Bepalen depositiebijdrage buitenland

Versie: 
07-11-2016

De depositiebijdrage vanuit het buitenland is door AERIUS berekend als een ‘niet verfijnde sector’, op basis van emissiegegevens NOX en NH3 voor 2013 waarvan ook is uitgegaan bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten (ronde 2016). 

Het basisbestand met de gegevens van de buitenlandse emissiebronnen gaat uit van een ruimtelijke verdeling op basis van gridcellen die een overlap kennen met het Nederlands grondgebied (zie voorbeeld in figuur 1). Om te voorkomen dat buitenlandse emissies modelmatig worden toebedeeld aan locaties op Nederlands grondgebied, zijn in Monitor de overlappende emissies eerst ‘uitgeplaatst’ en daarmee teruggelegd in Duitsland en België (zie voorbeeld in figuur 2).
Bij het uitplaatsen van de emissies in een gridcel op Nederlands grondgebied (figuur 1) zijn alle buitenlandse gridcellen (figuur 2) binnen 20 kilometer van de Nederlandse gridcel geselecteerd. Vervolgens zijn de emissies van de Nederlandse gridcel verdeeld over deze buitenlandse gridcellen, naar rato van oppervlak. 

De totale emissies wijzigen hierdoor niet: Monitor 2016 gaat uit van dezelfde totale emissies door buitenlandse bronnen als de totale emissies die RIVM hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten 2016.

Op basis van de ruimtelijk herverdeelde emissies voor 2013 berekent Monitor de depositiebijdragen in 2013 met het rekenmodel OPS van het RIVM. 
De berekende depositiebijdragen zijn vervolgens geschaald naar depositiebijdragen voor 2014, 2015 en de toekomstjaren (2020 en 2030). Daarbij is uitgegaan van schaalfactoren voor de bijdrage van buitenlandse bronnen die zijn afgeleid van de buitenlandbijdragen zoals opgenomen in de GDN kaarten voor de beschouwde jaren.

Figuur 1 - Locatie emissies buitenland 'niet-uitgeplaatst' (GCN/GDN 2016)

Figuur 2 - Locatie emissies buitenland 'uitgeplaatst' (Monitor 2015)

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
406-3244
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie