Bepalen depositie en groeibehoefte niet-verfijnde sectoren

Versie: 
07-11-2016

In het kort
De niet-verfijnde sectoren zijn (delen van) sectoren waarvoor de depositiebijdrage en groeibehoefte is bepaald op basis van de emissiebestanden (NOX en NH3) en ruimtelijke verdeling van de emissies uit het project Emissieregistratie van het RIVM, en de toekomstscenario’s van het PBL die het RIVM ook hanteert bij het opstellen van de GCN/GDN kaarten.

De groeibehoefte is ruimtelijk verdeeld over Nederland op basis van de zogenoemde ‘waterbedmethode’. Dit betekent dat de meeste groei gemodelleerd is daar waar ook de meeste economische ontwikkeling voor die sector wordt voorzien.

Hoe is de depositie bij niet verfijnde (delen van) sectoren bepaald?
Om de niet verfijnde depositiebijdrage per sector in de referentiesituatie (2014), 2015, 2020 en 2030 te berekenen is de volgende werkwijze aangehouden:

1. Monitor berekent per sector en stof de depositiebijdrage in 2013 op basis van de emissiegegevens (NOX en NH3) uit het project Emissieregistratie die RIVM heeft aangeleverd en ook worden gebruikt voor de GCN/GDN kaarten.

2. De depositiebijdragen per sector en stof in 2013 zijn vervolgens geschaald om te komen tot:

  • depositiebijdragen in 2014
  • depositiebijdragen in 2015
  • depositiebijdragen in 2020 en 2030 voor situatie zonder economische groei
  • groeibehoefte in 2020 en 2030.

Om ervoor te zorgen dat de groei zo veel mogelijk wordt toebedeeld aan gebieden waar daadwerkelijk groei wordt verwacht, is de zogenoemde waterbedmethode toegepast.

Om te komen tot de totale depositiebijdrage in 2020 en 2030 is de groeibehoefte, op basis van het waterbed, opgeteld bij de depositiebijdrage in het scenario zonder groei.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
390-3243
Voor
  • Monitor
Type
Methodiek
Versie