterende reductiefactor vloer en kelder

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
588-3280
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Stalsystemen - stalbeschrijvingen

Versie: 
15-10-2020

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
14-09-2020

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de code van de stalbeschrijving conform de bijlagen bij de Regeling ammoniak en veehouderij. De werkelijke stalbeschrijving is terug te vinden op de site van Kenniscentrum InfoMil.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset wordt geëxtraheerd uit de volgende bron:

BronEigenaarSinds
RAVMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat01 juli 2020

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder online gepubliceerd. Aangezien de bron niet machine leesbaar beschikbaar is wordt de bron verwerkt door BIJ12.
  • HarmonisatieDe bron zoals geleverd door BIJ12 hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe bron wordt conform het gegevensleveringsprotocol gevalideerd. Een verschilanalyse wordt teruggeleverd aan de leverancier.
  • TransformatieDe gevalideerde tabel wordt geautomatiseerd ingelezen in de database.

Velden databasetabel

farm_lodging_system_definitions

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_lodging_system_definition_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het reducerende systeem
codetextn.v.t.Code zoals gebruikt in IMAER
nametextn.v.t.Code conform RAV
descriptiontextn.v.t.Omschrijving conform RAV

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
603-4373
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Stalsystemen - voer- en managementmaatregelen

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
23-06-2015

Beschrijving gegevensset

De gegevenset bevat de voer- en managementmaatregelen conform de bijlagen bij de Regeling ammoniak en veehouderij. De beschrijving van de maatregelen is te vinden op de site van Kenniscentrum Infomil.

Verantwoording gegevensset

De gegevens zijn geëxtraheerd uit de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Regeling ammoniak en veehouderijMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat23 juni 2015

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder online gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe bron wordt semi-automatisch uitgelezen om te tabel met diercategorieën te genereren.
  • ValidatieDe tabel wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd.
  • TransformatieDe gevalideerde tabel wordt geautomatiseerd ingelezen in de database.

Velden databasetabel

farm_lodging_fodder_measures

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_lodging_fodder_measure_idint4n.v.t.Unieke identificatie voer- en managementmaatregel
codetextn.v.t.Code zoals gebruikt in IMAER
nametextn.v.t.Code conform RAV
descriptiontextn.v.t.Omschrijving van de maatregel conform RAV

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
590-3281
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Plannen

Versie: 
15-10-2020

In het kort
Voor een ruimtelijk plan zijn niet altijd gedetailleerde gegevens beschikbaar over de emissiebronnen. Dat geldt bijvoorbeeld voor bestemmingsplannen en structuurvisies. AERIUS kan voor deze plannen de depositiebijdrage indicatief berekenen op basis van een indicator voor de omvang van het plan, zoals het aantal woningen of het vloeroppervlak van kantoren. AERIUS berekent de depositiebijdragen van deze bronnen met het rekenmodel OPS van het RIVM.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage van plannen?
Calculator berekent de emissies stikstofoxiden (NOX) en ammoniak (NH3) op basis van de waarden voor de omvang van het plan die de gebruiker invoert (emissieberekening ruimtelijke plannen). De methode van emissieberekening is afhankelijk van de bronsector waarbinnen het plan valt. Calculator onderscheidt de volgende typeringen:

  • woningen (nieuwbouw)
  • kantoren en winkels
  • glastuinbouw
  • elektriciteitscentrale
  • industrie
  • afvalverwerking
  • voedings- en genotmiddelen.

De sectoren waarbinnen het plan valt bepaalt ook de waarden voor de overige bronkenmerken (hoogte, spreiding, warmte-inhoud en etmaalvariatie) waarvan Calculator uitgaat bij de depositieberekening. Deze waarden komen overeen met de gemiddelde waarden voor bronnen binnen deze sectoren die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (GCN bronkenmerken). Deze waarden zijn niet aanpasbaar door de gebruiker.

Hoe berekent AERIUS de verspreiding en depositie van ruimtelijke plannen?
Calculator berekent de depositiebijdrage van de ingevoerde bron met het rekenmodel OPS van het RIVM. Het OPS model rekent niet met lijnbronnen, alleen aan puntbronnen en oppervlaktebronnen. Een in AERIUS ingevoerde lijnbron wordt daarom door AERIUS omgezet in een reeks puntbronnen en dan ingevoerd in OPS. Wanneer een oppervlaktebron in AERIUS wordt ingevoerd, dan wordt deze door AERIUS opgedeeld in kleinere deel-oppervlaktebronnen, welke vervolgens worden doorgegeven aan OPS.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
475-4434
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie
  • 15-10-2020

Emissieberekening ruimtelijke plannen

Versie: 
15-10-2020

In het kort
Voor een ruimtelijk plan zijn niet altijd gedetailleerde gegevens beschikbaar over de emissiebronnen. Dat geldt bijvoorbeeld voor bestemmingsplannen en structuurvisies. AERIUS kan voor deze plannen de emissies berekenen op basis van een indicator voor de omvang van het plan, zoals het aantal woningen of het vloeroppervlak van kantoren. AERIUS gaat daarbij uit van standaard emissiefactoren per indicator die zijn afgeleid van gegevens uit de Emissieregistratie.

Hoe wordt de emissie van een plan berekend?
Calculator berekent de indicatieve emissies van een ruimtelijk plan met onderstaande formule:

\[
E_{plan}=\ \ \sum_s{(X}_s*E_s)
\]

met

Eplan = Totale emissie van het plan (kg/jaar)
Xs = Planomvang van een emissiebron in (sub)sector s (uitgedrukt in eenheid Y)
Es = Emissiefactor van de (sub)sector s (kg/jaar/Y)

De gebruiker kan per sector volstaan met het invoeren van de planomvang, uitgedrukt in de eenheid waarvoor de standaard emissiefactoren zijn vastgesteld.
Wanneer een plan meerdere sectoren omvat, berekent AERIUS eerst de emissies per sector en telt deze vervolgens bij elkaar op.

Let op : De emissiefactoren zijn indicatief. Berekeningen volgens deze methode kunnen niet in AERIUS Register gebruikt worden.

 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
279-4384
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Ruimtelijke plannen - categorieën

Versie: 
05-07-2018

Kenmerken

Thema
Plannen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
RIVM
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
07-07-2018

Beschrijving gegevensset

Voor een ruimtelijk plan zijn niet altijd gedetailleerde gegevens beschikbaar over de emissiebronnen. Dat geldt bijvoorbeeld voor bestemmingsplannen en structuurvisies. AERIUS berekent voor verschillende categorieën plannen de emissies op basis van een indicator voor de omvang van het plan (emissiefactoren ruimtelijke plannen), zoals het aantal woningen of het vloeroppervlak van kantoren. AERIUS gaat daarbij uit van standaard emissiefactoren per indicator die zijn afgeleid van gegevens uit de Emissieregistratie.

Verantwoording gegevensset

De categorieën plannen betreffen een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
emissiewaarden_aerius_def_versie_05_juli_2018.xlsxRIVM05 juli 2018

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data is door de bronhouder aangeleverd aan AERIUS.
  • HarmonisatieDe data is geharmoniseerd naar een formaat zodat automatische verwerking mogelijk is.
  • ValidatieDe data is door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDoor AERIUS is een selectie gemaakt uit de aangeleverde categorieën. De geselecteerde data wordt getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

De bronnen worden naar de tabel plan_categories getransformeerd. De volgende velden zijn in deze tabel opgenomen:

VeldTypeEenheidOmschrijving
plan_category_idint2.PRIKEYn.v.tUnieke identificatie van de categorie
gcn_sector_idint4n.v.tUnieke identificactie van de GCN-sector
category_unitchar(4)n.v.tType waarde (aantal. hectares. ton etc.)
codetext.PRIKEYn.v.tCode van de categorie
nametext.PRIKEYn.v.tNaam van de categorie
descriptiontextn.v.tOmschrijving van de categorie

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
320-3366
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 05-07-2018

Ruimtelijke plannen - emissiefactoren

Versie: 
05-07-2018

Kenmerken

Thema
Plannen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, RIVM
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
05-07-2018

Beschrijving gegevensset

Voor een ruimtelijk plan zijn niet altijd gedetailleerde gegevens beschikbaar over de emissiebronnen. Dat geldt bijvoorbeeld voor bestemmingsplannen en structuurvisies. AERIUS berekent voor verschillende categorieën plannen de emissies op basis van een indicator voor de omvang van het plan (emissiefactoren ruimtelijke plannen), zoals het aantal woningen of het vloeroppervlak van kantoren. AERIUS gaat daarbij uit van standaard emissiefactoren per indicator die zijn afgeleid van gegevens uit de Emissieregistratie.

Verantwoording gegevensset

De emissiefactoren plannen betreffen een gegevensset die is gebaseerd op de onderstaande bron. Bij de gegevens voor industrie wordt onderscheid gemaakt tussen een 'onbestreden' emissiefactor (EF) voor NOx en een 'bestreden' emissiefactor. De onbestreden emissiefactor geldt voor een proces waarbij geen aanvullende maatregelen zijn getroffen om de emissie van NOx te verlagen, en de bestreden emissiefactor geldt als er wel maatregelen zijn getroffen. AERIUS rekent voor ruimtelijke plannen standaard met de bestreden emissiefactor. Voor Calculator en Connect zijn op 20 april 2016 de NH3 kentallen voor ruimtelijke plannen geactualiseerd (zie ‘Ammoniakemissie consumenten in relatie tot woningbouw, Door: Werkgroep ammoniak en woningbouw, 29 november 2016 ) en zijn de door de te gebruiken emissiecijfers op nul gezet. Voor MONITOR geldt dat de emissies voor woningen al in de achtergrond zijn meegenomen met (sinds 2016) een emissiefactor van 0,47 kg/jaar.

BronEigenaarSinds
emissiewaarden_aerius_def_versie_05_juli_2018.xlsx

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data is door de bronhouder aangeleverd aan AERIUS.
  • HarmonisatieDe data is geharmoniseerd naar een formaat zodat automatische verwerking mogelijk is.
  • ValidatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDoor AERIUS is een selectie gemaakt uit de aangeleverde data. Per categorie is daarbij uitgegaan van de worst case waarde voor de emissiefactor. De geselecteerde data wordt getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

De bronnen worden naar de tabel plan_category_emission_factors getransformeerd. De volgende velden zijn in deze tabel opgenomen:

VeldTypeEenheidOmschrijving
plan_category_idint2.PRIKEYn.v.tUnieke waarde voor RIVM categorie emissieregistratie
substance_idint2n.v.t
emission_factorfloat4Uitstoot van een stof per indicator planomvang

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
321-3367
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 05-07-2018

Importeren bestanden

Versie: 
15-10-2020

In het kort
AERIUS kan diverse bestandstypen inlezen met gegevens over emissiebronnen en rekenpunten. Dit betreft onder meer OPS-bestanden. De bestanden moeten voldoen aan bepaalde voorwaarden.

Welke bestanden kunnen gebruikers importeren in AERIUS?
AERIUS biedt de mogelijkheid om bestanden met gegevens van emissiebronnen en rekenpunten te importeren. De importfunctie van AERIUS kan de volgende vijf bestandtypen inlezen:

  • OPS-bronbestanden (.brn)
  • OPS-receptorbestanden (.rcp)
  • GML-bestanden (.gml), bijvoorbeeld zoals gecreëerd door de GML exportfunctie van AERIUS
  • PAA-bestanden (.pdf), gecreëerd door de pdf exportfunctie van AERIUS
  • ZIP-bestanden (.zip), die één of twee van de voorgaande bestanden gecomprimeerd bevatten.

 

Het bestandstype (‘extensie’) bepaalt hoe AERIUS het bestand verwerkt:
OPS-bronbestanden worden omgezet in AERIUS emissiebronnen. Bij het importeren moet worden aangegeven op welke stof de emissiewaarden betrekking hebben. Wanneer een tweede bestand wordt geïmporteerd met dezelfde coördinaten, maar met een andere stof, dan worden de gegevens, op basis van de coördinaten, samengevoegd.
OPS-receptorbestanden worden omgezet in AERIUS rekenpunten.
GML-bestanden met een AERIUS namespace worden omgezet in AERIUS emissiebronnen en/of rekenpunten. De structuur hiervan is vastgelegd in een XSD-bestand. Vooralsnog kan AERIUS geen andere GML-bestanden importeren.
PAA-bestanden worden gecontroleerd op authenticiteit en vervolgens omgezet in AERIUS emissiebronnen.
ZIP-bestanden worden gecontroleerd op de aanwezigheid van voorgaande bestanden. Bevat het ZIP bestand één van deze bestanden, dan wordt dit bestand geïmporteerd. Wanneer een GML bestand aanwezig is, wordt gekeken in hoeverre ook een tweede GML bestand aanwezig is. Indien twee GML bestanden aanwezig zijn, dan worden deze twee bestanden als een vergelijking geïmporteerd.

Welke eisen gelden voor OPS bestanden om geïmporteerd te kunnen worden in AERIUS?
De OPS import kan twee bestandstypen inlezen, te weten:
OPS-bronbestanden (.brn)
OPS-receptorbestanden (.rcp)
Voor deze bestanden zijn eisen gesteld aan het formaat van de inhoud en gelden minimale en maximale waarden voor de variabelen in het bestand.

Formaat van de inhoud
Voor beide typen geldt dat het bestand 1 header-regel heeft (die standaard genegeerd wordt).
Voor elke regel in het OPS-bronbestand geldt dat deze moet voldoen aan een fixed-width formaat (dit is nader toegelicht in de OPS documentatie).
Aan het formaat van het OPS-receptorbestand zijn minder eisen gesteld. Wanneer dit bestanden bestaat uit ‘spatiegescheiden data’, dan kan AERIUS het ook inlezen.

Minimale en maximale waarden OPS-bronbestand
De verschillende variabelen met de bijbehorende minimale en/of maximale waarde staan hieronder vermeld. De waarden mogen decimalen of alleen gehele getallen zijn, afhankelijk van de kolom.

Variabale Min Max Opmerking
Source emission (q) 0 - Decimalen. Veld wordt niet gebruikt (alleen voor initiële naamgeving bij import).
Coordinates (x, y) -9999999 9999999 Gehele getallen. Coördinaten zijn in het Rijksdriehoeksmeting stelsel.
Source emission (q) 0 - Decimalen
Source heat content (hc) 0 999 Decimalen
Source height (h) 0 9999 Decimalen
Source diameter (d) -999999 999999 Gehele getallen. Negatieve waarden worden gebruikt voor cirkelvormige bronnen, 0 wordt gebruikt voor puntbronnen en positieve waarden voor vierkante bronnen. 
Source spread (s) 0 9999 Decimalen. Dit wordt begrensd door de Source height. Is spread > height, dan wordt automatisch spread = height gebruikt.
Source diurnal variation (tb of dv) 0 5 Gehele getallen. 4 en 5 worden alleen gebruikt voor NH₃. Wordt 1 van deze opties toch gebruikt voor NOx, dan wordt 0 gebruikt als optie.
Source category number (cat) 1 9999 Gehele getallen. Wordt gebruikt voor het bepalen van sector (verwacht AERIUS sector Ids). Is deze onbekend, dan wordt een standaard industrie sector genomen.
Source area (area) 1 9999 Gehele getallen. Let wel: dit niet de oppervlakte, maar een gebiedsnummer. 1 is hierbij bijvoorbeeld Nederland. Wordt genegeerd bij importeren.
Source particle distribution (psd) -999 3 Gehele getallen. Negatieve waarden worden gereserveerd voor bestanden op maat. Wordt (vooralsnog) genegeerd bij importeren, standaard wordt 0 gebruikt.
Source component name (comp) - 12 karakters Vrije invoer (incl. letters, spaties etc). Veld wordt niet gebruikt (alleen voor initiële naamgeving bij import).
       

 

 

Minimale en maximale waarden OPS-receptorpuntbestand
De verschillende variabelen met de bijbehorende minimale en/of maximale waarden staan hieronder vermeld. De waarden mogen decimalen of alleen gehele getallen zijn, afhankelijk van de kolom.

Variabale Min Max Opmerking
nr (q) 0 - Gehele getallen. Veld wordt niet gebruikt.
Name - - Vrije invoer (geen spaties). Wordt gebruikt in de naamgeving van het rekenpunt.
Coordinates (X-coor, Y-coor) -9999999 9999999 Gehele getallen. Coördinaten zijn in het Rijksdriehoeksmeting stelsel.
Ruwheid (z0) 0 - Optioneel. Decimalen. Indien niet ingevuld wordt dit door AERIUS bepaald aan de hand van coördinaten.
Landgebruik (Landuse) 1 9

Optioneel. Gehele getallen. Indien niet ingevuld wordt dit door AERIUS bepaald aan de hand van coördinaten. De waarde correspondeert met RIVM DEPAC klasse (1 is bijvoorbeeld grasland)

Indien het bestand gegevens bevat over de ruwheidslengte en het landgebruik, dan dienen deze gegevens voor álle receptoren te zijn opgenomen.

Factsheet

Factsheet
292-4417
Voor
  • Calculator
Type
Handreiking
Versie

Berekening depositiebijdrage bronnen op korte afstand van het rekenpunt

Versie: 
15-10-2020

In het kort
Wanneer een emissiebron op relatief korte afstand ligt van het rekenpunt, kan AERIUS waarden op dit rekenpunt berekenen die niet representatief zijn voor de gemiddelde depositiebijdrage in het hexagoon. In hexagonen waar dit optreedt, berekent AERIUS de depositiebijdrage op basis van subrekenpunten.

Hoe berekent AERIUS de depositiebijdrage van een bron dichtbij het rekenpunt?
AERIUS berekent de deposities per hexagoon met een oppervlakte van één hectare. Het rekenpunt ligt in het midden van de hexagoon. De berekende depositie op het rekenpunt wordt toegekend aan de gehele hexagoon van één hectare.

Indien de afstand tussen de emissiebron en het rekenpunt relatief kort is, kan de modelberekening een waarde opleveren die niet representatief is voor de depositiebijdrage op dit rekenpunt. Om dit te voorkomen definieert AERIUS, wanneer een bron binnen het hexagoon valt, in het desbetreffende hexagoon 397 subrekenpunten.

AERIUS berekent de depositie op al deze subrekenpunten. De berekende waarden worden vervolgens gemiddeld om te komen tot een realistische waarde voor de depositie in het gehele hexagoon. Bij deze middeling worden de subrekenpunten meegenomen die tenminste 20 meter van de bron zijn gelegen.

 

Factsheet

Factsheet
676-4383
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Berekening verspreiding en deposities met OPS

Versie: 
15-10-2020

In het kort
AERIUS berekent voor alle bronnen, met uitzondering van het wegverkeer, de verspreiding van de emissies en de depositiebijdrage met het Operationele Prioritaire Stoffen model (OPS). OPS rekent op basis van door de gebruiker ingevoerde of default bronkenmerken èn brononafhankelijke gegevens over de meteorologische condities, terreinruwheid en landgebruik.  Wanneer bronnen en rekenpunten op grote afstand van elkaar liggen, wordt een aggregatiemethode toegepast waarbij bronnen op basis van kenmerken worden samengevoegd tot één bron. Met deze methode wordt de rekentijd voor grote berekeningen (veel bronnen of grote afstanden) aanzienlijk verkort. Binnen de sector landbouw wordt deze aggregatiemethode niet toegepast.

