Bepalen depositiebijdrage en groeibehoefte mest

Versie: 
07-11-2016

In het kort
Bij de aanwending van mest komt ammoniak vrij. Bij de berekening van de depositiebijdrage van deze ammoniakemissie in 2014 hanteert Monitor dezelfde aanpak als bij de niet-verfijnde sectoren. Dat betekent dat is uitgegaan van emissies en schaalfactoren die ook de basis vormen voor de GCN/GDN kaarten van het RIVM.
Voor de autonome ontwikkeling in 2020 en 2030 gaat Monitor uit van een depositiebijdrage van mest die gelijk is aan de depositiebijdrage in 2014 (beleidsuitgangspunt). Daarnaast is aangenomen is dat er geen groeibehoefte is voor mest (de mate van economische ontwikkeling heeft geen effect op de omvang van de mestemissies). Voor de scenario’s met PAS is aangenomen dat zowel in 2020 als 2030 de emissie per jaar 2 kiloton lager is dan in de autonome ontwikkeling. Deze 2 kiloton is het effect van het PAS-beleid.

Hoe is het effect van het PAS-beleid op de depositiebijdrage mest bepaald?
Uitgangspunt is dat het mestbeleid van de PAS zorgt voor een emissiereductie van 2 kton:

  • 1,5 kiloton emissiereductie per jaar vanaf 2017 door verbod op gebruik van de sleepvoet bij het uitrijden van mest op klei- en veengrond, en
  • 0,5 kiloton emissiereductie per jaar vanaf 2015 door direct onderwerken van dierlijke mest (mest in de grond brengen) op bouwland.

De ruimtelijke verdeling van dit effect op de emissies is als volgt berekend:

  • Uitgangspunten vormen de emissies door mestaanwending per km-vak voor het basisjaar (2013) in de RIVM bronbestanden die ook zijn gebruikt bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten.
  • De emissie door mestaanwending per km-vak is naar rato verdeeld over de oppervlakken grasland (klei/veen) en bouwland binnen dat km-vak. Hierbij wordt gebruik gemaakt van landgebruikgegevens van Alterra (LGN7).
  • Vervolgens is voor de totale landelijke emissie op grasland (klei/veen) en bouwland bepaald wat de procentuele emissiereductie moet zijn respectievelijk 1,5 en 0,5 kiloton emissiereductie te behalen.
  • Deze procentuele emissiereductie is omgezet in een aangepaste emissie per km-vak, waarbij de afname per km-vak dus afhangt van het oppervlak grasland (klei/veen) en bouwland binnen dat km-vak. Voor heel Nederland is de totale afname precies 2 kiloton.

Vervolgens is de depositiebijdrage van mestaanwending berekend voor de situatie met aangepaste emissies, en voor de situatie zonder aangepaste emissies (autonome ontwikkeling). Het verschil tussen beide situaties geeft inzicht in het absolute (ruimtelijke) effect van de 2 kiloton emissiereductie op de stikstofdepositie. Dit absolute reductie-effect in stikstofdepositie is in alle toekomstjaren en alle beleidsscenario’s met PAS toegepast.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
393-3207
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie