Bepalen depositie Natura-2000 gebieden

Versie: 
13-01-2022

AERIUS Monitor 2021 laat de depositie voor de jaren 2018, 2019, 2025 en 2030 zien. De depositiekaarten zijn tot stand gekomen door uit te gaan van de meest recent* gerapporteerde emissies (2018 en 2019) en emissieprognoses (2025 en 2030). De berekeningen zijn uitgevoerd met AERIUS Connect (op basis van OPS berekeningen), op basis van langjarig-gemiddelde meteorologie (2005-2014). De berekende depositie is gekalibreerd met vijf recente jaren aan metingen (2014-2018). Door deze werkwijze laten de kaarten de depositie zien bij gemiddelde weersomstandigheden voor alle jaren, en zijn de verschillende jaren op dezelfde manier berekend. Hierdoor zijn deze kaarten vrij van fluctuaties van jaar tot jaar en tonen ze de invloed van emissies op de depositie.

Algemene methode

Voor het bepalen van de stikstofdepositie in AERIUS Monitor is de depositie berekend op basis van de meest recente ruimtelijke verdeling van emissies (2018 voor de Nederlandse emissies). Voor de andere jaren zijn wel emissietotalen per sector bekend, maar geen specifieke ruimtelijke verdeling. Om de depositie te bepalen voor het meest recente jaar waarvoor emissies zijn vastgesteld (2019) en voor de toekomstjaren (2025 en 2030), is de berekende depositie voor het jaar 2018 geschaald per sector en stof (NH3 en NOx) op basis van de verhouding in emissietotalen voor deze jaren (schalingsfactoren). Daarna worden de berekende deposities gekalibreerd aan de hand van metingen.

De depositie is berekend op de hexagonen in Natura 2000-gebieden. De uitgangspunten voor deze berekeningen zijn gelijk aan de uitgangspunten voor de GDN-prognose kaarten GCN-GDN ronde 2021 (https://www.rivm.nl/gcn-gdn-kaarten).

Emissies en emissieprognoses uit Nederlandse bronnen
Voor de berekening van de stikstofdepositie door Nederlandse bronnen is gebruik gemaakt van gegevens uit de Emissieregistratie (https://emissieregistratie.nl). Hiervoor zijn twee gegevenssets van de Emissieregistratie gebruikt: de ruimtelijke verdeling van emissiebronnen per stof en per sector voor het jaar 2018 en de meest recente emissietotalen per stof per sector voor het jaar 2018 respectievelijk 2019. 
Meer informatie over de sectorindeling en onderliggende emissieoorzaken uit de Emissieregistratie kan worden gevonden in de factsheet Sectoren - Emissieoorzaken.

Voor de emissieprognoses (voor 2025 en 2030) is gebruik gemaakt van het scenario ‘vastgesteld beleid’, afkomstig uit de ‘Klimaat- en Energieverkenning 2020’ (https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-en-energieverkenning-2020, https...). Dit scenario bevat beleid dat is vastgesteld voor peildatum 1 mei 2020. Onder vastgesteld beleid valt bijvoorbeeld de subsidieregeling voor retrofit van binnenvaartschepen en de in april 2020 aangekondigde verhoging van het subsidiebudget voor de tweede uitbreiding Warme Sanering Varkenshouderijen. Voorbeelden van beleid dat nog niet in de prognoses van de KEV-2020 is verwerkt, zijn het Schone Luchtakkoord, het Klimaatakkoord en het bronmaatregelenpakket in het kader van de structurele aanpak stikstof van 24 april 2020. 

Emissies en emissieprognoses uit buitenlandse bronnen

Emissies uit het buitenland dragen ook bij aan de depositie in Nederland. De buitenlandse bijdrages zijn berekend op basis van de ruimtelijke verdeling uit de TNO MACC-III emissie database en zijn per sector en per stof geschaald naar emissietotalen over 2018 en prognoses voor 2025 en 2030. Deze emissies zijn gebaseerd op emissietotalen van het Centre on Emission Inventories and Projections (CEIP) en prognoses van het International Institute for Applied System Analysis (IIASA). Voor de bronnen op de Noordzee zijn de emissies afkomstig van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO). In de factsheet Landen - Buitenland vindt u hoe landen zijn ingedeeld in AERIUS, en in de factsheet Sectorgroep buitenland vindt u hoe de buitenlandse indeling in sectoren is gekoppeld aan de indeling in AERIUS sectoren. 

Bepaling en schaling van depositie

Op basis van de meest recente ruimtelijke verdeling van emissies (2018) is met AERIUS Connect de depositiebijdrage per land, per sector en per stof bepaald. Voor alle sectoren is hiervoor het onderliggende OPS-model gehanteerd. Voor deze berekeningen zijn ook de GCN-GDN bronkarakteristieken per sector gebruikt. 

Op basis van emissietotalen voor 2019, 2025 en 2030 is de berekende depositie voor 2018 geschaald naar alle jaren die te zien zijn in AERIUS Monitor. De schaling gebeurt op de volgende manier:

  1. De depositie is voor 2018 berekend per land, per sector en per stof, op basis van de emissie en ruimtelijke verdeling uit 2018. Deze berekening is uitgevoerd voor alle hexagonen in de Natura 2000-gebieden.
  2. Op basis van de totale doorgerekende emissies van 2018 en de emissietotalen (2019) en prognoses (2025, 2030) is per land, per sector en per stof een schalingsfactor berekend. De schalingsfactor is de verhouding van het emissietotaal van 2018 en het emissietotaal (of prognose) voor het zichtjaar.
  3. De berekende depositie (1) is per hexagoon, per land, per sector, per stof vermenigvuldigd met de schalingsfactor (2).
  4. Tenslotte zijn per hexagoon de verschillende sectorbijdrages (3) gesommeerd om de totale depositie te bepalen voor elk jaar. Dit is ook gedaan voor groepen van sectoren voor de onderverdeling van de depositie zoals te zien is in AERIUS Monitor.

Voor de kalibratie (zie volgende sectie) zijn ook resultaten per component bewaard, dit zijn los van elkaar de droge en natte depositie van ammoniak en stikstofoxiden. Deze resultaten zijn niet apart te zien in de applicatie.

Er zijn geen cijfers van buitenlandse emissies van 2019 bekend, hiervoor zijn de emissietotalen uit 2018 gebruikt. Dit zijn de meest recente inzichten*.

Meetcorrectie
Op de berekende totale depositie wordt een correctie toegepast, om de uiteindelijke kaart zo goed mogelijk bij gemeten waarden aan te laten sluiten. Deze meetcorrectie bestaat uit de bijdrage van ammoniak van zee en de kalibratie. De meetcorrectie wordt voor alle zichtjaren toegepast en is  beschikbaar als een aparte kaartlaag in AERIUS Monitor. De depositie per sector is niet gecorrigeerd.

Uit een onderzoek van 2014 is gebleken dat concentraties NH3 langs de kust structureel worden onderschat**. Op basis van een algenkaart zijn ammoniakemissies op zee toegevoegd waardoor het verschil tussen modelberekeningen en metingen aan de kust significant kleiner is geworden. Omdat deze bijdrage in feite een correctie tussen gemeten en berekende concentraties betreft, is deze opgenomen als onderdeel van de meetcorrectie.

Voor de kalibratie is gebruik gemaakt van de metingen van het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN, https://man.rivm.nl) en het Landelijk Meetnetwerk Luchtkwaliteit (LML, https://www.rivm.nl/landelijk-meetnet-luchtkwaliteit) over de periode 2014-2018 en berekeningen op meetlocaties voor deze jaren. Met deze kalibratie wordt gecorrigeerd voor het gemiddelde verschil tussen berekende en gemeten concentraties over deze 5 jaren. De periode van vijf jaar is gekozen zodat fluctuaties door weersomstandigheden van jaar tot jaar beperkt zijn.

Per component van de depositie (droge en natte depositie van NHx en NOy) is gekozen voor de methode die het beste aansluit bij het aantal beschikbare metingen per component. De droge depositie van stikstofoxiden wordt niet gekalibreerd naar metingen, omdat er geen metingen beschikbaar zijn. Een ruimtelijke correctiekaart is toegepast voor de droge depositie van ammoniak, op basis van concentratiemetingen van het MAN en LML. Voor meer informatie over deze correctiekaart wordt verwezen naar de bijbehorende rapportage***. De natte deposities van ammoniak en van stikstofoxiden zijn gekalibreerd op basis van constante correctiefactoren op basis van metingen van het LML. De per zichtjaar berekende depositie wordt vermenigvuldigd met deze factor om tot de totale, gekalibreerde depositie te komen. Voor natte depositie van NHx en NOy zijn de correctiefactoren 0,96 respectievelijk 0,82. Bovenstaande kalibraties zijn hetzelfde als de kalibratie voor de GDN prognosekaarten (GCN-GDN ronde 2021). Achtergrondinformatie over de gebruikte kalibratiemethoden staat beschreven in de GCN-GDN rapportage****.

* Met meest recent wordt bedoeld ten tijde van het opstellen van deze kaarten

** https://www.rivm.nl/nieuws/ammoniak-in-duinen-komt-grotendeels-uit-zee

*** https://www.rivm.nl/publicaties/implementation-of-data-fusion-approach-t...

**** https://www.rivm.nl/publicaties/grootschalige-concentratie-en-depositiek...

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
744-4574
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie