Gebruik schaalfactoren

Versie: 
15-12-2015

In het kort
Bij het bepalen van de depositiebijdrage en groeibehoefte van (deel)sectoren vindt per sector en stof (NH3 en NOX) een schaling plaats van de emissies of deposities. De schaling wordt toegepast bij (deel)sectoren waarvoor in de beschouwde (toekomst)jaren geen verfijnde emissies zijn gebruikt.
De toegepaste schaalfactoren zijn overgenomen of afgeleid van de schaalfactoren die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten

De schaalfactoren worden toegepast bij:

  • berekenen van niet verfijnde depositiebijdrage in de huidige situatie (2014)
  • berekenen van de niet-verfijnde depositiebijdrage in 2020/2030 in een situatie zonder economische groei
  • berekenen van de niet-verfijnde groeibehoefte in 2020/2030.

Wanneer is gebruik gemaakt van schaling in Monitor?
Monitor onderscheidt de volgende toepassingen van schaalfactoren:

  1. Schaling van de niet verfijnde depositiebijdragen die in Monitor per sector en stof zijn berekend op basis van de emissies die door RIVM zijn aangeleverd voor het basisjaar van de GCN/GDN kaarten. 

    Op de berekende depositiebijdragen in het basisjaar vindt driemaal een schaling plaats:

    a. bepalen van de niet verfijnde depositiebijdrage per sector in 2014 (huidige situatie), op basis van groeiscenario met hoge groei (ABR)
    b. bepalen van de niet verfijnde depositiebijdrage per sector in 2020/2030, voor het groeiscenario met 0% economische groei (POR)
    c. bepalen van de niet verfijnde RIVM groeibehoefte (in depositie) in 2020/2030, op basis van het verschil in emissieontwikkeling tussen het hoge groeiscenario enerzijds (ABR) en het 0% groeiscenario anderzijds (POR). Als de niet verfijnde groeibehoefte wordt opgeteld bij de niet verfijnde sectorbijdrage in het scenario zonder groei in 2020/2030 (1b), ontstaat inzicht in de totale depositiebijdrage op basis van RIVM emissies en emissiegroei (het scenario met hoge economische groei).

     
  2. Schaling van de niet verfijnde emissies in het basisjaar van het RIVM, met dezelfde schaalfactoren voor groei die gebruikt worden om de niet verfijnde RIVM groeibehoefte in depositie te bepalen (1c). De aldus bepaalde landelijke RIVM groeibehoefte voor 2020/2030, uitgedrukt in emissies, wordt vergeleken met de emissiebehoefte van de uitgebreide lijst van voorziene Projecten. Op basis van deze vergelijking wordt bepaald hoe de groeibehoefte van een sector ruimtelijk over Nederland wordt verdeeld.

Hoe worden de schaalfactoren bepaald?
Schaalfactoren ABR, voor berekenen van niet verfijnde bijdrage in 2014
De schaalfactoren voor 2014 zijn bepaald door de schaalfactoren ABR voor 2012 en 2015 zoals aangeleverd door het RIVM te interpoleren. De aldus bepaalde schaalfactoren voor 2014 gelden ten opzichte van het basisjaar waarvoor de emissies zijn aangeleverd (2011) en kunnen daarom direct toegepast worden op de berekende depositiebijdragen voor dat basisjaar. Resultaat van deze schaling is de niet verfijnde depositiebijdrage van een sector in 2014.

Opgemerkt wordt dat voor de meeste sectoren de ABR schaalfactoren kleiner dan 1 zijn. Dat betekent dat de emissies en depositiebijdrage in 2014 lager zijn dan in het basisjaar. Dit is het effect van beleid en maatregelen, die ervoor zorgen dat ondanks economische groei toch sprake is van een netto daling van de emissies.

Schaalfactoren POR, voor berekenen niet-verfijnde sectorbijdrage in 2020/2030 zonder groei
De door het RIVM aangeleverde schaalfactoren voor de ABR (hoge groei, 2,5%) en de BOR (lage groei, 0,9%) zijn geëxtrapoleerd om te komen tot een schaalfactor voor een groeiscenario met 0% economische groei. Dit zijn de POR-schaalfactoren ten opzichte van de emissies in het aangeleverde basisjaar en kunnen daarom direct worden toegepast op de berekende depositiebijdragen voor dat basisjaar. Toepassing van deze schaalfactoren laat zien hoe de deposities zich zouden ontwikkelen als er vanaf het basisjaar geen groei (geen nieuwe ontwikkelingen) meer zou zijn.

Bij de meeste sectoren dalen de emissies in de tijd in het 0% groeiscenario. Dit is het gevolg van positieve beleidseffecten (zoals de verschoning van het wagenpark). Het kan ook voorkomen dat de emissies gelijk blijven ten opzichte van de huidige situatie (2014). In Monitor komt een toename van emissies ten opzichte van de huidige situatie in het 0% groeiscenario niet voor.

Schaalfactoren groei, voor berekenen niet-verfijnde groeibehoefte in 2020/2030
Het verschil in emissieontwikkeling tussen het hoge groeiscenario enerzijds (ABR) en het 0% groeiscenario anderzijds (POR) is de groeibehoefte voor een sector. De schaalfactoren voor de groei zijn in twee stappen bepaald:

  1. Eerst is de schaalfactor voor de POR afgetrokken van de schaalfactor voor de ABR, voor hetzelfde jaar. Dit leidt tot schaalfactoren voor de groei in 2014, 2020 en 2030 ten opzichte van het basisjaar.
  2. Vervolgens zijn de schaalfactoren voor de groei in 2020 en 2030 ten opzichte van het basisjaar gecorrigeerd voor de groei die plaatsvindt in 2014 ten opzichte van het basisjaar. Dit levert schaalfactoren groei op voor 2020 en 2030 ten opzichte van 2014.

Het resultaat van bovenstaande zijn de Monitor schaalfactoren voor groei voor 2020 en 2030 (per sector en stof). Deze schaalfactoren worden toegepast op de emissies of deposities in het basisjaar om de groeibehoefte vanaf het begin van de PAS tot aan 2020/2030 te berekenen.

Opgemerkt wordt dat de schaalfactoren voor groei negatief kunnen zijn. Dit betekent dat de landelijke sectoremissies in het groeiscenario met hoge economische groei minder toenemen (of harder dalen) dan in het 0% groeiscenario. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen als de economische groei schonere technieken stimuleert, waardoor de uiteindelijke emissies lager uitkomen dan zonder groei, ondanks een toename in activiteiten. Met dit gunstige effect is rekening gehouden bij het berekenen van de totale depositie in Monitor. Bij het berekenen van de ontwikkelingsruimte en ontwikkelingsbehoefte wordt negatieve groei niet meegenomen.


Factsheet

Factsheet
409-3001
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie