Let op: dit is niet een actuele versie
Actuele versie: 07-11-2016

Bepalen depositiebijdrage en groeibehoefte mobiele werktuigen buiten Rijnmondgebied

[no-lexicon]In het kort
Bij de verfijnde berekeningen voor mobiele werktuigen (alleen NOX) is onderscheid gemaakt in de emissies binnen het Rijnmondgebied (verfijning Rijnmondgebied) en emissies in de rest van Nederland.
In deze factsheet wordt alleen ingegaan op de wijze waarop de NOX emissies voor mobiele werktuigen buiten het Rijnmondgebied zijn verfijnd op basis van projectgegevens van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) voor het hoofdvaarwegennet (HVWN) en hoofdwatersysteem (HWS). Bij beide typen projecten kunnen namelijk mobiele werktuigen ingezet worden. De verfijning voor HWS verschilt wel van de verfijning voor HVWN.

Hoe bepaalt Monitor de depositiebijdrage en groeibehoefte voor mobiele werktuigen buiten het Rijnmondgebied?
De bepaling van de verfijnde depositiebijdrage (alleen NOX) voor mobiele werktuigen buiten het Rijnmondgebied is tweeledig. 

Enerzijds zijn de RIVM emissies zoals die voor het basisjaar gelden ingeperkt, om zo rekening te houden met het feit dat naast de RIVM emissies zowel in 2014 als in de toekomst ook emissies vanwege HWS projecten voor mobiele werktuigen worden meegenomen in AERIUS. Dit is dus een daadwerkelijke verfijning die de emissies van het RIVM aanpast en vervolgens aanvult met de projectemissies van de HWS projecten voor 2014 en 2020. De projecten in 2020 zijn dan ook direct de groeibehoefte voor HWS voor de sector mobiele werktuigen. Deze groeibehoefte wordt opgenomen in de depositieruimte en gereserveerd als prioritaire behoefte in segment 1. 

Anderzijds zijn er de HVWN projecten van IenM waarbij mobiele werktuigen worden ingezet. Voor deze projecten is dezelfde aanpak gehanteerd als bij de scheepvaartemissies voor HWS en HVWN projecten. Dat betekent dat in beginsel de niet-verfijnde werkwijze is gevolgd, waarbij de groei-emissies ruimtelijk (her)verdeeld worden over Nederland op basis van aangeleverde projectgegevens (in dit geval dus de mobiele werktuigen binnen alleen de HVWN projecten van IenM). De verfijning zit hier in het aanvullende uitgangspunt dat indien de emissies van de HVWN projecten méér bedragen dan de (voor HWS reeds geknipte) landelijke groei-emissies van het RIVM voor mobiele werktuigen, toch de volledige ontwikkelingsbehoefte van de IenM projecten wordt opgenomen in de depositieruimte. In dat geval wordt dus afgeweken van de landelijke RIVM emissies. Dat is een afwijking van de werkwijze voor de niet-verfijnde sectoren, waarbij de landelijke RIVM groei als plafond voor de emissiegroei wordt aangehouden. 

Voor beide typen projecten (HWS en HVWN) geldt voor mobiele werktuigen dezelfde aanpak als bij de scheepvaartemissies met betrekking tot de berekening van de groeibehoefte en het rekening houden met de tijdelijkheid van bepaalde projecten (berekenen depositiebijdrage tijdelijke projecten).[/no-lexicon]

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
626-2645
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie