Bepalen stroomrichting in relatie tot vaarrichting binnenvaart

Versie: 
17-03-2017

In het kort
De emissiefactoren en bronkenmerken van varende binnenvaartschepen zijn mede afhankelijk van de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting. De gebruiker definieert hiertoe per vaarrichting de brongegevens (type schepen, aantal schepen, ladingstoestand). AERIUS geeft de gebruiker een suggestie voor het type vaarwater en de stroomrichting (stroomopwaarts of stroomafwaarts). Bij de suggestie voor de stroomrichting wordt uitgegaan van generieke gegevens die zijn opgenomen in de AERIUS database. De gebruiker dient zelf tecontroleren of deze suggestie juist is of door de gebruiker moet worden aangepast.

Hoe bepaalt AERIUS de stroomrichting in relatie tot de vaarrichting?
Bij het bepalen  van de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting doorloopt AERIUS de volgende stappen:

Stap 1: Definiëren beginpunt vaarwegen
AERIUS gaat uit van de vaarwegen in het NWB vaarwegen. Voor een aantal vaarwegen geldt dat de emissies van schepen mede afhankelijk zijn van de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting. De locatie en de stroomrichting van deze vaarwegen is bekend. Het meest stroomop gelegen punt van de vaarweg wordt beschouwd als het ‘beginpunt’ van de vaarweg.

Stap 2: Bepalen afstand tussen begin- en eindpunt vaarroute en beginpunt vaarweg  
De gebruiker voert een vaarroute in en geeft per vaarrichting de brongegevens aan. De vaarroute wordt vervolgens gekoppeld aan de dichtstbijzijnde NWB vaarwegen.
Wanneer (een deel van) de route wordt gekoppeld aan een NWB vaarweg waarvoor geldt dat de emissies afhankelijk zijn van de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting, wordt de (loodrechte) afstand bepaald tussen:

  • het beginpunt van de ingevoerd vaarroute en het beginpunt van de vaarweg (d1)
  • het eindpunt van de ingevoerde vaarroute en het beginpunt van de vaarweg (d2).

Stap 3: Bepalen stroomrichting per vaarrichting
De afstand tussen het beginpunt van de vaarroute en het beginpunt van de vaarweg (d1) wordt vergeleken met de afstand tussen het eindpunt van de vaarroute en het beginpunt van de vaarweg (d2). Indien d1<d2, dan gaat de vaarrichting met de stroom mee. Indien d1>d2, dan gaat de vaarrichting tegen de stroom in.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
306-3288
Voor
  • Calculator
Type
Methodiek
Versie