Bepalen depositiebijdrage en groeibehoefte ENINA, mobiele werktuigen en scheepvaart binnen Rijnmondgebied

Versie: 
07-11-2016

In het kort
Bij de verfijnde berekeningen voor de emissies van de sectoren Energie, Industrie en Afvalverwerking (ENINA), inclusief mobiele werktuigen, en scheepvaart is onderscheid gemaakt in de emissies binnen het Rijnmondgebied  en emissies in de rest van Nederland. Deze factsheet beschrijft op welke wijze de ENINA emissies binnen het Rijnmondgebied zijn verfijnd op basis van aangeleverde projectgegevens. De verfijning van het Rijnmondgebied voor de genoemde sectoren geldt alleen voor NOX.

  • Voor ENINA (inclusief mobiele werktuigen) en binnenvaart zijn voor het Rijnmondgebied de emissies in de referentiesituatie (2014), 2015 en de toekomstjaren (2020 en 2030) verfijnd. Dat betekent dat bij het bepalen van de sectorbijdrage voor het Rijnmondgebied (inclusief Maasvlakte 2) in zowel de huidige als toekomstige situaties volledig is uitgegaan van aangeleverde verfijnde emissies. Het verschil tussen de referentiesituatie (2014) en de toekomst is de verfijnde groeibehoefte voor het Rijnmondgebied voor deze sectoren. Dit is de groeibehoefte die is opgenomen in de depositieruimte en die ook is gereserveerd in segment 1 (als ontwikkelingsruimte voor het Rijnmondgebied voor ENINA en binnenvaart).
  • Voor zeescheepvaart is bij het bepalen van de sectorbijdrage voor het Rijnmondgebied uitgegaan van de methode die ook wordt toegepast voor niet-verfijnde sectoren. Echter, voor de toekomst (2020 en 2030) is deze RIVM sectorbijdrage aangevuld met de groeibehoefte die specifiek is berekend voor het Rijnmondgebied op basis van aangeleverde verfijnde gegevens. Deze berekende verfijnde groeibehoefte voor het gebied is, net als de niet verfijnde RIVM groei, opgenomen in de depositieruimte. De verfijnde groeibehoefte (de ophoging) is daarnaast gereserveerd in segment 1 als zijnde de groeibehoefte voor zeescheepvaart voor het Rijnmondgebied.

Hoe berekent Monitor de depositiebijdrage en groeibehoefte van ENINA en binnenvaart voor het Rijnmondgebied?
Voor de Rijnmondbijdrage voor ENINA (inclusief mobiele werktuigen) en binnenvaart in de referentiesituatie (2014) gaat Monitor uit van de NOX emissies voor 2014 die de provincie Zuid-Holland heeft aangeleverd. Monitor berekent de NOX emissies in 2015 op basis van een lineaire interpolatie van de emissies voor 2014 en 2020.  De zo berekende bijdragen voor 2014 en 2015 vervangen de bijdragen op basis van de RIVM emissies voor het gebied voor deze jaren.

Voor 2020 gaat Monitor uit van de NOX emissies die de provincie Zuid-Holland heeft aangeleverd voor de ‘toekomstige situatie’, die gelden voor 2024 (beleidsuitgangspunt). Voor 2020 is uitgegaan van de aangeleverde emissiewaarden voor 2024. Voor 2030 zijn de aangeleverde emissiewaarden voor 2024 door geschaald naar 2030 door uit te gaan van 1% groei per jaar vanaf 2024.
De groeibehoefte voor deze sectoren in het Rijnmondgebied in 2020 en 2030 volgt uit de vergelijking van de berekende depositiebijdrage in 2020 en 2030 met de depositiebijdrage in 2014.
Deze groeibehoefte van ENINA en binnenvaart is volledig opgenomen in de depositieruimte en komt aan de kant van de ontwikkelingsbehoefte terug als prioritaire ontwikkelingsruimte (reservering segment 1).

Hoe berekent Monitor de depositiebijdrage en groeibehoefte van zeescheepvaart?
Monitor berekent de NOX depositiebijdrage van zeescheepvaart in het Rijnmondgebied in de huidige en toekomstige situaties conform de rekenmethode voor niet-verfijnde sectoren. Alleen voor de toekomstjaren is deze RIVM depositiebijdrage vervolgens opgehoogd met de groeibehoefte voor zeescheepvaart in het Rijnmondgebied. Deze verfijnde groeibehoefte is op dezelfde wijze berekend als de groeibehoefte voor ENINA en binnenvaart, op basis van door de provincie Zuid-Holland aangeleverde emissiegegevens voor zowel de huidige als toekomstige situatie. De verfijnde groeibehoefte van het Rijnmondgebied is evenals de RIVM groei voor zeescheepvaart volledig opgenomen in de depositieruimte. Echter alleen de verfijnde groeibehoefte komt ook terug als reservering in segment 1. Immers de RIVM groeibehoefte is geen prioritaire behoefte.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
623-3230
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie