AERIUS Connect 2014

Releasedatum: 01-07-2015

Index

AERIUS Connect API - Handleiding

In het kort
Berekeningen met AERIUS Calculator kunnen worden uitgevoerd met een webservice. Deze webservice gaat uit van het websocket protocol. Dit protocol maakt berichtenverkeer in twee richtingen mogelijk over een internetverbinding. Het formaat voor de gegevensuitwisseling is JSON-RPC. Het websocket protocol, JSON-RPC, en de verschillende API functies worden hieronder nader toegelicht. Deze facstheets beschrijft AERIUS Connect API versie 1.

Websocket Protocol
Een webservice maakt gebruik van een communicatie protocol om te communiceren tussen gebruiker en server. AERIUS connect gebruikt hiervoor het websocket protocol. Dit protocol maakt berichtenverkeer in twee richtingen mogelijk over een internetverbinding. Daarnaast werkt het asynchroon en kunnen resultaten in een andere volgorde komen dan de volgorde van opdrachten, hiervoor wordt het id gebruikt om verzoek en antwoord weer aan elkaar te koppelen. Meer informatie over websocket is te vinden op www.websocket.org.

JSON-RPC
Boven op het websocket protocol communiceert de AERIUS connect API op basis van het JSON-RPC protocol. Het JSON-RPC protocol is een specificatie om in JSON (JavaScript Object Notation) RPC (remote procedure calls) uit te voeren. Hierbij wordt als het ware een functie aangeroepen die op de server wordt uitgevoerd. Het JSON-RPC protocol benoemt hoe functienaam, functie argumenten, resultaten en foutmeldingen moeten worden beschreven. Uitgebreidere informatie hierover kan worden gevonden op de website van JSON-RPC: http://www.jsonrpc.org/specification.

Functionaliteit AERIUS Connect API versie 1
Berekeningen met AERIUS Calculator kunnen worden uitgevoerd met een webservice: ws://connect.aerius.nl/connect/1/services

Voorbeelden aanvraag (request)
Conversie van GML bericht naar meest recente versie IMAER (1.0):

Toelichting velden:
jsonrpc: versie van jsonrpc protocol (altijd 2.0)
id: betreft een uniek door de gebruiker aangeleverd nummer
method: de aan te roepen methode
file-name: bestandsnaam. De extensies PDF GML en CSV worden ondersteund. Het bronbestand wordt naar GML geconverteerd
file-data: Het data block is een base 64 encoding van het bestand

Rekenopdracht:

Toelichting velden:
jsonrpc: versie van jsonrpc protocol (altijd 2.0)
id: betreft een uniek door de gebruiker aangeleverd nummer
method: de aan te roepen methode
file-name: bestandsnaam. De extensies PDF GML en CSV worden ondersteund. Het bronbestand wordt naar GML geconverteerd
file-data: Het data block is een base 64 encoding van het bestand
options-year: rekenjaar
options-calculationType: mogelijke opties zijn [NATURE_AREA | RADIUS | CUSTOM_POINTS | PERMIT]
options-substances: stoffen waar voor gerekend kan worden (NOX en/of NH3)
options-maximumRange: afstand in meters
options-tempProject: betreft het een tijdelijk project? (0=nee en 1=ja)
options-tempProjectYears: aantal jaren waarin project wordt uitgevoerd (1-5 jaar)
options-email: email adres gebruiker voor verzending resultaten rekenopdracht
options-reference: door de gebruiker gekozen referentietekst voor in het onderwerp van de email
options-listener: door de gebruiker gekozen referentie nummer

Resultaat rekenopdracht
De webservice geeft een melding wanneer de rekenopdracht is aangeboden aan AERIUS Calculator. De gebruiker kan dan de verbinding verbreken. Wanneer de rekenopdracht is afgerond, ontvangt de gebruiker een email. De email bevat een downloadlink die gebruikt kan worden om de rekenresultaten te downloaden.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
639-2958
Voor
  • Connect
Type
Algemeen

AERIUS Connect API - in het kort

Versie: 
15-12-2015

In het kort
AERIUS stelt een API (Application Programming Interface) beschikbaar aan ontwikkelaars, waarmee zij via een computer interface (API) opdrachten kunnen uitvoeren op de AERIUS Calculator, zonder gebruik te maken van een gebruikersomgeving (GUI). Voor de AERIUS Connect API betreft het opdrachten voor het valideren, converteren en rekenen met AERIUS Calculator.

Wat is een API?
API staat voor Application Programming Interface. Een API maakt het mogelijk om afzonderlijke softwareprogramma's of -onderdelen met elkaar te laten communiceren. Het is een software-naar-software interface, onzichtbaar voor gebruikers, en biedt daarom per definitie geen gebruikersomgeving (GUI).

Software-ontwikkelaars kunnen met behulp van een API programmeercode en/of gegevens uitwisselen. De benodigde code wordt uitgevoerd op de server van de AERIUS, die het resultaat vervolgens naar de client stuurt. Op het internet hebben API's meestal als doel om gebruikers (zoals web-ontwikkelaars) toegang te geven tot een aantal voorgedefinieerde procedures, zoals het ophalen, bewerken of opslaan van bepaalde gegevens.

Wanneer API gebruiken?
Het gebruik van de API voor AERIUS Calculator biedt o.a voordelen in de volgende situaties. Dit zijn slechts enkele voorbeelden en zeker niet uitputtend:

  • De API is geoptimaliseerd voor grotere berekeningen doorrekenen van IMAER GML's die de ingestelde limieten van AERIUS Calculator overschrijden (bijv. maximaal aantal bronnen).
  • Direct vanuit eigen client applicatie (bijv. eigen GIS) communiceren met de AERIUS Calculator
  • Inrichten van een intern werkproces voor het uitvoeren van AERIUS berekeningen en verwerken van de resultaten in de organisatie-eigen applicatie architectuur.
  • Web services zijn eenvoudig: web services zijn te gebruiken door software-ontwikkelaars.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
635-2756
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie
  • 15-12-2015

IMAER - Domeintabellen

In het kort
Verschillende AERIUS producten gebruiken IMAER GML’s als uitwisselingsformaat. Zo kunnen gebruikers Calculator en Connect gebruiken om GML’s in te lezen. Ook de resultaten van de berekeningen zijn als IMAER GML beschikbaar.  Bij het inlezen van GML’s in de AERIUS producten worden deze gevalideerd op o.a. toegestane  domeinwaarden voor specifieke attributen. 

Beschikbare domeintabellen
De volgende domeintabellen worden gebruikt in IMAER 1.0 voor Calculator 2014.1 en zijn als CSV te downloaden.

  • farm_additional_lodging_systems
  • farm_lodging_fodder_measures
  • farm_lodging_system_definitions
  • farm_lodging_type
  • farm_reductive_lodging_systems
  • mobile_source_off_road_categories
  • mobile_source_on_road_categories
  • plan_categories
  • Sectors
  • shipping_inland_categories
  • shipping_maritime_categories

Toelichting domeintabellen
Beschreven staan de attributen waartoe de domeintabellen behoren. Zie ook diverse IMAER Handreiking factsheets. Hierin wordt per Sector toegelicht in welke klasse, welke domeintabellen gebruikt worden.

Sources
    EmissionSourceType
        sectorId -> 'sector_id' van sectors

FarmLodging
    StandardFarmLodging
        farmLodgingType -> 'code' van farm_lodging_types
        farmLodgingSystemDefinitionType -> 'code' van farm_lodging_system_definitions
    
    LodgingSystem
        lodgingSystemType -> 'code' van farm_additional_lodging_systems of 'code' van farm_reductive_lodging_systems, afhankelijk van echte type

OffRoadMobileSource
    StandardOffRoadMobileSource
        offRoadMobileSourceType -> 'code' van mobile_source_off_road_categories

Plan
    Plan
        planType -> 'code' van plan_categories

Road
    SpecificVehicle
        vehicleType -> 'code' van mobile_source_on_road_categories

Shipping
    ShippingType
        shipType -> afhankelijk van (Mooring)Inland of (Mooring)Maritime:
            Inland -> 'code' van shipping_inland_categories
            Maritime -> 'code' van shipping_maritime_categories

Versies AERIUS producten
De domeintabellen zijn valide voor onderstaande versie van Calculator, Connect en Register.

  • Calculator 2014
  • Connect 2014
  • Register 2014

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
586-2288
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie

IMAER - Application Schema

In het kort
De IMAER.xsd is een GML Application Schema van het InformatieModel AERIUS. Softwareontwikkelaars kunnen de IMAER.xsd gebruiken als basis voor de implementatie van  IMAER in hun producten. De actuele versie is hieronder vermeld. Bij inwerking treding van de PAS geldt IMAER versie 1.0

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
587-2305
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie

IMAER - Beschrijving Model

In het kort
IMAER staat voor het InformatieModel AERius. IMAER is het standaard gegevens uitwisselingsformaat van AERIUS en wordt gebruikt voor het importeren, exporteren en uitwisselen van gegevens met en tussen de verschillende AERIUS producten (o.a. Calculator, Monitor en Register).  

In IMAER zijn de objecten opgenomen die nodig zijn voor het berekenen van emissie en depositie van verschillende stoffen. In het model zijn de beschrijvingen van de objecten, de relaties tussen de objecten en de attributen opgenomen.

IMAER is een toepassing van Basismodel Geo-Informatie (NEN 3610) voor het beleidsveld van stikstofdepositieberekeningen. Het is hiermee één van de bestaande toepassingen van deze norm. In IMAER wordt, zoals ook bij NEN3610, voor het uitwisselingsformaat van bestanden (het technische formaat voor uitwisseling) gerefereerd aan GML 3.2.1 Simple Features Profile 2 (GML-SF2).

Beschrijving van het informatiemodel
De algemene concepten van het informatiemodel en de relatie met bestaande normen en standaarden (oa. NEN3610, UML, GML) wordt beschreven in een aparte factsheet

In deze factsheet wordt inhoudelijk ingegaan op het informatiemodel zelf.  De klassen worden aan elkaar gerelateerd, attributen worden gedefinieerd, attribuutdomeinen toegekend en daarbij ontstaat het model IMAER. Doormiddel van een UML klassediagram worden de objecten, de attributen en de relaties tussen objecten weergegeven. In de Objectcatalogus zijn de details van het objectmodel verder uitgewerkt. Tot slot komen nog de aanvullende IMAER GML specificaties aan bod, wordt verwezen naar termen en afkortingen, en de domeintabellen.

Format modelbeschrijving
Het volgende format wordt gebruikt voor de beschrijving van de klassen van IMAER.

Figuur 1. Klassenebschrijving

Uit figuur:

  • ‘Klassenaam’: de naam van de geo-objectklasse;
  • ‘attribuutnaam’: de attributen die gedefinieerd zijn voor deze objectklasse;
  • <attribuutdomein>: een referentie naar de verzameling van toegestane attribuutwaarden, het domein;
  • [multipliciteit]: de cardinaliteit van het attribuut weergegeven in het aantal keren (multipliciteit) dat een attribuut kan of moet voorkomen. De multipliciteit wordt aangegeven als een bereik [van..tot]. Het standaard-bereik is [1..1] oftewel [1] wat inhoudt dat een attribuut precies één maal moet voorkomen.

Voor de multipliciteit van attributen komen de volgende mogelijkheden voor:

  • Verplicht attribuut moet ingevuld zijn. De multipliciteit is dus [1];
  • Conditioneel verplicht: moet ingevuld zijn indien bij de toelichting van het attribuut een nadere omschrijving van de conditie opgenomen is. De multipliciteit is dus [0..1] of [0..*];
  • Optioneel attribuut hoeft niet maar kan wel ingevuld worden. De multipliciteit is dus [0..1] of [0..*].

Bij elke objectklasse is een tabel opgenomen waarin de definitie en andere informatie wordt gegeven. De tabel heeft de volgende indeling:

IMAER en het basismodel Geo-informatie
IMAER is een verdere uitwerking van de relevante geo-objectklassen uit het Basismodel. Op modelniveau is het model IMAER een specialisatie van het model NEN 3610 .

In het Basismodel van NEN3610 zijn alle klassen abstract. In onderstaand figuur is dit weergegeven door een cursief lettertype voor het informatiemodel NEN 3610. Dit betekent dat van de klassen uit het Basismodel geen instanties gemaakt kunnen worden, dat wil zeggen dat geen individuele geo-objecten uit een klasse beschreven kunnen worden. Dit kan pas in een sectormodel. In dit geval is het sector model IMAER.

UML Model
In de UML klassendiagrammen worden de klassen en hun onderlinge relaties afgebeeld. In het diagram zijn ook de datatype en enumeraties aangegeven. Het volledige UML model van IMAER versie 1.0 is hier weergegeven.

Object Catalogus
De volledige beschrijving van de IMAER objectcatalogus is hier te downloaden. Dit betreft IMAER versie 1.0.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
583-2279
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie

IMAER - GML definities

In het kort
IMAER maakt als uitwisselingsformaat gebruik van gml versie 3.2.1, simple features profile 2. Dit is de versie en het profiel op GML dat door Nederland wordt gevolgd als standaard voor GML implementatie. Het IMAER.XSD is het XML schema van het IMAER model.

Voor het genereren van IMAER gml bestanden gelden aanvullende afspraken.

Encoding, tekenset, van het GML bestand
Voor de encoding van het GML bestand wordt UTF-8 voorgeschreven. Van UTF-8 wordt de tekenset ISO-8859-1 ondersteund en binnen deze tekenset gebruikt: unicode [32 – 128] en [160 – 255]. Opgemerkt wordt dat (U+8216), (U+8217), (U+8220), (U+8221) ook als tekens op een kaart weer te geven moeten zijn.

FeatureCollection
Voor het gml bestand is er een geen eigen FeatureCollection gemaakt.

gml:featureMember - gml:featureMembers
Alleen gml:featureMember wordt in IMAER ondersteund.

gml: id
Elk object in het GML bestand krijgt een <gml:id>. Dit gml:id heeft geen informatiewaarde maar is nodig om interne en externe referenties te realiseren. Het gml:id hoeft niet persistent te zijn en mag elke keer opnieuw worden gegenereerd.

Geometrietypen en interpolatie
In het IMAER UML en het afgeleide XML schema zijn de geometrietypen gespecificeerd.

Naast gml:LineString mag ook gml:Arc en gml:Circle gebruikt worden.
gml:Arc is gedefinieerd door drie punten.

Niet ondersteund worden:
gml:ArcByCenterPoint
gml:ArcByBulge
gml:CircleByCenterPoint

Draairichting van polygonen
Hiervoor gelden de regels van ISO19107: Geographic information – Spatial Schema.

Voor een polygoon die je van de bovenkant bekijkt: exterior ring tegen de klok in, interior ring met de klok mee. In 2d GIS bekijk je polygonen altijd van de bovenkant.

Nauwkeurigheid coördinaten
Nauwkeurigheid van coördinaten is 3 decimalen. Alles wat nauwkeuriger is wordt afgerond op deze nauwkeurigheid (3 decimalen). 0.0015 -> 0.002; 0.0014 -> 0.001.

srsName
srsName wordt  ingevuld bij elk planobject op hoogste geometrie niveau.

Voor IMAER is het coördinaat referentiesysteem Rijksdriehoekstelsel, epsg code 28992, verplicht en wordt dit als volgt ingevuld: srsName="urn:ogc:def:crs:EPSG::28992"

Toelichting: srsName is de specificatie van het coördinaat referentiesysteem. Voor iedere geometrie moet een srsName te vinden zijn. In feite betekent dit dat iedere geometrie een srsName moet hebben. In geval van een multigeometrie hoeft de srsName alleen aan de multigeometrie te hangen en niet aan ieder los onderdeeltje ervan.

srsDimension
srsDimension wordt niet opgenomen.

Toelichting: De srsDimension geeft aan uit hoeveel elementen een coördinaat bestaat. In het geval van twee dimensies (x,y) is dat 2. Omdat GML-SF2 drie dimensies niet toestaat is dat in dit geval niet nodig.

Xlink:href
Het format voor de href is dat een #  altijd voorafgaat aan een gml:id.

Toelichting: Het # is om aan te geven dat binnen een href het volgende fragment een locatie betreft binnen het voorafgaande 'document'. Als er geen voorafgaand document is, is de locatie intern (lokaal). Kortom als de href begint met een # wordt er verwezen naar een lokaal gml:id. Dat klopt ook met de bedoeling van de links tussen planobjecten. Als er verwezen wordt naar een extern object, dan begint de href niet met het # maar komt het # voorafgaand aan de locatie (meestal een gml:id) binnen het externe document.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
584-2286
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie

IMAER - Introductie InformatieModel AERIUS

Versie: 
01-07-2015

In het kort
IMAER is een toepassing van Basismodel Geo-Informatie (NEN 3610) voor het beleidsveld van stikstofdepositieberekeningen. Het is hiermee één van de bestaande toepassingen van deze norm. In IMAER wordt, zoals ook bij NEN3610, voor het uitwisselingsformaat van bestanden (het technische formaat voor uitwisseling) gerefereerd aan GML 3.2.1 Simple Features Profile 2 (GML-SF2). In deze factsheet worden volgende zaken toegelicht: wat is IMAER; wat is een informatiemodel,  wat is de NEN3610 standaard;  wat is UML;  waarom Open Standaarden;  en waarom en wat is een GML. De beschrijving het Informatiemodel IMAER staat in aparte factsheet.

Wat is IMAER?

  • Staat voor InformatieModel AERius
  • Is een Informatiemodel (semantiek)
  • Is technisch vertaald naar een het uitwisselingsformaat  GML (vorm of syntax waarin geo-informatie op basis van een bepaald informatiemodel wordt uitgewisseld)
  • Voldoet aan overheidsbeleid omtrent Open Standaarden.

Wat is een Informatiemodel?

  • Zet schematisch afspraken over begrippen en definities binnen domein op een rij. Dit vereenvoudigt de uitwisseling van informatie
  • Vereenvoudigt de uitwisseling van informatie tussen organisaties
  • Nederland kent vele sectorale of domein specifieke informatiemodellen
  • Meesten gebaseerd op het Algemeen Basismodel Geo-Infomataie (NEN3610)
  • IMAER kan in die context gezien worden als het sectormodel voor stikstofdepositieberekeningen.

Wat is het Basismodel Geo-informatie: NEN3610?

  • NEN 3610:2011 is het basismodel voor Geo-Informatie. Termen, definities, relaties en algemene regels voor de uitwisseling van informatie over aan het aardoppervlak gerelateerde ruimtelijke objecten worden hierin beschreven.
  • NEN 3610:2011 vervult als algemeen geldende norm een paraplufunctie voor bestaande of nog te ontwikkelen informatiemodellen voor specifieke beleidsvelden.
  • Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om beleidsveld-eigen registraties van geo-informatie via de algemene overlappende classificatie van NEN 3610 met andere beleidsvelden uit te wisselen.
  • IMAER is een toepassing van Basismodel Geo-Informatie (NEN 3610) voor het beleidsveld van stikstofdepositieberekeningen.

De structuur van het Basismodel Geo-informatie

  • Het basismodel Geo-informatie is objectgericht wat inhoudt dat de werkelijkheid is beschreven door individueel te onderscheiden objecten . De informatie kan per object worden opgevraagd. De kenmerken van objecten in de werkelijkheid worden beschreven door middel van attributen. De waarden van deze attributen kunnen worden gespecificeerd door middel van domeinen en enumeraties.
  • Het Basismodel geo-informatie (NEN3610:2011) is te downloaden via de website van geonovum.

Wat is UML?

  • Voor het beschrijven van het informatiemodel wordt gebruik gemaakt van de grafische modelleertaal UML (Unified Modelling Language).
  • UML vindt zijn oorsprong in de objectoriëntatie en is door de Object Management Groep (OMG) ontwikkeld als een standaard voor het beschrijven van objectgeoriënteerde modellen.
  • Het UML klassendiagram is één van de mogelijkheden die UML biedt en wordt gebruikt voor het beschrijven van IMAER.

Waarom Open Standaarden?

  • College en Forum Standaardisatie -
    • Bevorderen van elektronische gegevensuitwisseling  tussen overheden onderling en tussen overheden, bedrijven en burgers
    • Dus gegevensuitwisseling over organisatiegrenzen heen
  • Kabinet stelt Open Standaard als norm
    • Dragen bij aan interoperabiliteit – verbetering digitale gegevensuitwisseling
    • Keuzevrijheid – Open Standaarden zijn niet software specifiek
  • Leidt tot kwalitatief hoogwaardige en kosten-efficiënte informatie-uitwisseling

Waarom GML?

  • GML is een uitgebreide standaard en biedt oplossingen voor een groot aantal situaties en variaties in het uitwisselen van geo-informatie. Variaties zijn er bijvoorbeeld in geometrietypen, maar ook in complexiteit van datastructuren. GML is daarmee een geschikt uitwisselingsformaat voor AERIUS.
  • Zowel GML als het Basismodel geo-informatie (NEN3610:2011) valt onder de Basisset Geo-standaarden en is door het College Standaardisatie op de Pas-toe-of-leg-uit-lijst geplaatst. Dit betekent dat alle (semi-)overheidsorganisaties verplicht zijn deze standaarden toe te passen, als zij een ICT-dienst of –product aanschaffen. Alleen bij onoverkomelijke problemen, mag de organisatie ervoor kiezen om deze standaard niet te gebruiken.

Wat is een GML?

  • GML staat voor Geography Markup Language
  • Ontwikkeld door Open Spatial Consortium (OGC)
  • Op XML gebaseerde standaard voor uitwisselen van geo-informatie
  • Standaard voor platform- en vendoronafhankelijk bestandsformaat
  • Uitwisseling van geo-informatie (bestanden) gebeurt middels GML

GML is het uitwisselformaat behorend bij NEN 3610. In Nederland hanteren we als profiel op de GML-standaard het GML Simple Feature Profile level 2.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
581-2278
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie
  • 01-07-2015

IMAER - Termen, afkortingen en schema-presentatie

Versie: 
01-07-2015

In het kort
Toegelicht worden begrippen die gebruikt worden voor de beschrijving van de structuur van het model. Indien relevant is tussen haakjes ook het Engelstalige equivalent gegeven

Termen en definities

applicatieschema (application schema)
informatiemodel dat wordt beschreven en toegepast

attribuut (feature attribute)
kenmerk van een object

attribuutwaarde (value)
waarde die een attribuut aanneemt

domein (domain)
verzameling van waarden die een attribuut kan aannemen.

geo-informatie (geo-information, geographic information)
gegevens met een directe of indirecte referentie naar een plaats op het aardoppervlak

geo-object (geographic feature type of feature class)
abstractie van een fenomeen in de werkelijkheid dat direct of indirect geassocieerd is met een locatie relatief ten opzichte van het aardoppervlak

georeferentie (georeference)
locatie van een ruimtelijk object vastgelegd in een ruimtelijk referentiesysteem

informatiemodel (conceptual model / conceptual schema)
formele definitie van objecten, attributen, relaties en regels in een bepaald domein

interoperabiliteit (interoperability)
mogelijkheid van verschillende autonome, heterogene eenheden, systemen of partijen om met elkaar te communiceren en interacteren

instantie (instance of occurrence)
benoemd, identificeerbaar object uit een objectklasse (synoniem: object)

objectklasse (feature class)
verzameling van objecten met dezelfde eigenschappen

metadata (metadata)
gegevens over gegevens

model (model)
abstractie van de werkelijkheid

object
instantie

presentatie (portrayal)
visualisatie van geografische informatie voor mensen

representatie (representation)
inhoudelijk vastleggen van de werkelijkheid

sectormodel
model voor beschrijving van de werkelijkheid binnen het domein van een sectoraal beleidsveld

werkelijkheid (universe of discourse)
beeld van de echte of hypothetische wereld die alles van belang omvat

Afkortingen

ISO  International Organization for Standardization
GIS  Geografisch Informatie Systeem
GML  Geography Markup Language
OGC  Open Geospatial Consortium
OMG  Object Management Group
UML  Unified Modelling Language
XML  Extensible Markup Language

Schema-presentatie
Voor het beschrijven van het model wordt gebruik gemaakt van de grafische modelleertaal UML (Unified Modelling Language). UML vindt zijn oorsprong in de objectoriëntatie en is door de Object Management Groep (OMG) ontwikkeld als een standaard voor het beschrijven van objectgeoriënteerde modellen. Het UML klassendiagram is één van de mogelijkheden die UML biedt en wordt gebruikt in de IMAER documentatie.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
585-2287
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie
  • 01-07-2015

Toelichting - Generieke Emissiebronnen

In het kort
Deze handreiking generieke emissiebronnen is een toelichting op het IMAER informatiemodel voor generieke emissiebronnen. Generieke emissiebronnen zijn bronnen waar geen sector-specifieke rekenmethodes worden gebruikt. Hiervoor wordt de klasse EmissionSource gebruikt. Voor de emissiebronnen in deze klasse worden de emissie en kenmerken direct in de GML opgegeven. De ingevoerde waarden worden in Calculator gebruikt voor de berekeningen. 

Per sector is het ook mogelijk om emissies te laten berekenen door Calculator op basis van sector specifieke kenmerken. Zie hiervoor de handreiking per sector in de aparte factsheets. De metadata wordt in een eigen factsheet beschreven.

IMAER
Het volledige informatiemodel AERIUS (IMAER) is beschreven in aparte factsheets. Een beknopt overzicht vind je in de factsheet Handreiking IMAER – In het kort.
 
EmissionSource
De klasse EmissionSource beschrijft een generiek emissiebron inclusief geometrie.

‘Platgeslagen’ tabellen
In tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad  EmissionSource) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden. Hieronder is per attribuut een nadere omschrijving gegeven.

Beschrijving attributen

  • sectorId: unieke code van de sector waartoe de emissiebron behoord, conform Domeinlijst waarden uit de domeinlijst IMAER_sectors. Zie ook factsheet ‘AERIUS sectoren en sector ID in GML’.
  • gml:id: unieke identificatiecode waartoe deze emissiebron toebehoord. Moet gelijk zijn aan NEN3610ID:localid. Een ID dient te voldoen aan een aantal regels. Samengevat: uniek in het document en een valide NCName: start met letter of underscore, en alleen bevattend letters, cijfers, underscores, koppelstreepjes, punten.
  • identifier: Unieke identificatie van de emissiebron binnen het domein van NEN 3610
    • NEN3610ID: De combinatie van 'namespace' van een registratie, lokale identificatie en versie informatie maken een object uniek identificeerbaar. Met de informatie van deze klasse kan daardoor met zekerheid worden verwezen naar het geïdentificeerde object.
      • localid: Unieke identificatiecode binnen een registratie. Bij een GML export uit AERIUS wordt localid door AERIUS bepaald. En bestaat dan uit een code van twee letters gevolgd door een ( .) en een cijfer.  De code bestaat dan uit ES (Emission Source) of CP (Calculation Point).
      • namespace: Unieke verwijzing naar een registratie van objecten. Bij een GML export wordt de namespace door AERIUS bepaald: „NL.IMAER‟
      • versionId: Versie-aanduiding van een object. versionId maakt geen deel uit van de identificatie van het object maar kan worden gebruikt om verschillende versies van hetzelfde object te identificeren. Calculator ansich gebruikt versionId niet.
  • label: Naamgeving van de bron. Geef een specifieke naam op voor de bron (geen verplichting), zodat uw bron herkenbaar blijft. 
  • emissionSourceCharacteristics: Beschrijft kenmerken van een emissiebron
    • emissionheight: Gemiddelde uitstoothoogte van de emissiebron in meters.
    • heatContent: Warmte-inhoud van de emissiebron in Megawatt.
    • spread:  Spreiding in de emissiehoogte van de emissiebron in meters. Alleen te gebruiken bij bronnen met een hoogte. 
    • buildingHeight: Gemiddelde gebouwhoogte van de emissiebron in meters  . Op dit moment gebruikt AERIUS dit attribuut NIET in zijn berekeningen.
    • diurnalVariation: Temporele variatie van de emissie van de bron, conform enumeration EmissionDiurnalVariation.

Voor emissionheight, heatcontent, spread, en diurnalVariation zijn in Calculator standaardwaarden per sector opgenomen. Deze worden standaard door Calculator gebruikt als in de GML geen specifieke waarden worden opgenomen. De ingevulde sectorId bepaald de defaultwaarden. Zijn in de GML wel waarden ingevuld, worden deze ingevulde waarden door Calculator gebruikt i.p.v. de standaardwaarden.

  • geometry; Dit datatype maakt een keuze mogelijk uit verschillende soorten geometrieën die een emissiebron kan aannemen. Keuze is uit punten, lijnen, en vlakken
    • GM_Curve: NEN 3610 lijn.
    • GM_Point: NEN 3610 punt.
    • GM_Surface: NEN 3610 vlak.
  • emission (alleen verplicht bij de klasse EmissionSource):
    • Emission
      • value: emissiewaarde per stof in kg/ jaar. Calculator rekent met de hier opgegeven waarde. Let op. Bij sectorspecifieke klassen ( bijv. PlanEmissionSource) wordt de emissiewaarde door Calculator berekend en toegekend.
      • substance: de emissiestof. Kies uit de enumeration Substance.

Voorbeeld GML:
Download voorbeeld GML voor EmissionSoucre.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
615-2614
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie

Toelichting - IMAER in het kort

In het kort
IMAER is gebaseerd op de standaard GML. De gebruiksmogelijkheden zijn enorm. Daarom is de GML ingeperkt tot een specifiek GML profiel voor IMAER. Dit profiel bevat afspraken over het gebruik van NEN3610, geometrische objecten (punten, lijnen, vlakken), coördinatensysteem, precisie en afspraken over het opschrijven van emissiebronnen en emissiedeposities. De belangrijkste IMAER afspraken worden in deze factsheet benoemd.
 
Leeswijzer
Naast deze factheets zijn de volgende beschrijvingen van IMAER beschikbaar:

  • Beschrijving van het volledig uitgewerkte IMAER model (Informatiemodellen, UML, Objectmodel, domeintabellen, *.xsd, etc.. ) Diverse IMAER Modelbeschrijving facstheets.
  • Handreikingen per sector hoe IMAER te gebruiken in de praktijk. Zie gerelateerde factsheets.
  • De IMAER handreiking tabellen. In principe een soort van ‘platgeslagen’  model in tabel vorm. Hierin zijn per klasse  de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden.
  • Beschrijving per sector van de berekening depositiebijdragen bronnen. Diverse methodiek factsheets. 

IMAER verzameling 
De IMAER GML  bevat een beschrijving van objecten (dingen met eigenschapen) opgenomen in een verzameling (lijstje). De verzameling is vastgelegd in featureCollectionCalculator.
In de verzameling zitten o.a.:

  • Metadata (vastgelegd in aeriusCalculatorMetaData)
  • Geodata (vastgelegd in featureMembers)
    • Emissiebronnen (… EmissionSource)
    • Depositiepunten (Receptorpoint)

De metadata komen in elke IMAER GML terug. 

IMAER metadata
In de metadata wordt vastgelegd met welke versies van de software en onderliggende basisgegevens de GML is gegenereerd (indien aangemaakt in Calculator) dan wel is doorgerekend. Tevens kan er projectinformatie over de emissiebronnen vastgelegd worden.  Volledige beschrijving is terug te vinden in een aparte facstheet.

Eigenschappen software en basisgegevens. 
Deze hoeven niet ingevoerd te worden, en worden door AERIUS toegekend nadat de GML is geïmporteerd. Dit zijn o.a.

  • version: versienummer van de AERIUS Rekenkern
  • Databaseversie (databaseVersion). Versienummer van de AERIUS database

Projectinformatie over de emissiebron. 
Deze metadata kan zelf worden toegevoegd:

  • Jaar (year).  Rekenjaar. Het jaar van de basisgegevens die gebruikt zijn voor berekeningen
  • Versie (version) versienummer van de AERIUS Rekenkern
  • Naam lijst van bronnen (situationName)
  • Naam beschreven project (projectName)
  • Toelichting / beschrijving van project (description)
  • Duur van project (temporaryPeriod)
  • Naam rechtspersoon beschreven project (corporation)
  • Referentie van project (reference)

IMAER Emissiebronnen 
Een emissiebron heeft de volgende eigenschappen:

  • Sector (sectorId)
  • Identificatie (identifier)
  • Label (label)
  • Kenmerken (emissionSourceCharacteristics)
    • Warmte inhoud (heatContent)
    • Uitstoothoogte (emissionHeight)
    • ….
  • Geometry (Point, Linestring, Polygon, ….)
  • Emissie (emission)
    • Stof (substance)
    • Hoeveelheid (value)
  • Sectorspecifieke emissies
    • Stalemissies (farmLodging)
    • Binnenvaart (inlandShipping)
    •  ……

De emissies van een bron kunnen op twee manieren aangeleverd worden. Enerzijds door zelf emissies op te voeren in EmissionSource.  Anderzijds door sectorspecifieke eigenschappen op te geven op basis waarvan Calculator de emissie zal berekenen. Dus bijv. bij stalemissies de klasse FarmLodgingEmissionSource of bij binnenvaart de klasse InlandShippingEmissionSource. Hoe IMAER per sector in de praktijk het best gebruikt kan worden  wordt in afzonderlijke factsheets per sector beschreven.

IMAER depositie resultaten
Het resultaat van de depositie heeft volgende eigenschappen. Een volledige beschrijving is terug te vinden in een aparte facstheet.

  • Identificatie (identifier)
  • Label (label)
  • Geometry (Point (waarden ) en Surface (representatie))
  • Resultaat (result)
    • Stof (Substance)
    • Hoeveelheid (value)
    • Depositie of concentratie (ResultType)

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
619-2615
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie

Toelichting - Metadata

In het kort
Elke IMAER GML bevat metadata. In de metadata wordt vastgelegd met welke versies van de software en onderliggende basisgegevens de GML is gegenereerd dan wel is doorgerekend. Tevens kan er projectinformatie over de emissiebronnen vastgelegd worden. De metadata komen in elke IMAER GML terug. Hiervoor wordt klasse AeriusCalculatorMetaData gebruikt.

IMAER
Het volledige informatiemodel AERIUS (IMAER) is beschreven in aparte factsheets. Een beknopt overzicht vind je in de factsheet Handreiking IMAER – In het kort.

AeriusCalculatorMetaData
De klasse AeriusCalculatorMetaData bevat metadata over de AERIUS calculator die de GML geproduceerd heeft en over het vastgelegde project. In de tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad AeriusCalculatorMetaData) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden. Hieronder is per attribuut een nadere omschrijving gegeven.

Metadata software.
Deze hoeven niet ingevoerd te worden, en worden door AERIUS toegekend nadat de GML is geïmporteerd. Dit zijn:

  • version: versienummer van de AERIUS Rekenkern
  • databaseVersion: Versienummer van de AERIUS database

Metadata projectinformatie emissiebron en basisdata 
Deze metadata kan worden toegevoegd:

  • year:  Rekenjaar. De AERIUS rekenkern maakt gebruik van basisgegevens die jaarlijks worden aangepast. Het rekenjaar  geeft aan van welk jaar de basisgegevens gebruikt zijn bij de berekeningen.
  • situationName: Naam van de lijst van bronnen van het beschreven project. Wordt gebruikt voor naamgeving van varianten. Calculator gebruikt bijv. ‘Situatie 1’ als standaard naam.
  • Projectname: Naam van het beschreven project. De maker kan hier ter eigen referentie een projectnaam opgeven.
  • Description: Beschrijving van of toelichting bij het beschreven project.
  • temporaryPeriod: Duur van het project   in jaren (alleen in geval van tijdelijke projecten). Wanneer de bron een tijdelijk karakter heeft, vul dan hier de duur van het project . Als startjaar wordt het jaartal uit year gebruikt.
  • corporation: Naam van de rechtspersoon die hoort bij het beschreven project. Deze  naam wordt meegenomen bij een export naar -Bijlage AERIUS berekening voor vergunningaanvraag- en -AERIUS berekening voor eigen gebruik-.
  • reference: Referentie van het beschreven project. Bij een export vanuit Calculator  naar -Bijlage AERIUS berekening voor vergunningaanvraag- of -AERIUS berekening voor eigen gebruik- komt dit terug als AERIUS kenmerk in de PDF. Deze hoeft niet ingevoerd te worden. Bij de export worden evt. opgevoerde waarden in de GML door AERIUS overschreven.  

Voorbeeld GML
Download een voorbeeld GML met metadata.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
618-2613
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie

Toelichting - Rekenpunten

In het kort
Deze handreiking rekenpunten is een toelichting op het IMAER informatiemodel voor wat betreft het gebruik van eigen rekenpunten. IMAER gebruikt hiervoor de klasse CalculationPoint. Lees voor meer informatie de factsheet ‘Verschil tussen vaste rekenpunten en eigen rekenpunten’. Een GML met eigen rekenpunten kan worden geïmporteerd in Calculator om een berekening op basis van eigen rekenpunten uit te voeren. Kiest u voor een berekening met vaste rekenpunten op basis van het AERIUS-grid (hexagonen) gebruik dan klasse ReceptorPoint.

De metadata wordt in een eigen factsheet beschreven.

IMAER
Het volledige informatiemodel AERIUS (IMAER) is beschreven in aparte factsheets. Een beknopt overzicht vind je in de factsheet Handreiking IMAER – In het kort.

Calculationpoint
Deze klasse beschrijft een zelf gedefinieerd rekenpunt.

‘Platgeslagen’ tabellen
In tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad CalculationPoint) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden. Hieronder is per attribuut een nadere omschrijving gegeven.
 
Beschrijving attributen
De eigenschappen en attributen horende bij klasse CalculationPoint zijn hieronder beschreven.

  • gml:id: unieke identificatiecode waartoe deze emissiebron toebehoord. Moet gelijk zijn aan NEN3610ID:localid.  Een dient te voldoen aan aantal regels. Samengevat: uniek in het document en een valide NCName: start met letter of underscore, en alleen bevattend letters, cijfers, underscores, koppelstreepjes, punten. 
  • identifier: Unieke identificatie van de emissiebron binnen het domein van NEN 3610
    • NEN3610ID: De combinatie van 'namespace' van een registratie, lokale identificatie en versie informatie maken een object uniek identificeerbaar. Met de informatie van deze klasse kan daardoor met zekerheid worden verwezen naar het geïdentificeerde object.
      • localid: Unieke identificatiecode binnen een registratie. Bij een GML export uit AERIUS wordt localid door AERIUS bepaald. En bestaat dan uit een code van twee letters gevolgd door een ( .) en een cijfer.  De code bestaat dan uit ES (Emission Source) of CP (Calculation Point).
      •  namespace: Unieke verwijzing naar een registratie van objecten. Bij een GML export wordt de namespace door AERIUS bepaald: „NL.IMAER‟
      • versionId: Versie-aanduiding van een object. versionId maakt geen deel uit van de identificatie van het object maar kan worden gebruikt om verschillende versies van hetzelfde object te identificeren. Calculator ansich gebruikt versionid niet.
  • GM_Point:  De geometrie van het rekenpunt, van het type GM_Point.
  • representation: Geometrische representatie van het rekenpunt, van het type GM_Surface. In het geval van rekenpunten wordt dit attribuut op dit moment niet gebruikt door Calculator of Connect.
  • result:
    • Result: Deze klasse beschrijft het resultaat voor een bepaalde stof/resultaattype combinatie voor een rekenpunt
      • resulttype: Resultaattype, conform enumeration ResultType. Dus DEPOSITION of CONCENTRATION
      • substance: Resultaatstof, conform enumeration Substance. Dus NH3, NOx, NO2, PM10 of PM25
      • value: Resultaatwaarde. Voor deposities in mol/ha/j en voor concentraties in µg/m³.
  • label: Optioneel label voor het rekenpunt. Geef een specifieke naam op voor het rekenpunt (geen verplichting), zodat uw rekenpunt herkenbaar blijft. 

Voorbeeld GML
Download voorbeeld GML voor CalculationPoint

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
617-2622
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie

Toelichting - Resultaten

In het kort
Deze handreiking Resultaten is een toelichting op het IMAER informatiemodel voor wat betreft de resultaten van de depositie berekening. IMAER gebruikt hiervoor de klasse ReceptorPoint. Het rekenpunt ligt in het midden van een hexagoon (1 ha), die als vast raster over Nederland zijn neergelegd. Elk rekenpunt heeft een uniek nummer (receptorPointId) dat overeenkomt met het bijbehorende hexagoon. Lees voor meer informatie de factsheet ‘Geografische gridfuncties’. Calculator rekent standaard voor de Nb-wet vergunning op basis van dit vast raster van hexagonen die resulteren in klasse ReceptorPoint.  Kiest u voor een berekening op basis van eigen rekenpunten, gebruik dan de klasse CalculationPoint. Daar kunnen eigen rekenpunten ingevoerd worden.

Let op. RecepterPoint wordt dus niet gebruikt bij het importeren van een GML door Calculator of Connect.

De metadata wordt in een eigen factsheet beschreven.

IMAER
Het volledige informatiemodel AERIUS (IMAER) is beschreven in aparte factsheets. Een beknopt overzicht vind je in de factsheet Handreiking IMAER – In het kort.

Receptorpoint
Deze klasse beschrijft een rekenpunt op het AERIUS-grid.

‘Platgeslagen’ tabellen 
In tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad ReceptorPoint) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden. Hieronder is per attribuut een nadere omschrijving gegeven.

Beschrijving attributen
De eigenschappen en attributen horende bij klasse ReceptorPoint zijn hieronder beschreven.

  • gml:id: unieke identificatiecode waartoe deze emissiebron behoord. Moet gelijk zijn aan NEN3610ID:localid. Een gml:id dient te voldoen aan aantal regels. Samengevat: uniek in het document en een valide NCName: start met letter of underscore, en alleen bevattend letters, cijfers, underscores, koppelstreepjes, punten.
  • identifier: Unieke identificatie van de emissiebron binnen het domein van NEN 3610
    • NEN3610ID: De combinatie van 'namespace' van een registratie, lokale identificatie en versie informatie maken een object uniek identificeerbaar. Met de informatie van deze klasse kan daardoor met zekerheid worden verwezen naar het geïdentificeerde object.
      • localid: Unieke identificatiecode binnen een registratie. Bij een GML export uit AERIUS wordt localid door AERIUS bepaald. En bestaat dan uit een code van twee letters gevolgd door een ( .) en een cijfer.  De code bestaat dan uit ES (Emission Source) of CP (Calculation Point).
      • namespace: Unieke verwijzing naar een registratie van objecten. Bij een GML export wordt de namespace door AERIUS bepaald: „NL.IMAER‟
      • versionId: Versie-aanduiding van een object. versionId maakt geen deel uit van de identificatie van het object maar kan worden gebruikt om verschillende versies van hetzelfde object te identificeren. Calculator ansich gebruikt versionid niet. 
  • GM_Point:  De geometrie van het rekenpunt, van het type GM_Point.
  • representation: Geometrische representatie van het rekenpunt, van het type GM_Surface. In het geval van klasse ReceptorPoint zijn dit de hexagonen van 1 ha.
  • result:
    • Result: Deze klasse beschrijft het resultaat voor een bepaalde stof/resultaattype combinatie voor een rekenpunt
      • resulttype: Resultaattype, conform enumeration ResultType. Dus DEPOSITION of CONCENTRATION
      • substance: Resultaatstof, conform enumeration Substance. Dus NH3, NOx, NO2, PM10 of PM25
      • value: Resultaatwaarde. Voor deposities in mol/ha/j en voor concentraties in µg/m³.
  • receptorPointId: Vast identificatienummer van het receptorpunt.

Voorbeeld GML
Download voorbeeld GML voor ReceptorPoint

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
616-2965
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie

Toelichting - Sector Landbouw

In het kort
Deze handreiking landbouw is een toelichting op het IMAER informatiemodel voor wat betreft de sector landbouw. Lees de methodiek factsheet ‘Berekening depositiebijdrage bronnen Landbouw’ voor toelichting hoe de depositie van sector Landbouw berekend wordt.

Voor de broncategorie stalemissies berekent AERIUS de emissies op basis van kenmerken stalsysteem en aantal dierplaatsen (emissieberekening stallen). Gebruik hiervoor in IMAER de klasse FarmlodgingEmissionSource. Voor de bron categorieën mestopslag, beweiding, mestaanwending of glastuinbouw wordt de klasse EmissionSource gebruikt. EmissionSource wordt ook gebruikt voor stalemissies als zelf een emissiewaarde wordt opgegeven en die niet op basis van dieren en aantallen door AERIUS berekent wordt. De metadata wordt in een eigen factsheet beschreven.

IMAER
Het volledige informatiemodel AERIUS (IMAER) is beschreven in aparte factsheets. Een beknopt overzicht vind je in de factsheet Handreiking IMAER – In het kort.
 
EmissionSource
De klasse EmissionSource beschrijft een generiek emissiebron inclusief geometrie. 

Bij het gebruik van deze klasse rekent AERIUS met de opgegeven waarden. Toelichting op de klasse EmissionSource  staat in een aparte factsheet. Voor de sector landbouw gelden daarop de volgende aandachtspunten.

  • EmissionSourceCharacteristics
    • spread: Spreiding in de emissiehoogte van de emissiebron in meters. Alleen gebruiken bij bronnen met een hoogte. Bij landbouw alleen te gebruiken bij vlakbronnen met een hoogte en niet bij puntbronnen. 
    • De overige attributen worden gebruikt zoals in beschreven bij de klasse EmissionSource  

FarmlodgingEmissionSource
Dit is een sectorspecifieke klasse om stalemissies door Calculator te laten berekenen op basis van  kenmerken stalsysteem en aantal dierplaatsen.
 
Deze klasse beschrijft stalkenmerken inclusief geometrie. In tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad FarmlodgingEmissionSource) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden. Hieronder is per attribuut een nadere omschrijving gegeven. 

Een aantal algemene attributen zijn voor alle sector specifieke klassen identiek en worden daarom maar een keer beschreven. De volgende attributen worden in detail beschreven in de factsheet generieke emissiebronnen.

  • sectorid
  • gml:id
  • identifier
  • label
  • emissionSourceCharacteristics
  • geometry 

De sectorspecifieke attributen horende bij FarmLodgingEmissionSource zijn hieronder beschreven.

  • sectorId. Kies juiste sector. Zie ook factsheet ‘AERIUS sectoren en sector ID in GML'
  • emission: in principe kan  dit element in zijn geheel weggelaten worden. Calculator rekent dit uit en voegt het vervolgens toe.
    • Emission:
      • value: de emissiewaarde per stof in kg/jaar.
      • substance: de emissiestof.
  • farmlodging: Calculator kan emissies berekenen op basis van een zelf gedefinieerde stal (CustomFarmLodging) of door het opgegeven van een stalsysteem, hoeveelheid dieren, BWL-code en eventuele extra technieken of maatregelen (StandardFarmLodging). Zie ook factsheet emissieberekening stallen.
    • CustomFarmLodging: beschrijft een zelf gedefinieerde stal
      • numberOfAnimals: aantal dieren in deze stal
      • description: beschrijving van de stal
      • emissionfactor: De emissiefactor(en) per kg, jaar en dierplaats die gehanteerd moet worden.
    • Standardfarmlodging:  Deze klasse beschrijft een algemene stal, gebruik makend van een voor gedefinieerde stalcode.
      • numberOfAnimals: aantal dieren in deze stal
      • farmLodgingSystemDefinitionType: Vaststaande (BWL) code die aangeeft om wat voor staltechniek het gaat. Conform domeintabel IMAER_farm_lodging_system_definitions
      • farmlodgingType: Vaststaande (RAV) code die aangeeft om wat voor stalsoort het gaat. Conform domeintabel IMAER_farm_lodging_types.

Naast de hoeveelheid dieren, stalsysteem (RAV) en staltechnieken (BWL) kunnen eventueel extra voer maatregelen  (foddermeasure) en / of extra (additionele of reducerende ) staltechnieken opgegeven worden (lodgingSystem)

  •  farmlodging
    • StandardFarmlodging
      • fodderMeasure: Specificatie van de extra voer maatregelen die gebruikt zijn voor deze stal.
        • fodderMeasureType: Vaststaande code die aangeeft om wat voor maatregel het gaat.  Conform domeintabel IMAER_farm_lodging_fodder_measures
      • lodgingSystem: Specificatie van de extra (additionele of reducerende) staltechnieken die gebruikt zijn voor deze stal.
        • AdditionalLodgingType: Extra staltechniek die bij een bestaande stal gebruikt kan worden. Dit kan voor een gedeelte van de aangegeven dieren gelden.
          • numberOfAnimals: aantal dieren in deze stal
          • farmLodgingSystemDefinitionType: Vaststaande (BWL) code die aangeeft om wat voor staltechniek het gaat. Conform domeintabel
          • lodgingSystemType: Vaststaande (RAV) code die aangeeft om wat voor stalsoort het gaat. Conform domeintabel IMAER_farm_lodging_types
        • ReductiveLodgingSystem
          • farmLodgingSystemDefinitionType: Vaststaande (BWL) code die aangeeft om wat voor staltechniek het gaat. Conform domeintabel
          • lodgingSystemType: Vaststaande (RAV) code die aangeeft om wat voor stalsoort het gaat. Conform domeintabel IMAER_farm_lodging_types

Voorbeeld GML’s
Download een voorbeeld GML voor FarmlodgingEmissionSource.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
610-2616
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie

Toelichting - Sector Mobiele Werktuigen

In het kort
Deze handreiking mobiele werktuigen is een toelichting op het IMAER informatiemodel voor de sector Mobiele Werktuigen. Lees de methodiek factsheet ‘Berekening depositiebijdrage bronnen sector Mobiele werktuigen’ voor toelichting hoe de depositie van sector Mobiele werktuigen berekend wordt. De metadata wordt in een eigen factsheet beschreven.

Voor het juist gebruik van IMAER in deze sector zijn o.a. volgende keuzen van belang:

  • De juiste broncategorie: Landbouw, Bouw en industrie, en Delfstoffenwinning. De broncategorie wordt vastgelegd in de sectorId.
  • de gekozen typering van de werktuigen: stageklasse (StandardOffRoadMobileSource) of een eigen typering (CustomOffRoadMobileSource)

IMAER
Het volledige informatiemodel AERIUS (IMAER) is beschreven in aparte factsheets. Een beknopt overzicht vind je in de factsheet Handreiking IMAER – In het kort.
 
OffRoadMobileEmissionSource
Deze sectorspecifieke klasse beschrijft een verzameling mobiele werktuigen, inclusief geometrie.

Keuze sectorId
De gebruiker kan kiezen uit 3 broncategorieën. Zie ook factsheet ‘AERIUS sectoren en sector ID in GML’. Gebruik voor elke broncategorie de juiste sectorcode in sectorId:

Typering mobiele werktuigen
Kiest de gebruiker voor StandardOffRoadMobileSource dan hanteert Calculator vaste defaultwaarden per sector voor EmissionSourceCharacteristics zoals de hoogte (emissionHeight), spreiding (spread), warmte-inhoud (heatContent) en etmaalvariatie (diurnalVariation). Door de gebruiker ingevulde waarden worden overschreven door Calculator. De emission wordt in dit geval door Calculator berekent op basis van literFuelPerYear en offRoadMobileSourceType.
  
Kiest de gebruiker voor CustomOffRoadMobileSource voert de gebruiker in ieder geval de verplichte velden in: hoogte (emissionHeight), en warmte-inhoud (heatContent).  Voor spread wordt deafult 0 gebruikt als geen waarde wordt ingevuld. Voor de etmaalvariatie (diurnalVariation) hanteert Calculator altijd een vaste defaultwaarde.
 
De gebruiker voert hier zelf de totale emissie (Emission)  van betreffende voertuig(en) in. 

‘Platgeslagen’ tabellen
In tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad OffRoadMobileSourceEmissionSource) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden. Hieronder is per attribuut een nadere omschrijving gegeven. 

Algemene attributen
Een aantal algemene attributen zijn voor alle sector specifieke klassen identiek en worden daarom maar een keer beschreven. De volgende attributen worden in detail beschreven in de factsheet ‘generieke emissiebronnen’.

  • sectorid
  • gml:id
  • identifier
  • label
  • emissionSourceCharacteristics
  • geometry 

Sector specifieke attributen
De sectorspecifieke eigenschappen en attributen horende bij OffRoadMobileSourceEmissionSource zijn hieronder beschreven.

  • sectorId: : alleen kiezen uit de sectoren landbouw (3210),  Bouw en Industrie (3220) en Delftstofwinning (3230)
  • emissionSourceCharacteristic: Bij gebruik van StandardOffRoadMobileSource hanteert Calculator defaultwaarden afhankelijk van de ingevoerde sector.
  • geometry: Een emissiebron mag zowel punten (GM_Point), lijnen (GM_Curve)  als vlakken (GM_Surface) bevatten.
  • emission: in principe kan  dit element in zijn geheel weggelaten worden. Calculator rekent dit uit en voegt het vervolgens toe. De berekende (gesommeerde) emissiewaarde is gebaseerd op StandardOffRoadMobileSource, of de emissies opgegeven onder CustomOffRoadMobileSource (zelf in te vullen) of een optelsom van beiden.
    • Emission:
      • Value: de emissiewaarde per stof in  kg/jaar
      • substance: de emissiestof.
    • offRoadMobileSource
      • StandardOffRoadMobileSource
        • Description: Beschrijving van het voertuig type
        • literFuelPerYear.  Liter brandstof (gesommeerd) dat dit type voertuig per jaar verbruikt.
        • offRoadMobileSourceType: De klasse van dit mobiele werktuig, conform domeintabel IMAER_mobile_source_off_road_categories
      • CustomOffRoadMobileSource; Deze klasse beschrijft een eigen gedefinieerde mobiel werktuig bron, met gesommeerd de emissie en de verdere eigenschappen die van belang zijn voor de verschillende berekeningen
        • description: Beschrijving van het voertuig type
        • emission
          • Emission:
            • Value: de (gesommeerde) emissiewaarde per stof in KG / jaar. De gebruiker geeft hier zelf de emissiewaarde op. 
            • substance: emissiestof, conform enumeration Substance.
          • emissionSourceCharacteristics: Karakteristieken van een mobiele werktuig bron.

Bij gebruik van CustomOffRoadMobileSource hanteert Calculator alleen bij diurnalVariation een vaste defaultwaarde. De rest kan door de gebruiker worden ingevuld, waarbij emissionHeight en heatContent verplichte velden zijn.

Voorbeeld GML’s
Download een voorbeeld GML voor OffRoadMobileSourceEmissionSource.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
612-2617
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie

Toelichting - Sector Plannen

In het kort
Deze handreiking plannen is een toelichting op het IMAER informatiemodel voor de sector ruimtelijke plannen. Lees de methodiek factsheet ‘Berekening depositiebijdrage bronnen sector Plannen’ voor toelichting hoe de depositie van sector Plannen berekend wordt. De metadata wordt in een eigen factsheet beschreven.

IMAER
Het volledige informatiemodel AERIUS (IMAER) is beschreven in aparte factsheets. Een beknopt overzicht vind je in de factsheet Handreiking IMAER – In het kort.
 
PlanEmissionSource
Deze sectorspecifieke klasse beschrijft een verzameling ruimtelijke  ontwikkeling plan bronnen, inclusief geometrie.

‘Platgeslagen’ tabellen
In tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad PlanEmissionSource) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden. Hieronder is per attribuut een nadere omschrijving gegeven.
 
Algemene attributen
Een aantal algemene attributen zijn voor alle sector specifieke klassen identiek en worden daarom maar een keer beschreven. De volgende attributen worden in detail beschreven in de factsheet ‘generieke emissiebronnen’.

  • sectorId
  • gml:id
  • identifier
  • label
  • emissionSourceCharacteristics
  • geometry 

Sector specifieke attributen
De sectorspecifieke eigenschappen en attributen horende bij PlanEmissionSource zijn hieronder beschreven.

  • emissionSourceCharacteristics: Bij gebruik van PlanEmissionSource hanteert Calculator defaultwaarden afhankelijk van het ingevoerde planType. Door de gebruiker ingevulde waarden worden overschreven door Calculator.
  • geometry: Een emissiebron mag zowel punten (GM_Point), lijnen (GM_Curve)  als vlakken (GM_Surface) bevatten.
  • emission: in principe kan dit element in zijn geheel weggelaten worden. Calculator rekent dit uit en voegt het vervolgens toe.
    • Emission:
      • Value: de (gesommeerde) emissiewaarde per stof in kg/ jaar. 
      • substance: de emissiestof.
  • plan. Specificatie van de plannen voor dit emissietype.
    • Plan: Ieder  ruimtelijk ontwikkel plan bron wordt beschreven aan de hand van een aantal karakteristieken. Deze zijn in dit datatype vastgelegd.
      • planType: Het type van dit plan, conform domeintabel IMAER_plan_categories
      • description: De omschrijving van dit plan
      • amount: Elk planType heeft een eenheid. De amount is het aantal van deze eenheid.

Voorbeeld GML’s
Download een voorbeeld GML voor PlanEmissionSource

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
613-2623
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie

Toelichting - Sector Scheepvaart

In het kort
Deze handreiking scheepvaart is een toelichting op het IMAER informatiemodel voor wat betreft de sector scheepvaart. Binnen de sector Scheepvaart maakt AERIUS onderscheid tussen zeeschepen en binnenvaartschepen. Voor zeeschepen wordt de klasse MartimeShippingEmissionSource (varende schepen: zeeroute en binnengaatse route) en MooringMaritimeShippingEmissionSource (aanlegplaatsten) gebruikt. Voor binnenvaart de klasse InlandShippingEmissionSource (varende binnenschepen) en MooringInlandShippingEmissionSource (aanlegplaats).

Lees de methodiek factsheet ‘Berekening depositiebijdrage bronnen sector scheepvaart’ voor toelichting hoe de depositie  van sector scheepvaart berekent wordt. De metadata wordt in een eigen factsheet beschreven.

IMAER
Het volledige informatiemodel AERIUS (IMAER) is beschreven in aparte factsheets. Een beknopt overzicht vind je in de factsheet Handreiking IMAER – In het kort.  

MartimeShippingEmissionSource
Deze sectorspecifieke klasse beschrijft een vaarroute voor zeescheepvaart, inclusief geometrie.

‘Platgeslagen’ tabellen
In tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad MartimeShippingEmissionSource) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden. Hieronder is per attribuut een nadere omschrijving gegeven.

Algemene attributen 
Een aantal algemene attributen zijn voor alle sector specifieke klassen identiek en worden daarom maar een keer beschreven. De volgende attributen worden in detail beschreven in de factsheet ‘generieke emissiebronnen’.

  • sectorid
  • gml:id
  • identifier
  • label
  • emissionSourceCharacteristics
  • geometry 

Sector specifieke attributen
De sectorspecifieke eigenschappen en attributen horende bij MartimeShippingEmissionSource zijn hieronder beschreven.

  • emissionSourceCharacteristics: Voor de sector scheepvaart worden in Calculator defaultwaarden toegekend. emissionSourceCharacteristics hoeft niet te worden ingevuld. Indien wel ingevuld wordt de ingevulde waarde overschreven door Calculator.
  • geometry: Een emissiebron dient alleen als lijnbron (GM_Curve) ingevoerd worden.  Anders kan Calculator geen berekeningen uitvoeren. 
  • emission: in principe kan  dit element in zijn geheel weggelaten worden. Calculator rekent dit uit en voegt het vervolgens toe. Indien wel ingevuld wordt de ingevulde waarde overschreven door Calculator.
    • Emission:
      • Value: de emissiewaarde per stof in kg/jaar
      • substance: de emissiestof.
  • martimeShipping. Ieder zeescheepvaart emissietype voor routes wordt beschreven aan de hand van de volgende karakteristieken:
    • MaritimeShipping: Specificatie van schepen voor dit emissietype
      • shipsPerYear: Aantal schepen op deze vaarroute per jaar
      • description: Omschrijving van dit type schip
      • shipType: Vaststaande code die aangeeft om wat voor type schip het gaat, conform domeintabel   IMAER_shipping_maritime_categories
  • movementType: Hierin wordt het type vaarbeweging opgegeven, conform enumeration MaritimeShippingMovementType.  Oftewel betreft het een zeeroute (MARITIME) of binnengaatse route (INLAND)

MooringMaritimeShippingEmissionSource
Deze sectorspecifieke klasse beschrijft de bronkenmerken van zeeschepen ter hoogte van een aanlegplaats en op de vaarroutes van en naar deze aanlegplaats, inclusief geometrie.
 
Algemene toelichting
De klasse wordt gebruikt voor de emissieberekening van de zeeschepen ter hoogte van de aanlegplaats en de vaarroutes van en naar de aanlegplaats. Voor ieder stilliggend zeeschip moet altijd description, shipType, shipsPerYear (aantal bezoeken) en averageResidenceTime (verblijftijd) worden opgegeven. Ook moet de inlandRoute worden opgegeven: binnengaatse vaarroute van/naar de havenmond (vast aanhaakpunt waar ‘binnengaats’ overgaat naar ‘zee’).  Emissies worden altijd berekend over zowel de aanlegplaats als de binnengaatse route.  

Daarnaast bestaat de optie om ook één of meer vaarroutes op zee (MaritimeShippingRoute) op nemen. Deze routes sluiten aan op het aanhaakpunt in de havenmond. Per zeeroute dient het aantal vaarbewegingen te worden aangegeven. Wanneer vaarroutes op zee zijn toegevoegd worden ook de emissies van de zeeroute meegenomen in de berekening. 
Let op: De vaarbewegingen op de binnengaatse route hoeven niet te worden aangegeven: omdat per aanlegplaats maar één binnengaatse route kan worden opgenomen , worden de vaarbewegingen op de binnengaatse route afgeleid van het aantal (ingevoerde) bezoeken (shipsPerYear). 
Het aantal scheepvaartbewegingen (shippingMovements) op de vaarroute op zee moet wel worden aangegeven (aangezien dit meer dan één routes kunnen zijn). Let op: het totaal aantal vaarbewegingen op zee moet altijd gelijk zijn aan tweemaal het aantal ingevoerde bezoeken   (shipsPerYear).

Let op! De vaarrichting wordt bepaald door de volgorde van intekenen. Advies is om als volgt in te tekenen.

  • inlandroute: Startpunt (A) van de route is de aanlegplaats. Eindpunt (B) van de route is overgangspunt in de havenmond.
  • route: Startpunt (A) van de route is het overgangspunt in de havenmond. 

‘Platgeslagen’ tabellen
In tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad MooringMartimeShippingEmissionSource) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden. Hieronder is per attribuut een nadere omschrijving gegeven. 

Algemene attributen
Zie onder MartimeShippingEmissionSource.

Sector specifieke attributen
De sectorspecifieke eigenschappen en attributen horende bij MooringMartimeShippingEmissionSource zijn hieronder beschreven.

  • emissionSourceCharacteristics: Voor de sector scheepvaart worden in Calculator defaultwaarden toegekend. emissionSourceCharacteristics hoeft niet te worden ingevuld. Indien wel ingevuld wordt deze waarde door Calculator overschreven.
  • geometry: Een emissiebron mag zowel punten (GM_Point), lijnen (GM_Curve)  als vlakken (GM_Surface) bevatten.
  • emission: in principe kan  dit element in zijn geheel weggelaten worden. Calculator rekent dit uit en voegt het vervolgens toe. Indien wel ingevuld wordt de ingevulde waarde overschreven door Calculator.
    • Emission:
      • Value: de emissiewaarde per stof in kg/jaar
      • substance: de emissiestof.
  • mooringMartimeShipping. Ieder scheepvaart emissietype voor aanlegplaatsen wordt beschreven aan de hand van een aantal karakteristieken:
    • MooringMartimeShipping: Specificatie van schepen voor dit emissietype
      • description: Omschrijving van dit type schip
      • shipType: Vaststaande code die aangeeft om wat voor type schip het gaat, conform domeintabel IMAER_shipping_maritime_categories
      • shipsPerYear: Aantal schepen op deze vaarroute per jaar oftewel het aantal bezoeken van een schip op deze aanlegplaats
      • averageResidenceTime: De gemiddelde verblijftijd van de schepen aan de kade in uren.
      • inlandRoute (verplicht):  De route die de schepen binnengaats (tot aan zee) nemen. Is de verbinding tussen de aanlegplaats en een vast punt in de havenmond (overgangspunt van binnengaats naar zee). Is altijd van het type GM_curve. Startpunt (A) van de route is de aanlegplaats. Eindpunt (B) van de route is overgangspunt in de havenmond. 
      • maritimeRoute (optie): De route die de schepen buitengaats (op zee) nemen. Kunnen één of meerdere routes zijn vanaf het overgangspunt in de havenmond.
        • MaritimeShippingRoute
          • shippingMovements: Het aantal scheepsvaartbewegingen op de vaarroute per jaar van en naar de aanlegplaats moet altijd tweemaal het aantal ingevoerde bezoeken (shipsPerYear) zijn.
          • route: geometry van de vaarroute. Startpunt (A) van de route is het overgangspunt in de havenmond. 

InlandShippingEmissionSource
Deze sectorspecifieke klasse beschrijft een vaarroute voor binnenvaart, inclusief geometrie.

Algemene toelichting
Let op! Bij het gebruik van deze klasse is de invoer van de juiste vaarrichting van belang. Lees de factstheet Bepalen stroomrichting in relatie vaarrichting binnenvaart. In deze is het startpunt van de route A en eindpunt van de route B.

‘Platgeslagen’ tabellen
In tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad InlandShippingEmissionSource) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden. Hieronder is per attribuut een nadere omschrijving gegeven.

Algemene attributen
Zie onder MartimeShippingEmissionSource

Sector specifieke attributen
De sectorspecifieke eigenschappen en attributen horende bij InShippingEmissionSource zijn hieronder beschreven.

  • emissionSourceCharacteristics: Voor de sector scheepvaart worden in Calculator defaultwaarden toegekend. emissionSourceCharacteristics hoeft niet te worden ingevuld. Indien wel ingevuld wordt de ingevulde waarde overschreven door Calculator.
  • geometry: Een emissiebron mag alleen als lijnbron (GM_Curve) ingevoerd worden.  Let op: De vaarrichting wordt bepaald door het intekenen. Het startpunt van de route is A, het eindpunt van de route is B.
  • emission: in principe kan dit element in zijn geheel weggelaten worden. Calculator rekent dit uit en voegt het vervolgens toe. Indien wel ingevuld wordt de ingevulde waarde overschreven door Calculator.
    • Emission:
      • Value: de emissiewaarde per stof in kg/jaar
      • substance: de emissiestof.
  • inlandShipping. Ieder binnenvaart emissietype voor routes wordt beschreven aan de hand van de volgende karakteristieken:
    • InlandShipping: Specificatie van schepen voor dit emissietype
      • description: Omschrijving van dit type schip
      • shipType: Vaststaande code die aangeeft om wat voor type schip het gaat, conform domeintabel IMAER_shipping_inland_categories
      • numberOfShipsAtoB  : Aantal schepen van A naar B per etmaal . Vaarroutes worden van A naar B ingetekend
      • numberOfShipsBtoA: Aantal schepen van B naar A per etmaal. Vaarroutes worden van A naar B ingetekend
      • percentageLadenAtoB: Het percentage van numberOfShipsAtoB wat beladen is.
      • percentageLadenBtoA Het percentage van numberOfShipsBtoA wat beladen is.

MooringInlandShippingEmissionSource
Deze klasse beschrijft een aanlegplaats en vaarroute inclusief geometrie voor binnenvaart, inclusief geometrie.

Algemene toelichting
De klasse MooringInlandShippingEmissionSource wordt gebruikt voor de emissieberekening van stilliggende binnenvaartschepen ter hoogte van de aanlegplaats en de vaarroutes van en naar de aanlegplaats. Voor ieder stilliggend binnenvaartschip moet altijd description, shipType, de averageResidenceTime (verbijftijd) opgegeven worden, en ook één of meerdere vaarroutes van en naar de aanlegplaats (InlandShippingRoute). Per vaarroute dient aangegeven te worden of het gaat om aankomende of vertrekkende schepen, en ook het aantal scheepvaartbewegingen en het aandeel schepen dat beladen is.  Emissies worden altijd berekend over de zowel de aanlegplaats als de vaarroute. Op basis van het totaal aankomende en vertrekkende scheepvaartbewegingen wordt het aantal stilliggende schepen   en de bijbehorende emissies berekend.

Let op! Bij het gebruik van deze klasse is de invoer van de juiste vaarrichting van belang. De vaarroute wordt bepaald door het intekenen  . Het startpunt (A) van de vaarroute is steeds de aanlegplaats. Voor InlandShippingRoute betekent dit voor direction:

  • aanmerend betekent naar de aanlegplaats toe en;
  • vertrekkend betekent van de aanlegplaats af. 

Lees ook de factsheet ‘Bepalen stroomrichting in relatie vaarrichting binnenvaart’.

‘Platgeslagen’ tabellen
In tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad MooringInlandShippingEmissionSource) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden. Hieronder is per attribuut een nadere omschrijving gegeven. 

Algemene attributen
Zie onder MartimeShippingEmissionSource

Sector specifieke attributen
De sectorspecifieke eigenschappen en attributen horende bij MooringInlandShippingEmissionSource zijn hieronder beschreven.

  • emissionSourceCharacteristics: Voor de sector scheepvaart worden in Calculator defaultwaarden toegekend. emissionSourceCharacteristics hoeft niet te worden ingevuld. Indien wel ingevuld wordt de ingevulde waarde overschreven door Calculator.
  • geometry: Een emissiebron mag zowel punten (GM_Point), lijnen (GM_Curve)  als vlakken (GM_Surface) bevatten.
  • emission: in principe kan dit element in zijn geheel weggelaten worden. Calculator rekent dit uit en voegt het vervolgens toe. Indien wel ingevuld wordt de ingevulde waarde overschreven door Calculator.
    • Emission:
      • Value: de emissiewaarde per stof in KG / jaar
      • substance: de emissiestof
  • mooringInlandShipping. Iedere aanlegplaats emissietype voor de binnenvaart wordt beschreven aan de hand van de volgende karakteristieken:
    • MooringInlandShipping: Specificatie van schepen voor dit emissietype
      • description: Omschrijving van dit type schip
      • shipType: Vaststaande code die aangeeft om wat voor type schip het gaat, conform domeintabel IMAER_shipping_inland_categories
      • averageResidenceTime:   De gemiddelde verblijftijd van de schepen aan de kade in uren.
      • route: (verplicht )  De route die de schepen vanaf de aanlegplaats nemen.
        • InlandShippingRoute: Karakteristieken van een vaarroute voor (aanmerende) binnenvaart.
          • direction: De vaarrichting (aanmerend/vertrekkend) van de schepen, conform enumeration InlandRouteDirectionType
          • percentageLaden: Het percentage van het aantal schepen wat beladen is.
          • route: De geometry van de vaarroute, als GM_Curve. Het intekenen bepaald de vaarrichting. Het startpunt (A) van de vaarroute is steeds de aanlegplaats.
          • shippingMovements: Het aantal scheepsbewegingen op de vaarroute per jaar.

Voorbeeld GML’s
Download voorbeeld GML’s voor:

  • MartimeShippingEmissionSource
  • MooringMaritimeShippingEmissionSource
  • InlandShippingEmissionSource
  • MooringInlandShippingEmissionSource

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
611-2618
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie

Toelichting - Sector Verkeer en Vervoer

In het kort
Deze handreiking Verkeer en Vervoer is een toelichting op het IMAER informatiemodel voor wat betreft de sector Verkeer en Vervoer. Lees de methodiek factsheet ‘Berekening depositiebijdrage bronnen sector Verkeer en Vervoer’ voor toelichting hoe de depositie in deze sector berekend wordt.

Binnen de sector Verkeer en Vervoer wordt voor het berekenen van emissies en concentratiebijdrage van het wegverkeer een onderscheid gemaakt tussen de rekenmethodieken SRM2 (klasse SRM2Road) en SRM1 (klasse SRM1Road). Op dit moment is alleen SRM2 geïmplementeerd in AERIUS Calculator en wordt de klasse SRM1Road niet gebruikt.

IMAER biedt ook de mogelijkheid om netwerken te genereren. Meerdere wegen of wegsegmenten vormen dan samen een netwerk. IMAER gebruikt hiervoor de klasse RoadNetwork die in de vorm van een ‘association role’ gekoppeld wordt aan SRM2Road. Op die manier is het  mogelijk om meerdere wegsegmenten als één bron te visualiseren. In de AERIUS Calculator applicatie wordt een RoadNetwork bijv. als één bron gevisualiseerd. Dit biedt dus mogelijkheden om ook in eigen bronapplicaties te implementeren.

Daarnaast biedt SRM2Road de mogelijkheid om gebruik te maken van Dynamic Segmentation of Linear Referencing (SRM2LinearReference). Voor gedefinieerde gedeelten van een weg worden dan de waarden die voor de gehele weg gelden overschreven. 

In deze facstheet worden de klassen SRM2Road en RoadNetwork beschreven. De metadata wordt in een eigen factsheet beschreven.

IMAER
Het volledige informatiemodel AERIUS (IMAER) is beschreven in aparte factsheets. Een beknopt overzicht vind je in de factsheet Handreiking IMAER – In het kort.
 
SRM2Road
Deze sectorspecifieke klasse beschrijft een weg als emissiebron, inclusief geometrie. Deze weg wordt gebruikt om emissies volgens SRM2 door te rekenen. Onder SRM2 vallen wegen die niet onder SRM1 vallen, buitenstedelijke wegen en snelwegen.

‘Platgeslagen’ tabellen
In tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad SRM2Road) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden. Hieronder is per attribuut een nadere omschrijving gegeven.

Algemene attributen 
Een aantal algemene attributen zijn voor alle sector specifieke klassen identiek en worden daarom maar een keer beschreven. De volgende attributen worden in detail beschreven in de factsheet ‘generieke emissiebronnen’.

  • sectorId
  • gml:id
  • identifier
  • label

Sector specifieke attributen
De sectorspecifieke eigenschappen en attributen horende bij SRM2Road zijn hieronder beschreven.

  • emissionSourceCharacteristics: Let op! Deze kenmerken worden niet gebruikt in de SRM2 berekeningen. Kan dus worden weggelaten.
  • geometry: Een emissiebron dient alleen als lijnbron (GM_Curve) ingevoerd worden.  Anders kan Calculator geen berekeningen uitvoeren.
  • emission: in principe kan dit element in zijn geheel weggelaten worden. Calculator rekent dit uit en voegt het vervolgens toe.
    • Emission:
      • Value: de emissiewaarde per stof in kg/jaar
      • substance: de emissiestof. 

De methode van emissieberekening is o.a. afhankelijk van typering van het wagenpark dat de gebruiker kiest. Het type wagenpark wordt gedefinieerd in het verplichte attribuut vehicle. De keuze is uit: StandardVehicle = standaard (emissieberekening wegverkeer – standaard); SpecificVehicle = euroklasse (emissieberekening wegverkeer – euroklasse); CustomVehicle = eigen specificatie (emissieberekening wegverkeer – eigen specificatie)

  • vehicles. Specificatie van wegvervoer voor dit emissietype.
    • StandardVehicle
      • vehiclesType: Type voertuig, conform enumeration StandardVehicleType
      • vehiclesPerDay: Aantal voertuigen per dag
      • stagnationFactor: Fractie van het verkeer dat stagneert (een waarde tussen 0.1. en 1.0)
    • SpecificVehicle
      • vehiclesType: Type voertuig, conform domeinlijst mobile_source_on_road_categories
      • vehiclesPerDay: Aantal voertuigen per dag
    • CustomVehicle
      • vehiclesPerDay: Aantal voertuigen per dag
      • description: Beschrijving van karakteristieken van de eigen gespecificeerde voertuigen.
      • emission: De emissie in g/km per voertuig per 24 uur.
        • Emission:
          • Value: emissiewaarde per stof in g/km per voertuig. Gebruiker geeft hier zelf de emissie op.
          • substance: de emissiestof.
  • inNetwork. Geeft aan bij welk netwerk een weg hoort. Is een ‘association role’ to RoadNetwork. Zie ook de aparte beschrijving van Roadnetwork in deze facstheet.
  • isFreeway: geeft aan of het wel of geen snelweg is. De boolean waarde “true” geeft aan dat het wel een snelweg is.
  • maximumSpeed: Maximum snelheid in kilometers per uur
  • strictEnforcement: Wel of geen stikte handhaving van de snelheid. De boolean waarde “true” geeft aan dat er wel een stricte handhaving is van de snelheid.
  • tunnelFactor: Voor een wegdeel dat direct aansluit op de uitrit van een tunnelbuis, die tenminste 100 meter lang is en waarbinnen sprake is van één rijrichting, worden de emissies tot op een afstand van 100 meter van de uitrit van een tunnelbuis verrekend met een factor. Dit is die factor. Indien geen sprake is van een tunnel, kan 1.0 gebruikt worden
  • elevation: Verhogingstype van de weg, conform enumeration RoadElevation
  • elevationHeight: Verhoging van de weg (in meters)
  • barrierLeft: De afscheiding aan de linkerkant van de weg
    • RoadSideBarrier: Karakteristieken van een scheiding(wal of scherm) aan de kant van de weg.
      • barrierType: Type van deze scheiding, conform RoadSideBarrierType
      • height: hoogte van deze scheiding in meters.
      • distance: afstand tot de wegas van deze scheiding in meters.
  • barrierRight: De afscheiding aan de rechterkant van de weg
    • RoadSideBarrier: Karakteristieken van een scheiding(wal of scherm) aan de kant van de weg.
      • barrierType: Type van deze scheiding, conform RoadSideBarrierType
      • height: hoogte van deze scheiding in meters.
      • distance: afstand tot de wegas van deze scheiding in meters.
  • partialChange: Specificatie wijzigingen op een gedeelte van de weg. Mits opgegeven, dan wordt op dat gedeelte van de weg de standaaard waarde overschreven door hetgeen hier is opgegeven. Dit kan meerdere keren voorkomen. Dit is een stukje Dynamic Segmentation of Linear Referencing.
    • SRM2LinearReference: Deze klasse kan gebruikt worden om voor een gedeelte van de weg een of meerdere attributen een andere waarde te geven. Te gebruiken voor SRM2Road:
      • fromPosition: Positie vanaf waar de waarde(s) gaan gelden. De eenheid is %.
      • toPosition: Positie tot waar de waardes gaan tellen. De eenheid is %.
      • isFreeway: geeft aan of het wel of geen snelweg is. De boolean waarde “true” geeft aan dat het wel een snelweg is.
      • maximumSpeed: Maximum snelheid in kilometers per uur
      • strictEnforcement: Wel of geen stikte handhaving van de snelheid. De boolean waarde “true” geeft aan dat er wel een stricte handhaving is van de snelheid.
      • tunnelFactor: Voor een wegdeel dat direct aansluit op de uitrit van een tunnelbuis, die tenminste 100 meter lang is en waarbinnen sprake is van één rijrichting, worden de emissies tot op een afstand van 100 meter van de uitrit van een tunnelbuis verrekend met een factor. Dit is die factor. Indien geen sprake is van een tunnel, kan 1.0 gebruikt worden
      • elevation: Verhogingstype van de weg, conform enumeration RoadElevation
      • elevationHeight: Verhoging van de weg (in meters)
      • barrierLeft: De afscheiding aan de linkerkant van de weg
        • RoadSideBarrier: Karakteristieken van een scheiding(wal of scherm) aan de kant van de weg.
          • barrierType: Type van deze scheiding, conform RoadSideBarrierType
          • height: hoogte van deze scheiding in meters.
          • distance: afstand tot de wegas van deze scheiding in meters.
        • barrierRight: De afscheiding aan de rechterkant van de weg
          • RoadSideBarrier: Karakteristieken van een scheiding(wal of scherm) aan de kant van de weg.
            • barrierType: Type van deze scheiding, conform RoadSideBarrierType
            • height: hoogte van deze scheiding in meters.
            • distance: afstand tot de wegas van deze scheiding in meters.  

RoadNetwok
Deze klasse beschrijft een netwerk, waarbij meerdere elementen gegroepeerd kunnen worden.

‘Platgeslagen’ tabellen
In tabel IMAER handreiking tabellen (werkblad RoadNetwork) zijn de attributen benoemd, de waarden aangegeven die deze attributen moeten bevatten en is aangegeven of het  gebruik van het attribuut verplicht is en of het attribuut meerdere malen gebruikt mag worden. Hieronder is per attribuut een nadere omschrijving gegeven. 

Algemene Attributen 
Een aantal algemene attributen zijn voor alle sector specifieke klassen identiek en worden daarom maar een keer beschreven. De volgende attributen worden in detail beschreven in de factsheet ‘generieke emissiebronnen’.

  • gml:id
  • identifier
  • label

Klasse specifiek attribuut:

  • element: Referenties naar alle elementen die horen bij het netwerk.

Het attribuut element is van het type association role. Het geeft aan met welke objecten dit RoadNetwork associaties heeft. In dit geval is dit SRM2Road. Volgens het IMAER model is ook een associatie met SRM1Road mogelijk. Deze is echter nog niet geïmplementeerd in Calculator. De link wordt gelegd middels een xlink:href. Zie ook factsheet '3. GML Definities' en de voorbeeld GML

Voorbeeld GML’s
Download voorbeeld GML’s voor:

  • SRM2RoadEmissionSource  met een voorbeeld voor Linear Referencing
  • SRM2RoadEmissionSource  in een  RoadNetWork

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
614-2619
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie

Toelichting - Sectoren Industrie, Energie, Wonen en werken, Spoor, Luchtvaart

In het kort
Deze handreiking overige sectoren is een toelichting op het IMAER informatiemodel voor wat betreft de sectoren Energie, Wonen en werken, Industrie, Railverkeer en Luchtverkeer. Lees de diverse methodiek factsheet voor toelichting hoe de depositie voor deze sectoren berekend worden. IMAER gebruikt voor deze sectoren de klasse EmissionSource. De ingevulde sectorId bepaalt de defaultwaarden die in emissionSourceCharacteristics worden meegenomen. Zie de factsheet ‘generieke emissiebronnen’ voor nadere toelichting over het gebruik van de klasse EmissionSource. Gebruik factsheet ‘AERIUS sectoren en sector ID in GML’ voor keuze uit juiste sectoren.

Voorbeeld GML:
Download voorbeeld GML voor EmissionSoucre.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
620-2620
Voor
  • Connect
Type
Algemeen
Versie