AERIUS Calculator 2019A

Releasedatum: 14-01-2020

Index

Calculator in het kort

Versie: 
16-09-2019

AERIUS Calculator berekent de depositiebijdrage van emissiebronnen die een gebruiker handmatig invoert of als bestand importeert. Het resultaat van de berekening geeft inzicht in de depositiebijdrage van de ingevoerde bronnen op vaste rekenpunten binnen Natura 2000 gebieden of op rekenpunten die de gebruiker zelf heeft gedefinieerd.

De factsheets geven een technisch inhoudelijke onderbouwing van de wijze waarop Calculator de depositiebijdrage berekent. Er zijn twee typen factsheets:

  • Methodiek factsheets met een beschrijving van de berekeningen en bewerkingen die AERIUS uitvoert op basis van de ingevoerde bronkenmerken.
  • Data factsheets met een beschrijving van de oorsprong en de karakteristieken van de gegevens in de AERIUS database die bij de berekeningen worden gebruikt.

De methodiek factsheets sluiten aan op de broncategorieën (sectoren) die Calculator onderscheidt. Voor elke broncategorie is een algemene factsheet opgesteld met een beschrijving van de wijze waarop Calculator voor deze categorie de depositiebijdrage berekent. In deze algemene factsheet zijn verwijzingen opgenomen naar achterliggende methodiek factsheets en data factsheets.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
576-4034
Voor
  • Calculator
Type
Methodiek
Versie
  • 16-09-2019

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Luchtverkeer

In het kort
AERIUS berekent de depositiebijdragen van bronnen binnen de sector Luchtverkeer met het rekenmodel OPS van het RIVM. AERIUS gaat daarbij uit van bronkenmerken die deels door de gebruiker zijn ingevoerd en deels overeenkomen met de bronkenmerken die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage?
Wanneer de bron is ingevoerd als puntbron, dan voert de gebruiker waarden in voor de volgende bronkenmerken:

  • de emissies NOX en/of NH3
  • de hoogte van de emissies
  • de warmte-inhoud.

Wanneer de bron is ingevoerd als vlakbron of lijnbron, kan de gebruiker ook de zogenoemde spreiding in de emissiehoogte invoeren.

Voor de hoogte, spreiding en warmte-inhoud zijn in Calculator standaardwaarden opgenomen. Deze waarden komen overeen met de gemiddelde waarden voor bronnen binnen deze sector die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (GCN bronkenmerken). De gebruiker kan deze standaardwaarden aanpassen op basis van de bronspecifieke situatie.
Voor de zogenoemde etmaalvariatie is ook een standaardwaarde van het RIVM opgenomen. Deze waarde is niet aanpasbaar door de gebruiker.

De Calculator biedt een mogelijkheid voor berekening van de warmte-inhoud op basis van waarden voor de oppervlak van de bronopening, de uitstroomsnelheid en de temperatuur van de emissie.

Hoe berekent AERIUS de verspreiding en depositie?
Calculator berekent de depositiebijdrage van de ingevoerde bron met het rekenmodel OPS van het RIVM. OPS rekent alleen voor puntbronnen. Dit betekent dat een vlakbron eerst wordt omgezet in puntbronnen.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
591-3354
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Methodiek
Versie

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Railverkeer

Versie: 
15-10-2020

In het kort
AERIUS berekent de depositiebijdragen van bronnen binnen de sector Railverkeer met het rekenmodel OPS van het RIVM. AERIUS gaat daarbij uit van bronkenmerken die deels door de gebruiker zijn ingevoerd en deels overeenkomen met de bronkenmerken die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage?
Wanneer de bron is ingevoerd als puntbron, dan voert de gebruiker waarden in voor de volgende bronkenmerken:

  • de emissies NOX en/of NH3
  • de hoogte van de emissies
  • de warmte-inhoud.

Wanneer de bron is ingevoerd als vlakbron of lijnbron, kan de gebruiker ook de zogenoemde spreiding in de emissiehoogte invoeren.

Voor de hoogte, spreiding en warmte-inhoud zijn in Calculator standaardwaarden opgenomen. Deze waarden komen overeen met de gemiddelde waarden voor bronnen binnen deze sector die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (GCN bronkenmerken). De gebruiker kan deze standaardwaarden aanpassen op basis van de bronspecifieke situatie.
Voor de zogenoemde etmaalvariatie is ook een standaardwaarde van het RIVM opgenomen. Deze waarde is niet aanpasbaar door de gebruiker.

De Calculator biedt een mogelijkheid voor berekening van de warmte-inhoud op basis van waarden voor de oppervlak van de bronopening, de uitstroomsnelheid en de temperatuur van de emissie.

Hoe berekent AERIUS de verspreiding en depositie?
Calculator berekent de depositiebijdrage van de ingevoerde bron met het rekenmodel OPS van het RIVM. Het OPS model rekent niet met lijnbronnen, alleen aan puntbronnen en oppervlaktebronnen. Een in AERIUS ingevoerde lijnbron wordt daarom door AERIUS omgezet in een reeks puntbronnen en dan ingevoerd in OPS. Wanneer een oppervlaktebron in AERIUS wordt ingevoerd, dan wordt deze door AERIUS opgedeeld in kleinere deel-oppervlaktebronnen, welke vervolgens worden doorgegeven aan OPS.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
594-3355
Voor
  • Calculator
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie
  • 15-10-2020

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Verkeer en vervoer

In het kort
Calculator berekent de concentratiebijdrage van het wegverkeer met een implementatie van Standaardrekenmethode 2 (SRM2) uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 tot een afstand van 5km van de weg. Een gebruiker voert hiertoe gegevens in over de kenmerken van het verkeer en de weg, zoals de verkeersintensiteiten, de samenstelling van het verkeer, de maximum snelheid en de weglocatie. Bij de berekening van de emissies en concentratiebijdrage maakt SRM2 ook gebruik van generieke gegevens zoals emissiefactoren wegverkeer, meteorologische condities en terreinruwheid.

Calculator berekent de depositiebijdrage door de berekende concentratiebijdragen te corrigeren voor brondepletie en te vermenigvuldigen met de effectieve droge depositiesnelheid. Net als de concentratie wordt de depositiebijdrage berekend tot een afstand van 5km van de weg.  De waarden voor de depletie en depositiesnelheid zijn afgeleid met het rekenmodel OPS van het RIVM.

Hoe berekent Calculator de depositiebijdrage van wegverkeer?
Calculator berekent de emissies NOX, NO2 en NH3 van wegverkeer per wegsegment (lijnbron) op basis van gegevens over de kenmerken van het wegverkeer per wegsegment (wegtype, intensiteiten per voertuigcategorie, mate van congestie, maximum snelheid).
De methode van emissieberekening is afhankelijk van de typering van het wagenpark die de gebruiker kiest:

De berekende emissies vormen de invoer voor de berekening van de concentratiebijdrage NO2. Wanneer een wegsegment handmatig wordt ingevoerd in de Calculator, wordt geen rekening gehouden met een eventuele verhoogde of verdiepte wegligging, of met eventuele afschermende constructies.
Indien een gebruiker ervoor kiest om bronkenmerken wegverkeer te importeren als bestand, kunnen eigen waarden worden meegegeven voor de hoogte- of diepteligging van de weg en de kenmerken van afschermende constructies.  

Calculator berekent vervolgens de concentratiebijdragen NO2 en NH3 van het wegverkeer op de rekenpunten. Daarbij gaat Calculator uit van een implementatie van Standaardrekenmethode 2 (SRM2) uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. Invoer voor de berekeningen met SRM2 zijn enerzijds de kenmerken van de emissiebronnen en anderzijds generieke gegevens over de meteorologische condities, grootschalige concentraties en de terreinruwheid. De gebruikte generieke gegevens zijn gepubliceerd door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (publicatie). Om de gepubliceerde gegevens geschikt te maken voor invoer in SRM2, vindt een voorbewerking plaats met de methode preSRM.

Bij de berekening van de concentraties is rekening gehouden met de neerslag (depletie) van een deel van de ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOX) in het gebied tussen de bron en het rekenpunt. Dit gebeurt aan de hand van correctiefactoren die met name afhankelijk zijn van:

  • de afstand tussen de bron en het rekenpunt
  • de ruwheid ter hoogte van het rekenpunt.

Deze correctiefactoren zijn afgeleid van gegevens over de depletie NOX en NH3 die zijn aangeleverd door RIVM en zijn bepaald met OPS.

Om te komen tot waarden voor de stikstofdepositie vermenigvuldigt Calculator de voor depletie gecorrigeerde concentraties NO2 en NH3 met de zogenoemde effectieve depositiesnelheden voor deze stoffen die zijn bepaald met OPS.

Een gedetailleerde modelbeschrijving is te vinden in de notitie SRM2 implementatie in AERIUS Calculator - modelbeschrijving.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
472-4012
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Berekeningen langs SRM1 wegen

Versie: 
31-10-2019

In het kort
AERIUS berekent de bijdrage van het wegverkeer op basis van een implementatie van Standaardrekenmethode 2 (SRM2) uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. SRM2 is bedoeld voor het bepalen van de concentratiebijdrage in een open terrein, gewoonlijk buiten de bebouwde kom. Dit betekent dat er in de omgeving van de weg niet of nauwelijks obstakels zijn die van invloed zijn op de verspreiding van de emissies.

Hoe rekent AERIUS in bebouwd gebied ?
Snelwegen door bebouwd gebied vallen meestal binnen het toepassingsbereik van SRM2. Het gros van de wegen binnen bebouwd gebied ligt in de bebouwde kom en valt vanuit het domein luchtkwaliteit binnen het toepassingsbereik Standaardrekenmethode 1 (SRM1).  Wanneer in AERIUS gekozen wordt voor een weg binnen de bebouwde kom, wordt de emissie van het verkeer op deze weg berekend op basis van emissiefactoren die zijn vastgesteld voor wegen die binnen de het toepassingsbereik van SRM1 vallen. De verspreiding van deze emissie naar de omgeving wordt wel op basis van een implementatie van SRM2 berekend.

SRM2 meestal een veilige benadering in bebouwd gebied
Voor wegen in de stad ligt het dichtstbijzijnde natuurgebied in het algemeen op grotere afstand. De verspreiding conform SRM1 is niet geschikt voor dergelijke situaties, want deze rekent alleen op korte afstand van de weg. De SRM2-methode houdt geen rekening met het effect van de bebouwing direct langs de weg. Daardoor is SRM2 minder nauwkeurig voor rekenen dichtbij deze weg. Op grotere afstanden neemt kwaliteit van de benadering met SRM2 toe en leidt tot (kleine) overschattingen waardoor de huidige implementatie voor grotere afstanden tot de bron als worst case kan worden beschouwd. Dit vormt voor grotere afstanden tot de betreffende weg een veilige benadering die recht doet aan het domein stikstofdepositie. Alleen in de situaties waar het natuurgebied dichtbij de betreffende bron ligt  is SRM-2 geen veilige benadering.  Voor dergelijke specifieke situaties moet contact opgenomen worden met het bevoegd gezag.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
737-4081
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie
  • 31-10-2019

Emissieberekening wegverkeer - eigen specificatie

Versie: 
17-03-2017

In het kort
Een weg wordt in AERIUS als lijnbron ingevoerd. AERIUS berekent per bron de emissies NO2, NOX en NH3 in het gekozen rekenjaar. Bij de emissieberekening gaat AERIUS uit van de wegkenmerken die door de gebruiker zijn ingevoerd. Voor voertuigen in de categorie ‘eigen specificatie’ definieert de gebruiker het aantal voertuigen per bron en de emissiefactoren NO2, NOX en NH3 per voertuigcategorie (gram per voertuigkilometer).

Hoe berekent AERIUS de verkeersemissies voor een ‘eigen specificatie’?
AERIUS berekent de totale emissie NOX, NO2 en NH3 per lijnbron per jaar met onderstaande formule:

\[
E_{b}=\sum_{i=1}N_{v,i}*E_{v,i}*\frac{1}{1000}*\frac{1}{24*60*60}
\]

met

Eb      =    Emissie per bron (gram/meter/seconde)
Nv,i    =    Aantal voertuigen per categorie i (weekdaggemiddelde)
Ev,i     =    Emissiefactor per categorie i (g/km)

De gebruiker geeft zelf een beschrijving van een categorie, en voert per categorie het aantal voertuigen en de emissiefactor in. Per bronnen kunnen meerdere categorieën worden gedefinieerd.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
473-3317
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Methodiek
Versie
  • 17-03-2017

Emissieberekening wegverkeer - euroklassen

In het kort
Voor een weg die als lijnbron is ingevoerd, biedt AERIUS de mogelijkheid om een eigen wagenpark samen te stellen. Daarmee kan AERIUS bijvoorbeeld de effecten van het gebruik van schonere vrachtauto’s berekenen.

De gebruiker geeft per combinatie van voertuigcategorie en normstellingcategorie (Euroklasse) het aantal voertuigen aan. Ook het wegtype is relevant.
Op basis van generieke emissiefactoren voor stikstofoxiden (NOX) en ammoniak (NH3) die corresponderen met de voertuigcategorie, de Euroklasse en het wegtype berekent AERIUS de totale emissies van NOX en NH3.

Hoe berekent AERIUS de verkeersemissies?
De rekenkern van AERIUS kan een lijnbron alleen doorrekenen wanneer deze bron is gedefinieerd als een verzameling puntbronnen. AERIUS zet de lijnbron daarom om naar puntbronnen die elk een deel van de emissie representeren.
AERIUS berekent de totale emissies NOX en NH3 per puntbron per jaar met onderstaande formule:

\[
E_{pb,j}=\sum_{com}N_{com}*E_{com}*L*\frac{365}{1000*1000}
\]

met

Epb,j = Emissie eigen wagenpark per puntbron (kg/jaar)
L = Lengte van het wegsegment waarop de puntbron betrekking heeft (m)
Ncom = Aantal voertuigen per combinatie van voertuigcategorie en euroklasse per etmaal (weekdaggemiddelde)
Ecom = Emissiefactor voor aangegeven wegtype en combinate van voertuicategorie en euroklasse (gram/voertuigkilometer)

De gebruiker voert de volgende wegkenmerken in:

  • het aantal voertuigen per etmaal per combnatie van voertuigcateorie en euroklasse
  • het wegtype (weg binnen bebouwde kom, buitenweg of snelweg)

De AERIUS database bevat gegevens over de emissiefactoren NOX en NH3 per wegtype, voertuigcategorie en euroklasse.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
278-3324
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Methodiek
Versie

Emissieberekening wegverkeer - standaard

In het kort
Een weg wordt in AERIUS als lijnbron ingevoerd. AERIUS zet deze lijnbron om naar puntbronnen en berekent per puntbron de totale verkeersemissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) in het gekozen rekenjaar. Bij deze berekening gaat AERIUS uit van de wegkenmerken die door de gebruiker zijn ingevoerd, zoals de intensiteiten en de snelheidstypering, en gegevens in de AERIUS database, zoals emissiefactoren.

Hoe berekent AERIUS de verkeersemissies?
AERIUS berekent de totale emissie per puntbron per jaar met onderstaande formule:

\[
E_{pb,j}=\left(\begin{array}{l}\left(\left(1-F_{l,s}\right)*E_{l,d}+F_{l,s}*E_{l,s}\right)*N_l
\\
+\left(\left(1-F_{m,s}\right)*E_{m,d}+F_{m,s}*E_{m,s}\right)*N_m
\\
+\left(\left(1-F_{z,s}\right)*E_{z,d}+F_{z,s}*E_{z,s}\right)*N_z
\\
+\left(\left(1-F_{b,s}\right)*E_{b,d}+F_{b,s}*E_{b,s}\right)*N_b\end{array}\right)*\frac{365*L}{1000*1000}
\]

Epb,j = Emissie per puntbron (kg/jaar)
L = Lengte van het wegsegment waarop de puntbron betrekking heeft (meters)
Nl = Aantal personenvoertuigen per etmaal (weekdaggemiddelde)
Nm = Aantal middelzware vrachtvoertuigen per etmaal (weekdaggemiddelde)
Nz = Aantal zware vrachtvoertuigen per etmaal (weekdaggemiddelde)
Nb = Aantal autobussen per etmaal (weekdaggemiddelde)
El,d = Emissiefactor voor licht verkeer, doorstromend (g/km)
Em,d = Emissiefactor voor middelzware vrachtvoertuigen, doorstromend (g/km)
Ez,d = Emissiefactor voor zware vrachtvoertuigen, doorstromend (g/km)
Eb,d = Emissiefactor voor bussen, doorstromend (g/km)
El,s = Emissiefactor voor licht verkeer, stagnerend (g/km)
Em,s = Emissiefactor voor middelzware vrachtvoertuigen, stagnerend (g/km)
Ez,s = Emissiefactor voor zware vrachtvoertuigen, stagnerend (g/km)
Eb,s = Emissiefactor voor bussen, stagnerend (g/km)
Fl,s = Fractie stagnerend personenverkeer [-]
Fm,s = Fractie stagnerend middelzwaar vrachtverkeer [-]
Fz,s  = Fractie stagnerend zwaar vrachtverkeer [-]
Fb,s = Fractie stagnerend bussen [-]

De gebruiker voert in Calculator de volgende wegkenmerken in:

  • het wegtype (snelweg, buitenweg of we binnen de bebouwde kom)
  • de snelheidstypering (bijvoorbeeld de geldende snelheidslimiet)
  • het aantal voertuigen per etmaal per standaard voertuigcategorie (licht verkeer, middelzwaar vrachtverkeer, zwaar vrachtverkeer en bussen)
  • de mate van congestie (percentage voertuigen in de file)  

In de AERIUS database zijn per voertuigcategorie gegevens opgenomen over de emissiefactoren voor stikstofoxiden (NOX) en ammoniak (NH3) per wegtype, snelheidstypering, mate van congestie en rekenjaar.

De emissieberekening is in lijn met de methode voor emissieberekening in standaardrekenmethode 2, zoals beschreven in bijlage 2 van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
274-3325
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Wegverkeer - categorieën euroklassen

Kenmerken

Thema
Verkeer en vervoer
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
RIVM
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
27-01-2015

Beschrijving gegevensset

AERIUS berekent de totale verkeersemissies van stikstofoxiden (NOX), stikstofdioxide (NO2) en ammoniak (NH3) standaard op basis van emissiefactoren die representatief zijn voor de gemiddelde emissies van het wagenpark op Nederlandse wegen. Indien gewenst kan ook gekozen worden voor de specifiekere Euroklassen. De categorieën voor deze emissiefactoren zijn in deze gegevensset opgenomen.

Verantwoording gegevensset

De gegevenset is gebasseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Emissieregistratie-tabellen-verkeer-2016.xlsxRIVM2016

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe tabel wordt door de bronhouder gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe tabel wordt omgezet naar een machine-leesbaar-formaat.
  • ValidatieDe omgezette tabel wordt gevalideerd door een inhoudsdeskundige.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

mobile_source_on_road_categories

VeldTypeEenheidOmschrijving
mobile_source_on_road_category_idint2.PRIKEYnvtUnieke identificatie van de categorie
codetext.PRIKEYnvtUnieke code van de categorie
nametext.PRIKEYnvtNaam van de categorie
descriptiontextnvtOmschrijving van de categorie

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
375-3326
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Data
Versie

Wegverkeer - categorieën standaard

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Verkeer en vervoer
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
RIVM
GLP
niet van toepassing
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
2016

Beschrijving gegevensset

AERIUS berekent de totale verkeersemissies van stikstofoxiden (NOX), stikstofdioxide (NO2) en ammoniak (NH3) standaard op basis van emissiefactoren die representatief zijn voor de gemiddelde emissies van het wagenpark op Nederlandse wegen. Deze emissiefactoren zijn afhankelijk van een aantal categorieën die gebaseerd zijn op het type weg en voertuig. Deze categorieën zijn in deze gegevensset opgenomen.

Verantwoording gegevensset

Deze categorieën zijn overgenomen uit de bestanden met emissiefactoren wegverkeer die zijn gepubliceerd door de staatssecretaris van IenM. De publicatie van deze emissiefactoren door IenM volgt uit de bepalingen in artikel 66 van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.

BronEigenaarSinds
Emissiefactoren voor snelwegenMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat15 maart 2016
Emissiefactoren voor niet-snelwegenMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat15 maart 2016

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouder gepubliceerd.
  • ValidatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

road_categories

VeldTypeEenheidOmschrijving
road_category_idint4.PRIKEYnvtUnieke identificatie van de categorie
gcn_sector_idint4nvtUnieke identificatie van de GCN-sector
road_typechar(4).PRIKEYnvtWegtype
vehicle_typechar(4)nvtVoertuigtype
nametext.PRIKEYnvtCategorie (combinatie wegtypen en voertuigtype)
descriptiontextnvtOmschrijving van de categorie

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
374-3328
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Wegverkeer - emissiefactoren euroklassen

Kenmerken

Thema
Verkeer en vervoer
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
RIVM
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
02-05-2019

Beschrijving gegevensset

AERIUS berekent de totale verkeersemissies van stikstofoxiden (NOX), stikstofdioxide (NO2) en ammoniak (NH3) standaard op basis van emissiefactoren die representatief zijn voor de gemiddelde emissies van het wagenpark op Nederlandse wegen. Indien gewenst, kan ook gekozen worden voor de specifiekere Euroklassen. De categorieën voor deze emissiefactoren zijn in deze gegevensset opgenomen.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is gebaseerd op de volgende bronnen : 1) Emissieregistratie tabellen met de emissiefactoren voor NOx en NH3 (status : voorlopig) en 2) een tabel, afkomstig van TNO met daarin de fractie direct geëmitteerde NO2.

BronEigenaarSinds
klein_et_al._2019_methods_for_calculating_the_emissions_of_transport_in_nl_tables_v1(voorlopig).xlsxRIVM18 april 2019
29042019_resulttables_dno2.xlsxTNO24 april 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe tabel wordt door de bronhouder gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe tabel wordt omgezet naar een machine-leesbaar-formaat.
  • ValidatieDe omgezette tabel wordt gevalideerd door een inhoudsdeskundige.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt getransformeerd naar een database tabel. De NO2 emissiefactor volgt uit een vermenigvuldiging van de NOx emissiefactor en de fractie directe NO2.

Velden databasetabel

mobile_source_on_road_category_emission_factors

VeldTypeEenheidOmschrijving
mobile_source_on_road_category_idint2.PRIKEYnvt
road_typechar(4)nvt
substance_idint2nvt
emission_factorfloat4

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
377-4010
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Wegverkeer - emissiefactoren standaard

Kenmerken

Thema
Verkeer en vervoer
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
niet van toepassing
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
19-03-2019

Beschrijving gegevensset

AERIUS berekent de totale verkeersemissies van stikstofoxiden (NOX), stikstofdioxide (NO2) en ammoniak (NH3) op basis van emissiefactoren die representatief zijn voor de gemiddelde emissies van het wagenpark op Nederlandse wegen. Hierbij wordt rekening gehouden met het wegtype, de voertuigcategorie, snelheidstypering, mate van doorstroming en het zichtjaar.

Verantwoording gegevensset

De emissiefactoren NOx en NO2 zijn overgenomen uit de bestanden met emissiefactoren wegverkeer die gepubliceerd door de staatssecretaris van IenM. De publicatie van deze emissiefactoren door IenM volgt uit de bepalingen in artikel 66 van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. De emissiefactoren NH3 voor verkeer zijn overgenomen uit een publicatie van het RIVM. Zowel de NOx/NO2 emissiefactoren als de NH3 emissiefactoren zijn in lijn met de emissiefactoren waarvan is uitgegaan in de GCN/GDN.

BronEigenaarSinds
Emissiefactoren voor snelwegenMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat15 maart 2019
Emissiefactoren voor niet-snelwegenMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat15 maart 2019
NH3 emissiefactorenRIVM19 maart 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouders gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe gepubliceerde data is omgezet naar een machine-leesbaar-formaat.
  • ValidatieDe gepubliceerde en omgezette data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. Alleen voor de emissiefactoren voor lichtverkeer wordt een bewerking (aggregatie) toegepast om te komen tot een gemiddeld gewogen emissiefactor per wegtype.

Velden databasetabel

road_category_emission_factors

VeldTypeEenheidOmschrijving
road_category_idint4.PRIKEYnvtUnieke identificatie van de weg-voertuig-categorie
road_speed_profile_idint4nvtUnieke identificatie van het snelheidsprofiel
substance_idint2nvtUnieke identificatie van de stof
yearint2jaarJaar waarop de emissiefactor betrekking heeft
emission_factorfloat8g/kmEmissiefactor
stagnated_emission_factorfloat8g/kmEmissiefactor voor stagnerend verkeer

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
376-4004
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Wegverkeer - snelheidsprofielen

Kenmerken

Thema
Verkeer en vervoer
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
niet van toepassing
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
2017

Beschrijving gegevensset

AERIUS berekent de totale verkeersemissies van stikstofoxiden (NOX), stikstofdioxide (NO2) en ammoniak (NH3) op basis van emissiefactoren die representatief zijn voor de gemiddelde emissies van het wagenpark op Nederlandse wegen. Deze emissiefactoren zijn tevens afhankelijk van de snelheidstypering van de weg. Een snelheidstypering typeert hoe hard er mag worden gereden, of er wel/niet strikt gehandhaafd (snelwegen) wordt en de mate van doorstroming (binnen bebouwde kom).

Verantwoording gegevensset

De snelheidsprofielen zijn overgenomen uit de bestanden met emissiefactoren wegverkeer die op 16 maart 2015 zijn gepubliceerd door de staatssecretaris van IenM. De publicatie van deze emissiefactoren door IenM volgt uit de bepalingen in artikel 66 van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.

BronEigenaarSinds
Emissiefactoren voor snelwegenMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat15 maart 2017
Emissiefactoren voor niet-snelwegenMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat15 maart 2017

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouders gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe gepubliceerde data wordt omgezet naar een machine-leesbaar-formaat.
  • ValidatieDe gepubliceerde en omgezette data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

road_speed_profiles

VeldTypeEenheidOmschrijving
road_speed_profile_idint4.PRIKEYUnieke identificatie van het profiel
road_typechar(4)Wegtype
speed_limit_enforcementchar(4)ja/nee
maximum_speedint4km/u
nametextomschrijving van het snelheidsprofiel

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
378-3329
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Data
Versie

Wegverkeer – bepalen depositiesnelheden

In het kort
AERIUS berekent de concentratiebijdrage NO2 en NH3 van verkeersbronnen met een implementatie van Standaardrekenmethode 2 (SRM2) uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. Om te komen tot een waarde voor de depositiebijdrage wordt de berekende concentratiebijdrage vermenigvuldigd met de ‘depositiesnelheid’.
De depositiesnelheid is een maat voor de snelheid waarmee gassen of deeltjes via afzetting of adsorptie aan het oppervlak uit de atmosfeer worden verwijderd.
AERIUS gaat uit van depositiesnelheden voor NOX en NH3 die per hexagoon van één hectare zijn bepaald op basis van berekeningen met het OPS model van het RIVM.

Hoe worden de depositiesnelheden per hexagoon bepaald?
Per rekenpunt in het midden van een hexagoon is met het rekenmodel OPS een waarde berekend voor de depositiesnelheid NOX en NH3:

1. Er is uitgegaan van de zoomlevel 2 hexagonen (zie onderstaande figuur). Het oppervlak van een zoomlevel 2 hexagoon heeft een oppervlak van ongeveer 4 hectare. Dat sluit het meeste aan bij een gridgrootte van 250x250 meter, die beschouwd wordt als de minimale rekenresolutie behorende bij de depositiesnelheid (RIVM notitie).

2. De concentraties en deposities op het rekenpunt in het midden van de hexagoon zijn berekend op basis van de gemiddelde verkeersemissies NOX en NH3 op het hoofdwegennet per grid van 1x1 km, zoals gebruikt in het basisjaar van de GCN2014.

3. Deze verkeersemissies zijn toebedeeld aan drie cirkels rondom het rekenpunt, op 1, 2 en 3 km van het receptorpunt. De keuze om emissies tot een afstand van 3 km aan te houden is ingegeven door de methode voor dubbeltellingcorrectie HWN waarbij de correctie in een km vak is bepaald op basis van de emissiebijdragen in de omringende km vakken tot 3 km. Per cirkel zijn de emissies van die cirkel vervolgens verdeeld over 36 punten op die cirkel (hoek tussen 2 punten: 10°). Zie onderstaande figuur.

4. De depositiesnelheid (Vd) is berekend door de berekende concentratie op de receptor te delen door de berekende droge depositie. Deze waarde geldt dus voor de receptoren op zoomlevel 2. Hierbij is de volgende formule gebruikt:

met:
Vd  = effectieve depositiesnelheid (m/s)
Φ = flux (=effectieve depositiesnelheid, berekend met OPS)
m = molmassa NH3 = 17 (g/mol) en NO2 = 46 (g/mol)
t  = omrekenfactor voor de tijd (s)
= omrekenfactor voor oppervlak (m2)
C  = concentratie (µg/m3)

5. De rekenpunten op zoomlevel 2 vallen samen met een deel van de rekenpunten op zoomlevel 1. De waarden voor de depositiesnelheid voor de overige hexagonen op zoomlevel 1 zijn bepaald door middel van interpolatie.

Resultaat is een tabel met depositiesnelheden NOX en NH3 per hexagoon van 1 hectare.

Hoe vindt schaling plaats van de depositiesnelheden?
Er is een relatie tussen de afstand van de weg en de depositiesnelheid. Er is daarom voor gekozen om de depositiesnelheid voor een hexagoon te schalen wanneer de hexagoon zich op korte afstand (<1000m) van de bron bevindt.

Deze schaling vindt plaats aan de hand van onderstaande functies, en zijn van toepassing op situaties met afstanden tussen het wegsegment en het middelpunt van de hexagoon tot en met 1000 meter. De ondergrens is 25 meter: bij afstanden korter dan 25 meter gaat onderstaande functie uit van 25 meter. Bij afstanden groter dan 1000 meter vindt geen schaling plaats en gaat AERIUS uit van de depositiesnelheid van de desbetreffende hexagoon. 

Vd,NH3 =Vd,NH3 | 0  * (-0.113*ln(X) + 1.759)

Vd,NOx =Vd,NOx | 0  * (-0.185*ln(X) + 2.285)

met:

Vd,stof  = effectieve depositie snelheid (m/s)
Vd,stof  | 0 = effectieve depositie snelheid (m/s) op 0 meter afstand tot de bron
X = afstand van de hexagoon tot het wegsegment (m)

De bovenstaande functies zijn afgeleid van gemiddelde waarden van de depositiesnelheden voor een selectie van bijna 1000 hexagonen. Bij de selectie van de hexagonen is ervoor gezorgd dat de verschillende windsectoren en klassen van landgebruik evenredig vertegenwoordigd zijn. Onderstaande figuren geven inzicht in de gemiddelde waarden voor de effectieve depositiesnelheden voor NOX en NH3, en de schaalfactoren die hieruit volgen.

 

 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
577-4009
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Bepalen stroomrichting in relatie tot vaarrichting binnenvaart

Versie: 
01-02-2017

In het kort
De emissiefactoren en bronkenmerken van varende binnenvaartschepen zijn mede afhankelijk van de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting. De gebruiker definieert hiertoe per vaarrichting de brongegevens (type schepen, aantal schepen, ladingstoestand). AERIUS geeft de gebruiker een suggestie voor het type vaarwater en de stroomrichting (stroomopwaarts of stroomafwaarts). Bij de suggestie voor de stroomrichting wordt uitgegaan van generieke gegevens die zijn opgenomen in de AERIUS database. De gebruiker dient zelf tecontroleren of deze suggestie juist is of door de gebruiker moet worden aangepast.

Hoe bepaalt AERIUS de stroomrichting in relatie tot de vaarrichting?
Bij het bepalen  van de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting doorloopt AERIUS de volgende stappen:

Stap 1: Definiëren beginpunt vaarwegen
AERIUS gaat uit van de vaarwegen in het NWB vaarwegen. Voor een aantal vaarwegen geldt dat de emissies van schepen mede afhankelijk zijn van de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting. De locatie en de stroomrichting van deze vaarwegen is bekend. Het meest stroomop gelegen punt van de vaarweg wordt beschouwd als het ‘beginpunt’ van de vaarweg.

Stap 2: Bepalen afstand tussen begin- en eindpunt vaarroute en beginpunt vaarweg  
De gebruiker voert een vaarroute in en geeft per vaarrichting de brongegevens aan. De vaarroute wordt vervolgens gekoppeld aan de dichtstbijzijnde NWB vaarwegen.
Wanneer (een deel van) de route wordt gekoppeld aan een NWB vaarweg waarvoor geldt dat de emissies afhankelijk zijn van de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting, wordt de (loodrechte) afstand bepaald tussen:

  • het beginpunt van de ingevoerd vaarroute en het beginpunt van de vaarweg (d1)
  • het eindpunt van de ingevoerde vaarroute en het beginpunt van de vaarweg (d2).

Stap 3: Bepalen stroomrichting per vaarrichting
De afstand tussen het beginpunt van de vaarroute en het beginpunt van de vaarweg (d1) wordt vergeleken met de afstand tussen het eindpunt van de vaarroute en het beginpunt van de vaarweg (d2). Indien d1<d2, dan gaat de vaarrichting met de stroom mee. Indien d1>d2, dan gaat de vaarrichting tegen de stroom in.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
306-3288
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Methodiek
Versie
  • 01-02-2017

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Scheepvaart

In het kort
Binnen de sector Scheepvaart maakt AERIUS onderscheid tussen zeeschepen en binnenvaartschepen. AERIUS berekent de depositiebijdragen van deze bronnen met het rekenmodel OPS van het RIVM. AERIUS gaat daarbij uit van bronkenmerken die deels door de gebruiker zijn ingevoerd en deels als defaultwaarden in AERIUS zijn opgenomen.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage van zeeschepen?
AERIUS maakt bij zeeschepen onderscheid tussen de volgende emissiebronnen:

  • stilliggende zeeschepen (aanlegplaats)
  • varende zeeschepen (binnengaats)
  • varende zeeschepen (op zee).

Stilliggende zeeschepen
Voor stilliggende zeeschepen wordt de emissiebron gedefinieerd als punt, lijn of vlakbron, ter hoogte van de aanlegplaats. Calculator berekent de emissies NOX van stilliggende zeeschepen op basis van gegevens die door de gebruiker worden ingevoerd: type schip, aantal bezoeken en gemiddelde verblijftijd per bezoek (emissieberekening zeeschepen). Voor de overige relevante bronkenmerken (hoogte, spreiding, warmte-inhoud en etmaalvariatie) gaat Calculator uit van defaultwaarden. De gebruiker kan deze waarden niet aanpassen.

Varende zeeschepen
Voor varende zeeschepen wordt de emissiebron gedefinieerd als lijnbron. Calculator berekent de emissies NOX van varende zeeschepen op basis van gegevens die door de gebruiker worden ingevoerd: type schip en aantal vaarbewegingen (emissieberekening zeeschepen). Voor de overige relevante bronkenmerken (hoogte, spreiding, warmte-inhoud en etmaalvariatie) gaat Calculator uit van defaultwaarden. De gebruiker kan deze waarden niet aanpassen.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage van binnenvaartschepen?
AERIUS maakt bij binnenvaart onderscheid tussen de volgende emissiebronnen:

  • stilliggende binnenvaartschepen (aanlegplaats)
  • varende binnenvaartschepen.

Stilliggende binnenvaartschepen
Voor stilliggende binnenvaartschepen wordt de emissiebron gedefinieerd als punt, lijn of vlakbron ter hoogte van de aanlegplaats. Calculator berekent de emissies NOX van stilliggende schepen op basis van gegevens die door de gebruiker worden ingevoerd: type schip, type vaarweg, stroomrichting, aantal vaarbewegingen van en naar de aanlegplaats, ladingstoestand van aankomende en vertrekkende schepen, en gemiddelde verblijftijd per bezoek (emissieberekening binnenvaartschepen). Voor de overige relevante bronkenmerken (hoogte, spreiding, warmte-inhoud en etmaalvariatie) gaat Calculator uit van defaultwaarden. De gebruiker kan deze waarden niet aanpassen.

Varende binnenvaartschepen
Voor varende binnenvaartschepen wordt de emissiebron gedefinieerd als lijnbron. Calculator berekent de emissies NOX van varende binnenvaartschepen op basis van gegevens die door de gebruiker worden ingevoerd: type schip, type vaarweg, stroomrichting,  ladingstoestand en aantal vaarbewegingen (emissieberekening binnenvaartschepen). Voor de overige relevante bronkenmerken (hoogte, spreiding, warmte-inhoud en etmaalvariatie) gaat Calculator uit van defaultwaarden. De gebruiker kan deze waarden niet aanpassen.

Hoe berekent AERIUS de verspreiding en depositie van scheepvaartbronnen?
Calculator berekent de depositiebijdrage van de ingevoerde bron met het rekenmodel OPS van het RIVM. OPS rekent alleen voor puntbronnen. Dit betekent dat een vlakbron of een lijnbron eerst wordt omgezet in puntbronnen.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
474-3283
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Methodiek
Versie

Binnenvaart - bronkenmerken stilliggend

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
AERIUS
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
26-03-2014

Beschrijving gegevensset

De gegevensset met bronkenmerken van stilliggende binnenvaartschepen omvat gegevens over:

  • de warmte-inhoud van de emissies (MW)
  • de (gemiddelde) uitstoothoogte (m) ten opzichte van de waterlijn, en
  • de spreiding in de uitstoothoogte (m).

De bronkenmerken hebben betrekking op de generatoren die worden gebruikt voor de elektriciteitsopwekking aan boord tijdens het stilliggen. Deze bronkenmerken zijn afhankelijk van het type binnenvaartschip en de landingstoestand (leeg, geladen).

Verantwoording gegevensset

De waarden voor de warmte-inhoud voor stilliggende binnenvaartschepen zijn ingeschat door TNO, in opdracht van AERIUS. Er zijn geen waarden beschikbaar voor de uitstoothoogte van de generatoren. Voor de uitstoothoogte tijdens het stilliggen is daarom, in overleg met TNO, uitgegaan van waarden die gelden voor de uitstoothoogte tijdens het varen (gemiddelde uitstoothoogte hoofdmotoren). Deze waarden zijn opgesteld door TNO, in opdracht van AERIUS. De waarden voor de uitstoothoogte en de spreiding zijn aan elkaar gerelateerd. RIVM hanteert hierbij voor de binnenvaart (in het kader van het GCN/GDN proces) de volgende vuistregel: de spreiding is 0,5*uitstoothoogte. In overleg met RIVM is ervoor gekozen deze vuistregel ook toe te passen bij het bepalen van de spreiding op basis van de uitstoothoogtes per categorie binnenvaartschepen.

BronEigenaarSinds
TNO. Notitie schatting warmte-output stilliggende binnenvaartschepenAERIUS14 november 2013
TNO. Notitie uitstoothoogte binnenvaartschepen AERIUS03 juni 2014

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouders gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe data is direct bruikbaar voor transformatie.
  • ValidatieDe gepubliceerde data word door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Hierbij wordt alleen gefilterd op scheepstypen die van toepassing zijn. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. De verschillende bronnen worden automatisch gekoppeld waarbij wordt gerapporteerd of alle scheepstypen van bronkenmerken zijn voorzien.

Velden databasetabel

shipping_inland_category_source_characteristics_docked

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_inland_category_idint2.PRIKEYn.v.t.Unieke identificatie van de categorie
gcn_sector_idint4n.v.t.Unieke identificatie van de GCN-sector
laden_statechar(4)n.v.t.Type met waarde van de beladingstoestand
heightfloat4meterUitstoothoogte
heat_contentfloat4MWWarmteoutput
spreadfloat4meterSpreiding

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
330-3334
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Binnenvaart - bronkenmerken varend

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
AERIUS, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
09-04-2019

Beschrijving gegevensset

De gegevensset met bronkenmerken van varende binnenvaartschepen omvat gegevens over:

  • de warmteinhoud van de emissies (MW)
  • de (gemiddelde) uitstoothoogte (m) ten opzichte van de waterlijn, en
  • de spreiding in de uitstoothoogte (m).

De bronkenmerken zijn afhankelijk van het type binnenvaartschip, het vaarwegtype, de landingstoestand (leeg, geladen) en de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting.

Verantwoording gegevensset

De waarden voor de warmte-inhoud zijn overgenomen uit het rekenmodel PRELUDE versie 1.1. Deze versie is eind 2013 opgesteld door TNO in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. PRELUDE versie 1.1 is een actualisatie van PRELUDE versie 1.0 - TNO.2011). Prelude versie 1.1 is gepubliceerd via de website van InfoMil. De waarden voor de uitstoothoogte zijn opgesteld door TNO, in opdracht van AERIUS. De waarden voor de spreiding zijn gerelateerd aan de uitstoothoogte. RIVM hanteert hierbij voor de binnenvaart (in het kader van het GCN/GDN proces) de volgende vuistregel: de spreiding is 0,5*uitstoothoogte. In overleg met RIVM is ervoor gekozen deze vuistregel ook toe te passen bij het bepalen van de spreiding op basis van de uitstoothoogtes per categorie binnenvaartschepen.

BronEigenaarSinds
prelude_binnenvaart_-_rekenapplicatie_versie_1_2_1a_juli 2018Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat30 juli 2018
20140116_Binnenvaart_emissie_karakteristieken.xlsxAERIUS03 juni 2014

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouder gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe data is direct bruikbaar en hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Hierbij wordt alleen gefilterd op scheepstypen die van toepassing zijn. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. De verschillende bronnen worden automatisch gekoppeld waarbij wordt gerapporteerd of alle scheepstypen van bronkenmerken zijn voorzien.

Velden databasetabel

shipping_inland_category_source_characteristics

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_inland_category_idint2.PRIKEYUnieke identificatie van de categorie
waterway_typechar(4)n.v.tType met waarde vaarwegtype
gcn_sector_idint4n.v.t.Unieke identificatie van de GCN-sector
ship_directionchar(4)n.v.tType met waarde van de vaarrichting
laden_statechar(4)n.v.t.Type met waarde van de beladingstoestand
heightfloat4meterUitstoothoogte
heat_contentfloat4MWWarmteoutput
spreadfloat4meterSpreiding

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
331-3977
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Binnenvaart - categorieën

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
AERIUS, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
concept
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
27-03-2014

Beschrijving gegevensset

AERIUS maakt onderscheid tussen verschillende type binnenvaartschepen. De categorieën zijn overgenomen uit de rekenapplicatie Prelude die gepubliceerd is op de website van InfoMil.

Prelude maakt onderscheid tussen twee indelingen: CBS en Rijkswaterstaat. In AERIUS zijn alleen de scheepstypen volgens de Rijkswaterstaat indeling overgenomen. Reden daarvoor is dat indeling van Rijkswaterstaat, in tegenstelling tot de CBS indeling, rekening houdt met de vorm van het schip (bijvoorbeeld duwbakkencombinaties), en daarmee een nauwkeuriger rekenresultaat zal opleveren.

Verantwoording gegevensset

De categorieën voor binnenvaartschepen betreffen een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
TNO. Prelude versie 1.11Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat2016

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouders gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe data is direct bruikbaar en hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Hierbij wordt alleen gefilterd op scheepstypen die van toepassing zijn. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

shipping_inland_categories

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_inland_category_idint2.PRIKEYn.v.t.Unieke code van de categorie
codetext.PRIKEYn.v.tCode van het scheepstype
nametext.PRIKEYn.v.t.Scheepstype
descriptiontextn.v.t.Omschrijving van het scheepstype

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
326-3336
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Data
Versie

Binnenvaart - emissiefactoren stilliggend

Versie: 
16-09-2019

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
meervoudige gelijksoortige bronnen
Bronhouders
AERIUS
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
19-04-2019

Beschrijving gegevensset

De emissies van binnenvaartschepen tijdens het stilliggen komen voornamelijk voort uit het gebruik van generatoren voor de elektriciteitsopwekking aan boord. Op basis van inschattingen van het brandstofverbruik en de emissiefactoren van generatoren, zijn de emissiefactoren NOX bepaald voor verschillende categorieën binnenvaartschepen. De emissiefactoren zijn uitgedrukt in grammen per uur (verblijftijd) en gelden voor het referentiejaar 2010.

Verantwoording gegevensset

De emissiefactoren van generatoren op binnenvaartschepen betreffen een gegevensset die is gebaseerd op onderzoek dat TNO in 2011 heeft uitgevoerd in opdracht van IenM/Rijkswaterstaat. De gepubliceerde trendfactoren zijn beschikbaar voor de volgende categorieën binnenvaartschepen: M0 tot en met M8, en zijn van toepassing op het referentiejaar 2010. In overleg met TNO heeft AERIUS de emissiefactoren voor de scheepstypen M8 en M9 zijn ook van toepassing verklaard op de scheepstypen: M10, M11, M12, BII-1, BII-2b, BII-2l, BII-4, BII-6l en BII-6l.

BronEigenaarSinds
TNO. Modules voor sluis- en ligemissies voor BIVAS. 2011Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat24 november 2011
kentallen binnenvaartschepen stilliggenAERIUS31 januari 2014

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouders gepubliceerd.
  • ValidatieDe gepubliceerde data word door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Hierbij is alleen gefilterd op scheepstypen die van toepassing zijn en zijn er geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

Shipping_inland_category_emission_factors_docked

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_inland_category_idint2,PRIKEYUnieke identificatie van de categorie
laden_statechar(4)n.v.t.Type met waarde van de beladingstoestand
substance_idint2n.v.t.ID van de stof
emission_factorfloat4g/uurEmissiefactor
yearyear_typejaarjaar

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
298-4008
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 16-09-2019

Binnenvaart - emissiefactoren varend

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
concept
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
09-04-2019

Beschrijving gegevensset

De emissiefactoren van binnenvaartschepen tijdens het varen geven waarden voor de gemiddelde uitstoot van NOX per afgelegde kilometer. De emissiefactoren zijn uitgedrukt in grammen per kilometer en gelden voor het referentiejaar 2010. De emissiefactoren zijn afhankelijk van:

  • het type binnenvaartschip
  • de vaarmodus (stilliggen, varen)
  • het vaarwegtype
  • de landingstoestand (leeg, geladen), en
  • de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting.

Verantwoording gegevensset

De emissiefactoren van binnenvaartschepen tijdens het varen zijn overgenomen uit het rekenmodel PRELUDE versie 1.11. Deze versie is opgesteld door TNO in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en gepubliceerd via de website van InfoMil.

BronEigenaarSinds
InfomilMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat01 augustus 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouder gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe gepubliceerde data is direct bruikbaar en hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe gepubliceerde data word door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeert naar de database. Hierbij is alleen gefilterd op scheepstypen die van toepassing zijn en zijn er geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

De bronnen worden naar de tabel shipping_inland_category_emission_factors getransformeerd. De volgende velden zijn in deze tabel opgenomen:

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_inland_category_idint2.PRIKEYn.v.t.Unieke identificatie van de category
waterway_typechar(4)n.v.t.Vaarwegtype
substance_idint2n.v.t.Unieke identificatie van de stof
ship_directionchar(4)n.v.t.Vaarrichting
laden_statechar(4)n.v.t.Beladingstoestand
emission_factorfloat4g/kmEmissiefactor
yearyear_typejaarJaar

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
323-4007
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Binnenvaart - ophoogfactor sluizen

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
Kadaster (PDOK), Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
concept
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
31-01-2014

Beschrijving gegevensset

Uitgangspunt is dat de hoofdmotoren en hulpmotoren bij sluizen niet worden uitgeschakeld, maar min of meer stationair draaien. Dat leidt ter hoogte van sluizen tot meer emissies per afgelegde kilometer. Om hiermee rekening te houden, hanteert AERIUS voor de routes ter hoogte van sluizen op het hoofdvaarwegennet een opslagfactor voor de emissiefactor NOX voor varende binnenvaartschepen. Deze opslagfactor geldt voor het gehele traject waarover oponthoud plaatsvindt vanwege de sluis. Op het traject van oponthoud vindt ook een correctie plaats van de warmte-output.

De gegevensset omvat per ‘gebied van oponthoud’ ophoogfactoren voor de emissiefactoren van varende binnenvaartschepen die op de volgende manier tot stand zijn gekomen.

  • Het gebied van oponthoud is tweemaal de lengte en breedte van de sluiskolk, waarbij het middelpunt van het ‘gebied van oponthoud’ samenvalt met het middelpunt van de sluiskolk. Argument om een groter gebied te hanteren dan de sluiskolk is dat de sluis ook effect heeft op de emissies bij naderen van en vertrek uit de sluis. Bij nadering van de sluis loopt het schip bijvoorbeeld uit met nagenoeg stationair draaiende motor. De keuze om het ‘gebied van oponthoud’ zo groot te maken als tweemaal de lengte en breedte van de sluiskolk, is gemaakt in overleg met TNO (expert judgement).
  • De kenmerken van de sluiskolken zijn door AERIUS afgeleid van ViN en TOP10NL. Daarbij zijn eerst op basis van ViN de sluizen op de relevante vaarwegen geselecteerd (vaarwegen met CEMT-klassen I t/m VI). Op basis van de gegevens in TOP10NL is vervolgens per sluis de lengte, breedte en oriëntatie van de sluiskolk bepaald. Voor de sluizen waarvoor geen gegevens zijn opgenomen in TOP10NL, zijn de kenmerken van de sluiskolk afgeleid uit ViN.
  • Per gebied van oponthoud is een ophoogfactor bepaald aan de hand van de methode die door TNO in 2011 is ontwikkeld in opdracht van Rijkswaterstaat (TNO. Modules voor sluis- en ligemissies voor BIVAS. 2011). In overleg met TNO en Rijkswaterstaat is daarbij een aantal defaultwaarden gekozen. De uitgangspunten en defaultwaarden voor de bepaling van de ophoogfactoren zijn beschreven in een notitie.

Naast een correctie op de emissies vindt bij sluizen ook een correctie plaats van de warmte-output. Voor de trajecten bij/door sluizen waar de ophoogfactor voor de emissies geldt, wordt uitgegaan van een warmte-output die overeenkomt met 15% van de warmte-output die op deze locatie geldt voor varende schepen. Deze correctiefactor voor de warmte-output bij sluizen is gekozen in overleg met TNO en gebaseerd op de aanname dat schepen bij sluizen 15% van hun vermogen inzetten (TNO. Modules voor sluis- en ligemissies voor BIVAS. 2011).

Verantwoording gegevensset

De ophoogfactoren sluizen betreffen een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
TOP10NLPDOK2014
Vaarweg Informatie Nederland bevaarbaarheidsinformatieRijkswaterstaatjanuari 2013
Uitgangspunten en defaultwaarden ophoogfactoren sluizen in AERIUSAERIUS11 mei 2015
TNO. Modules voor sluis- en ligemissies voor BIVAS. 2011Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat24 november 2011

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouders gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe data is direct geschikt voor transformatie.
  • ValidatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieOp basis van de gepubliceerde data worden de sluisgebieden en ophoogfactoren afgeleid. De afgeleide data wordt vervolgens geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

shipping_inland_locks

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_inland_lock_idint4.PRIKEYn.v.t.
lock_factorfloat4n.v.t.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
325-3340
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Data
Versie

Binnenvaart - vaarwegen

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
Rijkswaterstaat
GLP
niet van toepassing
GTP
concept
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
24-02-2014

Beschrijving gegevensset

De vaarwegkenmerken geven de CEMT klasse en de namen aan van de vaarwegen die zijn opgenomen in het NWB vaarwegen. Met de CEMT klasse worden de afmetingen van een vaarweg aangegeven. De emissiefactoren van binnenvaartschepen op een vaarweg zijn afhankelijk van de CEMT klasse van deze vaarweg. De namen van de vaarwegen zijn ook relevant, omdat de emissiefactoren voor enkele waterwegen (Lek, Geldersche Ijssel en Waal) afhankelijk zijn van de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is gebaseerd op een tweetal bronnen. Het NWB-vaarwegen is de bron voor de geometrie en de vaarwegnamen. Het ViN - Vaarwegkenmerken in Nederland) is de bron van de classificatie van de vaarweg (CEMT klasse).

BronEigenaarSinds
Nationaal Wegen Bestand Vaarwegen WFSPDOKmaart 2011
Vaarweg Informatie Nederland bevaarbaarheidsinformatieRijkswaterstaatjanuari 2013

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouder als webservice (WFS) ter beschikking gesteld. Bij een update wordt de op dat moment beschikbare/gepubliceerde informatie gebruikt.
  • HarmonisatieDe data is direct bruikbaar en hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe data is door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. De verschillende bronnen worden automatisch gekoppeld. De waterwegen waarvoor bij de emissiefactoren voor varende schepen onderscheid wordt gemaakt naar stroomrichting - Lek, Geldersche IJssel en Waal), zijn automatische geselecteerd op basis van de vaarwegnaam in het NWB-vaarwegen.

Velden databasetabel

shipping_inland_waterways

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_inland_waterway_idint4.PRIKEYn.v.t.ID van de vaarweg
shipping_inland_waterway_typechar(4)n.v.t.Vaarwegtype
flowingbooln.v.t.Stroming (ja/nee)

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
332-3343
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Data
Versie

Emissieberekening binnenvaartschepen

Versie: 
16-09-2019

In het kort
AERIUS maakt onderscheid tussen emissies van stilliggende binnenvaartschepen en emissies van varende binnenvaartschepen. Zowel de locaties waar schepen stilliggen (‘aanlegplaats’) als de vaarroutes worden in AERIUS als lijnbron ingevoerd. Per bron berekent AERIUS de totale emissies van stikstofoxiden (NOX) in het gekozen rekenjaar.
Bij het berekenen van de emissies gaat AERIUS uit van kenmerken van de binnenvaartschepen die door de gebruiker zijn ingevoerd (scheepscategorie, aantal schepen, verblijftijd, ladingstoestand, type vaarweg, stroomrichting en vaarrichting) en van generieke gegevens (emissiefactoren, sluiskenmerken).

Hoe berekent AERIUS de emissies door binnenvaartschepen?

a) Emissie bij stilliggen
AERIUS berekent de totale emissie van stilliggende binnenvaartschepen per bron per jaar met onderstaande formule:

\[
E_{pb,j}=N_{bzk,j}*T_b*E_{sc}
\]

\[
N_{bzk,j}=\frac{N_{vb}}{2}
\]

met

Epb,j = Totale emissie per bron per scheepscategorie (kg/jaar)
Nbzk,j = Aantal bezoeken per scheepscategorie per jaar
Nvb,j = Aantal vaarbewegingen van en naar de aanlegplaats per jaar
Tb = Gemiddelde verblijftijd per bezoek per scheepscategorie (uur)
Esc = Emissiefactor stilliggen per scheepscategorie (kg/uur)

De gebruiker voert per scheepscategorie de volgende kenmerken in:

  • het aantal vaarbewegingen per jaar op de routes van en naar de aanlegplaats
  • de gemiddelde verblijftijd per bezoek

De emissiefactoren NOX voor stilliggen zijn per scheepscategorie opgenomen in de AERIUS database (zie factsheet Binnenvaart - emissiefactoren stilliggend).

b) Emissies bij varen
AERIUS berekent de totale emissie van varende binnenvaartschepen per bron per jaar met onderstaande formule:

\[
E_{pb,j}=N_{v,j}*L_t*EFv
\]

met

Epb,j = Totale emissie per bron per scheepscategorie (kg/jaar)
Nv,j = Aantal vaarbewegingen per scheepscategorie per jaar
Lt = Lengte vaartraject (km)
EFv = Emissiefactor varen (kg/km)

Een gebruiker geeft voor een vaarroute het aantal scheepvaartbewegingen per scheepscategorie per jaar aan.

In de AERIUS database zijn per scheepscategorie emissiefactoren NOX voor varende binnenvaartschepen opgenomen (zie factsheet Binnenvaart - emissiefactoren varend). Deze emissiefactoren zijn afhankelijk van:

  • ladingstoestand
  • vaarwegtype
  • vaarrichting in relatie tot de stroomrichting (‘stroomopwaarts’ of ‘stroomafwaarts’)
  • rekenjaar.

De gebruiker geeft de scheepscategorie, de ladingstoestand, de vaarrichting en het rekenjaar aan. Het vaarwegtype en de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting worden afgeleid van generieke gegevens die zijn opgenomen in de AERIUS database.

Opslagfactoren sluizen
Voor de routes ter hoogte van sluizen op het hoofdvaarwegennet hanteert AERIUS een opslagfactor voor de emissiefactor NOX. Deze opslagfactor geldt voor het gehele traject waarover oponthoud plaatsvindt vanwege de sluis. De opslagfactoren en de locaties waar deze gelden, zijn opgenomen in de AERIUS database.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
281-3985
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie
  • 16-09-2019

Emissieberekening zeeschepen

In het kort
AERIUS maakt onderscheid tussen emissies van stilliggende zeeschepen en emissies van varende zeeschepen. Zowel de locaties waar schepen stilliggen (‘aanlegplaats’) als de vaarroutes worden in AERIUS als lijnbron ingevoerd. AERIUS berekent per bron de totale zeescheepvaartemissies van stikstofoxiden (NOX) in het gekozen rekenjaar.
Bij het berekenen van de emissies gaat AERIUS uit van kenmerken van de zeeschepen die door de gebruiker zijn ingevoerd (scheepscategorie, aantal schepen, verblijftijd bij de aanlegplaats) en van generieke gegevens (emissiefactoren, sluiskenmerken).

Hoe berekent AERIUS de emissies door zeeschepen?

a) Emissie bij stilliggen
AERIUS berekent de totale emissie van stilliggende zeeschepen per bron per jaar met onderstaande formule:

\[
E_{pb,j}=N_{b,j}*T_b*E_{sc}
\]

met

Epb,j = Totale emissie per bron per scheepscategorie (kg/jaar)
Nb,j = Aantal bezoeken per scheepscategorie per jaar
Tb = Gemiddelde verblijftijd per bezoek per scheepscategorie (uur)
Esc = Emissiefactor stilliggen per scheepscategorie (kg/uur)

De gebruiker voert per scheepscategorie (combinatie van scheepstype, zoals een containerschip of een olietanker, en tonnageklasse) de volgende kenmerken in:

  • het aantal bezoeken per jaar
  • de gemiddelde verblijftijd per bezoek

In de AERIUS database zijn per scheepscategorie opgenomen:

  • emissiefactoren NOX voor stilliggen

b) Emissies bij varen
AERIUS maakt voor zeescheepvaart onderscheid tussen emissies ‘varen binnengaats’ en emissies ‘varen op zee’. AERIUS berekent de totale emissie voor een vaarroute binnengaats of een vaarroute op zee per bron per jaar met onderstaande formule:

\[
E_{pb,j}=N_{v,j}*L_t*E_{sc}
\]

met

Epb,j = Totale emissie per bron per scheepscategorie (kg/jaar)
Nv,j = Aantal vaarbewegingen per scheepscategorie per jaar
Lt = Lengte vaartraject (km)
Esc = Emissiefactor varen binnengaats of op zee per scheepscategorie (kg/km)

Een gebruiker geeft voor een vaarroute het aantal scheepvaartbewegingen per scheepscategorie per jaar aan. Een andere mogelijkheid is dat een gebruiker de vaarroute koppelt aan een eerder gedefinieerde aanlegplaats. In dat geval leidt AERIUS het aantal vaarbewegingen af van het aantal bezoeken dat is ingevoerd voor de desbetreffende aanlegplaats. Het aantal scheepvaartbewegingen op de vaarroute van en naar de aanlegplaats is tweemaal het aantal ingevoerde bezoeken.

In de AERIUS database zijn per scheepscategorie opgenomen:

  • emissiefactoren NOX voor varen binnengaats
  • emissiefactoren NOX voor varen op zee

Opslagfactor manoeuvreren
Voor binnengaatse vaarroutes van en naar een aanlegplaats hanteert AERIUS voor het deel van de vaarroute vanaf de ligplaats een opslagfactor voor de emissiefactor NOX. Deze ophoging compenseert de extra emissie als gevolg van manoeuvreren.

Opslagfactor zeesluis IJmuiden
Voor de zeesluizen bij IJmuiden hanteert AERIUS een opslagfactor voor de emissiefactor NOX. Deze opslagfactor geldt voor het gebied rond de sluizen. Wanneer overlap bestaat tussen het deel van de vaarroute met een ‘opslagfactor manoeuvreren’ en het gebied met een ‘opslagfactor sluis’, dan geldt de hoogste opslagfactor.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
280-3333
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Methodiek
Versie

Zeescheepvaart - bronkenmerken

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
21-03-2019

Beschrijving gegevensset

De gegevensset met bronkenmerken van zeeschepen omvat gegevens over:

  • warmte-inhoud van de emissies (MW)
  • de (gemiddelde) uitstoothoogte (m) ten opzichte van de waterlijn, en
  • de spreiding in de uitstoothoogte (m).

Deze bronkenmerken zijn afhankelijk van de categorie waarbinnen het zeeschip valt (type en tonnageklasse).

Verantwoording gegevensset

De waarden voor de warmte-inhoud en uitstoothoogte voor stilliggende en varende zeeschepen zijn overgenomen uit de publicatie Kentallen zeeschepen ten behoeve van emissie- en verspreidingsberekeningen in AERIUS (TNO.2013). De waarden voor de uitstoothoogte en de spreiding zijn aan elkaar gerelateerd. RIVM hanteert hierbij voor de scheepvaart (in het kader van het GCN/GDN proces) de volgende vuistregel: de spreiding is 0,5 maal de uitstoothoogte. In overleg met RIVM is ervoor gekozen deze vuistregel ook toe te passen bij het bepalen van de spreiding op basis van de uitstoothoogtes per categorie zeeschepen.

BronEigenaarSinds
TNO. Kentallen zeeschepenMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat01 augustus 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouder gepubliceerd via de website van InfoMil.
  • HarmonisatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige geharmoniseerd naar machineleesbare tabellen.
  • ValidatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

shipping_maritime_category_source_characteristics

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_maritime_category_idint2.PRIKEYn.v.tUnieke ID van de scheepscategorie
movement_typechar(4)n.v.t
gcn_sector_idint4n.v.tUnieke ID van de GCN-sector
heat_contentfloat4MWWarmteoutput
heightfloat4meterUitstoothoogte
spreadfloat4meterspreiding

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
366-4005
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Zeescheepvaart - categorieën

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
31-03-2014

Beschrijving gegevensset

AERIUS maakt onderscheid tussen verschillende categorieën zeeschepen. De categorieën onderscheiden zich naar scheepstype en tonnageklasse. De categorieën zijn overgenomen uit de publicatie Kentallen zeeschepen ten behoeve van emissie- en verspreidingsberekeningen in AERIUS (TNO.2013).

Verantwoording gegevensset

De categorieën voor zeeschepen betreffen een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
TNO. Kentallen zeeschepenMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat13 augustus 2013

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouder gepubliceerd via de website van InfoMil.
  • HarmonisatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige geharmoniseerd naar machineleesbare tabellen.
  • ValidatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

shipping_maritime_categories

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_maritime_category_idint2.PRIKEYnvtUnieke ID van de scheepscategorie
codetext.PRIKEYnvtCode van de scheepscategorie
nametextnvtNaam van de scheepscategorie
nametext.PRIKEYnvtNaam van de scheepscategorie
descriptiontextnvtOmschrijving van de scheepscategorie

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
367-3319
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Data
Versie

Zeescheepvaart - emissiefactoren

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
21-03-2019

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de emissiefactoren NOX van zeeschepen voor varen op zee, varen binnengaats en stilliggen in de haven. De emissiefactoren voor varen op zee en varen binnengaats zijn uitgedrukt in kilogrammen per gevaren kilometer. De emissiefactoren voor stilliggen zijn uitgedrukt in kilogrammen per uur. De emissiefactoren gelden voor het referentiejaar 2011.

Verantwoording gegevensset

De emissiefactoren voor zeeschepen betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
TNO. Kentallen zeeschepenMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat01 augustus 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouder gepubliceerd via de website van InfoMil.
  • HarmonisatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige geharmoniseerd naar machineleesbare tabellen.
  • ValidatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

shipping_maritime_category_emission_factors

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_maritime_category_idint2.PRIKEYnvtUnieke ID van het scheepstype
substance_idint2nvtUnieke ID van de stof
movement_typechar(4)nvt
emission_factorfloat4kg/kilometer of kg/uurEmissiefactor

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
369-4006
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Zeescheepvaart - manoeuvreereigenschappen

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
niet van toepassing
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
02-04-2014

Beschrijving gegevensset

AERIUS houdt rekening met de extra emissies NOX als gevolg van manoeuvreren. Hiertoe hanteert AERIUS een ophoogfactor van 1,8 voor de emissiefactor NOX bij varen (binnengaats). Deze ophoogfactor geldt voor het deel van de vaarroute vanaf de ligplaats. De ophoogfactor geldt alleen voor scheepscategorieën met een tonnage vanaf 10.000 grosston. De lengte van het deel van de vaarroute waarvoor deze opslagfactor geldt, is afhankelijk van de tonnageklasse en varieert van 2,2 tot 7,7 km.

Verantwoording gegevensset

De manoeuvreer-eigenschappen voor zeeschepen betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
TNO. Kentallen zeeschepenMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat13 augustus 2013

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouder gepubliceerd via de website van InfoMil.
  • HarmonisatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige geharmoniseerd naar machineleesbare tabellen.
  • ValidatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

shipping_maritime_category_maneuver_properties

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_maritime_category_idint2.PRIKEYn.v.t.Unieke ID van de scheepscategorie
maneuver_factorfloat4FactorOphoogfactor voor manoevreren
maneuver_lengthfloat4meterAfstand waarover wordt gemanoeuvreerd

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
368-2860
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Zeescheepvaart - ophoogfactor sluizen

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Scheepvaart
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
AERIUS
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
22-04-2014

Beschrijving gegevensset

AERIUS houdt rekening met de effecten van het passeren van een sluis op de emissies NOX. Hiertoe hanteert AERIUS voor de sluizen bij IJmuiden een ophoogfactor voor de emissiefactor NOX van varende zeeschepen (binnengaats). De ophoogfactor geldt voor een gebied rond deze sluizen. De ophoogfactor en het gebied zijn afgeleid van resultaten van onderzoek dat TNO in 2013 heeft uitgevoerd.

Verantwoording gegevensset

TNO heeft in 2013 onderzoek uitgevoerd om te komen tot emissiekentallen voor de zeescheepvaart. Dit onderzoek heeft voor gridcellen van 500x500 meter inzicht opgeleverd in de effecten van manoeuvreren op de emissies NOx door zeeschepen. De ophoogfactoren in de gridcellen rond de sluizen bij Ijmuiden geven inzicht in de effecten van het passeren van de sluizen op de emissies. Op basis van de resultaten van TNO is een gemiddelde ophoogfactor van 1,3 bepaald voor een gebied van 2,5 bij 1 km waarbinnen de verschillende sluizen van IJmuiden vallen.

BronEigenaarSinds
Notitie bepalen ophoogfactor gebied sluizen IJmuidenAERIUS26 maart 2015

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe geometrie van het gebied waar de ophoogfactor geld is afgeleid op basis van de kaart. De ophoogfactor is afgeleid uit achterliggend onderzoek door TNO.
  • HarmonisatieHarmonisatie is niet van toepassing.
  • ValidatieDe gegenereerde data is door een inhoudsdeskundige geverifieerd.
  • TransformatieDe gegenereerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

shipping_maritime_maneuver_areas

VeldTypeEenheidOmschrijving
shipping_maritime_maneuver_area_idint4.PRIKEYnvtUnieke identificatie van het manoevreergebied
maneuver_factorfloat4factorOphoogfactor emissie

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
370-3321
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Wonen en werken

In het kort
AERIUS berekent de depositiebijdragen van bronnen binnen de sector Wonen en werken met het rekenmodel OPS van het RIVM. AERIUS gaat daarbij uit van bronkenmerken die deels door de gebruiker zijn ingevoerd en deels overeenkomen met de bronkenmerken die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage?
Wanneer de bron is ingevoerd als puntbron, dan voert de gebruiker waarden in voor de volgende bronkenmerken:

  • de emissies NOX en/of NH3
  • de hoogte van de emissies
  • de warmte-inhoud.

Wanneer de bron is ingevoerd als vlakbron, kan de gebruiker ook de zogenoemde spreiding in de emissiehoogte invoeren.

Voor de hoogte, spreiding en warmte-inhoud zijn in Calculator standaardwaarden opgenomen. Deze waarden komen overeen met de gemiddelde waarden voor bronnen binnen deze sector die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (GCN bronkenmerken). De gebruiker kan deze standaardwaarden aanpassen op basis van de bronspecifieke situatie.
Voor de zogenoemde etmaalvariatie is ook een standaardwaarde van het RIVM opgenomen. Deze waarde is niet aanpasbaar door de gebruiker.

De Calculator biedt een mogelijkheid voor berekening van de warmte-inhoud op basis van waarden voor de oppervlak van de bronopening, de uitstroomsnelheid en de temperatuur van de emissie.

Hoe berekent AERIUS de verspreiding en depositie?
Calculator berekent de depositiebijdrage van de ingevoerde bron met het rekenmodel OPS van het RIVM. OPS rekent alleen voor puntbronnen. Dit betekent dat een vlakbron eerst wordt omgezet in puntbronnen.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
469-3353
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie

Bepalen relevante hexagonen

In het kort
AERIUS berekent de depositiebijdrage per hexagoon. Dit gebeurt alleen voor hexagonen die relevant zijn voor een toestemmingsbesluit op grond van de Nb-wet.

Wanneer is een hexagoon relevant?
Bij N2000 gebieden die zijn aangewezen op basis van de Vogelrichtlijn is sprake van relevant hexagoon wanneer het hexagoon (deels) overlapt met het leefgebied van een aangewezen soort.

Bij N2000 gebieden die zijn aangewezen op basis van de Habitatrichtlijn is sprake van een relevant hexagoon wanneer het hexagoon (deels) overlapt met:

Afbeelding bij factsheet bepaling relevante hexagonen

Een aangewezen habitattype of habitatsoort wordt alleen meegenomen wanneer het desbetreffende habitattype of het leefgebied van de desbetreffende habitatsoort aangemerkt kan worden als stikstofgevoelig. Habitattypen en leefgebieden van habitatsoorten zijn stikstofgevoelig wanneer hun KDW kleiner is dan 2.400 mol/ha/jr.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
651-3976
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie

Bevoegd gezag

Versie: 
14-01-2020

Kenmerken

Thema
Algemeen
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
05-11-2019

Beschrijving gegevensset

De Natura 2000-gebieden vallen onder verantwoordelijkheid van een of meerdere bevoegde gezagen. Indien er meerdere bevoegde gezagen zijn dan is er een als voortouwnemer aangewezen en daarmee verantwoordelijk voor de aanlevering van de natuurdata. De gegevensset bevoegd gezag bevat een lijst met alle organisaties die zijn aangewezen als bevoegd gezag.

Verantwoording gegevensset

Het bevoegd gezag betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
VoortouwnemersMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit02 juli 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe lijst of wijzigingen op de lijst worden via e-mail aangeleverd.
  • HarmonisatieDe wijzigingen worden geadministreerd in een bestand.
  • ValidatieDe lijst wordt teruggekoppeld aan de bronhouder.
  • TransformatieHet bestand wordt automatisch getransformeerd naar de tabel in de database.

Velden databasetabel

authorities

VeldTypeEenheidOmschrijving
authority_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het gezag
country_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het land
codetextn.v.t.Unieke code van het gezag
nametextn.v.t.Naam van het gezag

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
655-4082
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Habitatkartering

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ministerie van Defensie, Rijkswaterstaat, Provincies: Fryslân, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg
GLP
in werking (concept)
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
20-07-2018

Beschrijving gegevensset

De gegevensset habitatkartering geeft weer waar welk natuurdoeltype voorkomt. Voor de aanwijzingsbesluiten en de beheerplannen zijn de kaarten belangrijke bouwstenen. Hieruit blijkt immers welke habitattypen actueel aanwezig zijn, met welke omvang en waar ze precies liggen. Daarnaast moeten de kaarten ook een objectieve basis bieden voor toetsingen in het kader van Nbwet-vergunningen. In deze gegevensset zijn niet de nabijgelegen buitenlandse habitatkarteringen opgenomen (Vlaanderen, Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen). Deze habitatkarteringen zijn geautomatiseerd gegenereerd op basis van de gebiedsbegrenzingen. Voor deze gebieden is langs de rand een buffer opgenomen met het habitattype H9999 (onzeker/onbekend).

Verantwoording gegevensset

De habitatkartering betreft een gegevensset die is gebaseerd op meervoudige bronnen. Deze bronnen worden in het kader van de afronding van de gebiedsanalyses ten behoeve van de PAS aangeleverd aan het PAS-bureau. Deze harmoniseert, valideert en transformeert deze gegevens en levert deze door aan AERIUS en verzorgt de INSPIRE-publicatie habitatkartering.

BronEigenaarSinds
20180720_N2K_HKLK_M18.gdbMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ministerie van Defensie, Rijkswaterstaat, Provincies: Fryslân, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg20 juli 2018

Beschrijving proces

  • InventarisatieDoor het PAS-bureau wordt een samengesteld bestand met alle karteringen die relevant zijn voor de PAS geleverd.
  • ValidatieDe levering wordt gevalideerd op basis van het GLP. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de leverancier en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuwe levering gedaan.
  • TransformatieDe levering wordt getransformeerd naar de databasestructuur zoals benodigd in AERIUS. Er vind een verschilanalyse plaats met de vorige versie en de bevindingen worden teruggekoppeld aan de leverancier.

Velden databasetabel

De bronnen worden naar de tabel habitat_areas getransformeerd. De volgende velden zijn in deze tabel opgenomen.

VeldTypeEenheidOmschrijving
assessment_area_idint4n.v.t.Unieke identifactie van het interessegebied
habitat_area_idint4.PRIKEYn.v.t.Unieke identifactie van de geometrie
habitat_type_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het habitattype
coveragefloat4PercentagePercentage dekking van het habitattype

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
313-3984
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Habitattypen

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
25-04-2017

Beschrijving gegevensset

De gegevensset habitattypen bevat alle typen conform annex I van de habitatdirective inclusief de Nederlandse subspecificatie en varianten. Daarnaast zijn een veertiental stikstofgevoelige aanvullende leefgebieden opgenomen en per Natura 2000-gebied het type voor onzeker/onbekend. Van alle typen zijn de kritische depositiewaarden (KDW) bekend conform de laatste wetenschappelijke inzichten. Voor het type onzeker/onbekend (H9999) is de KDW gebaseerd op het meest kritische aangewezen habitattype.
De habitattypen omvatten ook zoekgebieden voor stikstofgevoelige habitattypen.

Verantwoording gegevensset

De habitattypen betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
20170320_pas_habitattypen_leefgebieden.xlsMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit20 maart 2017

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt gepubliceerd door de bronhouder.
  • HarmonisatieDe bron is direct bruikbaar en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieEr wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd of de gepubliceerde informatie geschikt is voor transformatie.
  • TransformatieDe aangeleverde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

habitat_types

VeldTypeEenheidOmschrijving
habitat_type_idint4.PRIKEYnvtUnieke identificatie van het habitattype
nametext.PRIKEYnvtHabitatcode conform nederlandse definitie
descriptiontextnvtOmschrijving van het habitattype
critical_depositionint4mol/hectareKritische depositiewaarde
sensitiveboolja/neeMogelijke stikstofgevoeligheid (ja/nee) van een habitattype

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
361-3986
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Habitattypen - doelstellingen

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
meervoudige gelijksoortige bronnen
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in werking (concept)
GTP
concept
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
15-05-2018

Beschrijving gegevensset

Aangewezen habitattypen zijn waardevolle en kenmerkende natuurtypen die specifiek voorkomen in een bepaald Natura 2000-gebied en welke moeten worden beschermd voor behoud en herstel van biodiversiteit. Deze habitattypen zijn vastgelegd in het aanwijzingsbesluit van een gebied en er zijn doelstellingen geformuleerd ten aanzien van kwaliteit en oppervlak. 

Verantwoording gegevensset

De aangewezen habitattypen betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
Webservice aangewezen habitattypenMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit20 april 2018

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe aangewezen habitattypen worden via een webservice aangeboden en zijn direct in te lezen.
  • HarmonisatieDe bronnen zijn direct bruikbaar en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieEr wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd of de gepubliceerde informatie geschikt is voor transformatie.
  • TransformatieDe webservice wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de betreffende tabel in de database.

Velden databasetabel

habitat_properties

VeldTypeEenheidOmschrijving
assessment_area_idint4nvtUnieke identifactie van het interessegebied
habitat_type_idint4.PRIKEYnvtUnieke identificatie van het habitattype
extent_goalchar(4)nvtOppervlaktedoelstelling
quality_goalchar(4)nvtKwaliteitsdoelstelling

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
359-3987
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Habitattypen - relaties

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
25-04-2017

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de relatie tussen de habitattypen zoals aangenomen in de aanwijzingsbesluiten en eventuele varianten van de habitattypen die in de karteringen zijn opgenomen.

Verantwoording gegevensset

Het betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
20170320_pas_habitattypen_leefgebieden.xlsMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit20 maart 2017

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe bron hoeft niet te worden geharmoniseerd en is direct bruikbaar.
  • ValidatieDe bron wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd.
  • TransformatieDe bron wordt automatisch getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

habitat_type_relations

VeldTypeEenheidOmschrijving
habitat_type_idint4.PRIKEYn.v.t.Unieke identificatie van het type
goal_habitat_type_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het type zoals opgenomen in de aanwijzingsbesluiten

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
360-3988
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Natura 2000 - deelgebieden

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in werking (concept)
GTP
concept
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
13-04-2018

Beschrijving gegevensset

Deze gegevensset bevat de deelgebieden uit de werkbegrenzing van de Nederlandse Natura 2000-deelgebieden. Met deelgebieden wordt bedoeld de onderverdeling tussen habitatrichtlijngebieden, vogelrichtlijngebieden en beschermde natuurmonumenten of een combinatie hiervan. De werkbegrenzing bevat alle meest recente inzichten en loopt vooruit op de officiële publicatie van de begrenzing. Naast de Nederlandse gebieden zijn in Calculator de nabijgelegen buitenlandse gebieden opgenomen.

Verantwoording gegevensset

De Natura 2000 - gebieden betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
20180223_Natura2000-begrenzing_bewerkt.shpMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit23 februari 2018
Natura 2000 database EEAEuropean Environmental Agencyaugustus 2006

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data van de Nederlandse gebieden wordt via e-mail aangeleverd. De buitenlandse gebieden zijn online te downloaden via de site van de European Environment Agency.
  • HarmonisatieDe Nederlandse begrenzingen zijn direct bruikbaar voor transformatie. De buitenlandse begrenzingen zijn eerst geharmoniseerd naar het formaat zoals wordt gebruikt voor Nederlandse begrenzingen.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en leveren een nieuwe gerectificeerde levering op.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

natura2000_directive_areas

VeldTypeEenheidOmschrijving
assessment_area_idint4.PRIKEYn.v.t.Unieke identificatie van het interessegebied
natura2000_area_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het Natura 2000-gebied
natura2000_directive_area_idint4.PRIKEYn.v.t.Unieke identificatie van het Natura 2000-deelgebied
typechar(4)n.v.t.Type interessegebied
nametext.BTREEn.v.t.Naam van het Natura 2000-gebied
habitat_directivebooln.v.t.Waarde ja/nee of habitatrichtlijn van toepassing
bird_directivebooln.v.t.Waarde ja/nee of vogelrichtlijn van toepassing
natural_monument_directivebooln.v.t.Waarde ja/nee of beschermd natuurmonument
design_statustextn.v.t.Status van de aanwijzing

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
318-3989
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Natura 2000 - gebieden

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in werking (concept)
GTP
concept
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
01-11-2019

Beschrijving gegevensset

Deze gegevensset bevat de geaggregeerde werkbegrenzing van de Nederlandse Natura 2000-gebieden. De werkbegrenzing bevat alle meest recente inzichten en loopt vooruit op de officiële publicatie van de begrenzing. Naast de Nederlandse gebieden zijn in AERIUS ook de nabijgelegen buitenlandse gebieden opgenomen.

Verantwoording gegevensset

De gebieden betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
20180223_Natura2000-begrenzing_bewerkt.shpMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit23 februari 2018
Natura 2000 database EEAEuropean Environmental Agencyapril 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data van de Nederlandse gebieden wordt door de bronhouder aangeleverd. De buitenlandse gebieden zijn online gedownload via de site van de European Environment Agency.
  • HarmonisatieDe Nederlandse begrenzingen zijn direct bruikbaar voor transformatie. De buitenlandse begrenzingen zijn eerst geharmoniseerd naar het formaat zoals wordt gebruikt voor Nederlandse begrenzingen.
  • ValidatieDe geleverde bestanden worden gevalideerd op technische juistheid. Bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder en indien nodig wordt er door de bronhouder een nieuw aangepast bestand aangeleverd.
  • TransformatieDe geharmoniseerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Na transformatie vind er een verschilanalyse plaats met de vorige versie. De bevindingen worden teruggekoppeld aan de bronhouder.

Velden databasetabel

natura2000_areas

VeldTypeEenheidOmschrijving
assessment_area_idintegern.v.t.Unieke identifactie van het interessegebied
natura2000_area_idintegern.v.t.Unieke identificatie van het Natura 2000-gebied
codetextn.v.t.Unieke code van het Natura 2000-gebied
typetextn.v.t.Type Natura 2000-gebied
nametextn.v.t.Naam van het Natura 2000-gebied
authority_idtextn.v.t.Naam van het bevoegde gezag

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
317-3990
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Natura 2000 - kenmerken

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in werking (concept)
GTP
concept
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
13-04-2018

Beschrijving gegevensset

De gegevensset Natura 2000 - kenmerken bevat alle basis-informatie die in AERIUS wordt getoond over een Natura 2000-gebied. Het betreft informatie over landschapstype en aantal hectare conform het aanwijzingsbesluit zoals opgenomen in de Synbiosys Natura 2000-gebiedendatabase.

Verantwoording gegevensset

De Natura 2000 - kenmerken betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Webservice basisinformatie Natura 2000-gebiedenMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouder via een webservice gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe bron is direct bruikbaar en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieDoor een inhoudsdeskundige wordt gevalideerd of de geometrie en achterliggende velden geschikt en volledig zijn voor transformatie.
  • TransformatieDe aangeleverde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

natura2000_area_properties

VeldTypeEenheidOmschrijving
natura2000_area_idintegern.v.tUnieke identificatie van het Natura 2000-gebied
landscape_typetextn.v.tLandschapstype
registered_surfaceintegerHectareAantal hectare conform aanwijzingsbesluit

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
316-3991
Voor
  • Calculator
  • Monitor
Type
Data
Versie

Soorten

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
meervoudige gelijksoortige bronnen
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
21-04-2017

Beschrijving gegevensset

De gegevensset soorten bevat alle soorten die mogelijk in Nederland voorkomen in het kader van de Natura 2000-aanwijzingsbesluiten.

Verantwoording gegevensset

De soorten betreft een gegevensset de is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
Aangewezen habitatsoortenMinisterie van Economische Zaken
Aangewezen broedvogelsMinisterie van Economische Zaken
Aangewezen niet-broedvogelsMinisterie van Economische Zaken

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt gepubliceerd door middel van een webservice door de bronhouder.
  • HarmonisatieDe bron is direct bruikbaar en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieEr wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd of de gepubliceerde informatie geschikt is voor transformatie. Daarnaast wordt tijdens de transformatie de bron gevalideerd op inconsistenties.
  • TransformatieDe aangeleverde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

tabel species

VeldTypeEenheidOmschrijving
species_idint4.PRIKEYUnieke identificatie van de soort
species_typechar(4)Type soort (habitatsoort. broedvogel. niet-broedvogel)
nametext.PRIKEYCode van de soort
descriptiontextn.v.t.Omschrijving van de soort

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
362-3994
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Soorten - doelstellingen

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
meervoudige gelijksoortige bronnen
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
GLP
in voorbereiding
GTP
ontwerp
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
20-04-2018

Beschrijving gegevensset

De gegevensset doelstelling soorten bevat de doelstellingen ten aanzien van soorten zoals is opgenomen in het aanwijzingsbesluit van het betreffende gebied. Het gaat om de doelstellingen ten aanzien van de kwaliteit en omvang van het leefgebied maar ook om de doelstelling t.a.v. de populatie.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset doelstelling soorten betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
Aangewezen habitatsoortenMinisterie van Economische Zaken
Aangewezen broedvogelsMinisterie van Economische Zaken
Aangewezen niet-broedvogelsMinisterie van Economische Zaken

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt gepubliceerd door de bronhouder door middel van een webservice.
  • HarmonisatieDe bron is direct bruikbaar en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieEr wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd of de gepubliceerde informatie geschikt is voor transformatie. Daarnaast wordt tijdens de transformatie de bron gevalideerd op inconsistenties.
  • TransformatieDe aangeleverde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

species_properties

VeldTypeEenheidOmschrijving
population_goal_descriptiontextOmschrijving van de doelstelling populatie (alleen indien specifieke doelstelling)
population_goalchar(4)Doelstelling populatie
extent_goalchar(4)Doelstelling oppervlakte leefgebied
quality_goalchar(4)Doelstelling kwaliteit leefgebied
assessment_area_idint4n.v.t.Unieke identifiactie van het Natura 2000-gebied Een natuurgebied dat onderdeel uitmaakt van het Europese netwerk van natuurgebieden 'Natura 2000'.
species_idint4.PRIKEYUnieke identificatie van de soort

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
363-3995
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Soorten - relatie leefgebied

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ministerie van Defensie, Rijkswaterstaat, Provincies: Fryslân, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg
GLP
in werking (definitief)
GTP
concept
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
20-07-2018

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de relatie tussen de aangewezen soorten en het natuurtype waar deze voorkomt (habitattypen en leefgebieden).

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
20180719_PAS_RelatieLeefgebied.xlsxMinisterie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ministerie van Defensie, Rijkswaterstaat, Provincies: Fryslân, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg19 juli 2018

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe gegevensset wordt door de voortouwnemers aangeleverd aan BIJ12 die zorgt voor harmonisatie en doorlevering aan AERIUS.
  • HarmonisatieDe door BIJ12 geharmoniseerde gegevensset is direct door AERIUS te verwerken.
  • ValidatieDe aangeleverde data wordt conform het gegevensleveringsprotocol gevalideerd en een verschilanalyse wordt teruggeleverd aan de leverancier.
  • TransformatieDe bron is automatisch getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

species_to_habitats

VeldTypeEenheidOmschrijving
assessment_area_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het interessegebied
species_idint4.PRIKEYn.v.t.Unieke identificatie van de soort
habitat_type_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het habitattype

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
364-3996
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie

Achtergronddepositie Natura 2000-gebieden

In het kort
AERIUS Calculator 2019 toont een kaart met achtergronddeposities binnen de Natura 2000-gebieden. Deze depositie gaat over het jaar 2018. Het kiezen van een ander zichtjaar heeft geen invloed op de in Calculator getoonde achtergronddeposities.

Deze kaart is tot stand gekomen door depositie te berekenen op basis van de ruimtelijke verdeling van depositie 2015, emissietotalen uit 2015 en 2017 en metingen over 2018. Op het moment van opstellen van deze kaart waren dit de meest actuele beschikbare gegevens. De uitgangspunten en deposities zijn in beginsel gelijk aan hetgeen is toegepast voor de GDN-kaarten over 2018 die in maart 2019 door het RIVM zijn gepubliceerd.

Depositie uit Nederlandse bronnen
Depositie als gevolg van emissies van ammoniak en stikstofoxiden van Nederlandse bronnen is berekend per broncategorie op basis van emissies uit de Emissieregistratie en hun ruimtelijke verdeling over 2015. Uitzondering hierop zijn stalemissie in de landbouw en emissie van het hoofdwegennet, deze zijn geografisch verfijnder doorgerekend. Deze depositie over 2015 is geschaald naar 2017 op basis van emissietotalen per broncategorie per stof. Uitzondering hierop is het hoofdwegennet, waarvan reeds gegevens over 2017 beschikbaar zijn.

Voor het vaststellen van de depositie door Nederlandse bronnen is in de basis de volgende werkwijze gehanteerd:

  1. Per broncategorie en per stof (NOx en NH3) is de totale emissie in 2015 vastgesteld.
  2. Op basis van de Emissieregistratie is per broncategorie en per stof (NOx en NH3) de totale emissie in 2017 vastgesteld.
  3. De uitkomst van 2 is gedeeld op de uitkomst van 1. Het resultaat is een schalingsfactor per broncategorie. Enkele broncategorieën zijn in 2017 anders dan in 2015. Voor deze categorieën zijn specifieke schalingsfactoren berekend.
  4. De depositiebijdrage per hexagoon per broncategorie in 2015 is vermenigvuldigd met de onder 3 afgeleide schalingsfactor. Het resultaat is een depositiebijdrage per hexagoon per broncategorie in 2017. Tenslotte zijn de verschillende bronbijdrages gesommeerd, met als resultaat de totale depositie per hexagoon.

 

Buitenlandse bijdragen
Emissie uit het buitenland draagt ook bij aan de deposities in Nederland. De buitenlandse bijdrages zijn berekend op basis van een emissieprognose voor 2017.

Kalibratie op basis van metingen
De voor 2017 vastgestelde deposities (som geschaalde depositie uit Nederlandse en buitenlandse bronnen, zoals hierboven beschreven) worden gekalibreerd aan de metingen van het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN) over 2018. Deze kalibratie is uitgevoerd op basis van de methode die ook wordt gehanteerd voor het maken van de jaarlijkse GCN/GDN kaarten.

De correctie bestaat uit 1) correctie droge NH3 depositie en 2) een correctie natte NH3 en NOy.

Voor de correctie op de droge NH3 depositie zijn de volgende stappen doorlopen:

  1. De gemeten gemiddelde NH3 concentratie in 2018 is gedeeld door de berekende gemiddelde NH3 concentraties voor 2017.
  2. De resulterende verhouding is vervolgens vermenigvuldigd met de deposities in de GDN-kaart voor 2017 die zijn vastgesteld op een resolutie van 1x1 km. Het resultaat is een landsdekkende kaart met deposities (1x1 km) die gekalibreerd zijn aan gemeten droge NH3 depositie.
  3. Het verschil tussen de niet en wel gekalibreerde GDN-kaart voor 2017 is vervolgens vertaald naar een correctie per hexagoon (in mol/ha/jaar).

 

De correctie voor NOy en natte NH3 bedraagt samen +81 mol per hectare per jaar en is voor alle hexagonen gelijk.

 

 

 

 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
736-4022
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie

Gemeenten

Versie: 
16-09-2019

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Kadaster (PDOK)
GLP
niet van toepassing
GTP
niet van toepassing
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
19-01-2019

Beschrijving gegevensset

De gegevensset gemeenten bevat de gemeentegrenzen.

Verantwoording gegevensset

De gegevenset gemeenten betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Bestuurlijke grenzenKadaster (PDOK)29 januari 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt gepubliceerd door de bronhouder.
  • HarmonisatieDe bron is direct bruikbaar en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieEr wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd of de gepubliceerde informatie geschikt is voor transformatie.
  • TransformatieDe aangeleverde data wordt geautomatiseerd getransformeert naar de database.

Velden databasetabel

municipality_areas

VeldTypeEenheidOmschrijving
municipality_area_idintegern.v.t.Unieke identificatie van de gemeente
codetekstn.v.t.CBS-code van de gemeente
nametekstn.v.t.Naam van de gemeente

Factsheet

Factsheet
315-3979
Voor
  • Calculator
  • Scenario
Type
Data
Versie
  • 16-09-2019

Grootschalige deposities GDN

Kenmerken

Thema
Algemeen
Source type
meervoudige gelijksoortige bronnen
Bronhouders
RIVM
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
20-06-2019

Beschrijving gegevensset

Het RIVM maakt jaarlijks kaarten met grootschalige deposities in Nederland (GDN kaarten) in het kader van natuur- en milieubeleid. De kaarten zijn gebaseerd op een combinatie van modelberekeningen en metingen en zijn bedoeld voor het geven van een grootschalig beeld van de deposities in Nederland zowel voor jaren in het verleden als in de toekomst.

Verantwoording gegevensset

De grootschalige deposities GDN betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
Bestanden GDN kaartenRIVMmaart 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bronbestanden worden als download beschikbaar gesteld per stof en per jaar.
  • HarmonisatieAlle bronnen zijn gelijk aan structuur en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieDoor een inhoudsdeskundige wordt gevalideerd of alle benodigde bronnen beschikbaar zijn voor transformatie.
  • TransformatieAlle bronnen worden geautomatiseerd getransformeerd naar de betreffende databasetabel.

Velden databasetabel

background_cell_depositions

VeldTypeEenheidOmschrijving
background_cell_idint4,PRIKEYn.v.t.Unieke identificatie van de cel
yearint2jaarJaar waarop de depositiewaarde betrekking heeft
depositionfloat4mol/hectareDepositiewaarde van het betreffende kilometergrid

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
309-3980
Voor
  • Calculator
  • Scenario
Type
Data
Versie

Hexagonen

Versie: 
16-09-2019

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
AERIUS
GLP
niet van toepassing
GTP
niet van toepassing
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
24-04-2018

Beschrijving gegevensset

De gegevensset hexagonen bevat de hexagonen op een vijftal schaalniveau's (1, 4, 16, 64 en 256 hectare). Dit grid is bepalend voor waar berekeningen worden uitgevoerd en maakt het mogelijk om informatie op een eenduidige manier op meerdere schaalniveau's te tonen. Het grid is dekkend met de Natura 2000-gebieden exclusief de grote wateren. Een uitzondering wordt gemaakt indien een stikstofgevoelig habitattype is gekarteerd in de grotere wateren. Dan wordt dit toch in het interessegebied meegenomen.

In het buitenland wordt op dezelfde manier gerekend. Het schaalniveau van de hexagonen is in het buitenland 16 hectare.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is een resultante van een aantal gegevenssets zoals opgenomen in de gerelateerde factsheets. De bronnen van deze gegevenssets is terug te vinden in deze factsheets.

Beschrijving proces

  • InventarisatieZie gerelateerde factsheets.
  • HarmonisatieZie gerelateerde factsheets.
  • ValidatieDoor een inhoudsdeskundige wordt de invoer en de resultaten gevalideerd.
  • TransformatieOp basis van de gegevenssets worden de hexagonen automatisch gegenereerd bij het opbouwen van de database.

Velden databasetabel

hexagons

VeldTypeEenheidOmschrijving
receptor_idint4.PRIKEYn.v.t.
zoom_levelint4.BTREEn.v.t.Schaalniveau van het hexagoon

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
310-4023
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Data
Versie
  • 16-09-2019

Kilometergrid

Versie: 
04-06-2014

Kenmerken

Thema
Algemeen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
RIVM
GLP
niet van toepassing
GTP
niet van toepassing
Periodiciteit
eenmalig
Laatste update
24-06-2012

Beschrijving gegevensset

Het RIVM maakt jaarlijks kaarten met grootschalige concentraties en deposities in Nederland (GCN & GDN) in het kader van natuur- en milieubeleid. Het resultaat is een kilometergrid dat dekkend is met Nederland inclusief het Nederlandse Continentaal Plat (NCP) wat gelijk is aan de Nederlandse Exclusieve Economische Zone (EEZ). Dit grid is de basis voor het kilometergrid zoals wordt gebruikt binnen AERIUS.

Verantwoording gegevensset

Het kilometergrid is gegenereerd op basis van de resultaten van de GDN. Voor de gebruikte bron zie de gerelateerde factsheet.

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bronbestanden zijn als download beschikbaar gesteld. Een willekeurige bron is als basis gebruikt voor het kilometergrid.
  • HarmonisatieAlle bronnen zijn gelijk aan structuur en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieDoor een inhoudsdeskundige is gevalideerd of het grid in overeenstemming is met het interressegebied van AERIUS.
  • TransformatieHet grid is geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

background_cells

VeldTypeEenheidOmschrijving
background_cell_idintegern.v.t.Unieke identificatie van de cel

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
311-1511
Voor
  • Calculator
  • Scenario
Type
Data
Versie
  • 04-06-2014

Luchtfoto

Versie: 
16-06-2015

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Kadaster (PDOK)
GLP
niet van toepassing
GTP
niet van toepassing
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
2014

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de luchtfoto zoals gebruikt als achtergrond in de AERIUS-producten. AERIUS gebruikt direct de webservice van PDOK. Hierdoor is gegarandeerd dat de laatst beschikbare luchtfoto ook in AERIUS is te gebruiken.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is gebaseerd op de volgende webservice:

BronEigenaarSinds
Luchtfoto (PDOK-achtergrond)Kadaster (PDOK)2010

Factsheet

Factsheet
580-2275
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Monitor
Type
Data
Versie
  • 16-06-2015

Plaatsen

Versie: 
16-09-2019

Kenmerken

Thema
Algemeen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Kadaster (PDOK)
GLP
niet van toepassing
GTP
niet van toepassing
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
29-01-2019

Beschrijving gegevensset

De gegevensset plaatsen bevat de plaatsen in Nederland.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is gebasseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Bestuurlijk grenzenKadaster (PDOK)29 januari 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt gepubliceerd door de bronhouder.
  • HarmonisatieDe bron is direct bruikbaar en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieEr wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd of de gepubliceerde informatie geschikt is voor transformatie.
  • TransformatieDe aangeleverde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

town_areas

VeldTypeEenheidOmschrijving
town_area_idintegern.v.t.Unieke identificatie van de plaats
codetekstn.v.t.CBS-code van de plaats
nametekstn.v.t.Plaatsnaam

Factsheet

Factsheet
365-3992
Voor
  • Calculator
  • Scenario
Type
Data
Versie
  • 16-09-2019

Provincies

Versie: 
16-09-2019

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Kadaster (PDOK)
GLP
niet van toepassing
GTP
ontwerp
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
29-01-2019

Beschrijving gegevensset

De gegevensset provincies bevat de provinciegrenzen.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset provincies betreft een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Bestuurlijk grenzenKadaster (PDOK)29 januari 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt gepubliceerd door de bronhouder.
  • HarmonisatieDe bron is direct bruikbaar en er hoeft geen harmonisatie plaats te vinden.
  • ValidatieEr wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd of de gepubliceerde informatie geschikt is voor transformatie.
  • TransformatieDe aangeleverde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

De bronnen worden naar de tabel province_areas getransformeerd. De volgende velden zijn in deze tabel opgenomen:

VeldTypeEenheidOmschrijving
province_area_idint4,PRIKEYnvt
nametext,BTREEnvt

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
322-3993
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Monitor
Type
Data
Versie
  • 16-09-2019

Terreinruwheid en landgebruik

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Gebiedskenmerken
Source type
meervoudige ongelijksoortige bronnen
Bronhouders
AERIUS
GLP
niet van toepassing
GTP
ontwerp
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
04-05-2015

Beschrijving gegevensset

De terreinruwheid en het landgebruik bepalen de snelheid waarmee stoffen neerslaat (droge depositiesnelheid). De terreinruwheid beïnvloedt de grootte van de wervels in de luchtlaag boven het aardoppervlak. Een hogere ruwheid leidt tot grotere wervels die ervoor zorgen dat stoffen sneller het aardoppervlak bereiken. De biologische en fysische kenmerken van het oppervlak (‘landgebruik’) bepalen hoe makkelijk de stoffen worden opgenomen of geadsorbeerd. De gegevensset ruwheid en landgebruik bevat de gemiddelde ruwheidslengte en dominante en gewogen landgebruik voor alle rekenpunten.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is afgeleid uit de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
LGN7Alterrajuli 2014
Corine Land Cover 2006 raster dataEuropean Environmental Agencydecember 2013
Koppeltabel landgebruik met DEPAC en Z0RIVM13 april 2015

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe benodigde bronnen zijn via het RIVM verstrekt of wel direct gedownload bij de bron.
  • HarmonisatieDe bronnen zij direct bruikbaar en harmonisaties zijn onderdeel van de transformatie.
  • ValidatieEr wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd of de gepubliceerde informatie geschikt is voor transformatie.
  • TransformatiePer rekenpunt (hexagoon) is de terreinruwheid en het landgebruik bepaald voor een cirkelvormig gebied van 6,25 ha rond het rekenpunt. Daarbij is uitgegaan van de volgende variabelen: a. de gemiddelde ruwheidslengte z0 (grootheid waarin de terreinruwheid wordt uitgedrukt), en b. het dominante landgebruik, volgens de DEPAC-classificatie. Deze gegevens zijn afgeleid van het Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland versie 7 (LGN7). LGN7 beschrijft het landgebruik op een resolutie van 25x25 meter en maakt daarbij onderscheid tussen 39 klassen van landgebruik. Voor elk van deze klassen is de z0-waarde bekend. DEPAC is een onderdeel van het OPS model en beschrijft voor 9 klassen van landgebruik hoe makkelijk de stikstof wordt opgenomen of geadsorbeerd. Bij de bepaling van het dominante landgebruik gaat AERIUS uit van de klassen van landgebruik in DEPAC. Hiertoe worden de 39 klassen van LGN7 geaggregeerd naar de 9 klassen in DEPAC. Het LGN7 raster is alleen beschikbaar voor het Nederlandse grondgebied, terwijl rekenpunten ook buiten Nederland kunnen liggen. Voor de rekenpunten die buiten Nederland liggen, wordt een raster gebruikt dat is afgeleid uit de CORINE Land Cover (CLC) dataset.

Velden databasetabel

terrain_properties

VeldTypeEenheidOmschrijving
receptor_idintegern.v.t.Unieke identificatie van de receptor
zoom_levelintegern.v.t.Zoom level van het hexagoon
average_roughnessrealn.v.t.Gemiddelde ruwheidslengte
dominant_land_useland_use_classificationn.v.t.Dominante landgebruikstype
land_usesarrayn.v.t.Percentage voorkomen van de landgebruikstypen

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
354-3774
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Energie

In het kort
AERIUS berekent de depositiebijdragen van bronnen binnen de sector Energie met het rekenmodel OPS van het RIVM. AERIUS gaat daarbij uit van bronkenmerken die deels door de gebruiker zijn ingevoerd en deels overeenkomen met de bronkenmerken die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage?
Wanneer de bron is ingevoerd als puntbron, dan voert de gebruiker waarden in voor de volgende bronkenmerken:

  • de emissies NOX en/of NH3
  • de hoogte van de emissies
  • de warmte-inhoud.

Wanneer de bron is ingevoerd als vlakbron, kan de gebruiker ook de zogenoemde spreiding in de emissiehoogte invoeren.

Voor de hoogte, spreiding en warmte-inhoud zijn in Calculator standaardwaarden opgenomen. Deze waarden komen overeen met de gemiddelde waarden voor bronnen binnen deze sector die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (GCN bronkenmerken). De gebruiker kan deze standaardwaarden aanpassen op basis van de bronspecifieke situatie.

Voor de zogenoemde etmaalvariatie is ook een standaardwaarde van het RIVM opgenomen. Deze waarde is niet aanpasbaar door de gebruiker.

Calculator biedt een mogelijkheid voor berekening van de warmte-inhoud op basis van waarden voor de oppervlak van de bronopening, de uitstroomsnelheid en de temperatuur van de emissie.

Hoe berekent AERIUS de verspreiding en depositie?
Calculator berekent de depositiebijdrage van de ingevoerde bron met het rekenmodel OPS van het RIVM. OPS rekent alleen voor puntbronnen. Dit betekent dat een vlakbron eerst wordt omgezet in puntbronnen.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
464-3351
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Industrie

Versie: 
15-10-2020

In het kort
AERIUS berekent de depositiebijdragen van bronnen binnen de sector Industrie met het rekenmodel OPS van het RIVM. AERIUS gaat daarbij uit van bronkenmerken die deels door de gebruiker zijn ingevoerd en deels overeenkomen met de bronkenmerken die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage?
Wanneer de bron is ingevoerd als puntbron, dan voert de gebruiker waarden in voor de volgende bronkenmerken:

  • de emissies NOX en/of NH3
  • de hoogte van de emissies
  • de warmte-inhoud.

Wanneer de bron is ingevoerd als vlakbron, kan de gebruiker ook de zogenoemde spreiding in de emissiehoogte invoeren.

Voor de hoogte, spreiding en warmte-inhoud zijn in Calculator standaardwaarden opgenomen. Deze waarden komen overeen met de gemiddelde waarden voor bronnen binnen deze sector die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (GCN bronkenmerken). De gebruiker kan deze standaardwaarden aanpassen op basis van de bronspecifieke situatie.
Voor de zogenoemde etmaalvariatie is ook een standaardwaarde van het RIVM opgenomen. Deze waarde is niet aanpasbaar door de gebruiker.

Calculator biedt een mogelijkheid voor berekening van de warmte-inhoud op basis van waarden voor de oppervlak van de bronopening, de uitstroomsnelheid en de temperatuur van de emissie.

Hoe berekent AERIUS de verspreiding en depositie?
Calculator berekent de depositiebijdrage van de ingevoerde bron met het rekenmodel OPS van het RIVM. 

Het OPS model rekent niet met lijnbronnen, alleen aan puntbronnen en oppervlaktebronnen. Een in AERIUS ingevoerde lijnbron wordt daarom door AERIUS omgezet in een reeks puntbronnen en dan ingevoerd in OPS. Wanneer een oppervlaktebron in AERIUS wordt ingevoerd, dan wordt deze door AERIUS opgedeeld in kleinere deel-oppervlaktebronnen, welke vervolgens worden doorgegeven aan OPS.

 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
470-3352
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie
  • 15-10-2020

Emissieberekening mobiele werktuigen

In het kort
Mobiele werktuigen zijn voertuigen die in beginsel geen gebruikmaken van de openbare weg en bijvoorbeeld worden ingezet in de landbouw of bij bouwprojecten. Voorbeelden van mobiele werktuigen zijn graafmachines, bulldozers en tractoren. Ook voor een specifieke functie verbouwde bestel- of vrachtwagens, zoals ambulances, vuilniswagens en betonwagens, worden beschouwd als mobiele werktuigen.

De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen).

Indien voor een mobiel werktuig met een dieselmotor de stageklasse bekend is, kan de gebruiker het jaarlijkse dieselverbruik per stageklasse invoeren. AERIUS berekent vervolgens de emissies van stikstofoxiden (NOX) op basis van generieke gegevens over de NOX emissie per liter brandstof per stageklasse.

Indien de stageklasse onbekend is, of wanneer het mobiele werktuig buiten de categorieën met stageklassen valt die in AERIUS zijn opgenomen, kan een gebruiker in AERIUS zelf de totale emissies NOX van het desbetreffende mobiele werktuig invoeren, of deze berekenen aan de hand van kenmerken van het mobiele werktuig, zoals het vermogen en het aantal draaiuren.

Hoe berekent AERIUS de emissies van mobiele werktuigen?

Berekening emissies op basis van brandstofverbruik per stageklasse
AERIUS berekent met onderstaande formule de emissie NOX van mobiele werktuigen met een dieselmotor waarvoor de stageklasse bekend is:

\[
E_{MW}=\sum_S\ {B_{LJ,S}*EF}_S*\frac{1}{1000}
\]

met:
EMW = Totale emissie NOX door alle ingevoerde mobiele werktuigen (kg/jaar)
BLJ,S = Brandstofverbruik in liters per jaar per stageklasse S (liters/jaar)
EFS = Emissiefactor NOX per stageklasse S (gram/liter diesel)

De gebruiker geeft per stageklasse het brandstofverbruik aan in liters per jaar (BLJ,S). De emissiefactoren NOX per stageklasse (EFS), zijn bepaald op basis van gegevens van het Emissiemodel Mobiele Machines.

Berekening emissies wanneer stageklasse niet bekend is (eigen typering)
Een gebruiker kan in AERIUS een waarde voor de totale emissies NOX van het desbetreffende mobiele werktuig invoeren. AERIUS biedt de gebruiker ook ondersteuning bij het berekenen van deze totale emissie. Daarvoor is een zogenoemde rekenmachine ontwikkeld waarin de gebruiker een keuze kan maken tussen een berekening op basis van ‘draaiuren’ en op basis van ‘brandstofverbruik’.

Bij de keuze voor ‘draaiuren’ berekent AERIUS de emissie NOX met onderstaande formule:

\[
E_{MW}=W*B*G*EF*\frac{1}{1000}
\]

met:
EMW = Totale emissie NOX door alle ingevoerde mobiele werktuigen (kg/jaar)
W = Het gemiddelde volle vermogen van dit mobiele werktuig (kW)
B = Het gedeelte van het volle vermogen van dit mobiele werktuig dat daadwerkelijk wordt gebruikt (%)
G = Het aantal uren dat dit mobiele werktuig gemiddeld wordt gebruikt (uren/jaar)
EF = Emissiefactor NOX (gram/kWh)

De gebruiker voert zelf waarden in voor het vermogen, de belasting, het aantal draaiuren en de emissiefactor. Waar mogelijk gaat AERIUS uit van defaultwaarden.

Bij de keuze voor ‘brandstofverbruik’ berekent AERIUS de emissie NOX met onderstaande formule:

\[
E_{MW}=\frac{B_{LJ}}{R_{LK}}*EF*\frac{1}{1000}
\]

\[
R_{LK}=\frac{1}{{\rho{}}_D}*R_{GK}*\frac{1}{1000}
\]

met

EMW =Totale emissie NOX van het ingevoerde mobiele werktuig (kg/jaar)
BLJ = Brandstofverbruik in liters per jaar (liters/jaar)
RLK = Rendement: brandstof in liters per geleverde kilowattuur (liters/kWh)
EF = Emissiefactor NOX van het ingevoerde mobiele werktuig (gram/kWh)
RGK = Rendement: brandstof in grammen brandstof per geleverde kilowattuur (gram/kWh)
PD = Soortelijk gewicht van diesel (kg/liter) = 0,84 kg/liter

De gebruiker voert zelf waarden in voor het vermogen, de belasting, het aantal draaiuren en de emissiefactor. Waar mogelijk gaat AERIUS uit van defaultwaarden.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
277-3345
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Mobiele werktuigen - stage klasse categorieën

Kenmerken

Thema
Mobiele werktuigen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
AERIUS
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
26-01-2015

Beschrijving gegevensset

AERIUS onderscheidt twee opties voor de berekening van de emissies door mobiele werktuigen:

  • berekening emissies op basis van brandstofverbruik per stageklasse
  • berekening emissies op basis van een eigen typering.

De stageklassen betreffen emissienormen voor mobiele werktuigen en zijn afhankelijk van het bouwjaar en het vermogen van het mobiele werktuig. Bij de emissieberekening op basis van brandstofverbruik per stageklasse, rekent AERIUS met categorieën stageklassen en emissiefactoren die betrekking hebben op dieselmotoren en zijn overgenomen uit het Emissiemodel Mobiele Machines (TNO.2009). Dit emissiemodel van TNO wordt ook gebruikt in het project Emissieregistratie en het GCN/GDN proces.

Verantwoording gegevensset

De emissiefactoren stageklassen (dieselmotoren) voor mobiele werktuigen zijn afgeleid van de gegevens in de volgende bron:

BronEigenaarSinds
TNO. Emissiemodel Mobiele Machines (EMMA)PlanBureau voor de Leefomgeving2009

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouder gepubliceerd.
  • ValidatieDe data wordt omgezet naar een machine-leesbaar-formaat.
  • TransformatieOp basis van de gepubliceerde data worden door AERIUS emissiefactoren afgeleid (zie GTP). De afgeleide data wordt vervolgens automatisch getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

mobile_source_off_road_categories

VeldTypeEenheidOmschrijving
mobile_source_off_road_category_idint2.PRIKEYnvtUnieke identificatie van de cateogrie
codetext.PRIKEYnvtUnieke code van de categorie
nametext.PRIKEYnvtNaam van het mobiele werktuig
descriptiontextnvtOmschrijving van het mobiele werktuig

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
372-3347
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Data
Versie

Mobiele werktuigen - stage klasse emissiefactoren

Kenmerken

Thema
Mobiele werktuigen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
AERIUS
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
26-01-2015

Beschrijving gegevensset

AERIUS onderscheidt twee opties voor de berekening van de emissies door mobiele werktuigen:

  • berekening emissies op basis van brandstofverbruik per stageklasse
  • berekening emissies op basis van een eigen typering.

De stageklassen betreffen emissienormen voor mobiele werktuigen en zijn afhankelijk van het bouwjaar en het vermogen van het mobiele werktuig. Bij de emissieberekening op basis van brandstofverbruik per stageklasse, rekent AERIUS met categorieën stageklassen en emissiefactoren die betrekking hebben op dieselmotoren en zijn overgenomen uit het Emissiemodel Mobiele Machines (TNO.2009). Dit emissiemodel van TNO wordt ook gebruikt in het project Emissieregistratie en het GCN/GDN proces.

Verantwoording gegevensset

De emissiefactoren stageklassen (dieselmotoren) voor mobiele werktuigen zijn afgeleid van de gegevens in de volgende bron:

BronEigenaarSinds
TNO. Emissiemodel Mobiele Machines (EMMA)PlanBureau voor de Leefomgeving2009

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data worden door de bronhouder gepubliceerd.
  • ValidatieDe gepubliceerde data worden door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieOp basis van de gepubliceerde data worden door AERIUS emissiefactoren afgeleid (zie GTP). De afgeleide data worden vervolgens automatisch getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

mobile_source_off_road_category_emission_factors

VeldTypeEenheidOmschrijving
mobile_source_off_road_category_idint2.PRIKEYnvt
substance_idint2nvt
emission_factorfloat4

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
373-3346
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Mobiele werktuigen – eigen typering categorieën

Kenmerken

Thema
Mobiele werktuigen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
AERIUS
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
03-11-2015

Beschrijving gegevensset

AERIUS onderscheidt twee opties voor de berekening van de emissies door mobiele werktuigen:

  • berekening emissies op basis van brandstofverbruik per stageklasse, en
  • berekening emissies op basis van een eigen typering.

Bij de ‘eigen typering’ kan de gebruiker zelf de totale emissies invoeren, maar er kan ook voor worden gekozen deze te berekenen op basis van draaiuren of brandstofverbruik. Bij berekening op basis van draaiuren of brandstofverbruik biedt AERIUS de mogelijkheid te kiezen uit een aantal categorieën van mobiele werktuigen. Voor elke categorie hanteert AERIUS (aanpasbare) defaultwaarden voor het vermogen (kW), de belasting (%), de efficiency (g/kWh) en de NOX emissiefactor (g/kWh).
De categorieën en waarden zijn overgenomen uit het Emissiemodel Mobiele Machines (TNO.2009). Dit emissiemodel van TNO wordt ook gebruikt in het project Emissieregistratie en het GCN/GDN proces. Selecteren van een categorie is optioneel. Een gebruiker kan zelf een categorie definiëren en waarden voor vermogen, belasting, efficiency en de NOX emissiefactor invoeren.

Verantwoording gegevensset

De categorieën mobiele werktuigen die gekozen kunnen worden bij de optie ‘eigen typering’ betreffen een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
TNO. Emissiemodel Mobiele Machines (EMMA)PlanBureau voor de Leefomgeving2009

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data worden door de bronhouder gepubliceerd. Door TNO zijn de relevante data geselecteerd.
  • ValidatieDe gepubliceerde data worden door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data worden geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

machinery_types

VeldTypeEenheidOmschrijving
machinery_type_idint4,PRIKEYnvtType mobiele werktuig
nametextnvt
sector_idint4nvt
sort_orderint4,PRIKEYnvt

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
559-3348
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Mobiele werktuigen – eigen typering emissiefactoren

Kenmerken

Thema
Mobiele werktuigen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
AERIUS
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
09-01-2019

Beschrijving gegevensset

AERIUS onderscheidt twee opties voor de berekening van de emissies door mobiele werktuigen: a. berekening emissies op basis van brandstofverbruik per stageklasse, en b. berekening emissies op basis van een eigen typering. Bij de ‘eigen typering’ kan de gebruiker zelf de totale emissies invoeren, maar er kan ook voor worden gekozen deze te berekenen op basis van draaiuren of brandstofverbruik. Bij berekening op basis van draaiuren of brandstofverbruik biedt AERIUS de mogelijkheid te kiezen uit een aantal categorieën van mobiele werktuigen. Voor elke categorie hanteert AERIUS (aanpasbare) defaultwaarden voor het vermogen (kW), de belasting (%), de efficiency (g/kWh) en de NOX emissiefactor (g/kWh). De categorieën en waarden zijn overgenomen uit het Emissiemodel Mobiele Machines (TNO.2009). Dit emissiemodel van TNO wordt ook gebruikt in het project Emissieregistratie en het GCN/GDN proces. Selecteren van een categorie is optioneel. Een gebruiker kan zelf een categorie definiëren en waarden voor vermogen, belasting, efficiency en de NOX emissiefactor invoeren.

Verantwoording gegevensset

De NOx emissiefactoren van de categorieën mobiele werktuigen die gekozen kunnen worden bij de optie ‘eigen typering’ betreffen een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
TNO. Emissiemodel Mobiele Machines (EMMA)PlanBureau voor de Leefomgeving2015
Addendum emissiefactoren Mobiele werktuigen obv eigen typeringRIVM2015

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data worden door de bronhouder gepubliceerd. Door TNO zijn de relevante data geselecteerd.
  • ValidatieDe gepubliceerde data worden door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data worden geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

machinery_type_emission_factors

VeldTypeEenheidOmschrijving
emission_factorfloat4g/kWhEfficiency van de motor (gram brandstof benodigd voor 1 kWh)
machinery_fuel_type_idint4nvtType brandstof
machinery_type_idint4nvtType werktuig
substance_idint4nvtUnieke identificatie van de stof

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
579-3349
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Mobiele werktuigen – eigen typering kenmerken

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Mobiele werktuigen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
AERIUS
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
24-02-2015

Beschrijving gegevensset

AERIUS onderscheidt twee opties voor de berekening van de emissies door mobiele werktuigen:

  • berekening emissies op basis van brandstofverbruik per stageklasse, en
  • berekening emissies op basis van een eigen typering.

Bij de ‘eigen typering’ kan de gebruiker zelf de totale emissies invoeren, maar er kan ook worden gekozen deze te berekenen op basis van draaiuren of brandstofverbruik. Bij berekening op basis van draaiuren of brandstofverbruik biedt AERIUS de mogelijkheid te kiezen uit een aantal categorieën van mobiele werktuigen. Voor elke categorie hanteert AERIUS (aanpasbare) defaultwaarden voor het vermogen (kW), de belasting (%), de efficiency (g/kWh) en de NOX emissiefactor (g/kWh).
De categorieën en waarden zijn overgenomen uit het Emissiemodel Mobiele Machines (TNO.2009). Dit emissiemodel van TNO wordt ook gebruikt in het project Emissieregistratie en het GCN/GDN proces. Selecteren van een categorie is optioneel. Een gebruiker kan zelf een categorie definiëren en waarden voor brandstoftype, vermogen, belasting, efficiency en de NOX emissiefactor invoeren.

Verantwoording gegevensset

De kenmerken 'vermogen', 'belasting' , 'efficiency' en 'type brandstof' van de categorieën mobiele werktuigen die gekozen kunnen worden bij de optie ‘eigen typering’ betreffen een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
TNO. Emissiemodel Mobiele Machines (EMMA)PlanBureau voor de Leefomgeving2009

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data worden door de bronhouder gepubliceerd. Door TNO zijn de relevante data geselecteerd.
  • ValidatieDe gepubliceerde data worden door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd
  • TransformatieDe gepubliceerde data worden geautomatiseerd getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

machinery_type_fuel_options

VeldTypeEenheidOmschrijving
energy_efficiencyfloat4g/kWhEfficiency van de motor (gram brandstof benodigd voor 1 kWh)
loadfloat4%belasting
machinery_fuel_type_idint4nvtType brandstof
machinery_type_idint4.PRIKEYnvtType werktuig
powerint4kWVermogen

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
560-3350
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Landbouw

In het kort
Binnen de sector Landbouw maakt AERIUS onderscheid tussen de broncategorieën stalemissies, mestopslag, beweiding, mestaanwending en glastuinbouw. AERIUS berekent de depositiebijdragen van deze bronnen met het rekenmodel OPS van het RIVM. AERIUS gaat daarbij uit van bronkenmerken die deels door de gebruiker zijn ingevoerd en deels als defaultwaarden in AERIUS zijn opgenomen.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage van stalemissies?
Calculator berekent de stalemissies ammoniak (NH3) op basis van de kenmerken van het stalsysteem en het aantal dierplaatsen per stalsysteem (emissieberekening stallen).

Wanneer de bron is ingevoerd als puntbron, dan voert de gebruiker waarden in voor de volgende bronkenmerken:

  • de hoogte van de emissies
  • de warmte-inhoud.

Wanneer de bron is ingevoerd als vlakbron, kan de gebruiker ook de zogenoemde spreiding in de emissiehoogte invoeren.

Voor de hoogte, spreiding en warmte-inhoud zijn in Calculator standaardwaarden opgenomen. Deze waarden komen overeen met de gemiddelde waarden voor bronnen binnen deze sector die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (GCN bronkenmerken). De gebruiker kan deze standaardwaarden aanpassen op basis van de bronspecifieke situatie. Voor de zogenoemde etmaalvariatie is ook een standaardwaarde van het RIVM opgenomen. Deze waarde is niet aanpasbaar door de gebruiker.

Calculator biedt een mogelijkheid voor berekening van de warmte-inhoud op basis van waarden voor de oppervlak van de bronopening, de uitstroomsnelheid en de temperatuur van de emissie.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage van overige landbouwbronnen?
Wanneer de bron is ingevoerd als puntbron, dan voert de gebruiker waarden in voor de volgende bronkenmerken:

  • de emissies NH3 en/of NOX
  • de hoogte van de emissies
  • de warmte-inhoud.

Wanneer de bron is ingevoerd als vlakbron, kan de gebruiker ook de zogenoemde spreiding in de emissiehoogte invoeren.

Voor de hoogte, spreiding en warmte-inhoud zijn in Calculator standaardwaarden opgenomen. Deze waarden komen overeen met de gemiddelde waarden voor bronnen binnen deze sector die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (GCN bronkenmerken). De gebruiker kan deze standaardwaarden aanpassen op basis van de bronspecifieke situatie. Voor de zogenoemde etmaalvariatie is ook een standaardwaarde van het RIVM opgenomen. Deze waarde is niet aanpasbaar door de gebruiker.

Calculator biedt een mogelijkheid voor berekening van de warmte-inhoud op basis van waarden voor de oppervlak van de bronopening, de uitstroomsnelheid en de temperatuur van de emissie.

Hoe berekent AERIUS de verspreiding en depositie van landbouwbronnen?
Calculator berekent de depositiebijdrage van de ingevoerde bron met het rekenmodel OPS van het RIVM. OPS rekent alleen voor puntbronnen. Dit betekent dat een vlakbron eerst wordt omgezet in puntbronnen.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
467-3276
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie

Emissieberekening stallen

Versie: 
17-03-2017

In het kort
Calculator berekent de emissie van ammoniak (NH3) van een stal op basis van het aantal dierplaatsen per stalsysteem dat door de gebruiker is ingevoerd.
Wanneer een gebruiker een additionele techniek, emissiereducerende techniek of voer- en managementmaatregel toevoegt, wordt het effect hiervan meegenomen in de emissieberekening.

Hoe berekent Calculator de stalemissies?
De berekende stalemissies in Calculator zijn afhankelijk van de ingevoerde stalkenmerken. Calculator maakt daarbij onderscheid tussen:

  • het huisvestingssysteem
  • additionele technieken
  • emissiereducerende technieken
  • voer- en managementmaatregelen.

Calculator berekent de totale emissie (NH3) per stal met onderstaande formule:

met:
etot = totale emissie stal (kg/jaar)
asys = aantal dieren in het huisvestingssysteem
efsys = emissiefactor huisvestingssysteem (kg/dierplaats/jaar)
aadd = aantal dieren bij additionele techniek
efadd = emissiefactor additionele techniek (kg/dierplaats/jaar)
rfred = reductiefactor emissiereducerende techniek
rfmtot = reductiefactor voer- en managementmaatregelen

Voor de emissiefactor huisvestingssysteem (efsys) wordt uitgegaan van de emissiefactoren zoals gepubliceerd in de Regeling ammoniak en veehouderij (RAV) en beschreven in de factsheet stalsystemen-emissiefactoren.

Bepalen reductiefactor (rfmtot) bij meer dan één voer- en managementmaatregel
Indien in een huisvestingssysteem meer dan één voer- of managementmaatregel, zoals opgenomen in bijlage 2 van de RAV, wordt toegepast, bepaalt Calculator de reductiefactor rfmtot met de volgende formule:

met:
rfmtot = reductiefactor alle maatregelen gecombineerd (afronden op 5%)
rfvmaat = reductiefactor vloer van een maatregel
rfkmaat = reductiefactor mestkelder van een maatregel
avdier = aandeel ammoniakemissie afkomstig van vloer bij een diercategorie
akdier = aandeel ammoniakemissie afkomstig van kelder bij een diercategorie

De bovenstaande formule volgt uit de bepalingen in bijlage 3 van de RAV. De waarden zijn gepubliceerd in de RAV en beschreven in de factsheets stalsystemen-reductiepercentages maatregelen en stalsystemen-aandeel ammoniakemissies vloer en mestkelder.

Bepalen emissiefactor huisvestingssysteem (efsysbij combinatie van een emissiearm huisvestingssysteem en een luchtwassysteem
Bij stalsystemen kan binnen een diercategorie onderscheid worden gemaakt tussen een traditioneel huisvestingssysteem en één of meer emissiearme huisvestingssystemen. Voor enkele combinaties van emissiearme stalsystemen en emissiereducerende maatregelen geldt een afwijkende emissieberekening. Het gaat om combinaties van:

  • een emissiearm huisvestingssysteem, niet zijnde een luchtwassysteem, met een reductiepercentage van meer dan 70% ten opzichte van het traditionele huisvestingssysteem van de desbetreffende diercategorie, en
  • een luchtwassysteem.

Voor bovenstaande combinaties geldt dat de emissiefactor van het stalsysteem (efsyswordt begrensd op 30% van de emissiefactor van het traditionele huisvestingssysteem (ef0). In Calculator is deze voorwaarde geïmplementeerd door toepassing van de onderstaande formule in situaties waarbij een luchtwassysteem wordt gecombineerd met een emissiearm huisvestingssysteem.

De bovenstaande formule volgt uit de bepalingen in eindnoot 3 in bijlage 1 van de RAV.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
276-3277
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie
  • 17-03-2017

Stalsystemen - aandeel ammoniakemissies vloer en mestkelder

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
25-06-2015

Beschrijving gegevensset

De voer- en managementmaatregelen dragen bij aan het verminderen van de emissie van de vloer en/of het verminderen van de emissie uit de mestkelder. Als twee maatregelen worden toegepast waarbij het reductiepercentage voor de vloeremissies verschilt van het reductiepercentage voor de kelderemissies, wordt bij het berekenen van het totale reductiepercentage rekening gehouden met het aandeel van de totale ammoniakemissies afkomstig van de vloer, en het aandeel van de totale ammoniakemissie uit de mestkelder. Deze gegevensset omvat waarden voor de aandelen in de emissies van de vloer en uit de mestkelder. De aandelen zijn afhankelijk van de diercategorie waarop de voer- en managementmaatregelen betrekking hebben.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Regeling ammoniak en veehouderijMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat23 juni 2015

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe gegevens worden beschikbaar gesteld via een webpublicatie.
  • HarmonisatieDe gegevens worden overgenomen en opgeslagen in een machine-leesbaar formaat.
  • ValidatieDe gegevens worden door een inhoudsdeskundige gevalideerd.
  • TransformatieDe gegevens worden automatisch getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

farm_lodging_fodder_measures_animal_category

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_lodging_fodder_measure_idint4n.v.t.Unieke identificatie voer- en managementmaatregel
farm_animal_category_idint4n.v.t.Unieke identificatie diercategorie
proportion_floorfloatPercentageVerhouding vloer
proportion_cellarfloatPercentageVerhouding kelder

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
589-3278
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Stalsystemen - additionele technieken

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
concept
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
17-06-2019

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de additionele systemen conform de bijlagen bij de Regeling ammoniak en veehouderij.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset wordt geëxtraheerd uit de volgende bron:

BronEigenaarSinds
RAVMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat26 april 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder online gepubliceerd. Aangezien de bron niet machine leesbaar beschikbaar is wordt de bron verwerkt door BIJ12.
  • HarmonisatieDe bron zoals geleverd door BIJ12 hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe bron wordt conform het gegevensleveringsprotocol gevalideerd. Een verschilanalyse wordt teruggeleverd aan de leverancier.
  • TransformatieDe gevalideerde tabel wordt geautomatiseerd ingelezen in de database.

Velden databasetabel

farm_lodging_types

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_additional_lodging_system_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het additionele systeem
farm_animal_category_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het huisvestingssysteem
codetextn.v.t.Code zoals gebruikt in IMAER
nametextn.v.t.Code conform RAV
descriptiontextn.v.t.Omschrijving conform RAV
scrubberbooleann.v.t.Waarde (ja/nee) of huisvestingssysteem een luchtwasser is

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
599-3997
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Stalsystemen - diercategorieën

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
concept
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
17-06-2019

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de diercategorieën conform de bijlagen bij de Regeling ammoniak en veehouderij.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset wordt geëxtraheerd uit de volgende bron:

BronEigenaarSinds
RAVMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat26 april 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder online gepubliceerd. Aangezien de bron niet machine leesbaar beschikbaar is wordt de bron verwerkt door BIJ12.
  • HarmonisatieDe bron zoals geleverd door BIJ12 hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe bron wordt conform het gegevensleveringsprotocol gevalideerd. Een verschilanalyse wordt teruggeleverd aan de leverancier.
  • TransformatieDe gevalideerde tabel wordt geautomatiseerd ingelezen in de database.

Velden databasetabel

farm_animal_categories

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_animal_category_idint4.PRIKEYn.v.t.Unieke identificatie van de diercategorie
codetextn.v.t.Code zoals gebruikt in IMAER
nametextn.v.t.Code conform RAV
descriptiontextn.v.t.Omschrijving conform RAV

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
357-3998
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Stalsystemen - emissiefactoren

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
17-06-2019

Beschrijving gegevensset

De emissiefactoren stalsystemen zijn emissiefactoren voor de emissie vanuit dierenverblijven, inclusief de emissie van de mest die in het dierenverblijf is opgeslagen. De emissiefactoren geven voor verschillende combinaties van stalsystemen en dierverblijven waarden voor de emissie ammoniak (NH3) in kilogram per dierplaats per jaar. De gehanteerde emissiefactoren worden gepubliceerd in de Regeling ammoniak en veehouderij.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is gebaseerd op de volgende bronnen:

BronEigenaarSinds
RAVMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat26 april 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder online gepubliceerd. Aangezien de bron niet machine leesbaar beschikbaar is wordt de bron verwerkt door BIJ12.
  • HarmonisatieDe bron zoals geleverd door BIJ12 hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe bron wordt conform het gegevensleveringsprotocol gevalideerd. Een verschilanalyse wordt teruggeleverd aan de leverancier.
  • TransformatieDe gevalideerde tabel wordt geautomatiseerd ingelezen in de database.

Velden databasetabel

farm_lodging_type_emission_factors

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_lodging_type_idint4.PRIKEY
substance_idint2n.v.tUnieke identificatie van de stof
emission_factorfloat4Emissie (kg per dierplaats per jaar)

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
358-3999
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Stalsystemen - gerelateerd traditioneel huisvestingssysteem

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
concept
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
17-06-2019

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de relatie tussen het huisvestingsysteem en het gerelateerd traditionele huisvestingsysteem conform de bijlagen bij de Regeling ammoniak en veehouderij. De relatie is nodig voor het juist berekenen van de emissie bij combinatie van systemen.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset wordt geëxtraheerd uit de volgende bron:

BronEigenaarSinds
RAVMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat26 april 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder online gepubliceerd. Aangezien de bron niet machine leesbaar beschikbaar is wordt de bron verwerkt door BIJ12.
  • HarmonisatieDe bron zoals geleverd door BIJ12 hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe bron wordt conform het gegevensleveringsprotocol gevalideerd. Een verschilanalyse wordt teruggeleverd aan de leverancier.
  • TransformatieDe gevalideerde tabel wordt geautomatiseerd ingelezen in de database.

Velden databasetabel

farm_lodging_types_other_lodging_type

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_lodging_type_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het huisvestingsysteem
farm_other_lodging_type_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het gerelateerde traditionele systeem

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
604-4000
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Stalsystemen - huisvestingssystemen

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
concept
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
17-06-2019

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de huisvestingssystemen conform de bijlagen bij de Regeling ammoniak en veehouderij.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset wordt geëxtraheerd uit de volgende bron:

BronEigenaarSinds
RAVMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat26 april 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder online gepubliceerd. Aangezien de bron niet machine leesbaar beschikbaar is wordt de bron verwerkt door BIJ12.
  • HarmonisatieDe bron zoals geleverd door BIJ12 hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe bron wordt conform het gegevensleveringsprotocol gevalideerd. Een verschilanalyse wordt teruggeleverd aan de leverancier.
  • TransformatieDe gevalideerde tabel wordt geautomatiseerd ingelezen in de database.

Velden databasetabel

farm_lodging_types

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_lodging_type_idint4n.v.t.Unieke identificatie van de diercategorie
farm_animal_category_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het huisvestingssysteem
codetextn.v.t.Code zoals gebruikt in IMAER
nametextn.v.t.Code conform RAV
descriptiontextn.v.t.Omschrijving conform RAV
scrubberbooleann.v.t.Waarde (ja/nee) of huisvestingssysteem een luchtwasser is

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
598-4001
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Stalsystemen - reducerende systemen

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
concept
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
17-06-2019

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de reducerende systemen conform de bijlagen bij de Regeling ammoniak en veehouderij. Een voorbeeld van een reducerend systeem is een luchtwasser.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset wordt geëxtraheerd uit de volgende bron:

BronEigenaarSinds
RAVMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat26 april 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder online gepubliceerd. Aangezien de bron niet machine leesbaar beschikbaar is wordt de bron verwerkt door BIJ12.
  • HarmonisatieDe bron zoals geleverd door BIJ12 hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe bron wordt conform het gegevensleveringsprotocol gevalideerd. Een verschilanalyse wordt teruggeleverd aan de leverancier.
  • TransformatieDe gevalideerde tabel wordt geautomatiseerd ingelezen in de database.

Velden databasetabel

farm_reductive_lodging_systems

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_reductive_lodging_system_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het reducerende systeem
farm_animal_category_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het huisvestingssysteem
codetextn.v.t.Code zoals gebruikt in IMAER
nametextn.v.t.Code conform RAV
descriptiontextn.v.t.Omschrijving conform RAV
scrubberbooleann.v.t.Waarde (ja/nee) of reducerende systeem een luchtwasser is

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
602-4002
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Stalsystemen - reductiepercentages maatregelen

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
23-06-2015

Beschrijving gegevensset

De reductiepercentages hebben betrekking op voer- en managementmaatregelen voor verschillende diercategorieën. De maatregelen en bijbehorende reductiepercentages zijn gepubliceerd in de Regeling ammoniak en veehouderij.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Regeling ammoniak en veehouderijMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat23 juni 2015

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe gegevens worden beschikbaar gesteld via een webpublicatie.
  • HarmonisatieDe gegevens worden overgenomen en opgeslagen in een machine-leesbaar formaat.
  • ValidatieDe gegevens worden door een inhoudsdeskundige gevalideerd.
  • TransformatieDe gegevens worden automatisch getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

farm_lodging_fodder_measure_reduction_factors

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_lodging_fodder_measure_idint4n.v.t.Unieke identificatie voer- en managementmaatregel
substance_idint4n.v.t.Unieke identificatie van de stof
reduction_factor_floorfloatpercentageReductiefactor emissie vloer
reduction_factor_cellarfloatpercentageReductiefactor emissie kelder
reduction_factor_totalfloatpercentageResulterende reductiefactor vloer en kelder

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
588-3280
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Stalsystemen - stalbeschrijvingen

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
concept
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
17-06-2019

Beschrijving gegevensset

De gegevensset bevat de code van de stalbeschrijving conform de bijlagen bij de Regeling ammoniak en veehouderij. De werkelijke stalbeschrijving is terug te vinden op de site van Kenniscentrum InfoMil.

Verantwoording gegevensset

De gegevensset wordt geëxtraheerd uit de volgende bron:

BronEigenaarSinds
RAVMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat26 april 2019

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder online gepubliceerd. Aangezien de bron niet machine leesbaar beschikbaar is wordt de bron verwerkt door BIJ12.
  • HarmonisatieDe bron zoals geleverd door BIJ12 hoeft niet te worden geharmoniseerd.
  • ValidatieDe bron wordt conform het gegevensleveringsprotocol gevalideerd. Een verschilanalyse wordt teruggeleverd aan de leverancier.
  • TransformatieDe gevalideerde tabel wordt geautomatiseerd ingelezen in de database.

Velden databasetabel

farm_lodging_system_definitions

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_lodging_system_definition_idint4n.v.t.Unieke identificatie van het reducerende systeem
codetextn.v.t.Code zoals gebruikt in IMAER
nametextn.v.t.Code conform RAV
descriptiontextn.v.t.Omschrijving conform RAV

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
603-4003
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie

Stalsystemen - voer- en managementmaatregelen

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Landbouw
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
adhoc
Laatste update
23-06-2015

Beschrijving gegevensset

De gegevenset bevat de voer- en managementmaatregelen conform de bijlagen bij de Regeling ammoniak en veehouderij. De beschrijving van de maatregelen is te vinden op de site van Kenniscentrum Infomil.

Verantwoording gegevensset

De gegevens zijn geëxtraheerd uit de volgende bron:

BronEigenaarSinds
Regeling ammoniak en veehouderijMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat23 juni 2015

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe bron wordt door de bronhouder online gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe bron wordt semi-automatisch uitgelezen om te tabel met diercategorieën te genereren.
  • ValidatieDe tabel wordt door een inhoudsdeskundige gevalideerd.
  • TransformatieDe gevalideerde tabel wordt geautomatiseerd ingelezen in de database.

Velden databasetabel

farm_lodging_fodder_measures

VeldTypeEenheidOmschrijving
farm_lodging_fodder_measure_idint4n.v.t.Unieke identificatie voer- en managementmaatregel
codetextn.v.t.Code zoals gebruikt in IMAER
nametextn.v.t.Code conform RAV
descriptiontextn.v.t.Omschrijving van de maatregel conform RAV

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
590-3281
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Berekening depositiebijdrage bronnen sector Plannen

In het kort
Voor een ruimtelijk plan zijn niet altijd gedetailleerde gegevens beschikbaar over de emissiebronnen. Dat geldt bijvoorbeeld voor bestemmingsplannen en structuurvisies. AERIUS kan voor deze plannen de depositiebijdrage indicatief berekenen op basis van een indicator voor de omvang van het plan, zoals het aantal woningen of het vloeroppervlak van kantoren. AERIUS berekent de depositiebijdragen van deze bronnen met het rekenmodel OPS van het RIVM.

Op basis van welke bronkenmerken berekent AERIUS de depositiebijdrage van plannen?
Calculator berekent de emissies stikstofoxiden (NOX) en ammoniak (NH3) op basis van de waarden voor de omvang van het plan die de gebruiker invoert (emissieberekening ruimtelijke plannen). De methode van emissieberekening is afhankelijk van de bronsector waarbinnen het plan valt. Calculator onderscheidt de volgende typeringen:

  • woningen (nieuwbouw)
  • kantoren en winkels
  • glastuinbouw
  • elektriciteitscentrale
  • industrie
  • afvalverwerking
  • voedings- en genotmiddelen.

De sectoren waarbinnen het plan valt bepaalt ook de waarden voor de overige bronkenmerken (hoogte, spreiding, warmte-inhoud en etmaalvariatie) waarvan Calculator uitgaat bij de depositieberekening. Deze waarden komen overeen met de gemiddelde waarden voor bronnen binnen deze sectoren die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (GCN bronkenmerken). Deze waarden zijn niet aanpasbaar door de gebruiker.

Hoe berekent AERIUS de verspreiding en depositie van ruimtelijke plannen?
Calculator berekent de depositiebijdrage van de ingevoerde bron met het rekenmodel OPS van het RIVM. OPS rekent alleen voor puntbronnen. Dit betekent dat een vlakbron op puntbron eerst wordt omgezet in puntbronnen.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
475-3356
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie

Emissieberekening ruimtelijke plannen

In het kort
Voor een ruimtelijk plan zijn niet altijd gedetailleerde gegevens beschikbaar over de emissiebronnen. Dat geldt bijvoorbeeld voor bestemmingsplannen en structuurvisies. AERIUS kan voor deze plannen de emissies berekenen op basis van een indicator voor de omvang van het plan, zoals het aantal woningen of het vloeroppervlak van kantoren. AERIUS gaat daarbij uit van standaard emissiefactoren per indicator die zijn afgeleid van gegevens uit de Emissieregistratie.

Hoe wordt de emissie van een plan berekend?
Calculator berekent de indicatieve emissies van een ruimtelijk plan met onderstaande formule:

\[
E_{plan}=\ \ \sum_s{(X}_s*E_s)
\]

met

Eplan = Totale emissie van het plan (kg/jaar)
Xs = Planomvang van een emissiebron in (sub)sector s (uitgedrukt in eenheid Y)
Es = Emissiefactor van de (sub)sector s (kg/jaar/Y)

De gebruiker kan per sector volstaan met het invoeren van de planomvang, uitgedrukt in de eenheid waarvoor de standaard emissiefactoren zijn vastgesteld.
Wanneer een plan meerdere sectoren omvat, berekent AERIUS eerst de emissies per sector en telt deze vervolgens bij elkaar op.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
279-3357
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Methodiek
Versie

Ruimtelijke plannen - categorieën

Versie: 
05-07-2018

Kenmerken

Thema
Plannen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
RIVM
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
07-07-2018

Beschrijving gegevensset

Voor een ruimtelijk plan zijn niet altijd gedetailleerde gegevens beschikbaar over de emissiebronnen. Dat geldt bijvoorbeeld voor bestemmingsplannen en structuurvisies. AERIUS berekent voor verschillende categorieën plannen de emissies op basis van een indicator voor de omvang van het plan (emissiefactoren ruimtelijke plannen), zoals het aantal woningen of het vloeroppervlak van kantoren. AERIUS gaat daarbij uit van standaard emissiefactoren per indicator die zijn afgeleid van gegevens uit de Emissieregistratie.

Verantwoording gegevensset

De categorieën plannen betreffen een gegevensset die is gebaseerd op de volgende bron:

BronEigenaarSinds
emissiewaarden_aerius_def_versie_05_juli_2018.xlsxRIVM05 juli 2018

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data is door de bronhouder aangeleverd aan AERIUS.
  • HarmonisatieDe data is geharmoniseerd naar een formaat zodat automatische verwerking mogelijk is.
  • ValidatieDe data is door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDoor AERIUS is een selectie gemaakt uit de aangeleverde categorieën. De geselecteerde data wordt getransformeerd naar de database. Er worden geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.

Velden databasetabel

De bronnen worden naar de tabel plan_categories getransformeerd. De volgende velden zijn in deze tabel opgenomen:

VeldTypeEenheidOmschrijving
plan_category_idint2.PRIKEYn.v.tUnieke identificatie van de categorie
gcn_sector_idint4n.v.tUnieke identificactie van de GCN-sector
category_unitchar(4)n.v.tType waarde (aantal. hectares. ton etc.)
codetext.PRIKEYn.v.tCode van de categorie
nametext.PRIKEYn.v.tNaam van de categorie
descriptiontextn.v.tOmschrijving van de categorie

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
320-3366
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 05-07-2018

Ruimtelijke plannen - emissiefactoren

Versie: 
05-07-2018

Kenmerken

Thema
Plannen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, RIVM
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
onbekend
Laatste update
05-07-2018

Beschrijving gegevensset

Voor een ruimtelijk plan zijn niet altijd gedetailleerde gegevens beschikbaar over de emissiebronnen. Dat geldt bijvoorbeeld voor bestemmingsplannen en structuurvisies. AERIUS berekent voor verschillende categorieën plannen de emissies op basis van een indicator voor de omvang van het plan (emissiefactoren ruimtelijke plannen), zoals het aantal woningen of het vloeroppervlak van kantoren. AERIUS gaat daarbij uit van standaard emissiefactoren per indicator die zijn afgeleid van gegevens uit de Emissieregistratie.

Verantwoording gegevensset

De emissiefactoren plannen betreffen een gegevensset die is gebaseerd op de onderstaande bron. Bij de gegevens voor industrie wordt onderscheid gemaakt tussen een 'onbestreden' emissiefactor (EF) voor NOx en een 'bestreden' emissiefactor. De onbestreden emissiefactor geldt voor een proces waarbij geen aanvullende maatregelen zijn getroffen om de emissie van NOx te verlagen, en de bestreden emissiefactor geldt als er wel maatregelen zijn getroffen. AERIUS rekent voor ruimtelijke plannen standaard met de bestreden emissiefactor. Voor Calculator en Connect zijn op 20 april 2016 de NH3 kentallen voor ruimtelijke plannen geactualiseerd (zie ‘Ammoniakemissie consumenten in relatie tot woningbouw, Door: Werkgroep ammoniak en woningbouw, 29 november 2016 ) en zijn de door de te gebruiken emissiecijfers op nul gezet. Voor MONITOR geldt dat de emissies voor woningen al in de achtergrond zijn meegenomen met (sinds 2016) een emissiefactor van 0,47 kg/jaar.

BronEigenaarSinds
emissiewaarden_aerius_def_versie_05_juli_2018.xlsx

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data is door de bronhouder aangeleverd aan AERIUS.
  • HarmonisatieDe data is geharmoniseerd naar een formaat zodat automatische verwerking mogelijk is.
  • ValidatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDoor AERIUS is een selectie gemaakt uit de aangeleverde data. Per categorie is daarbij uitgegaan van de worst case waarde voor de emissiefactor. De geselecteerde data wordt getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

De bronnen worden naar de tabel plan_category_emission_factors getransformeerd. De volgende velden zijn in deze tabel opgenomen:

VeldTypeEenheidOmschrijving
plan_category_idint2.PRIKEYn.v.tUnieke waarde voor RIVM categorie emissieregistratie
substance_idint2n.v.t
emission_factorfloat4Uitstoot van een stof per indicator planomvang

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
321-3367
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Data
Versie
  • 05-07-2018

Berekening depositiebijdrage bronnen op korte afstand van het rekenpunt

In het kort
Wanneer een emissiebron op relatief korte afstand ligt van het rekenpunt, kan AERIUS waarden op dit rekenpunt berekenen die niet representatief zijn voor de gemiddelde depositiebijdrage in het hexagoon. In hexagonen waar dit optreedt, berekent AERIUS Monitor de depositiebijdrage op basis van subrekenpunten.

Hoe berekent AERIUS de depositiebijdrage van een bron dichtbij het rekenpunt?
AERIUS berekent de deposities per hexagoon met een oppervlakte van één hectare. Het rekenpunt ligt in het midden van de hexagoon. De berekende depositie op het rekenpunt wordt toegekend aan de gehele hexagoon van één hectare.

Indien de afstand tussen de emissiebron en het rekenpunt relatief kort is, kan de modelberekening een waarde opleveren die niet representatief is voor de depositiebijdrage op dit rekenpunt. Om dit te voorkomen definieert AERIUS, wanneer een bron binnen het hexagoon valt, in het desbetreffende hexagoon 397 subrekenpunten.

AERIUS berekent de depositie op al deze subrekenpunten. De berekende waarden worden vervolgens gemiddeld om te komen tot een realistische waarde voor de depositie in het gehele hexagoon. Bij deze middeling worden de subrekenpunten meegenomen die tenminste 20 meter van de bron zijn gelegen.

 

Factsheet

Factsheet
676-3247
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Methodiek
Versie

Berekening verspreiding en deposities met OPS

In het kort
AERIUS berekent voor alle bronnen, met uitzondering van het wegverkeer, de verspreiding van de emissies en de depositiebijdrage met het Operationele Prioritaire Stoffen model (OPS). OPS rekent op basis van door de gebruiker ingevoerde of default bronkenmerken èn brononafhankelijke gegevens over de meteorologische condities, terreinruwheid en landgebruik.  Wanneer bronnen en rekenpunten op grote afstand van elkaar liggen, wordt een aggregatiemethode toegepast waarbij bronnen op basis van kenmerken worden samengevoegd tot één bron. Met deze methode wordt de rekentijd voor grote berekeningen (veel bronnen of grote afstanden) aanzienlijk verkort. Binnen de sector landbouw wordt deze aggregatiemethode niet toegepast.

Hoe berekent OPS de depositiebijdrage?
OPS berekent de verspreiding van verontreinigende stoffen in de lucht (concentraties). Daarnaast berekent het model hoeveel van die stoffen per hectare op bodem of gewas terechtkomt (depositie). AERIUS Calculator 2019A maakt gebruik van OPS versie 4.6.2.5.

De volgende gegevens vormen de invoer voor OPS:

  • bronkenmerken
  • gegevens over meteorologische condities, terreinruwheid en landgebruik

Op basis hiervan berekent AERIUS de depositiebijdrage op de rekenpunten.

a) Kenmerken emissiebronnen
De volgende bronkenmerken vormen de invoer voor de verspreidingsberekening met OPS:

  • de locatie van de (punt)bron, in x,y-rijksdriehoekcoördinaten (m)
  • de bronemissies (g/s)
  • de (gemiddelde) uitstoothoogte (m)
  • de spreiding in de uitstoothoogte (m)
  • de diameter, afgeleid van de geometrie van de bron (m)
  • de warmte-inhoud (MW)
  • de temporele variatie of etmaalvariatie (-)

De waarden voor deze bronkenmerken zijn afhankelijk van de gegevens die de gebruiker invoert. Afhankelijk van het type bron en de sector hanteert AERIUS voor een deel van de bovenstaande kenmerken defaultwaarden.

b) Brononafhankelijke gegevens
Voor de verspreiding- en depositieberekening zijn verder de volgende gegevens relevant:

  • Meteorologische conditiesOPS gaat uit van meteorologische gegevens. Hierbij worden  zes regio’s onderscheiden. De gegevens per regio zijn afgeleid van de metingen op 19 KNMI meetstations. OPS gaat uit van gemiddelde gegevens over de periode 1995-2004. De OPS documentatie beschrijft in detail de gebruikte gegevens en de bewerkingen op deze gegevens.
  • Terreinruwheid en landgebruikDe gegevens over de terreinruwheid en het landgebruik, waar OPS mee rekent, zijn afgeleid van het Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland (LGN).

Een uitgebreide beschrijving van OPS, met verwijzingen naar relevante rapporten, is te vinden op de website van het RIVM.

Hoe aggregeert AERIUS bronnen voordat ze met OPS worden doorgerekend?
Wanneer voor meerdere bronnen op grote afstand van een rekenpunt de depositie moet worden bepaald, kan de rekentijd ongewenst lang zijn. Om voor een dergelijke berekening de rekentijd te verkorten voegt calculator, onder bepaalde voorwaarden, bronnen samen tot een kleiner aantal bronnen. Door te rekenen met minder bronnen wordt de rekentijd versneld, terwijl het resultaat van een geaggregeerde bron op grote afstand hetzelfde is als wanneer de bronnen afzonderlijk worden doorgerekend.
Bronnen worden in calculator per sector (met uitzondering van de sector landbouw) samengevoegd, waarbij binnen de sector weer rekening wordt gehouden met de diversiteit in bronkenmerken. Onderstaand figuur geeft een voorbeeld van deze aggregatie-methode. Links in de figuur is te zien wat de gebruiker heeft ingevoerd (5 bronnen voor de sector industrie) en zijn twee gebieden te zien waar het effect berekend wordt, op 3 en op 60 km afstand. Zonder aggregatie (Calculator 2015) worden alle emissiebronnen apart doorgerekend, zowel voor het gebied dichtbij als het gebied op grote afstand. Met aggregatie (vanaf Calculator 2016) worden de emissiebronnen bij de berekening voor het gebied ver weg binnen een zelfde blok samengevoegd tot 1 bron, zolang het tenminste gaat om bronnen in dezelfde sector én de kenmerken vergelijkbaar genoeg zijn dat aggregatie verantwoord is. In de figuur leidt dit uiteindelijk tot drie resterende emissiebronnen. Voor het gebied op korte afstand wordt niet geaggregeerd.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
282-3983
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Berekening warmte-inhoud

In het kort
De warmte-inhoud van een emissiebron beïnvloedt de stijging van de emissies en is relevant voor de verspreidingsberekening. Een gebruiker kan in AERIUS een waarde voor de warmte-inhoud invoeren, maar kan deze ook berekenen. Voor een berekening van de warmte-inhoud zijn gegevens vereist over de temperatuur van de emissie en de uitstroomsnelheid.  

Hoe berekent AERIUS de warmte-inhoud?
De referentie warmte-inhoud volgt uit de onderstaande formules:

Qm0 = ρ0 * Cp0 *V0 * (Ts-Ta)*10-6

V0=A*v

met

T0           = referentietemperatuur = 273.15 K = 0 C
p0           = referentiedruk = 1 atmosfeer =101.325 kPa
ρ0          = referentiedichtheid van lucht bij druk P0 en temperatuur T0 (= 1.293 kg/m3)
Cp,0        = referentie specifieke warmte van lucht bij druk P0 en temperatuur T0 (= 1005 J/kg/K)
A            = uitstroom oppervlakte (m2)
v            = uitstroom snelheid (m/s)
V0          = referentie ('normaal') volumedebiet (m03/s) bij druk P0 en temperatuur T0
Ts          = temperatuur van de emissie (K)
Ta          = temperatuur van de omgevingslucht (K) per meteoklasse. Gemiddeld is deze 285K

Invullen van de bovenstaande constanten levert de volgende vergelijking op:


Qm0 = 1,299465 V0 (Ts − Ta) 10−3


De gebruiker verkrijgt de warmte-inhoud door de vervolgende gegevens in te voeren:

  • de temperatuur van de emissie
  • de uitstroom oppervlakte
  • de uitstroom snelheid.
  • de uitstroom richting (deze heeft geen invloed op de warmte inhoud)

 

De toegepaste formule is conform het Nieuw Nationaal Model (zie de website van InfoMil).

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
284-4126
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Bronkenmerken sectoren GCN/GDN

Versie: 
17-03-2017

Kenmerken

Thema
Algemeen
Source type
enkelvoudige bron
Bronhouders
RIVM
GLP
in voorbereiding
GTP
in voorbereiding
Periodiciteit
jaarlijks
Laatste update
17-06-2016

Beschrijving gegevensset

Deze gegevensset geeft voor de verschillende bronsectoren die het RIVM onderscheidt bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten een overzicht van de bronkenmerken die relevant zijn voor verspreidingsberekeningen met het rekenmodel OPS van het RIVM. Het gaat om de volgende bronkenmerken:

  • warmte-inhoud
  • uitstoothoogte
  • spreiding
  • etmaalvariatie.

 

De waarden voor de warmte-inhoud, uitstoothoogte en spreiding van verschillende sectoren zijn toegelicht in een aparte notitie.

Verantwoording gegevensset

De gegevens zijn afgeleid van de volgende aangeleverde gegevens:

BronEigenaarSinds
Bronbestanden GCN/GDN kaartenRIVMapril 2015

Beschrijving proces

  • InventarisatieDe data wordt door de bronhouder gepubliceerd.
  • HarmonisatieDe data wordt omgezet naar een machine-leesbaar-formaat.
  • ValidatieDe gepubliceerde data wordt door een inhoudsdeskundige steekproefsgewijs geverifieerd.
  • TransformatieDe gepubliceerde data wordt geautomatiseerd getransformeerd naar de database.

Velden databasetabel

gcn_sector_source_characteristics

VeldTypeEenheidOmschrijving
particle_size_distributionint4
heat_contentfloat4MwWarmte-output
spreadfloat4meterSpreiding
heightfloat4meterUitstoothoogte
gcn_sector_id int4,PRIKEY
substance_idint2
diurnal_variationint4

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
438-3744
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Data
Versie
  • 17-03-2017

Gebouwinvloed en pluimstijging

Versie: 
14-01-2020

1 Inleiding

In AERIUS Calculator 2019A kan het effect van een gebouw op de depositie berekend worden. Dit wordt in de context van luchtkwaliteit en depositie onderzoek gebouwinvloed genoemd. Dit is een nieuwe functionaliteit ten opzichte van Calculator 2019.0.  Daarnaast kan in AERIUS Calculator de pluimstijging ten gevolge van de uittreedimpuls berekend worden. Het toepassingsbereik van AERIUS Calculator is hiermee verruimd t.o.v. Calculator 2019.0[1].Dit factsheet beschrijft het fenomeen gebouwinvloed (H2.1) , wanneer hier sprake van is (H2.2), hoe AERIUS gebouwinvloed berekent (H2.3) en voor welke situaties gebouwinvloed met AERIUS Calculator in rekening kan worden gebracht (H2.4). In hoofdstuk 3 wordt op analoge wijze de pluimstijging beschreven. Dit factsheet is bedoeld als toelichting op de wetenschappelijke en technische beschrijving van de gebouwinvloed in AERIUS [1]. De vertaling naar gebruik in de praktijk wordt vervolgens beschreven in de instructie “Addendum instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator”[2].

 

[1] https://www.aerius.nl/files/media/release_notes_aerius_calculator_2019_def.pdf

2 Gebouwinvloed

2.1 Wat is gebouwinvloed ?

Een gebouw heeft invloed op de depositie omdat het een obstakel vormt in het windveld. Hierdoor ontstaan wervelingen in de stroming rondom het gebouw.  Figuur 1 geeft het gebouweffect - op vereenvoudigde wijze -  weer. Deze wervelingen beïnvloeden de verspreiding van emissies die vrijkomen op of in de nabijheid van het gebouw en hebben daarmee effect op de bijdrage aan de concentratie en de depositie.

Figuur 1 : Vereenvoudigde weergave van het effect van een gebouw op het windveld. Rondom het gebouw ontstaat (versterkte) turbulente werveling.

2.2 Wanneer is er sprake van gebouwinvloed ?

Er is sprake van gebouwinvloed als het gebouw een relatief groot obstakel vormt in zijn omgeving en er in de nabijheid van het gebouw emissie vrij komt. In de “Addendum instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator” [2] is in detail beschreven in welke situaties de gebouwinvloed van toepassing is.

2.3 Hoe wordt gebouwinvloed in AERIUS berekend ?

De depositie (D) wordt berekend door een (standaard) OPS berekening te combineren met ISL3a berekeningen, respectievelijk met en zonder gebouwinvloed. ISL3a is een implementatie van het Nieuw Nationaal Model [3]. Hiervoor geldt de volgende formule.

D = D_OPS * C_ISL3a (met gebouw) / C_ISL3a (zonder gebouw)                                                                                     (1)

Met :

D_OPS  : De depositiebijdrage, berekend met OPS
C_ISL3a (met gebouw)  :      De concentratiebijdrage, met gebouwinvloed, berekend met ISL3a
C_ISL3a (zonder gebouw)  : De concentratiebijdrage, zonder gebouwinvloed, berekend met ISL3a

De waardes van C_ISL3a - toegepast in formule (1) - zijn vooraf voor een aantal gebouwconfiguratieklassen berekend en opgeslagen in een tabel. De gebouwconfiguratie wordt beschreven met de variabelen gegeven in Tabel 1. Wanneer in AERIUS Calculator een gebouwconfiguratie wordt ingevoerd, dan volgt de waarde van C_ISL3a die gebruikt wordt in (1) uit een lineaire interpolatie tussen de twee meest nabij gelegen configuratieklassen. De methode voor het bepalen van de gebouwinvloed, inclusief de uitgangspunten en de grenzen van deze configuratieklassen worden beschreven in [1,3].

Het gebouweffect wordt tot 3000 meter afstand van het gebouw meegenomen in de AERIUS berekening. In C19.0 vielen berekeningen binnen 3000 meter van een gebouw met gebouwinvloed buiten het toepassingsbereik. 
Verder is het gebouweffect tot op 70 meter afstand van het midden van het gebouw constant en gelijk aan het gebouweffect op 70 meter afstand[1].  Hier is voor gekozen omdat de berekende gebouweffecten dichtbij het gebouw steeds onzekerder worden

 

Tabel 1 : Variabelen die de gebouwinvloed bepalen

Variabele

Bronhoogte

Uittreeddiameter

Uittreedsnelheid

Gebouw Hoogte

Gebouw Breedte/Lengte verhouding [-]

Gebouw Lengte

Gebouw Oriëntatie

 

Toelichting op Tabel 1 :

  • De bronhoogte is de hoogte waarop de emissie vrij komt, ten opzichte van het maaiveld.
  • Uittreeddiameter is de diameter van de schoorsteen of uitlaat.
  • Uittreedsnelheid : de snelheid waarmee de emissie uitgestoten wordt.
  • De hoogte van het gebouw : de representatieve[2] hoogte van het gebouw boven het maaiveld.
  • De breedte/lengte verhouding van het gebouw : de representatieve breedte gedeeld door de representatieve lengte van het gebouw.
  • De lengte van het gebouw : de representatieve lengte  van het gebouw boven het maaiveld.
  • Gebouworiëntatie is van belang omdat deze het frontaal oppervlak van het gebouw ten opzichte van de windrichting bepaalt. De getalswaarde wordt gegeven door de hoek tussen de lange zijde van het gebouw en de west-oost lijn (x-as). In Figuur 3 is een voorbeeld gegeven.

Figuur 3 : De gebouworiëntatie wordt voorgeschreven door de hoek tussen de langste zijde van het gebouw en de west- oost lijn (x-as). De pijl geeft deze hoek -van ongeveer 30 graden -aan.

 

[1] Binnen 70 m van (het midden van) het gebouw is de correctiefactor constant en gelijk gesteld aan de correctiefactor op 70m. De reden hiervoor is dat de hier gevolgde benadering om de ratio van concentraties met en zonder gebouw te nemen, de berekening heel onzeker maakt. Dichtbij het gebouw is de pluim nog in de wervel, waarvoor de gebouwmodule beperkt geschikt is. In de situatie zonder gebouw is de pluim in de meeste situaties nog grotendeels boven de grond, wat de berekening nog eens extra onzeker maakt.

[2] Een representatieve gebouw lengte, breedte of hoogte zal meestal goed bepaald kunnen worden door het gemiddelde.

2.4 Wanneer kan gebouwinvloed in AERIUS worden berekend ?

2.4.1 Geldigheid van de gebouwmodule NNM

De gebouwinvloed in AERIUS is bepaald op basis van NNM berekeningen. Het modelbereik van AERIUS, waarbinnen gebouwinvloed kan worden berekend is dus begrensd door het geldigheidsdomein van de NNM gebouwmodule. Dit is gegeven in hoofdstuk 7 van [5]. Eén van de voorwaarden is dat het gebouw geïsoleerd in een verder ongestoorde omgeving staat. In de praktijk van luchtkwaliteitsonderzoek wordt pragmatisch omgegaan met deze strikte voorwaarde. Zie bijvoorbeeld [6,7,8] Hier volgen we deze praktijk, beschreven in het addendum bij het instructiedocument [2].

2.4.2 Modelbereik gebouwinvloed AERIUS

2.4.2.1Minimale en maximale afmeting gebouw

In AERIUS kan gebouwinvloed worden berekend, wanneer de gebouwconfiguratie en de kenmerken van het emissiepunt kunnen worden beschreven met de variabelen gegeven in Tabel 2. De gebruiker kan elke waarde tussen het minimum en maximum opgeven.

 

Tabel 2 : minimale en maximale waarden van de variabelen die gebouwinvloed bepalen.

Variabele

Minimum

Maximum

Eenheid

Bronhoogte

0

20

m

Uittreeddiameter

0,01

5

m

Uittreedsnelheid

0,0

8,4

m/s

Gebouw Hoogte

0

20

m

Gebouw Breedte/Lengte verhouding

0,15

1,0

-

Gebouw Lengte

10,0

105,0

m

Gebouw Oriëntatie

0,0

180,0

graden

Warmte-inhoud

0,0

0,0

MW

Temperatuur emissie

11,85

11,85

oC

 

Toelichting op Tabel 2:

  • Voor de breedte/lengte verhouding van een gebouw bestaat een minimale en maximale waarde. Dit betekent dat de minimale en maximale breedte afhangen van de lengte van het gebouw.
  • De gebouwinvloed kan alleen berekend worden voor bronnen zonder warmte-inhoud.  Wanneer met gebouwinvloed wordt gerekend, dan wordt de warmte-inhoud op de default waarde van 0 MW gezet. Evenzo zal de emissietemperatuur op 11,85 oC -de gemiddelde buitenluchttemperatuur in Nederland- blijven staan.
  • Om gebouwinvloed in rekening te brengen, geeft de gebruiker voor de variabelen in Tabel 1 een waarde op. Valt een waarde buiten het minimum of maximum, zoals gegeven in Tabel 2, dan krijgt de gebruiker een waarschuwing. De berekening wordt vervolgens uitgevoerd met de dichtst bij gelegen minimale of maximale waarde.
  • In situaties dat de bron- en/of gebouwhoogte buiten de minimale/maximale waarden van Tabel 2 vallen, zal in veel gevallen geen sprake zijn van gebouwinvloed, omdat dan de bronhoogte ook 2,5 maal groter is dan de gebouwhoogte.
  • Wanneer de schoorsteen lager is dan 2,5 maal de gebouwhoogte, maar het gebouw is niet te beschrijven met Tabel 2, dan kan de ISL3a handreiking [9] worden gevolgd.

 

2.4.2.2 Positie van de bron ten opzichte van het gebouw

De correctiefactoren voor gebouwinvloed In AERIUS Calculator zijn gebaseerd op situaties waarbij de bron zich op het midden van het gebouw bevindt. Deze correctiefactoren zijn ook toepasbaar in andere situaties:

  • De bron bevindt zich op het gebouw, maar niet precies in het midden.
  • De bron bevindt zich op de gevel, zoals bij een luchtwasser van een stal.

Deze twee situaties zijn onderzocht in [1].

Voor overige situaties is het advies om de handreiking bijzondere gebouwen toe te passen [9]. Wanneer de bron zich op een grotere afstand dan 10 maal de grootste gebouwmaat van het gebouw bevindt, dan is de invloed in veel gevallen te verwaarlozen.

3 Pluimstijging

3.1 Wat is pluimstijging ?

De depositie ten gevolge van geëmitteerd rookgas wordt mede bepaald door de hoogte waarop de emissie plaatsvindt. Pluimstijging is de extra hoogte die de emissie kan winnen, nadat het is geëmitteerd. In modelberekeningen wordt gerekend met een effectieve uittreedhoogte, gelijk aan de uittreedhoogte plus de pluimstijging. Pluimstijging kan het gevolg zijn van warmte-inhoud van het rookgas. Hiervan is sprake van wanneer het rookgas, bij het verlaten van het emissiepunt, een hogere temperatuur heeft dan zijn omgeving. Dit wordt thermische pluimstijging genoemd. Daarnaast kan er ook sprake zijn van impulsstijging. Dit is het gevolg van de verticale snelheid die het rookgas meekrijgt wanneer het uitgestoten wordt.  Figuur 4 toont een voorbeeld van rookgasemissie uit een schoorsteen waarbij sprake is van pluimstijging. In de praktijk zal de pluimstijging vaak minder duidelijk zichtbaar zijn. Tot en met AERIUS Calculator 2019.0 werd in de berekeningen alleen met thermische pluimstijging rekening gehouden. Vanaf AERIUS Calculator 2019A wordt ook de impuls pluimstijging berekend. Deze factsheet geeft een beschrijving van dit fenomeen, wanneer het voorkomt, hoe dit wordt berekend en wanneer het in AERIUS kan worden berekend.

Figuur 4 : Indicatie van de pluimstijging, aangegeven met de pijl. De emissie vindt plaats ter hoogte van de bovenkant van de schoorsteen. De emissie stijgt echter op ten gevolge van de pluimstijging. De effectieve uittreedhoogte ligt hierdoor ter hoogte van de bovenkant van de pijl.

3.2 Wanneer is er sprake van pluimstijging ?

Pluimstijging treedt op wanneer het geëmitteerde rookgas :

  • In verticale richting geforceerd wordt uitgestoten en al dan niet warmte-inhoud heeft ; zoals bijvoorbeeld Figuur 4.
  • Natuurlijk geventileerd ofwel ongeforceerd uitgestoten wordt en een bepaalde warmte-inhoud heeft. Dit kan bij ventilatie roosters, open deuren en -luiken.
  • In horizontale richting geforceerd wordt uitgestoten en tevens warmte-inhoud heeft. Deze situatie kan onder andere voorkomen bij een uitblaasopening op de gevel van een gebouw.

 

Bronnen met een warmte-inhoud zijn doorgaans industriële bronnen en schepen. Bronnen die een uittreedsnelheid kennen door impuls zijn bijv. luchtwassers en ook industriële bronnen.  Voor wegverkeer, berekend met Standaard Rekenmethode 2 (SRM2), is pluimstijging niet relevant.

3.3 Hoe wordt pluimstijging in AERIUS berekend ?

De pluimstijging wordt berekend in het OPS model. De berekening in OPS vindt plaats in de volgende stappen :

  1. De pluimstijging door impuls wordt berekend.
  2. De thermische pluimstijging wordt berekend.
  3. De uiteindelijke pluimstijging is gelijk aan het maximum van 1 en 2.

Hierbij wordt benadrukt dat de pluimstijging ten gevolge van impuls niet wordt opgeteld bij de thermische pluimstijging. De uiteindelijke pluimstijging is gelijk aan het maximum van deze afzonderlijk waarden. Bij horizontale richting is alleen sprake van thermische pluimstijging.

Voor industriële bronnen is de thermische pluimstijging in de meeste gevallen dominant boven pluimstijging door impuls.

 

De berekening van de impuls pluimstijging vindt plaats volgens de formulering van Briggs [10] en van Turner [11]. Deze berekening komt overeen met de berekening in het Nieuw Nationaal Model (NNM)[1] [3]. De berekening van de thermische pluimstijging is beschreven in de handleiding van OPS [12].

 

3.4 Wanneer kan pluimstijging in AERIUS worden berekend ?

Wanneer er geen sprake is van gebouwinvloed, dan kunnen alle puntbronnen met warmte-inhoud, al dan niet met geforceerde of ongeforceerde emissie worden doorgerekend. De maximale waarde voor de warmte-inhoud is 999 MW en de maximale waarde voor de temperatuur 2000 oC. De gebruiker geeft of de warmte-inhoud of de temperatuur op.

Wanneer er wel sprake is van gebouwinvloed, dan wordt de warmte-inhoud op de default waarde van 0 MW gezet. Evenzo zal de emissie temperatuur op 11,85 oC -de gemiddelde omgevingstemperatuur-  blijven staan. Voor bronnen met warmte-inhoud èn gebouwinvloed kan de BIJ12 handreiking [9] worden gevolgd.

 

[1] Onder andere formule 74 in de beschrijving van het NNM is niet overgenomen in OPS. Hier is de formule uit referentie 1 overgenomen.

 

4  Referenties

  1. Sauter F, van Ratingen S. (2019)  Simulating the effect of a building in OPS , https://www.rivm.nl/documenten/building-effectops, RIVM.
  2. BIJ12 (2020). Addendum instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2020/01/Addendum-instructie-gegevensinvoer-AERIUS-Calculator.pdf
  3. https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/regelgeving/wet-milieubeheer/beoordelen/koppeling/nieuw-nationaal/paarse-boekje/
  4. Sauter F, van Ratingen S.  (2019) Gebouwinvloed in het OPS model,  https://www.rivm.nl/documenten/opsgebouweffecttabel, RIVM.
  5. https://www.infomil.nl/publish/pages/67563/pb30.pdf
  6. https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/regelgeving/wet-milieubeheer/beoordelen/koppeling/nieuw-nationaal/handreiking-nieuw/handreiking-nieuw-0/5_1_samenvatting/
  7. https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/regelgeving/wet-milieubeheer/beoordelen/koppeling/nieuw-nationaal/handreiking-nieuw/handreiking-nieuw-0/10-3-keuze-invoer/5-3-1/
  8. https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/slag/isl3a/
  9. Rudrum D. en van Bommel R. (2019) Handreiking bijzondere gebouwen gebouw invloed in AERIUS, BIJ12
  10. Briggs G.A. (1969) Plume Rise. U.S. Atomic Energy Commission Critical Review Series, TID-25075. Air Resources Atmospheric Turbulence and Diffusion Laboratory, Environmental Science Services Administration, Oak Ridge, Tennessee.
  11. Turner DB, Chico T , Catalano JA (1986). Tupos, a multiple source gaussian dispersion algorithm using on-site turbulence data. Contract No. EPA 68-02-3750. Atmospheric sciences research laboratory, office of research and development, US Environmental protection agency, Research Triangle park, NC.
  12. Handleiding OPS 4.6.x.x (nog niet gepubliceerd) : https://www.rivm.nl/operationele-prioritaire-stoffen-model/documentatie

Factsheet

Factsheet
742-4120
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie
  • 14-01-2020

Gebruik hexagonen in AERIUS

In het kort
AERIUS berekent de deposities per hexagoon (zeshoek) met een oppervlakte van één hectare. Het rekenpunt ligt in het midden van de hexagoon. De berekende depositie op het rekenpunt wordt toegekend aan de gehele hexagoon van één hectare. AERIUS toont de berekende waarden ook per hexagoon. De getoonde hexagonen kunnen een oppervlakte hebben dat groter is dan één hectare. Dit hangt af van het gekozen zoomlevel. Voor elk zoomlevel is de weergegeven waarde gelijk aan de berekende waarde voor het rekenpunt in het midden van de betreffende hexagoon.

Waarom rekenen met hexagonen?
De keuze voor een hexagonaal grid is gebaseerd op de volgende voordelen:

  • Het hexagonale grid heeft als voordeel ten opzichte van een vierkant grid dat alle afstanden binnen het grid equidistant zijn. Dat betekent dat ieder midden van een gridcel altijd even ver verwijderd is van het midden van een andere gridcel. Hierdoor is de verspreiding van een stof beter in beeld te brengen. Onderstaande figuur illustreert de doorwerking van de emissies uit een puntbron bij een vierkant en bij een hexagonaal grid.
  • De hexagoon is de geometrische vorm die het dichtst een cirkel benadert en toch nog een sluitend grid kan vormen. Daardoor is er een betere verhouding tussen rand en oppervlak en dus een betere overgang tussen verschillende gridcellen.
  • Het gebruik van een hexagonaal grid sluit beter aan bij de natuurlijke omgeving en ontwikkelingen daarin die binnen het natuurdossier belangrijk zijn, zoals vegetatie en dierenpopulaties.

 

voorbeeld hexagonaal grid

De mogelijkheden die een hexagonaal grid biedt voor visualisatie vormen een ander voordeel. AERIUS visualiseert de resultaten op verschillende zoomlevels. Met een hexagonaal grid is dit zondermeer mogelijk, omdat het centrumpunt voor ieder zoomlevel hetzelfde blijft. Dit is hieronder uitgelegd.

Hoe werkt het weergeven van de rekenresultaten bij inzoomen en uitzoomen?
Bij het inzoomen en uitzoomen bij hexagonen is altijd de depositiewaarde behorende bij het midden van de hexagoon zichtbaar. Anders gezegd, ieder hexagoon toont altijd de depositiewaarde die hoort bij het rekenpunt dat in het midden van de betreffende hexagoon ligt. Als je dus vanuit een hexagoon van 1 hectare uitzoomt en het betreffende hectare-hexagoon blijft in het midden liggen, dan blijft de getoonde depositiewaarde bij het uitzoomen gelijk. Zodra echter een ander hectare-hexagoon in het middelpunt van het uitgezoomde hexagoon ligt, wordt die betreffende depositiewaarde getoond.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
347-4015
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie

Lijnbron omzetten naar puntbronnen

Versie: 
17-03-2017

In het kort
Naast punt- en oppervlaktebronnen kan een gebruiker in AERIUS een lijnbron invoeren. De rekenkern van AERIUS (OPS) beschouwt een lijnbron als een verzameling puntbronnen. AERIUS zet de lijnbron daarom om naar puntbronnen die elk een deel van de emissie representeren.

Hoe zet AERIUS de lijnbron om naar puntbronnen?
Om tot een verzameling puntbronnen op de lijn te komen, volgt AERIUS de volgende stappen:

  1. Lijn opdelen in aantal segmenten met gelijk lengtes
  2. Puntbronnen lokaliseren

1. Lijn opdelen in aantal segmenten met gelijke lengtes
AERIUS verdeelt een lijnbron met een specifieke lengte (Ll) in een aantal gelijke segmenten (Nl) met een maximale lengte per segment (LMAX). Deze maximale lengte is 2 meter voor lijnbronnen die betrekking hebben op wegverkeer, en 25 meter voor overige lijnbronnen.

Het streven is om het aantal segmenten zo klein mogelijk te houden door de maximale lengte zo dicht mogelijk te benaderen. Hiertoe berekent AERIUS eerst het aantal segmenten (gebroken getal) door de lengte van de lijn (Ll) te delen door de maximale segmentlengte (LMAX) . De berekende waarde wordt vervolgens naar boven afgerond. Vervolgens kan AERIUS de nieuwe segmentlengte berekenen door de totale lijnlengte te delen door het afgeronde aantal segmenten.

Rekenvoorbeeld

\[
N_{l,\ ab}=\left\lceil{}\frac{L_l}{L_{MAX}}\right\rceil{}
\]


\[
L_{l,s}=\frac{L_l}{N_l}
\]

Nl,ab = Aantal segmenten van lijnbron l, naar boven afgerond naar een geheel getal
Ll = Lengte van lijnbron l
LMAX= Maximale lengte van een segment
Ll,s =Lengte van een segment op lijnstuk l

Nl,ab = 5
Ll = 110
LMAX= 25
Ll,s = 22

In bovenstaande voorbeelden is de lijn recht. Voor gebogen lijnen (polylines) is de wijze van opdeling hetzelfde, uitgaande van de lengte van de lijn.

2. Puntbronnen lokaliseren
Tenslotte plaatst AERIUS de puntbronnen op het midden van elk segment.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
273-3362
Voor
  • Calculator
  • Connect
  • Scenario
Type
Methodiek
Versie
  • 17-03-2017

Oppervlaktebron omzetten naar deelbronnen

Versie: 
15-10-2020

In het kort
Naast punt- en lijnvormige bronnen kan een gebruiker in AERIUS een oppervlaktebron invoeren. Het OPS rekenmodel, dat in AERIUS wordt toegepast, kan een oppervlaktebron alleen doorrekenen wanneer deze de vorm van een cirkel of een vierkant heeft. AERIUS deelt een complexe oppervlaktebron op in meerdere vierkante deeloppervlaktebronnen die elk een deel van de emissie representeren. Om de middelpunten van deze deelbronnen te lokaliseren, wordt een complexe bron eerst verrasterd.

Hoe verdeelt AERIUS een complexe oppervlaktebron in deeloppervlaktebronnen?
De stappen die AERIUS volgt om te komen van een complexe oppervlaktebron tot een verzameling deeloppervlaktebronnen zijn:

  1. vlak verrasteren en middelpunten van deeloppervlaktebronnen lokaliseren
  2. overlap factoren toekennen
  3. totale emissie verdelen
     

1. Vlak verrasteren en middelpunten lokaliseren
Van het complexe oppervlak (groen in onderstaande Figuur) bepaalt AERIUS eerst het middelpunt. AERIUS legt hier vervolgens een raster van vierkanten van 100m overheen (blauw), zodat het gehele complexe oppervlak verdeeld is in deelvlakken. AERIUS kent hierna aan elke rastercel een middelpunt van een nieuwe deeloppervlaktebron toe. Het middelpunt van de nieuwe deeloppervlaktebron valt samen met het zwaartepunt van het deelvlak (van de complexe bron) binnen de rastercel.

2. Overlap factoren toekennen
Per rastercel (blauw) berekent AERIUS de mate van overlap tussen het deelvlak (groen) en de rastercel. Iedere nieuwe deelbron krijgt zo een factor tussen 0 en 1 toebedeeld, die de mate van overlap weergeeft.  Door de som van de overlap factoren te normaliseren op 1 wordt vervolgens per nieuwe deelbron een weegfactor verkregen.

3. Totale emissie verdelen
Als laatste verdeelt AERIUS de totale bronemissie. De hoeveelheid emissie per nieuwe deelbron wordt berekend uit het product van de weegfactor en de totale emissie. In onderstaande figuur is het resultaat weergegeven. De kleur van de stippen geeft de hoeveelheid emissie per nieuwe deelbron weer. Hoe donkerder de kleur, hoe meer emissie is toegekend.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
271-3363
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie
  • 15-10-2020

Verschil tussen vaste rekenpunten en eigen rekenpunten

Versie: 
28-09-2017

Wat is het verschil tussen vaste en eigen rekenpunten?
De meest gangbare manier van rekenen in AERIUS is het berekenen van depositie voor hexagonen. Een ‘vast rekenpunt’ is het middenpunt van een van de hexagonen die als vast raster over Nederland zijn neergelegd.

Soms is het voor de gebruiker echter wenselijk om zelf één of meerdere punten te definiëren waarvoor gerekend kan worden. Dit zijn ‘eigen rekenpunten’.
Een eigen rekenpunt is een punt met een cirkel er  omheen. Deze cirkel heeft een oppervlakte van 1 hectare (wat overeenkomt met een straal van ongeveer 56,4 meter). Het rekenpunt kan op een willekeurige plek in Nederland worden neergelegd door de gebruiker.

Bij het gebruik van eigen rekenpunten in AERIUS Calculator verschilt de achtergronddepositie van de achtergronddepositiewaarde die in AERIUS Monitor getoond wordt.
De rekeninstelling 'Bereken voor Wnb vergunning' in AERIUS Calculator toont de achtergrondwaarde zoals bij AERIUS Monitor is bepaald. Bij de rekeninstelling ‘eigen rekenpunten’ wordt altijd de GDN achtergronddepositie gegeven.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
291-3879
Voor
  • Calculator
  • Scenario
  • Connect
Type
Methodiek
Versie
  • 28-09-2017