Bepalen depositiebijdrage door ammoniakemissies uit zee

Versie: 
15-12-2015

In het kort
Ammoniakemissies van onder meer algen in de zee dragen bij aan de stikstofdepositie op N2000 gebieden. AERIUS berekent deze depositiebijdrage voor de huidige en toekomstige situaties op basis van de ammoniakemissies in de RIVM bronbestanden die ook worden gebruikt bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten. De RIVM bronbestanden met emissies uit zee geven waarden per vak van 2x2 km. Enkele vakken overlappen deels met het vasteland. AERIUS heeft de data uit de RIVM-bronbestanden ruimtelijk herverdeeld om te voorkomen dat de ammoniak emissies van algen en andere ‘bronnen’ in het zeegebied worden toebedeeld aan locaties op het vasteland.

De depositiebijdrage van de emissies uit zee vervangt de zogenoemde duinenbijtelling die in eerdere versies van AERIUS Monitor is verwerkt.

Hoe zijn de emissies ruimtelijk herverdeeld?
De onderstaande figuur illustreert de ruimtelijke verdeling van de emissies uit zee die volgt uit de RIVM bronbestanden (publicatie). Op basis van deze ruimtelijke verdeling komen de emissies deels op land te liggen.

In AERIUS zijn de emissies op land verplaatst naar zee en herverdeeld met behoud van het landelijk totaal aan emissies. Rondom N2000 gebieden zijn de emissies ook ruimtelijk verfijnd. Onderstaande figuur illustreert dit.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
407-3000
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie