Beleidsuitgangspunten bij berekenen ontwikkelingsbehoefte

Versie: 
07-11-2016

De beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan AERIUS Monitor 2016 zijn vastgesteld door de Regiegroep Natura 2000 en PAS.
De volgende categorieën beleidsuitgangspunten worden onderscheiden:

De beleidsuitgangspunten bij het berekenen van de ontwikkelingsbehoefte zijn:

1. Monitor maakt een inschatting van de voorziene ontwikkelingsbehoefte per sector, en vergelijkt vervolgens de totale ontwikkelingsbehoefte met de totale depositieruimte, waarmee voorziene tekorten of overschotten aan ontwikkelingsruimte ingeschat worden.

2. De totaal berekende ontwikkelingsbehoefte wordt gebruikt om de indeling in segmenten van de depositieruimte te bepalen. Per sector wordt daarvoor onderscheid gemaakt in een behoefte voor Prioritaire Projecten (PP) en een overige behoefte.

3. De omvang van de prioritaire behoefte volgt uit de aangeleverde gegevens door PAS-partijen. Het gaat om de gewenste reservering van de prioritaire projecten in S1. De omvang van de overige behoefte voor een sector wordt berekend door de totale groeibehoefte zoals die ook is opgenomen in de depositieruimte, te verminderen met het deel dat reeds door de prioritaire behoefte voor die sector wordt ingevuld (met een minimum van nul). Daarbij wordt wel een minimumwaarde gehanteerd voor de overige behoefte, voor die sectoren waarvan het onrealistisch is om aan te nemen dat er naast de Prioritaire Projecten geen enkele ontwikkeling zal plaatsvinden. Dit om een zo goed mogelijke inschatting van de voorziene ontwikkelingsbehoefte te kunnen maken (en daarmee een zo goed mogelijke inschatting van voorziene tekorten):

  • Voor stallen geldt dat als meer dan 70% van de totale berekende groeibehoefte zoals opgenomen in de depositieruimte al wordt ingevuld door een reservering voor prioritaire projecten, de overige behoefte op die plek wordt opgehoogd zodat deze altijd minimaal 30% blijft van de oorspronkelijk berekende netto groeibehoefte
  • Voor de ‘waterbedsectoren’ (ENINA, glastuinbouw, consumenten, zeescheepvaart en binnenvaart) geldt dat altijd een minimale overige behoefte is aangehouden van 20% van de groeibehoefte in depositie die je voor de sector zou hebben berekend als alle PBL groei als een deken over de bestaande emissiebronnen in Nederland was gemodelleerd (waarbij iedere bestaande emissiebron dezelfde percentuele groei krijgt).

4. De ontwikkelingsbehoefte van de Prioritaire Projecten bepaalt de omvang van segment 1.

5. De overige (niet prioritaire) ontwikkelingsbehoefte van een sector wordt, afhankelijk van de sector, gezien als S2-behoefte of als NTVP-behoefte. Hierbij wordt de volgende indeling gehanteerd:

Sector NTVP Segment 2
Consumenten X  
Handel, Diensten en Overheid X  
ENINA   X
Mobiele bronnen   X
Luchtvaart X  
Zeescheepvaart   X
Zeescheepvaart NCP X  
Binnenvaart   X
Overige scheepvaart X  
Stallen   X
Bemesting X  
Kassen   X
Landbouw overig X  

* Hoofdwegennet, Onderliggend wegennet en railverkeer zijn niet opgenomen in de tabel omdat hier geen groeibehoefte resteert.  De groeibehoefte van deze sectoren is geheel opgenomen als prioritair.

6. De ontwikkelingsbehoefte voor de NTVP sectoren bepaalt direct de omvang van de reservering in NTVP.

7. De omvang van de GWR is gelijk aan 30% van de berekende voorziene ontwikkelingsbehoefte voor Segment 2.

8. De omvang van Segment 2 is altijd de totale berekende depositieruimte (inclusief extra ruimte door beleid), minus de benodigde reservering op basis van voorziene behoefte voor NTVP, GWR en Segment 1.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
679-3260
Voor
  • Monitor
Type
Algemeen
Versie
  • 07-11-2016