Hoe berekent OPS de depositiebijdrage?
OPS berekent de verspreiding van verontreinigende stoffen in de lucht (concentraties). Daarnaast berekent het model hoeveel van die stoffen per hectare op bodem of gewas terechtkomt (depositie). AERIUS Calculator 2020 maakt gebruik van OPS versie 5.0.0.0

De volgende gegevens vormen de invoer voor OPS:

  • bronkenmerken
  • gegevens over meteorologische condities, terreinruwheid en landgebruik

Op basis hiervan berekent AERIUS de depositiebijdrage op de rekenpunten.

a) Kenmerken emissiebronnen
De volgende kenmerken beschrijven de  bronnen in het OPS model.
Meer informatie hierover is te vinden in de help functie van het OPS model en in de factsheet importeren bestanden.

  • locatie van de (punt)bron, in x,y-rijksdriehoekcoördinaten (m)
  • emissiesterkte (g/s)
  • warmte-inhoud (MW)
  • de gemiddelde uitstoothoogte van de bron (m)
  • diameter van de oppervlaktebron (m)  (0m betekent een puntbron)
  • spreiding in de uitstoothoogte (m)
  • diameter van de uitstroomopening / schoorsteen (m)
  • uitstroomsnelheid (m/s) 
  • uitstroomtemperatuur (graden C)
  • code voor dagelijkse variatie van de emissie (-)
  • categorie van de bron
  • regiocode van de regio waarin de bron staat
  • code voor deeltjesgrootteverdeling (0 is gasvormig)
  • gebouwlengte(m) 
  • gebouwbreedte(m)
  • gebouwhoogte(m) 
  • gebouw orientatie(graden)
  • component (-)

 

De waarden voor deze bronkenmerken zijn afhankelijk van de gegevens die de gebruiker invoert. Afhankelijk van het type bron en de sector hanteert AERIUS voor een deel van de bovenstaande kenmerken defaultwaarden.
Nadere toelichting op  de invoergegevens die relevant zijn voor gebouwinvloed zijn gegeven in de betreffende factsheet over gebouwinvloed.

b) Brononafhankelijke gegevens
Voor de verspreiding- en depositieberekening zijn verder de volgende gegevens relevant:

  • Meteorologische conditiesOPS gaat uit van meteorologische gegevens. Hierbij worden  zes regio’s onderscheiden. De gegevens per regio zijn afgeleid van de metingen op 19 KNMI meetstations. OPS gaat uit van gemiddelde gegevens over de periode 2005-2014. 
  • Terreinruwheid en landgebruikDe gegevens over de terreinruwheid en het landgebruik, waar OPS mee rekent, zijn beschreven in Terreinruwheid en landgebruik  en afgeleid van het Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland (LGN).

 

Een uitgebreide beschrijving van OPS, met verwijzingen naar relevante rapporten, is te vinden op de website van het RIVM.

Hoe aggregeert AERIUS bronnen voordat ze met OPS worden doorgerekend?
Wanneer voor meerdere bronnen op grote afstand van een rekenpunt de depositie moet worden bepaald, kan de rekentijd ongewenst lang zijn. Om voor een dergelijke berekening de rekentijd te verkorten voegt Calculator, onder bepaalde voorwaarden, bronnen samen tot een kleiner aantal bronnen. Door te rekenen met minder bronnen wordt de rekentijd versneld, terwijl het resultaat van een geaggregeerde bron op grote afstand hetzelfde is als wanneer de bronnen afzonderlijk worden doorgerekend.
Bronnen worden in Calculator per sector (met uitzondering van de sector landbouw) samengevoegd, waarbij binnen de sector weer rekening wordt gehouden met de diversiteit in bronkenmerken. Onderstaand figuur geeft een voorbeeld van deze aggregatie-methode. Links in de figuur is te zien wat de gebruiker heeft ingevoerd (5 bronnen voor de sector industrie) en zijn twee gebieden te zien waar het effect berekend wordt, op 3 en op 60 km afstand. Zonder aggregatie worden alle emissiebronnen apart doorgerekend, zowel voor het gebied dichtbij als het gebied op grote afstand. Met aggregatie worden de emissiebronnen bij de berekening voor het gebied ver weg binnen een zelfde blok samengevoegd tot 1 bron, zolang het tenminste gaat om bronnen in dezelfde sector én de kenmerken vergelijkbaar genoeg zijn dat aggregatie verantwoord is. In de figuur leidt dit uiteindelijk tot drie resterende emissiebronnen. Voor het gebied op korte afstand wordt niet geaggregeerd. Standaard wordt met aggregatie gerekend.

 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
282-4363
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Berekening warmte-inhoud

In het kort
De warmte-inhoud van een emissiebron beïnvloedt de stijging van de emissies en is daarmee relevant voor de verspreiding en depositie. Een gebruiker kan in AERIUS de warmte-inhoud invoeren op twee methodes, horende bij de volgende situaties : 

  1. Geforceerde uitstoot :  Uittreedtemperatuur, -snelheid en brondiameter worden opgegeven.
  2. Ongeforceerde uitstoot :  Alleen de warmte-inhoud (Q) van het rookgas wordt opgegeven.

 

In het geval van geforceerde uitstoot kan er ook sprake zijn van pluimstijging ,doordat het rookgas een vertical impuls heeft. In het tweede geval heeft het rookgas geen impuls.
Een uitgebreide toelichting op beide methodes is gegeven in het achtergrond document (link). In deze factsheet wordt een korte beschrijving gegeven van de rekenmethode en de verwachte invoer voor beide situaties

Berekening warmte-inhoud bij geforceerde uitstoot
Wanneer voor de rekenoptie geforceerde uitstoot wordt gekozen, Dan vult de gebruiker de volgende gegevens in :

  1. temperatuur van de emissie (K)
  2. uittreeddiameter (m)
  3. uitstroom snelheid en richting (m/s) en horizontaal danwel verticaal.


De uittreedhoogte wordt eveneens ingevuld, maar deze doet niet mee in de berekening van de warmte-inhoud.

Vervolgens worden deze gegevens doorgestuurd naar het OPS model, dat de referentie warmte-inhoud uitrekent, met onderstaande formule :

Qm0 = ρ0 * Cp0 *V0 * (Ts-Ta)*10-6

V0=A*vs*T0/Ts

met

T0           = referentietemperatuur  (273.15 K ofwel 0 C )
p0           = referentiedruk  (1 atmosfeer ofwel 101.325 kPa)
ρ0          = referentiedichtheid van lucht bij druk P0 en temperatuur T0 (1.293 kg/m3)
Cp,0        = referentie specifieke warmte van lucht bij druk P0 en temperatuur T0 (1005 J/kg/K)
A            = uitstroom oppervlakte (m2) ; berekend uit de uitstroom diameter
vs           = uitstroom snelheid (m/s)
V0          = referentie ('normaal') volumedebiet (m03/s) bij druk P0 en temperatuur T0
Ts          = temperatuur van de emissie (K)
Ta          = temperatuur van de omgevingslucht (K) per meteoklasse. Gemiddeld is deze 285K

In het OPS model wordt vervolgens de pluimstijging ten gevolge van warmte-inhoud vergeleken met de pluimstijging door impuls (zie factsheet gebouwinvloed en pluimstijging). De hoogste van beide waardes wordt toegepast als pluimstijging. Tenslotte wordt hier nog de uittreedhoogte bij op geteld.Invullen van de bovenstaande constanten levert de volgende vergelijking op:

Qm0 = 1,299465 V0 (Ts − Ta) 10−3

Berekening warmte-inhoud bij ongeforceerde uitstoot
Een belangrijk verschil met geforceerde uitstoot is dat er sowieso geen sprake is van pluimstijging door impuls en dat in deze methode gerekend wordt met een vaste waarde van de warmte-inhoud.
In deze methode wordt de waarde van Q direct doorgegeven aan het OPS model.  De gebruiker zal deze zelf moeten uitrekenen. Voor de juiste toepassing van deze methode is het van belang dat de van te voren berekende warmte-inhoud is berekend met dezelfde formule als geforceerde uitstoot, dus op basis van de referentie dichtheid ρ0 , referentie specifieke warmte Cp,0 en het normaal debiet. Wanneer de warmte-inhoud op een andere wijze wordt berekend, dan ontstaat er een inconsistentie in de berekening van de pluimstijging.

 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
284-4282
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Bronkenmerken sectoren GCN/GDN

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Algemeen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
RIVM
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
17-06-2016

Beschrijving gegevensset

Deze gegevensset geeft voor de verschillende bronsectoren die het RIVM onderscheidt bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten een overzicht van de bronkenmerken die relevant zijn voor verspreidingsberekeningen met het rekenmodel OPS van het RIVM. Het gaat om de volgende bronkenmerken:

  • warmte-inhoud
  • uitstoothoogte
  • spreiding
  • etmaalvariatie.

 

De waarden voor de warmte-inhoud, uitstoothoogte en spreiding van verschillende sectoren zijn toegelicht in een aparte notitie.

Verantwoording gegevensset

De gegevens zijn afgeleid van de volgende aangeleverde gegevens:

BronEigenaarSinds
Bronbestanden GCN/GDN kaartenRIVMapril 2015

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouder gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe data wordt omgezet naar een machine-leesbaar-formaat.
  • ValidatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

gcn_sector_source_characteristics

VeldTypeEenheidOmschrijving
particle_size_distributionint4
heat_contentfloat4MwWarmte-output
spreadfloat4meterSpreiding
heightfloat4meterUitstoothoogte
gcn_sector_id int4,PRIKEY
substance_idint2
diurnal_variationint4

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
438-3744
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Gebouwinvloed en pluimstijging

Versie: 
14-01-2020

1 Inleiding

In AERIUS Calculator 2019A kan het effect van een gebouw op de depositie berekend worden. Dit wordt in de context van luchtkwaliteit en depositie onderzoek gebouwinvloed genoemd. Dit is een nieuwe functionaliteit ten opzichte van Calculator 2019.0.  Daarnaast kan in AERIUS Calculator de pluimstijging ten gevolge van de uittreedimpuls berekend worden. Het toepassingsbereik van AERIUS Calculator is hiermee verruimd t.o.v. Calculator 2019.0[1].Dit factsheet beschrijft het fenomeen gebouwinvloed (H2.1) , wanneer hier sprake van is (H2.2), hoe AERIUS gebouwinvloed berekent (H2.3) en voor welke situaties gebouwinvloed met AERIUS Calculator in rekening kan worden gebracht (H2.4). In hoofdstuk 3 wordt op analoge wijze de pluimstijging beschreven. Dit factsheet is bedoeld als toelichting op de wetenschappelijke en technische beschrijving van de gebouwinvloed in AERIUS [1]. De vertaling naar gebruik in de praktijk wordt vervolgens beschreven in de instructie “Addendum instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator”[2].

 

[1] https://www.aerius.nl/files/media/release_notes_aerius_calculator_2019_def.pdf

2 Gebouwinvloed

2.1 Wat is gebouwinvloed ?

Een gebouw heeft invloed op de depositie omdat het een obstakel vormt in het windveld. Hierdoor ontstaan wervelingen in de stroming rondom het gebouw.  Figuur 1 geeft het gebouweffect - op vereenvoudigde wijze -  weer. Deze wervelingen beïnvloeden de verspreiding van emissies die vrijkomen op of in de nabijheid van het gebouw en hebben daarmee effect op de bijdrage aan de concentratie en de depositie.

Figuur 1 : Vereenvoudigde weergave van het effect van een gebouw op het windveld. Rondom het gebouw ontstaat (versterkte) turbulente werveling.

2.2 Wanneer is er sprake van gebouwinvloed ?

Er is sprake van gebouwinvloed als het gebouw een relatief groot obstakel vormt in zijn omgeving en er in de nabijheid van het gebouw emissie vrij komt. In de “Addendum instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator” [2] is in detail beschreven in welke situaties de gebouwinvloed van toepassing is.

2.3 Hoe wordt gebouwinvloed in AERIUS berekend ?

De depositie (D) wordt berekend door een (standaard) OPS berekening te combineren met ISL3a berekeningen, respectievelijk met en zonder gebouwinvloed. ISL3a is een implementatie van het Nieuw Nationaal Model [3]. Hiervoor geldt de volgende formule.

D = D_OPS * C_ISL3a (met gebouw) / C_ISL3a (zonder gebouw)                                                                                     (1)

Met :

D_OPS  : De depositiebijdrage, berekend met OPS
C_ISL3a (met gebouw)  :      De concentratiebijdrage, met gebouwinvloed, berekend met ISL3a
C_ISL3a (zonder gebouw)  : De concentratiebijdrage, zonder gebouwinvloed, berekend met ISL3a

De waardes van C_ISL3a - toegepast in formule (1) - zijn vooraf voor een aantal gebouwconfiguratieklassen berekend en opgeslagen in een tabel. De gebouwconfiguratie wordt beschreven met de variabelen gegeven in Tabel 1. Wanneer in AERIUS Calculator een gebouwconfiguratie wordt ingevoerd, dan volgt de waarde van C_ISL3a die gebruikt wordt in (1) uit een lineaire interpolatie tussen de twee meest nabij gelegen configuratieklassen. De methode voor het bepalen van de gebouwinvloed, inclusief de uitgangspunten en de grenzen van deze configuratieklassen worden beschreven in [1,3].

Het gebouweffect wordt tot 3000 meter afstand van het gebouw meegenomen in de AERIUS berekening. In C19.0 vielen berekeningen binnen 3000 meter van een gebouw met gebouwinvloed buiten het toepassingsbereik. 
Verder is het gebouweffect tot op 70 meter afstand van het midden van het gebouw constant en gelijk aan het gebouweffect op 70 meter afstand[1].  Hier is voor gekozen omdat de berekende gebouweffecten dichtbij het gebouw steeds onzekerder worden

 

Tabel 1 : Variabelen die de gebouwinvloed bepalen

Variabele

Bronhoogte

Uittreeddiameter

Uittreedsnelheid

Gebouw Hoogte

Gebouw Breedte/Lengte verhouding [-]

Gebouw Lengte

Gebouw Oriëntatie

 

Toelichting op Tabel 1 :

  • De bronhoogte is de hoogte waarop de emissie vrij komt, ten opzichte van het maaiveld.
  • Uittreeddiameter is de diameter van de schoorsteen of uitlaat.
  • Uittreedsnelheid : de snelheid waarmee de emissie uitgestoten wordt.
  • De hoogte van het gebouw : de representatieve[2] hoogte van het gebouw boven het maaiveld.
  • De breedte/lengte verhouding van het gebouw : de representatieve breedte gedeeld door de representatieve lengte van het gebouw.
  • De lengte van het gebouw : de representatieve lengte  van het gebouw boven het maaiveld.
  • Gebouworiëntatie is van belang omdat deze het frontaal oppervlak van het gebouw ten opzichte van de windrichting bepaalt. De getalswaarde wordt gegeven door de hoek tussen de lange zijde van het gebouw en de west-oost lijn (x-as). In Figuur 3 is een voorbeeld gegeven.

Figuur 3 : De gebouworiëntatie wordt voorgeschreven door de hoek tussen de langste zijde van het gebouw en de west- oost lijn (x-as). De pijl geeft deze hoek -van ongeveer 30 graden -aan.

 

[1] Binnen 70 m van (het midden van) het gebouw is de correctiefactor constant en gelijk gesteld aan de correctiefactor op 70m. De reden hiervoor is dat de hier gevolgde benadering om de ratio van concentraties met en zonder gebouw te nemen, de berekening heel onzeker maakt. Dichtbij het gebouw is de pluim nog in de wervel, waarvoor de gebouwmodule beperkt geschikt is. In de situatie zonder gebouw is de pluim in de meeste situaties nog grotendeels boven de grond, wat de berekening nog eens extra onzeker maakt.

[2] Een representatieve gebouw lengte, breedte of hoogte zal meestal goed bepaald kunnen worden door het gemiddelde.

2.4 Wanneer kan gebouwinvloed in AERIUS worden berekend ?

2.4.1 Geldigheid van de gebouwmodule NNM

De gebouwinvloed in AERIUS is bepaald op basis van NNM berekeningen. Het modelbereik van AERIUS, waarbinnen gebouwinvloed kan worden berekend is dus begrensd door het geldigheidsdomein van de NNM gebouwmodule. Dit is gegeven in hoofdstuk 7 van [5]. Eén van de voorwaarden is dat het gebouw geïsoleerd in een verder ongestoorde omgeving staat. In de praktijk van luchtkwaliteitsonderzoek wordt pragmatisch omgegaan met deze strikte voorwaarde. Zie bijvoorbeeld [6,7,8] Hier volgen we deze praktijk, beschreven in het addendum bij het instructiedocument [2].

2.4.2 Modelbereik gebouwinvloed AERIUS

2.4.2.1Minimale en maximale afmeting gebouw

In AERIUS kan gebouwinvloed worden berekend, wanneer de gebouwconfiguratie en de kenmerken van het emissiepunt kunnen worden beschreven met de variabelen gegeven in Tabel 2. De gebruiker kan elke waarde tussen het minimum en maximum opgeven.

 

Tabel 2 : minimale en maximale waarden van de variabelen die gebouwinvloed bepalen.

Variabele

Minimum

Maximum

Eenheid

Bronhoogte

0

20

m

Uittreeddiameter

0,01

5

m

Uittreedsnelheid

0,0

8,4

m/s

Gebouw Hoogte

0

20

m

Gebouw Breedte/Lengte verhouding

0,15

1,0

-

Gebouw Lengte

10,0

105,0

m

Gebouw Oriëntatie

0,0

180,0

graden

Warmte-inhoud

0,0

0,0

MW

Temperatuur emissie

11,85

11,85

oC

 

Toelichting op Tabel 2:

  • Voor de breedte/lengte verhouding van een gebouw bestaat een minimale en maximale waarde. Dit betekent dat de minimale en maximale breedte afhangen van de lengte van het gebouw.
  • De gebouwinvloed kan alleen berekend worden voor bronnen zonder warmte-inhoud.  Wanneer met gebouwinvloed wordt gerekend, dan wordt de warmte-inhoud op de default waarde van 0 MW gezet. Evenzo zal de emissietemperatuur op 11,85 oC -de gemiddelde buitenluchttemperatuur in Nederland- blijven staan.
  • Om gebouwinvloed in rekening te brengen, geeft de gebruiker voor de variabelen in Tabel 1 een waarde op. Valt een waarde buiten het minimum of maximum, zoals gegeven in Tabel 2, dan krijgt de gebruiker een waarschuwing. De berekening wordt vervolgens uitgevoerd met de dichtst bij gelegen minimale of maximale waarde.
  • In situaties dat de bron- en/of gebouwhoogte buiten de minimale/maximale waarden van Tabel 2 vallen, zal in veel gevallen geen sprake zijn van gebouwinvloed, omdat dan de bronhoogte ook 2,5 maal groter is dan de gebouwhoogte.
  • Wanneer de schoorsteen lager is dan 2,5 maal de gebouwhoogte, maar het gebouw is niet te beschrijven met Tabel 2, dan kan de ISL3a handreiking [9] worden gevolgd.

 

2.4.2.2 Positie van de bron ten opzichte van het gebouw

De correctiefactoren voor gebouwinvloed In AERIUS Calculator zijn gebaseerd op situaties waarbij de bron zich op het midden van het gebouw bevindt. Deze correctiefactoren zijn ook toepasbaar in andere situaties:

  • De bron bevindt zich op het gebouw, maar niet precies in het midden.
  • De bron bevindt zich op de gevel, zoals bij een luchtwasser van een stal.

Deze twee situaties zijn onderzocht in [1].

Voor overige situaties is het advies om de handreiking bijzondere gebouwen toe te passen [9]. Wanneer de bron zich op een grotere afstand dan 10 maal de grootste gebouwmaat van het gebouw bevindt, dan is de invloed in veel gevallen te verwaarlozen.

3 Pluimstijging

3.1 Wat is pluimstijging ?

De depositie ten gevolge van geëmitteerd rookgas wordt mede bepaald door de hoogte waarop de emissie plaatsvindt. Pluimstijging is de extra hoogte die de emissie kan winnen, nadat het is geëmitteerd. In modelberekeningen wordt gerekend met een effectieve uittreedhoogte, gelijk aan de uittreedhoogte plus de pluimstijging. Pluimstijging kan het gevolg zijn van warmte-inhoud van het rookgas. Hiervan is sprake van wanneer het rookgas, bij het verlaten van het emissiepunt, een hogere temperatuur heeft dan zijn omgeving. Dit wordt thermische pluimstijging genoemd. Daarnaast kan er ook sprake zijn van impulsstijging. Dit is het gevolg van de verticale snelheid die het rookgas meekrijgt wanneer het uitgestoten wordt.  Figuur 4 toont een voorbeeld van rookgasemissie uit een schoorsteen waarbij sprake is van pluimstijging. In de praktijk zal de pluimstijging vaak minder duidelijk zichtbaar zijn. Tot en met AERIUS Calculator 2019.0 werd in de berekeningen alleen met thermische pluimstijging rekening gehouden. Vanaf AERIUS Calculator 2019A wordt ook de impuls pluimstijging berekend. Deze factsheet geeft een beschrijving van dit fenomeen, wanneer het voorkomt, hoe dit wordt berekend en wanneer het in AERIUS kan worden berekend.

Figuur 4 : Indicatie van de pluimstijging, aangegeven met de pijl. De emissie vindt plaats ter hoogte van de bovenkant van de schoorsteen. De emissie stijgt echter op ten gevolge van de pluimstijging. De effectieve uittreedhoogte ligt hierdoor ter hoogte van de bovenkant van de pijl.

3.2 Wanneer is er sprake van pluimstijging ?

Pluimstijging treedt op wanneer het geëmitteerde rookgas :

  • In verticale richting geforceerd wordt uitgestoten en al dan niet warmte-inhoud heeft ; zoals bijvoorbeeld Figuur 4.
  • Natuurlijk geventileerd ofwel ongeforceerd uitgestoten wordt en een bepaalde warmte-inhoud heeft. Dit kan bij ventilatie roosters, open deuren en -luiken.
  • In horizontale richting geforceerd wordt uitgestoten en tevens warmte-inhoud heeft. Deze situatie kan onder andere voorkomen bij een uitblaasopening op de gevel van een gebouw.

 

Bronnen met een warmte-inhoud zijn doorgaans industriële bronnen en schepen. Bronnen die een uittreedsnelheid kennen door impuls zijn bijv. luchtwassers en ook industriële bronnen.  Voor wegverkeer, berekend met Standaard Rekenmethode 2 (SRM2), is pluimstijging niet relevant.

3.3 Hoe wordt pluimstijging in AERIUS berekend ?

De pluimstijging wordt berekend in het OPS model. De berekening in OPS vindt plaats in de volgende stappen :

  1. De pluimstijging door impuls wordt berekend.
  2. De thermische pluimstijging wordt berekend.
  3. De uiteindelijke pluimstijging is gelijk aan het maximum van 1 en 2.

Hierbij wordt benadrukt dat de pluimstijging ten gevolge van impuls niet wordt opgeteld bij de thermische pluimstijging. De uiteindelijke pluimstijging is gelijk aan het maximum van deze afzonderlijk waarden. Bij horizontale richting is alleen sprake van thermische pluimstijging.

Voor industriële bronnen is de thermische pluimstijging in de meeste gevallen dominant boven pluimstijging door impuls.

 

De berekening van de impuls pluimstijging vindt plaats volgens de formulering van Briggs [10] en van Turner [11]. Deze berekening komt overeen met de berekening in het Nieuw Nationaal Model (NNM)[1] [3]. De berekening van de thermische pluimstijging is beschreven in de handleiding van OPS [12].

 

3.4 Wanneer kan pluimstijging in AERIUS worden berekend ?

Wanneer er geen sprake is van gebouwinvloed, dan kunnen alle puntbronnen met warmte-inhoud, al dan niet met geforceerde of ongeforceerde emissie worden doorgerekend. De maximale waarde voor de warmte-inhoud is 999 MW en de maximale waarde voor de temperatuur 2000 oC. De gebruiker geeft of de warmte-inhoud of de temperatuur op.

Wanneer er wel sprake is van gebouwinvloed, dan wordt de warmte-inhoud op de default waarde van 0 MW gezet. Evenzo zal de emissie temperatuur op 11,85 oC -de gemiddelde omgevingstemperatuur-  blijven staan. Voor bronnen met warmte-inhoud èn gebouwinvloed kan de BIJ12 handreiking [9] worden gevolgd.

 

[1] Onder andere formule 74 in de beschrijving van het NNM is niet overgenomen in OPS. Hier is de formule uit referentie 1 overgenomen.

 

4  Referenties

  1. Sauter F, van Ratingen S. (2019)  Simulating the effect of a building in OPS , https://www.rivm.nl/documenten/building-effectops, RIVM.
  2. BIJ12 (2020). Addendum instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2020/01/Addendum-instructie-gegevensinvoer-AERIUS-Calculator.pdf
  3. https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/regelgeving/wet-milieubeheer/beoordelen/koppeling/nieuw-nationaal/paarse-boekje/
  4. Sauter F, van Ratingen S.  (2019) Gebouwinvloed in het OPS model,  https://www.rivm.nl/documenten/opsgebouweffecttabel, RIVM.
  5. https://www.infomil.nl/publish/pages/67563/pb30.pdf
  6. https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/regelgeving/wet-milieubeheer/beoordelen/koppeling/nieuw-nationaal/handreiking-nieuw/handreiking-nieuw-0/5_1_samenvatting/
  7. https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/regelgeving/wet-milieubeheer/beoordelen/koppeling/nieuw-nationaal/handreiking-nieuw/handreiking-nieuw-0/10-3-keuze-invoer/5-3-1/
  8. https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/slag/isl3a/
  9. Rudrum D. en van Bommel R. (2019) Handreiking bijzondere gebouwen gebouw invloed in AERIUS, BIJ12
  10. Briggs G.A. (1969) Plume Rise. U.S. Atomic Energy Commission Critical Review Series, TID-25075. Air Resources Atmospheric Turbulence and Diffusion Laboratory, Environmental Science Services Administration, Oak Ridge, Tennessee.
  11. Turner DB, Chico T , Catalano JA (1986). Tupos, a multiple source gaussian dispersion algorithm using on-site turbulence data. Contract No. EPA 68-02-3750. Atmospheric sciences research laboratory, office of research and development, US Environmental protection agency, Research Triangle park, NC.
  12. Handleiding OPS 4.6.x.x (nog niet gepubliceerd) : https://www.rivm.nl/operationele-prioritaire-stoffen-model/documentatie

Factsheet

Factsheet
742-4120
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie
  • 14-01-2020

Lijnbron omzetten naar puntbronnen

Versie: 
17-03-2017

In het kort
Naast punt- en oppervlaktebronnen kan een gebruiker in AERIUS een lijnbron invoeren. De rekenkern van AERIUS (OPS) beschouwt een lijnbron als een verzameling puntbronnen. AERIUS zet de lijnbron daarom om naar puntbronnen die elk een deel van de emissie representeren.

Hoe zet AERIUS de lijnbron om naar puntbronnen?
Om tot een verzameling puntbronnen op de lijn te komen, volgt AERIUS de volgende stappen:

  1. Lijn opdelen in aantal segmenten met gelijk lengtes
  2. Puntbronnen lokaliseren

1. Lijn opdelen in aantal segmenten met gelijke lengtes
AERIUS verdeelt een lijnbron met een specifieke lengte (Ll) in een aantal gelijke segmenten (Nl) met een maximale lengte per segment (LMAX). Deze maximale lengte is 2 meter voor lijnbronnen die betrekking hebben op wegverkeer, en 25 meter voor overige lijnbronnen.

Het streven is om het aantal segmenten zo klein mogelijk te houden door de maximale lengte zo dicht mogelijk te benaderen. Hiertoe berekent AERIUS eerst het aantal segmenten (gebroken getal) door de lengte van de lijn (Ll) te delen door de maximale segmentlengte (LMAX) . De berekende waarde wordt vervolgens naar boven afgerond. Vervolgens kan AERIUS de nieuwe segmentlengte berekenen door de totale lijnlengte te delen door het afgeronde aantal segmenten.

Rekenvoorbeeld

\[
N_{l,\ ab}=\left\lceil{}\frac{L_l}{L_{MAX}}\right\rceil{}
\]


\[
L_{l,s}=\frac{L_l}{N_l}
\]

Nl,ab = Aantal segmenten van lijnbron l, naar boven afgerond naar een geheel getal
Ll = Lengte van lijnbron l
LMAX= Maximale lengte van een segment
Ll,s =Lengte van een segment op lijnstuk l

Nl,ab = 5
Ll = 110
LMAX= 25
Ll,s = 22

In bovenstaande voorbeelden is de lijn recht. Voor gebogen lijnen (polylines) is de wijze van opdeling hetzelfde, uitgaande van de lengte van de lijn.

2. Puntbronnen lokaliseren
Tenslotte plaatst AERIUS de puntbronnen op het midden van elk segment.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
273-3362
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Methodiek
Versie
  • 17-03-2017

Oppervlaktebron omzetten naar deelbronnen

Versie: 
15-10-2020

In het kort
Naast punt- en lijnvormige bronnen kan een gebruiker in AERIUS een oppervlaktebron invoeren. Het OPS rekenmodel, dat in AERIUS wordt toegepast, kan een oppervlaktebron alleen doorrekenen wanneer deze de vorm van een cirkel of een vierkant heeft. AERIUS deelt een complexe oppervlaktebron op in meerdere vierkante deeloppervlaktebronnen die elk een deel van de emissie representeren. Om de middelpunten van deze deelbronnen te lokaliseren, wordt een complexe bron eerst verrasterd.

Hoe verdeelt AERIUS een complexe oppervlaktebron in deeloppervlaktebronnen?
De stappen die AERIUS volgt om te komen van een complexe oppervlaktebron tot een verzameling deeloppervlaktebronnen zijn:

  1. vlak verrasteren en middelpunten van deeloppervlaktebronnen lokaliseren
  2. overlap factoren toekennen
  3. totale emissie verdelen
     

1. Vlak verrasteren en middelpunten lokaliseren
Van het complexe oppervlak (groen in onderstaande Figuur) bepaalt AERIUS eerst het middelpunt. AERIUS legt hier vervolgens een raster van vierkanten van 100m overheen (blauw), zodat het gehele complexe oppervlak verdeeld is in deelvlakken. AERIUS kent hierna aan elke rastercel een middelpunt van een nieuwe deeloppervlaktebron toe. Het middelpunt van de nieuwe deeloppervlaktebron valt samen met het zwaartepunt van het deelvlak (van de complexe bron) binnen de rastercel.

2. Overlap factoren toekennen
Per rastercel (blauw) berekent AERIUS de mate van overlap tussen het deelvlak (groen) en de rastercel. Iedere nieuwe deelbron krijgt zo een factor tussen 0 en 1 toebedeeld, die de mate van overlap weergeeft.  Door de som van de overlap factoren te normaliseren op 1 wordt vervolgens per nieuwe deelbron een weegfactor verkregen.

3. Totale emissie verdelen
Als laatste verdeelt AERIUS de totale bronemissie. De hoeveelheid emissie per nieuwe deelbron wordt berekend uit het product van de weegfactor en de totale emissie. In onderstaande figuur is het resultaat weergegeven. De kleur van de stippen geeft de hoeveelheid emissie per nieuwe deelbron weer. Hoe donkerder de kleur, hoe meer emissie is toegekend.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
271-3363
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie
  • 15-10-2020

Verschil tussen vaste rekenpunten en eigen rekenpunten

Versie: 
28-09-2017

Wat is het verschil tussen vaste en eigen rekenpunten?
De meest gangbare manier van rekenen in AERIUS is het berekenen van depositie voor hexagonen. Een ‘vast rekenpunt’ is het middenpunt van een van de hexagonen die als vast raster over Nederland zijn neergelegd.

Soms is het voor de gebruiker echter wenselijk om zelf één of meerdere punten te definiëren waarvoor gerekend kan worden. Dit zijn ‘eigen rekenpunten’.
Een eigen rekenpunt is een punt met een cirkel er  omheen. Deze cirkel heeft een oppervlakte van 1 hectare (wat overeenkomt met een straal van ongeveer 56,4 meter). Het rekenpunt kan op een willekeurige plek in Nederland worden neergelegd door de gebruiker.

Bij het gebruik van eigen rekenpunten in AERIUS Calculator verschilt de achtergronddepositie van de achtergronddepositiewaarde die in AERIUS Monitor getoond wordt.
De rekeninstelling 'Bereken voor Wnb vergunning' in AERIUS Calculator toont de achtergrondwaarde zoals bij AERIUS Monitor is bepaald. Bij de rekeninstelling ‘eigen rekenpunten’ wordt altijd de GDN achtergronddepositie gegeven.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
291-3879
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie
  • 28-09-2017