Onderscheid hexagonen met en zonder (naderende) overbelasting

Versie: 
01-09-2017

In AERIUS Register vindt de boekhouding van depositieruimte plaats. De hexagonen waarop boekhouding plaatsvindt, zijn de zogenoemde ‘OR-relevante hexagonen’ (zie ook Gebruik hexagonen in AERIUS). Binnen de set ‘OR-relevante hexagonen’ is er onderscheid tussen hexagonen waar wél en hexagonen waar géén sprake is van een (naderende) overbelasting op het gebied van stikstof.

Uitleg hexagonen met en zonder overbelasting 

Voor de (naderend) overbelaste hexagonen wordt in het PAS – ondanks de overbelasting -  een beperkte hoeveelheid depositieruimte beschikbaar gesteld voor nieuwe ontwikkelingen en uitbreiding van bestaande projecten. Deze depositieruimte wordt vooraf bepaald en meegenomen tijdens het beoordelen van de effecten van de totale stikstofdepositie op de natuur. In de figuur is dit geïllustreerd met het linker buisje. 
De depositieruimte die beschikbaar wordt gesteld maakt een beperkt deel uit van de totale depositie in het buisje, die als zodanig in het kader van de PAS ecologisch is beoordeeld (en die in dit geval dus boven de kritische depositiewaarde zit). Getalsmatig wordt de beschikbare depositieruimte verdeeld over vier segmenten: reservering voor autonome ontwikkelingen (Deze worden met AERIUS Monitor gevolgd), ruimte voor meldingen (grenswaardereservering), ruimte voor prioritaire projecten (segment 1) en ruimte voor niet prioritaire vergunningaanvragen (segment 2). In de figuur is deze verdeling van de depositieruimte weergegeven met het ingezoomde deel boven het linker buisje. 
 
Voor hexagonen waar geen (naderende) overbelaste situatie is wordt in beginsel op dezelfde wijze als de (bijna) overbelaste hexagonen bepaald wat de hoeveelheid depositieruimte zou moeten zijn. Echter, zolang op deze hexagonen ook ná het uitgeven van deze berekende hoeveelheid ruimte de depositie nog ruim onder de KDW blijft, is er geen reden aanvragen en meldingen te gaan weigeren op het moment dat de vooraf bepaalde depositieruimte op is. Immers, zolang er geen sprake is van een (naderende) overschrijding van de KDW, is er ook geen sprake van mogelijk significante effecten en dus ook geen aanleiding activiteiten te weigeren op grond van hun depositiebijdrage. In het PAS is daarom afgesproken dat in deze gevallen de depositieruimte zoals die vooraf berekend is opgehoogd mag worden om concrete activiteiten mogelijk te maken, zolang de totale depositie maar minstens 70 mol/ha/jaar onder de KDW blijft. De vooraf berekende ruimte voor meldingen en aanvragen segment 2 plus de ophoging kan gebruikt worden voor zowel meldingen als aanvragen segment 2. De grens van 70 mol/ha/jaar is de invulling van het begrip (naderende) overbelaste situatie.

Het ophogen van de depositieruimte tot 70 mol/ha/jaar onder de KDW is geïllustreerd in de figuur met het rechter buisje. Te zien is dat meldingen en aanvragen segment 2 één hoeveelheid ruimte delen. Als van deze gedeelde ruimte de grens van 95% benutting overschreden wordt, gaat de grenswaarde van het betreffende Natura 2000-gebied naar beneden (grenswaardeverlaging) en kunnen er geen meldingen meer worden gedaan. De resterende 5% kan dan nog wel gebruikt worden door vergunningaanvragen, omdat het gaat om gedeelde ruimte en de 95%-regel niet geldt voor vergunningaanvragen.

 

 

 

 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
715-3848
Voor
  • Register
Type
Methodiek
Versie
  • 01-09-2017