Bepalen totale depositie

Versie: 
01-09-2017

In het kort
Monitor toont zowel de totale stikstofdepositie als de opbouw van de depositie in Natura 2000-gebieden, voor de referentiesituatie (2014), het gepasseerde jaar en de toekomstjaren 2020 en 2030. Monitor laat kaartlagen zien, waarbij op het meest gedetailleerde zoomlevel de depositie is weergegeven per hexagoon met een oppervlak van 1 ha. Tevens zijn in Monitor en de bijbehorende rapportages gemiddelde deposities per Natura2000 gebied of per habitattype in een gebied terug te vinden. Daarbij wordt altijd alleen gemiddeld over relevante hexagonen.

Tenzij expliciet aangegeven, is de totale depositie in Monitor altijd de depositie in het scenario met PAS. Het scenario met PAS is op sectorniveau alleen voor de sectoren stallen en mest afwijkend van de autonome ontwikkeling.

Bij de opbouw van de totale deposities in het scenario met PAS maakt Monitor onderscheid tussen:

  • de depositie van Nederlandse sectoren
  • de depositie van buitenlandse bronnen
  • overige depositie

 

Een deel van de extra depositiedaling die ontstaat door PAS maatregelen mag worden gebruikt voor nieuwe ontwikkelingen. Bij het bepalen van de totale depositie in toekomstjaren is hiermee rekening gehouden. Deze extra depositieruimte door beleid is opgenomen onder de ‘overige depositie’.

Hoe is de depositiebijdrage van Nederlandse sectoren berekend?
De depositiebijdrage per sector is gebaseerd op beschikbare gegevens over de feitelijke emissies en de voorziene emissieontwikkeling per sector die rekening houdt met een bepaalde economische groei (nieuwe ontwikkelingen binnen de sector) en met effecten van beleid (bijvoorbeeld stimulering schonere technieken).

Monitor maakt bij het bepalen van de depositiebijdrage per sector onderscheid tussen niet-verfijnde sectoren en verfijnde sectoren.

  • Voor de niet-verfijnde sectoren maakt Monitor direct gebruik van de emissiebestanden en ruimtelijke verdeling van de emissies uit het project Emissieregistratie (ER) van het RIVM. Op basis hiervan wordt de depositiebijdrage berekend voor het jaar 2013 (het basisjaar van de emissies in de ER). Om te komen tot depositiebijdragen in 2014, 2015, 2020 en 2030 vindt schaling plaats van de berekende depositiebijdragen in 2013. De schaalfactoren zijn afgeleid van de emissieontwikkeling per sector op basis van het PBL scenario in de NEV 2015 dat uitgaat een hoge economische groei en de uitvoering van vaststaand en voorgenomen beleid. De emissies en emissieontwikkeling waarvan Monitor uitgaat voor niet-verfijnde sectoren vormen ook de basis voor de GCN/GDN kaarten.
  • Voor de verfijnde sectoren wordt in beginsel uitgegaan van emissiegegevens die zijn aangeleverd door de partijen die verantwoordelijk zijn voor deze gegevens (‘bronhouders’). Dit betekent dat de totale emissies en emissieontwikkeling kunnen afwijken van de emissies uit de Emissieregistratie of de emissiegroei op basis van het landelijke scenario voor deze sectoren. Daarnaast kunnen sectoren deels verfijnd zijn, omdat voor de toekomst (lokaal) extra groei is meegenomen bovenop de niet-verfijnde emissieontwikkeling voor deze sector, om specifieke projecten mogelijk te maken. De sector is dan niet als geheel verfijnd (de emissies uit de Emissieregistratie en de landelijke scenario's vormen nog steeds de basis voor de emissieontwikkeling), maar uiteindelijk wordt hier door de ophogingen wel (beperkt) van afgeweken en is dus wel sprake van een ‘verfijning’ van emissies

 

Onderstaande tabel geeft aan voor welke sectoren in Monitor verfijningen zijn doorgevoerd voor de emissies of emissiegroei. Voor deze sectoren sluiten de emissietotalen in AERIUS dus niet één op één aan bij de emissietotalen waarvan RIVM is uitgegaan bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten.

Sectoren STOF GEBIED VERFIJNING 2014 VERFIJNING 2015, 2020, 2030
Stallen NH3 Nederland X X
Mest NH3 Nederland   X
ENINA, inclusief mobiele werktuigen NOx Rijnmondgebied X X
ENINA NOx, NH3 Buiten Rijnmondgebied   X
Mobiele werktuigen NOx Buiten Rijnmondgebied X X
Binnenvaart NOx Rijnmondgebied X X
Binnenvaart NOx Buiten Rijnmondgebied   X
Zeescheepvaart NOx Rijnmondgebied   X
Zeescheepvaart NOx Buiten Rijnmondgebied   X
Wegverkeer - HWN NOx, NH3 Nederland X X
Wegverkeer - OWN NOx, NH3 Nederland   X
Railverkeer NOX, NH3 Nederland   X
Luchtvaart NOx Nederland X X
Consumenten NH3 Nederland X X

ENINA staat voor Energie, Industrie en Afvalverwerking. Het Rijnmondgebied omvat het Haven en Industriecomplex Rotterdam (HIC Rotterdam), aangevuld met Maasvlakte 2. Bij luchtvaart gaat het om zowel burger- als militaire luchtvaart.

Hoe is de depositiebijdrage van buitenlandse bronnen berekend?
De bijdrage van buitenlandse emissies is berekend op dezelfde wijze als de bijdrage van Nederlandse sectoren. Er is gebruik gemaakt van de bronbestanden (emissies) die ook worden gebruikt door het RIVM bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten.

Hoe is de overige depositie berekend?
Monitor houdt bij de berekening van de totale deposities rekening met:

  • de bijdrage van ammoniakemissies uit zee (voorheen de ‘duinencorrectie’)
  • de bijtelling voor onverklaarde depositie
  • de extra depositieruimte die beschikbaar komt door PAS beleid
  • de ophoging om tekorten in ontwikkelingsruimte weg te werken, zolang de totale depositie ook met ophoging minstens 70 mol/ha/jaar onder de KDW blijft.

 

Bijdrage ammoniakemissies uit zee
Monitor berekent de depositiebijdrage als gevolg van ammoniakemissies uit zee (algen) op basis van de bronbestanden uit het project Emissieregistratie. De emissies in deze bronbestanden hebben een resolutie van 1x1 km. Deze depositiebijdrage is in alle jaren en beleidsscenario’s gelijk.

Bijtelling voor onverklaarde depositie
De bijtelling voor onverklaarde depositie is een correctie voor het verschil tussen gemeten en berekende concentratie- en depositiewaarden. Voor de NOX depositiebijdrage gaat Monitor uit van depositiewaarden voor de bijtelling die zijn aangeleverd door het RIVM (deze waarden gelden per 1x1 km en zijn ook gebruikt voor de GCN/GDN kaarten). Voor de NH3 depostiebijdrage is de bijtelling bepaald door de rekenresultaten van Monitor (zonder bijtelling) te vergelijken met RIVM metingen.

Extra depositieruimte door PAS beleid
De PAS maatregelen leiden tot lagere sectorbijdragen van stallen en mest in het scenario met PAS dan in de autonome ontwikkeling. De helft van de extra depositiedaling als gevolg van het generieke Rijksbeleid en de helft van de depositiedaling als gevolg van het beleid van Limburg komt weer beschikbaar als extra depositieruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Deze extra depositieruimte is opgeteld bij de totale berekende depositie in het scenario met PAS. Op die manier is bij de prognoses voor de totale depositie altijd al rekening gehouden met het volledig opvullen van alle beschikbare depositieruimte.

Ophoging tekorten tot een maximale totale depositie van 70 mol/ha/jaar onder de KDW
Voor ieder rekenpunt (hexagoon van 1 hectare) waar tekorten in ontwikkelingsruimte in 2020 en 2030 worden berekend maar de totale depositie meer dan 70 mol onder de KDW ligt, is de depositieruimte en totale depositie opgehoogd met het tekort, tot een maximum van 70 mol onder de KDW.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
384-3206
Voor
  • Monitor
Type
Algemeen
Versie