Bepalen ontwikkelingsruimte stoppers

Versie: 
28-06-2018

In het kort

In Monitor is depositieruimte berekend die vrijkomt door de zogenoemde stoppers in de landbouw. Stoppers zijn landbouwbedrijven die hun werkzaamheden beëindigen tussen 2014 en 2021 en vervolgens geen dierrechten en bedrijfsmiddelen meer bezitten. De apart berekende ‘stoppersruimte’ die is berekend in Monitor is opgenomen in de depositieruimte en voorziene ontwikkelingsbehoefte voor de landbouw.

 

Hoe is de ontwikkelingsruimte voor stoppers berekend?
De ontwikkelingsruimte die beschikbaar komt als gevolg van stoppers is berekend door tot 2021 en 2030 alle veehouderijen die geen hobbyboer zijn (bedrijfsemissies van meer dan 100 kg/jaar) en die tevens verder dan 1 km van Natura 2000-gebieden liggen, te laten krimpen met de helft van het percentage van het aantal landbouwbedrijven dat in de betreffende provincie naar verwachting stopt tussen 2014 en 2021.

Om te voorkomen dat door het beschikbaar stellen van stoppersruimte de stikstofdepositie lokaal per saldo toeneemt als er minder bedrijven stoppen dan is aangenomen, zijn de volgende veiligheidsmarges gehanteerd voor de berekening van de stoppersruimte:

  1. Bedrijfsbeëindigingen in of binnen een afstand van 1 km rond Natura-2000 gebieden worden niet meegenomen bij de berekening van de stoppersruimte om lokale pieken te voorkomen.
  2. Door uit te gaan van de percentages per provincie wordt rekening gehouden met regionale verschillen in de omvang van bedrijfsbeëindigingen.
  3. Voor de percentages per provincie is uitgegaan van de onderraming.
  4. Slechts de helft van de berekende depositieruimte die beschikbaar komt als gevolg van bedrijfsbeëindigingen wordt als ‘stoppersruimte’ gedefinieerd.
  5. Als extra veiligheidsmarge is slechts 60% van de op basis van bovenstaande uitgangspunten berekende stoppersruimte (dus 30% van de berekende depositieruimte die beschikbaar komt als gevolg van bedrijfsbeëindigingen) in AERIUS Register beschikbaar gesteld.

 

De percentages per provincie zijn gebaseerd op tabel 1 in bijlage 1 van het rapport ‘vrijkomende agrarische bebouwing in het landelijk gebied’ (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2014/06/27/vrijkomende...).
In dit rapport is bij de prognoses voor de stoppende bedrijven tussen 2012 en 2030 per provincie een onderraming en bovenraming gemaakt. Om zeker te stellen dat de berekende depositieruimte niet groter is dat de feitelijke depositieruimte die beschikbaar komt als gevolg van stoppers, is binnen het PAS veiligheidshalve uitgegaan van de onderraming.
De stoppers zijn in het rapport in beeld gebracht van 2012 tot 2030 (18 jaar). Omdat in AERIUS Monitor is gerekend voor één PAS-tijdvak (6 jaar) is uitgegaan van 1/3de van de in het rapport genoemde aantal stoppende bedrijven per provincie.

 

Provincie

Percentage stoppers tot 2021

Drenthe

7,9 %

Flevoland

8,3 %

Friesland

7,3 %

Gelderland

9,2 %

Groningen

7,5 %

Limburg

9,8 %

Noord-Brabant

9,4 %

Noord-Holland

9,3 %

Overijssel

8,7 %

Utrecht

8,3 %

Zeeland

7,8 %

Zuid-Holland

7,8 %

 

 

 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
394-3919
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie