Let op: dit is niet een actuele versie
Actuele versie: 01-09-2017

Bepalen depositieruimte

In het kort
Depositieruimte is de ruimte (uitgedrukt in stikstofdepositie) die met de inwerkingtreding van de PAS beschikbaar komt voor alle nieuwe ontwikkelingen die vanaf het begin van de PAS plaats zullen gaan vinden. Bij het berekenen van de toekomstige totale deposities is rekening gehouden met het volledig uitgeven van de depositieruimte. De totale toekomstige depositie inclusief de depositieruimte is ecologisch beoordeeld in de gebiedsanalyses, in combinatie met de herstelmaatregelen die in het kader van de PAS worden genomen.

Monitor berekent voor de beschouwde toekomstjaren (2020 en 2030) per hexagoon en habitattype de totale beschikbare depositieruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Monitor geeft inzicht in de verdeling van de depositieruimte over vier segmenten van nieuwe ontwikkelingen:

  • autonome ontwikkelingen waarvoor geen toestemmingsbesluit nodig is (NTVP)
  • projecten met een depositiebijdrage lager dan de grenswaarde van 1 mol/ha/jaar (GWR)
  • Prioritaire Projecten (PP) die boven de grenswaarde uitkomen (segment 1)
  • overige projecten (ontwikkelingen) die boven de grenswaarde uitkomen (segment 2)

De depositieruimte wordt in Monitor alleen getoond en beschouwd op plekken waar sprake is van (mogelijke) overbelasting van stikstofdepositie. Hexagonen waar de totale depositie ook na het realiseren van alle voorziene ontwikkelingsbehoefte nog steeds minstens 70 mol/ha/jaar onder meest kritische KDW blijft, worden niet meegenomen bij de resultaten voor depositieruimte.

Hoe is in Monitor de totale depositieruimte berekend?
De totale depositieruimte wordt uitgedrukt in stikstofdepositie per hexagoon (mol/ ha/jaar) en bestaat uit drie delen:

  1. de groeibehoefte voor alle nieuwe ontwikkelingen in Nederland, waarmee al rekening is gehouden bij het berekenen van de toekomstige totale depositie
  2. de helft van het berekende depositie-effect als gevolg van het aanvullend rijksbeleid
  3. de helft van het berekende depositie-effect als gevolg van het aanvullend provinciaal beleid in Limburg

1. Groeibehoefte per sector zoals ook opgenomen in de totale depositie
Monitor houdt rekening met een (sectorafhankelijke) economische groei. Zonder deze economische groei, zou de toekomstige depositiebijdrage lager zijn. Het deel van de toekomstige depositiebijdrage dat het gevolg is van de voorziene economische groei binnen alle sectoren, is de totale groeibehoefte. 

De groeibehoefte is op sectorniveau bepaald. Voor de meeste sectoren is de groeibehoefte gebaseerd op de emissiegroei in het groeiscenario ‘hoge economische groei inclusief vaststaand en voorgenomen beleid’ dat RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (de RIVM emissiegroei). De RIVM emissiegroei is in Monitor ruimtelijk verdeeld over Nederland volgens de ‘waterbedmethode’. Deze methode houdt in dat de groei binnen een sector niet gelijkmatig over heel Nederland is verspreid, maar zoveel mogelijk is toebedeeld plaatsen waar ook veel economische ontwikkelingen worden voorzien voor de desbetreffende sector. Aan andere plaatsen is dan minder groei toebedeeld omdat daar ook minder ontwikkelingen worden voorzien.

Voor een aantal sectoren is in Monitor niet van de RIVM-groei in emissies uitgegaan, maar van een ‘verfijnde’ groeibehoefte op basis van (emissie)gegevens die zijn aangeleverd door partijen die verantwoordelijk zijn voor deze gegevens (bronhouders).

2. Extra depositieruimte door aanvullend rijksbeleid
Het generieke Rijksbeleid (de PAS-maatregelen voor de veehouderij) zorgt voor een afname in emissies bij de sectoren ‘mest’ en ‘stalemissies’ ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Daardoor is de depositiebijdrage van deze sectoren in het scenario met aanvullend rijksbeleid lager dan in de autonome ontwikkeling. De helft van dit berekende depositie-effect is beschikbaar als extra depositieruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen. Bij de totale depositie in de beleidsscenario’s met PAS wordt hiermee rekening gehouden.

3. Extra depositieruimte door aanvullend beleid Limburg
Met monitor is het effect van het aanvullend beleid van de provincie Limburg op de depositie in 2020 en 2030 berekend. De helft van dit depositie-effect is opgeteld bij de depositieruimte. In het de totale depositie voor het scenario met aanvullend rijksbeleid en provinciaal beleid is hiermee rekening gehouden. Daarbij is aangenomen dat alle beschikbare depositieruimte volledig wordt opgevuld.

Depositieruimte in AERIUS Register
Op een beperkt aantal hexagonen neemt bij volledige uitgifte van de depositieruimte de depositie in 2020 (en 2030) toe ten opzichte van de huidige situatie. Voor die hexagonen is de depositieruimte in AERIUS Register begrensd zodat de totale berekende depositie in 2020 op het niveau van de huidige situatie blijft. De depositieruimte is begrensd door de hoeveelheid beschikbare ontwikkelingsruimte in segment 2 te verkleinen.
Er zijn daarnaast hexagonen met een depositiestijging ten opzichte van de huidige situatie die wordt veroorzaakt door projecten die al eerder zijn beoordeeld op grond van de Nbwet en waarvoor een ADC-toets (Alternatieven, Dwingende redenen van groot openbaar belang en Compenserende maatregelen) is doorlopen en een Nbw vergunning is verleend. De effecten van de toename van depositie op die hexagonen zijn reeds gecompenseerd. Voor die hexagonen wordt de totale depositieruimte om die reden onder de PAS niet ingeperkt.
Nadere toelichting op depositieruimte in AERIUS Register 2014.

Hoe verdeelt Monitor de depositieruimte in segmenten?
Monitor onderscheidt vier segmenten van nieuwe ontwikkelingen:

  • Autonome ontwikkelingen waarvoor geen toestemmingsbesluit of vergunning nodig is (NTVP).
  • Projecten met een depositiebijdrage die lager is dan de grenswaarde voor een vergunningsbesluit (1 mol/ha/jaar). Na inwerkingtreding van de PAS, geldt voor deze ontwikkelingen alleen nog een meldingsplicht. Het deel van de depositieruimte voor deze projecten is de zogenoemde GrensWaardeReservering (GWR).
  • Prioritaire projecten (PP) die voor het desbetreffende Natura2000 gebied boven de grenswaarde uitkomen. Prioritaire projecten worden aangeduid als ‘segment 1’ projecten. Overige prioritaire projecten met een depositiebijdrage onder de grenswaarde vallen onder de GWR voor dat gebied.
  • Overige projecten die voor het desbetreffende Natura2000 gebied boven de grenswaarde uitkomen. Deze overige projecten worden aangeduid als ‘segment 2’ projecten. Overige projecten met een depositiebijdrage onder de grenswaarde vallen onder de GWR voor dat gebied.

Het verdelen van de depositieruimte in segmenten gebeurt in een aantal stappen:

  1. Eerst wordt depositieruimte gereserveerd voor NVTP en GWR, uitgaande van de ontwikkelingsbehoefte voor NVTP en GWR.
  2. Vervolgens wordt depositieruimte gereserveerd voor Prioritaire Projecten in segment 1, uitgaande van de berekende ontwikkelingsbehoefte voor deze projecten.
  3. De resterende depositieruimte is de beschikbare depositieruimte voor projecten in segment 2.

Lokaal kan het voorkomen dat er niet genoeg ontwikkelingsruimte is om te voorzien in de behoefte van alle projecten, ook niet na een eventuele ophoging van de totale depositie en depositieruimte tot een maximum van 70 mol/ha/jaar onder de KDW. Op deze hexagonen berekent Monitor dan een (voorzien) tekort in ontwikkelingsruimte.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
385-1822
Voor
  • Monitor
Type
Algemeen
Versie