Let op: dit is niet een actuele versie
Actuele versie: 05-02-2019

Bepalen ontwikkelingsbehoefte

[no-lexicon]

In het kort
Monitor berekent voor de beschouwde toekomstjaren (2020 en 2030) op hectareniveau de ontwikkelingsbehoefte per sector. Uit de vergelijking van de berekende ontwikkelingsbehoefte met de berekende depositieruimte, blijkt waar sprake is van een (mogelijk) tekort aan of overschot van ontwikkelingsruimte.

Bij het berekenen van de ontwikkelingsbehoefte maakt Monitor onderscheid tussen:

  • De ontwikkelingsbehoefte van Prioritaire Projecten. Deze behoefte is gesplitst in het deel onder de grenswaarde (segment GrensWaardeReservering of GWR) en het deel boven de grenswaarde (segment 1).
  • De ‘overige’ ontwikkelingsbehoefte van projecten en ontwikkelingen die op dit moment nog niet concreet zijn. Deze behoefte is gesplitst in een deel ‘ontwikkelingen die niet toestemmings- of vergunningsplichtig zijn (segment NTVP), een deel ‘onder de grenswaarde’ (segment GWR) en de overige voorziene groei (segment 2).

Hoe berekent Monitor de ontwikkelingsbehoefte van Prioritaire Projecten?
Monitor berekent de ontwikkelingsbehoefte van de prioritaire projecten in beginsel per project, op basis van aangeleverde projectgegevens. Op basis van deze ontwikkelingsbehoefte is per Natura2000 gebied bepaald of het prioritaire project boven of onder de grenswaarde valt. Indien de depositiebijdrage van een project in het gehele gebied nergens hoger is dan 1 mol/ha/jaar komt, wordt de behoefte van het project in dat N2000 gebied opgenomen als reservering in het segment GrenswaardeReservering (GWR). Indien de bijdrage van het project op tenminste één relevant hexagoon in het gebied hoger is dan 1 mol/ha/jaar, wordt de behoefte van het gehele project in dat N2000 gebied opgenomen als reservering van segment 1.

Bij enkele sectoren is de behoefte van de prioritaire projecten (deels) op een afwijkende wijze bepaald en/of verdeeld over de segmenten:

  • Bij het hoofdwegennet (HWN) gaat Monitor uit van de totale, cumulatieve ontwikkelingsbehoefte voor autonome ontwikkelingen, MIRT projecten en uitbreiding van 130 km/uur zoals die ook is opgenomen in de totale depositie. Deze totale behoefte is verminderd met de apart berekende bijdrage van 130 km/uur. Het resultaat is de cumulatieve behoefte voor autonome ontwikkelingen en MIRT projecten en deze is als geheel beschouwd als ‘Prioritair Project HWN’. Afhankelijk van de afstand is deze behoefte opgenomen in segment 1 (bijdrage binnen 3 km) of segment GWR (buiten 3 km). De behoefte van de uitbreiding van 130 km/uur is opgenomen als overige behoefte in segment NTVP.
  • Bij het onderliggend wegennet (OWN) gaat Monitor uit van de cumulatieve ontwikkelingsbehoefte voor autonome ontwikkelingen en nieuwe wegtracés (nieuwe NSL wegen) zoals opgenomen in de depositieruimte. Deze behoefte is opgehoogd met de behoefte van prioritaire wegprojecten van provincies. Dit levert de totale prioritaire behoefte voor het onderliggend wegennet op. Deze is volledig in segment 1 opgenomen.
  • Bij railverkeer is de ontwikkelingsbehoefte zoals opgenomen in de depositieruimte en totale depositie volledig beschouwd als prioritaire behoefte. Voor railverkeer is daarom geen sprake van een overige ontwikkelingsbehoefte. De behoefte is afhankelijk van de depositiebijdrage verdeeld over segment 1 en segment GWR.
  • Voor het Rijnmondgebied is de totale berekende ontwikkelingsbehoefte beschouwd als prioritaire behoefte. Het gaat om behoefte voor binnenvaart, zeescheepvaart en ENINA (inclusief mobiele bronnen). Er is voor Rijnmondgebied geen sprake van overige behoefte voor deze sectoren. De totale ontwikkelingsbehoefte is geplaatst in segment 1.
  • Voor luchtvaart geldt dat de ontwikkelingsbehoefte van de verfijnde luchthavens en de luchtvaartprojecten van het ministerie van Defensie beschouwd worden als prioritaire behoefte. Deze behoefte is afhankelijk van de depositiebijdrage verdeeld over segment 1 en segment GWR. De behoefte van de overige (niet verfijnde) luchthavenemissies is beschouwd als ‘overige ontwikkelingen’ binnen de sector luchtvaart.

Hoe berekent Monitor de ontwikkelingsbehoefte van overige ontwikkelingen?
Naast het berekenen van de ontwikkelingsbehoefte voor de prioritaire projecten berekent Monitor voor iedere sector ook ontwikkelingsbehoefte van overige ontwikkelingen. Alleen voor de sectoren Rijnmondgebied, Onderliggend wegennet en Railverkeer is geen ontwikkelingsbehoefte voor overige ontwikkelingen berekend omdat alle berekende ontwikkelingsbehoefte voor deze sectoren per definitie als prioritair wordt beschouwd.

De totale ontwikkelingsbehoefte van overige ontwikkelingen is berekend door de totale groeibehoefte van een sector (uitgedrukt in depositie) te verminderen met de totale ontwikkelingsbehoefte voor de Prioritaire Projecten in die sector. Afhankelijk van de sector is de ontwikkelingsbehoefte van overige ontwikkelingen vervolgens verdeeld over de segmenten NTVP, GWR en segment 2:

In NTVP is de ontwikkelingsbehoefte van de volgende sectoren opgenomen:

  • HWN (alleen depositiebijdrage door uitbreiding 130 km/uur)
  • Consumenten
  • Handel, Dienst en Overheid (HDO)
  • Luchtvaart (niet verfijnde gedeelte)
  • Zeescheepvaart NCP
  • Scheepvaart overig
  • Landbouwemissies, met uitzondering van de glastuinbouw en stallen (NH3).

In segment 2 en GWR is de ontwikkelingsbehoefte van de overige sectoren opgenomen. Daarbij is 30% van de ontwikkelingsbehoefte van een sector in GWR is geplaatst en 70% in segment 2. Het gaat om de volgende sectoren:

  • Energie, Industrie en Afvalverwijdering (ENINA)
  • Mobiele werktuigen
  • Binnenvaart
  • Zeescheepvaart
  • Stallen (NH3)
  • Glastuinbouw

Voor enkele sectoren kan de hierboven beschreven aanpak betekenen dat er geen ontwikkelingsbehoefte berekend wordt voor overige ontwikkelingen, omdat de totale ontwikkelingsbehoefte van de prioritaire projecten 100% (of meer) inneemt van de totale groeibehoefte die voor die sector is opgenomen in de depositieruimte. Voor enkele sectoren vormt dit geen belemmering omdat er geen ontwikkelingsbehoefte als gevolg van overige ontwikkelingen verwacht wordt. Dit geldt bijvoorbeeld voor de sectoren hoofdwegennet, railverkeer, mobiele werktuigen (projecten hoofdwatersystemen) of luchtvaart.

Voor bepaalde sectoren is het niet reëel om aan te nemen dat er naast de prioritaire projecten geen andere ontwikkelingen in Nederland zullen plaatsvinden. Voor die sectoren berekent Monitor alsnog een ontwikkelingsbehoefte als gevolg van overige ontwikkelingen:

  • Voor stallen geldt dat als meer dan 70% van de totale berekende groeibehoefte zoals opgenomen in de depositieruimte al wordt ingevuld door een reservering voor prioritaire projecten, de overige behoefte op die plek is opgehoogd zodat deze altijd minimaal 30% blijft van de oorspronkelijk berekende groeibehoefte
  • Voor de sectoren ENINA, glastuinbouw, consumenten, zeevaart (buiten NCP), HDO en binnenvaart geldt dat altijd een minimale overige behoefte is aangehouden van 20% van de groeibehoefte in depositie die je voor de sector zou hebben berekend als alle RIVM groei als een deken over de bestaande emissiebronnen in Nederland was gemodelleerd (waarbij iedere bestaande emissiebron dezelfde percentuele groei krijgt)[/no-lexicon]

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
387-1823
Voor
  • Monitor
Type
Algemeen
Versie