Bepalen depositiebijdrage en groeibehoefte Rijnmondgebied

Versie: 
10-01-2015

In het kort
Voor het Rijnmondgebied geldt dat voor de sectoren Energie, Industrie en Afvalverwijdering (ENINA), binnenvaart en zeescheepvaart voor NOX is gerekend met verfijnde emissiegegevens:

  • Voor ENINA (inclusief mobiele werktuigen) en binnenvaart zijn zowel de emissies in de huidige (2014) als de toekomstige situatie (2020 en 2030) verfijnd. Dat betekent dat bij het bepalen van de sectorbijdrage voor Rijnmond voor NOX in zowel de huidige als toekomstige situaties volledig is uitgegaan van aangeleverde verfijnde emissies. Het verschil tussen de huidige situatie en de toekomst is de verfijnde groeibehoefte voor het Rijnmondgebied voor deze sectoren. Dit is de groeibehoefte die volledig is opgenomen in de depositieruimte.
  • Voor zeescheepvaart is bij het bepalen van de sectorbijdrage voor Rijnmond in eerste instantie uitgegaan van de emissieontwikkeling die het RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten. Echter, voor de toekomst (2020 en 2030) is voor NOX de sectorbijdrage op basis van RIVM emissies aangevuld met de groeibehoefte die apart voor het Rijnmondgebied is berekend op basis van aangeleverde verfijnde gegevens voor zowel de huidige als toekomstige situatie. Dat leidt ertoe dat de groeibehoefte voor het gebied zoals die uit de aangeleverde verfijnde gegevens volgt, volledig is opgenomen in de depositieruimte.

De verfijning van het Rijnmondgebied voor de genoemde sectoren geldt alleen voor NOX.

  • De depositiebijdrage als gevolg van NH3 emissies van de genoemde sectoren en van alle overige sectoren binnen het Rijnmondgebied worden doorgerekend conform de rekenmethode voor niet-verfijnde sectoren.
  • Voor bronnen in de sector ENINA die buiten het Rijnmondgebied liggen is de depositiebijdrage als gevolg van NOX emissies doorgerekend conform de rekenmethode voor niet-verfijnde sectoren.
  • Voor de scheepvaart (binnenvaart en zeescheepvaart) en mobiele werktuigen (die worden ingezet bij beheer en onderhoud van hoofdwatersystemen) is voor NOX ook  buiten het Rijnmondgebied een verfijning doorgevoerd. Deze verfijningen zijn gekoppeld aan projecten van IenM en staan los van de verfijningen in het Rijnmondgebied.

Hoe berekent Monitor de depositiebijdrage en groeibehoefte van ENINA en binnenvaart voor het Rijnmondgebied?
Monitor gaat voor de huidige situatie (2014) uit van NOX emissies voor 2012 die de provincie Zuid-Holland heeft aangeleverd. De aangeleverde emissies zijn geschaald naar 2014, uitgaande van 1% groei emissiegroei per jaar (beleidsuitgangspunt).

Dit levert emissies voor de huidige situatie op die de RIVM emissies in het gebied voor de huidige situatie vervangen. Op basis van de geschaalde emissies is voor ENINA en binnenvaart in het Rijnmondgebied de NOX depositiebijdrage in 2014 bepaald.

Voor de toekomstige situaties (2020 en 2030) gaat Monitor uit van de NOX emissies voor 2024 die de provincie Zuid-Holland heeft aangeleverd.

Op basis van de emissies voor 2024 is voor ENINA en binnenvaart in het Rijnmondgebied de NOX depositiebijdrage van deze sectoren in 2020 bepaald.

Voor berekening van de depositiebijdrage in 2030 is uitgegaan van geschaalde emissiefactoren: de aangeleverde emissies voor 2024 zijn geschaald naar 2030, uitgaande van 1% groei per jaar (beleidsuitgangspunt). Op basis van de geschaalde emissies voor 2030 is voor ENINA en binnenvaart in het Rijnmondgebied de NOX depositiebijdrage van deze sectoren in 2030 bepaald.

De groeibehoefte voor deze sectoren in het Rijnmondgebied in 2020 en 2030 volgt uit de vergelijking van de sectorbijdrage in 2020 en 2030 met de sectorbijdrage in 2014.

Deze groeibehoefte van ENINA en binnenvaart is volledig opgenomen in de depositieruimte en komt aan de kant van de ontwikkelingsbehoefte terug als prioritaire ontwikkelingsbehoefte.

Bij de ruimtelijke verdeling van de binnenvaartemissies in het Rijnmondgebied is dezelfde methode toegepast als bij de ruimtelijke verdeling van binnenvaartemissies buiten het Rijnmondgebied.

Hoe berekent Monitor de depositiebijdrage en groeibehoefte van zeescheepvaart?
Monitor berekent de NOX depositiebijdrage van zeescheepvaart in het Rijnmondgebied in de huidige en toekomstige situaties conform de rekenmethode voor niet-verfijnde sectoren.

Voor de toekomstjaren wordt deze depositiebijdrage opgehoogd met de groeibehoefte van deze sector in het Rijnmondgebied. Daarbij worden de volgende stappen genomen:

  • Monitor berekent de depositiebijdrage zeescheepvaart in het Rijnmondgebied in 2014, 2020 en 2030 op dezelfde wijze als bij ENINA en binnenvaart. Daarbij is uitgegaan van emissiegegevens voor zeeschepen in 2012 en 2024 die de provincie Zuid-Holland heeft aangeleverd.
  • De berekende depositiebijdragen zijn gebruikt om de groeibehoefte van de sector zeescheepvaart in 2020 en 2030 te bepalen. De groeibehoefte is het verschil tussen de depositiebijdrage in de toekomstjaren met de depositiebijdrage in de huidige situatie.

De groeibehoefte van zeescheepvaart is volledig opgenomen in de depositieruimte en komt aan de kant van de ontwikkelingsbehoefte terug als prioritaire ontwikkelingsbehoefte.

Bij de ruimtelijke verdeling van de zeescheepvaartemissies in het Rijnmondgebied is dezelfde methode toegepast als bij de ruimtelijke verdeling van zeescheepvaartemissies buiten het Rijnmondgebied.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
401-1839
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie
  • 10-01-2015