Let op: dit is niet een actuele versie
Actuele versie: 07-11-2016

Bepalen depositiebijdrage en groeibehoefte HWN

In het kort
De depositiebijdrage van het verkeer op het hoofdwegennet (HWN) in Monitor volgt uit de resultaten van twee typen berekeningen:

  • Met Standaardrekenmethode 2 (SRM2) uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 is de HWN-bijdrage berekend op alle rekenpunten die binnen 5 km van een snelweg liggen. Daarbij is uitgegaan van door het Ministerie van IenM aangeleverde netwerkgegevens en de daaruit volgende emissies. Deze ‘SRM2-bijdrage’ komt dus alleen voor op hexagonen die binnen 5 km van een snelweg liggen
  • Met het rekenmodel OPS van het RIVM is daarnaast voor ieder rekenpunt de cumulatieve bijdrage berekend van alle snelwegen die op grotere afstand dan 3 km liggen, op basis van de RIVM emissies en schalingsfactoren die ook worden gebruikt voor de GCN/GDN kaarten.

De berekening van de depositiebijdrage met SRM2 op basis van aangeleverde netwerkgegevens, als vervanging van de RIVM bijdrage binnen 3 km, wordt in AERIUS de ‘verfijning van het hoofdwegennet’ genoemd.

Door de toegepaste verfijning en de werkwijze in Monitor, is in de berekende sectorbijdrage automatisch rekening gehouden met de totale voorziene ontwikkelingsbehoefte voor het HWN. De ontwikkelingsbehoefte van het HWN wordt in zijn geheel (zowel het verfijnde als niet verfijnde deel) als prioritaire behoefte beschouwd (segment 1), met uitzondering van de bijdrage van de verdere uitrol van 130 km/uur. De bijdrage van ‘uitbreiding 130 km/uur’ is opgenomen als autonome groei in het segment ‘NTVP’ (autonome ontwikkeling waarvoor geen toestemmingsbesluit nodig is).

Hoe zijn de niet-verfijnde bijdrage en groeibehoefte buiten 3 km bepaald?
Om te komen tot de niet-verfijnde depositiebijdrage van het hoofdwegennet buiten 3 km, zijn in AERIUS twee berekeningen uitgevoerd met OPS, op basis van aangeleverde RIVM emissies voor het basisjaar voor de GCN/GDN kaarten:

  • Berekening depositiebijdrage op basis van de emissies van alle HWN wegen in Nederland
  • Berekening depositiebijdrage op basis van alleen de emissies van HWN wegen binnen 3 km van het rekenpunt. Hierbij is aangesloten bij de werkwijze die het RIVM hanteert bij het bepalen van de zogenoemde dubbeltellingcorrectie zoals bedoeld in de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en toegelicht in factsheet Bepalen dubbeltellingcorrectie HWN.

Het verschil in berekende depositie is de depositiebijdrage van alle snelwegen buiten 3 km, op basis van de RIVM emissies. Dit is de ‘niet verfijnde bijdrage van het HWN’. De niet-verfijnde bijdrage geldt voor het basisjaar waarvoor de RIVM emissies gelden (basisjaar voor GCN/GDN kaarten). Om te komen tot een bijdrage in de huidige situatie (2014) en de toekomst (2020 en 2030) zijn nog enkele bewerkingen uitgevoerd.

Depositiebijdrage huidige situatie (2014)
Om te komen tot een depositiebijdrage in 2014 is de berekende bijdrage in het basisjaar buiten 3 km geschaald op basis van de schaalfactoren ABR van het RIVM. Deze geschaalde bijdrage is de niet-verfijnde bijdrage buiten 3 km van het hoofdwegennet voor de huidige situatie in Monitor.

Depositiebijdrage en groeibehoefte toekomstige situatie
Uitgangspunt voor de niet-verfijnde bijdrage HWN buiten 3 km in de toekomstjaren (2020 en 2030) is, net als bij 2014, het scenario met hoge economische groei en vaststaand en voorgenomen beleid (ABR). De toekomstige niet-verfijnde bijdrage HWN buiten 3 km kan daarom in één stap bepaald worden, door de berekende depositiebijdrage in het basisjaar buiten 3 km te schalen naar de toekomst volgens het gekozen scenario. Dit is ook de werkwijze die RIVM toepast bij de GCN/GDN kaarten.

Als voor de toekomstjaren direct geschaald wordt volgens het ABR scenario is echter niet te zien welk deel van de berekende depositie veroorzaakt wordt door de economische groei. Dit inzicht is voor Monitor wel nodig, om inzichtelijk te maken wat nu de groeibehoefte is waarmee in de totale depositie van de toekomst al rekening mee is gehouden. Deze groeibehoefte wordt namelijk als depositieruimte beschikbaar gesteld.

In Monitor is dit opgelost door de schaling volgens het ABR scenario in twee stappen op te delen (algemene werkwijze voor de niet verfijnde sectoren):

  1. Eerst is de berekende niet-verfijnde depositiebijdrage buiten 3 km doorgeschaald van 2014 naar 2020 en 2030 volgens de het scenario PasOnderRaming (POR), het scenario met 0% economische groei. Dit levert de niet-verfijnde bijdrage in de toekomst op (buiten 3 km) als er geen groei meer zou zijn vanaf het begin van de PAS. In dit scenario neemt de depositiebijdrage af, omdat er geen groei is maar de huidige voertuigen wel steeds schoner worden in de tijd
  2. Vervolgens is de berekende niet-verfijnde depositiebijdrage in het basisjaar (buiten 3 km) nog een keer geschaald, maar dan met schaalfactoren voor alleen de groei. Dit levert de depositiebijdrage van alleen de voorziene groeibehoefte op. Deze bijdrage is opgeteld bij de depositiebijdrage behorende bij 0% economische groei zoals berekend onder 1. Dit levert altijd de totale depositie op die ook zou zijn berekend als direct was geschaald met de schaalfactoren van het ABR scenario. De groeibehoefte is bepaald voor zowel de periode 2014-2020 (groeibehoefte voor rekenjaar 2020) als de periode 2014-2030 (groeibehoefte voor rekenjaar 2030). De schaalfactoren voor alleen groei zijn bepaald door te kijken naar het verschil in emissieontwikkeling vanaf het begin van de PAS bij enerzijds het ABR scenario en anderzijds het POR scenario.

De groeibehoefte zoals berekend onder 2 is onderdeel van de totale voorziene ontwikkelingsbehoefte voor het hoofdwegennet en als zodanig ook opgenomen in de depositieruimte. Omdat het per definitie gaat om een bijdrage buiten 3 km, is de totale niet-verfijnde behoefte HWN opgenomen in de GWR.

Hoe zijn de verfijnde depositiebijdrage en groeibehoefte bepaald?
De verfijnde depositiebijdragen zijn berekend met Standaardrekenmethode 2 (SRM2). De berekeningen zijn uitgevoerd tot een afstand van 5 km van de buitenste begrenzing van de weg.

Depositiebijdrage huidige situatie (2014)
Voor de huidige situatie zijn de verkeersgegevens in het aangeleverde referentienetwerk2012 vermenigvuldigd met de emissiefactoren voor 2012. De resultaten zijn zonder verdere correcties gehanteerd als invoer voor de berekening van de ‘huidige SRM2-depositiebijdrage’.

Depositiebijdrage en groeibehoefte toekomstige situatie
De verfijnde SRM2-bijdrage in de toekomstjaren is evenals de RIVM-bijdrage buiten 3 km opgedeeld in een bijdrage bij 0% economische groei en een bijdrage voor de groeibehoefte:

  1. De bijdrage in 2020 en 2030 in het scenario zonder economische groei (‘0% groei scenario’) is bepaald op basis van verkeersemissies die volgen uit de vermenigvuldiging van de verkeersgegevens in het ‘referentienetwerk2012’ van IenM en de emissiefactoren voor 2020 en 2030. Op deze wijze is inzichtelijk gemaakt wat de bijdrage in de toekomst wordt als er vanaf het begin van de PAS geen enkele voertuigkilometer bij zou komen (geen economische groei), maar wel rekening wordt gehouden met de verschoning van het wagenpark in de tijd.
  2. Vervolgens is berekend wat de maximale groeibehoefte is zoals die ook in de depositieruimte opgenomen moet worden om alle (MIRT) projecten en (autonome) verkeersontwikkelingen vanaf het begin van de PAS mogelijk te maken. Deze maximale groeibehoefte is opgeteld bij de depositie in het 0% scenario zoals berekend onder 1 en dat levert de totale toekomstige SRM2-bijdrage op, inclusief groei.

De maximale SRM2-groeibehoefte zoals bedoeld onder punt 2 is als volgt bepaald:

  • De voorziene groeibehoefte in de periode 2014-2020 is bepaald door de depositiebijdrage die is bepaald op basis van het ‘PAS-netwerk voor 2020’ van IenM (inclusief MIRT en uitbreiding 130 km/uur) en emissiefactoren van 2016 te verminderen met de depositiebijdrage op basis van het referentienetwerk2012 en emissiefactoren van 2016. Op die manier ontstaat inzicht in de voorziene depositiebijdrage van de extra voertuigen die tussen 2014 en 2020 gaan rijden, als ze allemaal (blijven) rijden met emissies van 2016.
  • De voorziene groeibehoefte in de periode 2020-2030 is bepaald door de depositiebijdrage op basis van het PAS-netwerk voor 2030 van IenM (inclusief MIRT en uitbreiding 130 km/uur) en emissiefactoren 2020 te verminderen met de depositiebijdrage op basis van het PAS-netwerk 2020 (inclusief MIRT en uitbreiding 130 km/uur) en emissiefactoren voor 2020. Op die manier ontstaat inzicht in de voorziene depositiebijdrage van de extra voertuigen die tussen 2020 en 2030 gaan rijden, als ze allemaal (blijven) rijden met emissies van 2020

De som van de berekende SRM2-groeibehoefte voor de periode 2014-2020 en voor de periode 2020-2030, is de totale voorziene groeibehoefte voor de hele PAS-periode (2014-2030). Deze totale groeibehoefte voor de gehele periode 2014-2030 is opgenomen in de depositieruimte en totale depositie in zowel 2020 als 2030.

Bijdrage uitbreiding 130 km/uur en segmentverdeling
Zoals toegelicht is de groeibehoefte van het HWN volledig prioritaire behoefte, met uitzondering van de bijdrage van de uitbreiding van 130 km/uur. Bij het bepalen van de ontwikkeling van de stikstofdepositie door het wegverkeer op het hoofdwegennet is een maximumsnelheid van 130 kilometer per uur als uitgangspunt gehanteerd. Dit is gebaseerd op het beleidsuitgangspunt dat waar mogelijk de maximumsnelheid op autosnelwegen naar 130 kilometer per uur wordt gebracht (zie ook Kamerstukken II 2010/11, 32 646, nr. 1). De bijdrage aan de stikstofdepositie van een eventuele snelheidsverhoging naar 130 km/uur is opgenomen als autonome groeibehoefte in NTVP.
Om te bepalen welk deel van de totale SRM2-groeibehoefte in de periode 2014-2020 en 2020-2030 veroorzaakt wordt door de uitbreiding van 130 km/uur, is ook berekend wat de groeibehoefte zou zijn zonder die uitbreiding. Het verschil tussen deze berekeningen bepaalt welk deel van de totale groeibehoefte veroorzaakt wordt door de uitbreiding van 130 km/uur. Dit deel van de SRM2-groeibehoefte is in Monitor volledig opgenomen in het segment ´NTVP´. Voor de resterende srm2-groeibehoefte geldt dat de behoefte op hexagonen tot 3 km van een snelweg is opgenomen in segment 1 (S1). De behoefte op de hexagonen die tussen de 3-5 km van een snelweg liggen is opgenomen in het segment GrensWaardeReservering (GWR).

Aanvullende groeibehoefte om rekening te houden met tijdelijke netwerkeffecten
Aanvullend op bovenstaande zijn -alleen in 2020 - de depositieruimte en totale depositie verder opgehoogd met een marge voor tijdelijke netwerkeffecten: ontwikkelingsbehoefte om tijdelijke toenames in verkeersintensiteiten op te vangen. De marge is berekend door de intensiteiten in het PAS-netwerk voor 2020 (inclusief MIRT en uitbreiding 130 km/uur) op te hogen en vervolgens het opgehoogde netwerk door te rekenen met emissiefactoren 2016. Deze depositiebijdrage is vervolgens verminderd met de bijdrage van het PAS-netwerk 2020 (inclusief MIRT en uitbreiding 130 km/uur) dat eveneens is doorgerekend met emissiefactoren voor 2016. De aanvullende groeibehoefte voor tijdelijke netwerkeffecten is opgenomen in S1 (hexagonen tot 3 km van de weg) en GWR (hexagonen op 3-5 km van de weg).

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
397-1835
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie