Bepalen depositiebijdrage en groeibehoefte ENINA buiten Rijnmondgebied

Versie: 
07-11-2016

Bij de verfijnde berekeningen voor de emissies van de sectoren Energie, Industrie en Afvalverwerking (ENINA) is onderscheid gemaakt in de emissies binnen het Rijnmondgebied (factsheet verfijning Rijnmondgebied) en emissies in de rest van Nederland. In deze factsheet wordt toegelicht op welke wijze de ENINA emissies buiten het Rijnmondgebied zijn verfijnd op basis van aangeleverde projectgegevens.

De berekening van ENINA buiten het Rijnmondgebied is in beginsel een ‘niet-verfijnde’ berekening, waarbij de RIVM emissieontwikkeling wordt aangehouden en de RIVM groei-emissies ruimtelijk over Nederland zijn herverdeeld op basis van de ‘waterbedmethode’. ENINA is hier echter toch een verfijnde sector genoemd, door de beleidskeuze om bepaalde provinciale projecten volledig in de ruimte op te nemen waardoor de totale emissies waarmee gerekend is afwijken van de RIVM emissies. Geredeneerd vanuit de waterbedmethode zou de bijdrage van alle ENINA projecten namelijk ‘afgetopt’ moeten worden bij de berekeningen van de depositieruimte. Omdat gekozen is dit niet voor alle projecten te doen, is effectief met meer emissie gerekend dan waar het RIVM vanuit gaat. Het deel van deze projecten dat eigenlijk afgetopt had moeten worden is extra groei die mogelijk wordt gemaakt. Dit is de ‘verfijning’.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
624-3229
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie