Let op: dit is niet een actuele versie
Actuele versie: 17-03-2017

Bepalen depositiebijdrage en groeibehoefte Railverkeer

In het kort
Monitor berekent de NOX depositiebijdrage en groeibehoefte van railverkeer in de huidige (2014) en toekomstige situaties (2020 en 2030) conform de methodiek die wordt toegepast bij niet-verfijnde sectoren.

De groeibehoefte in 2020 en 2030 (uitgedrukt in depositie) is vervolgens structureel opgehoogd. Deze ophoging betreft een extra reservering voor rail-infraprojecten, en is verwerkt in zowel de totale depositie als de depositieruimte. Vanwege deze ophoging wordt de sector ‘railverkeer’ beschouwd als een verfijnde sector.

Uitgangspunt voor de ophoging van de groeibehoefte is de aanname dat de extra reservering voor rail-infraprojecten een omvang dient te hebben van 5 mol/ha/jaar direct langs het spoor, afnemend met de afstand tot het spoor uitgaande van een verspreidingsprofiel dat representatief is voor railverkeer. Monitor is hierbij uitgegaan van een zogenoemde bron-rekenpunt-matrix (source-receptor matrix, SR-Matrix).

De ontwikkelingsbehoefte van rail-infraprojecten (som van de niet-verfijnde groei en de ophoging) is gelijk aan de totale groeibehoefte. Omdat het prioritaire projecten betreft, is er voor deze projecten ontwikkelingruimte gereserveerd in segment 1.

Wat is een source-receptor-matrix (SRMatrix)?
De extra reservering voor rail-infraprojecten (in mol/hectare/jaar) is berekend met een source-receptor-matrix (SRMatrix). Deze SRMatrix betreft een formule waarmee voor elke locatie (hexagoon) de reservering kan worden berekend.

\[
D_i=F(x_iz_{0i}M_i)\bullet{}D_0
\]

met
Di = depositiereservering op rekenpunt i
D0  = depositiereservering op minimale afstand tot het spoor (5 mol/hectare/jaar)
F = correctiefactor voor verspreiding, afhankelijk van xi, z0i en Mi
xi = kortste afstand van locatie rekenpunt i tot spoorweg (m)
z0i = ruwheidslengte locatie rekenpunt i (m)
Mi = meteorologische regio van locatie rekenpunt i (-)

Als minimale afstand tot het spoor gaat Monitor uit van 10 meter. Op deze minimale afstand wordt uitgegaan van een maximale reservering (5 mol/hectare/jaar).

Met de afstand tot het spoor neemt de reservering af.  De correctiefactor F bepaalt de mate van afname (F is kleiner dan 1).  De waarde voor F is afhankelijk van:

  • de afstand van het rekenpunt tot het spoor
  • de oriëntatie van het rekenpunt ten opzichte van het spoor
  • meteorologische condities
  • de lokale terreinruwheid.

De correctiefactor F is afgeleid van berekeningen met OPS versie 4.4.3 voor een worst case situatie. De uitgangspunten voor deze afleiding zijn beschreven in een aparte notitie (in voorbereiding). 

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
404-1842
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie