Beleidsuitgangspunten bij berekenen depositieruimte

Versie: 
01-09-2017

De beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan AERIUS Monitor 2016L zijn vastgesteld door de Regiegroep Natura 2000 en PAS.
De volgende categorieën beleidsuitgangspunten worden onderscheiden:

 

De beleidsuitgangspunten bij het berekenen van de depositieruimte zijn:

1. Monitor berekent de omvang van de depositieruimte die beschikbaar is voor alle nieuwe ontwikkelingen (milieugebruikersruimte, uitgedrukt in depositie). Uitgangspunt is dat in de depositietrend naar de toekomst rekening wordt gehouden met het volledig uitgeven van alle berekende depositieruimte. Op die manier is namelijk geborgd dat het daadwerkelijk uitgeven van alle depositieruimte ecologisch is beoordeeld in de gebiedsanalyses.

2. De basis voor de depositieruimte die beschikbaar is voor nieuwe ontwikkelingen, is de totale groei van alle sectoren samen, waar in de depositietrend rekening mee wordt gehouden. Het gaat dus om

  • de ‘PBL-groei’ uit het gekozen PBL-beleidsscenario, die ruimtelijk over Nederland is verdeeld via het waterbed en lokaal is opgehoogd voor de projecten waarvan de behoefte volledig is opgenomen volgens het principe “behoefte = ruimte” (zie onderdeel 11 in de factsheet beleidsuitgangspunten berekenen depositietrend),  en
  • de specifiek bepaalde groei voor de ‘verfijnde sectoren.

In de opbouw van de totale depositie is deze voorziene groei per sector opgenomen in de individuele sectorbijdragen in de zichtjaren.

3. De depositieruimte door groei wordt aangevuld met de helft van het depositiedalings-effect door de generieke landbouwmaatregelen zoals afgesproken in het PAS.  

4. Het depositiedalings-effect van de landbouwmaatregelen, waarvan dus de helft weer als depositieruimte beschikbaar wordt gesteld, wordt berekend door het verschil in depositie te nemen tussen een ‘autonoom’ scenario waarin geen PAS beleid zit en ook geen aangescherpt provinciaal beleid, en waarin er sprake is van stagnatie van stalgroei, en een scenario zonder stagnatie en met PAS-beleid (maar nog steeds zonder de provinciale aanscherpingen).

5. De extra depositieruimte door de landbouwmaatregelen is niet vooraf toegekend aan een voorziene groei voor een bepaalde sector, en wordt daarom ook niet opgenomen in de berekende sectorbijdragen in de zichtjaren. Deze extra depositieruimte is bij de opbouw van de depositie in de zichtjaren opgenomen onder het kopje ‘overige depositie´. Op die manier wordt bij het bepalen van de totale depositie in de zichtjaren rekening gehouden met het uitgeven van de volledige depositieruimte

6. De helft van de extra daling die ten opzichte van het scenario met alleen generiek PAS-beleid wordt veroorzaakt door de verdere aanscherping van het generieke beleid in Limburg, wordt beschikbaar gesteld als extra depositieruimte. Ook deze extra depositieruimte komt terug als ‘overige depositie’ bij de totale depositieopbouw. De provincie Noord-Brabant heeft hier niet voor gekozen.

7. In AERIUS Monitor wordt de berekende depositieruimte in segmenten verdeeld. Een deel van de depositieruimte wordt gereserveerd voor autonome ontwikkelingen waarvoor geen toestemmingsbesluit nodig is (NTVP). De omvang daarvan is gebaseerd op de verwachte groei in dit segment. Daarnaast is er een deel gereserveerd voor ontwikkelingen met een depositiebijdrage onder de grenswaarde (GWR). Hiervan is de omvang bepaald door 30% te nemen van de totaal berekende ontwikkelingsbehoefte voor segment 2 (zie hieronder). De rest van de depositieruimte wordt beschikbaar gesteld als ontwikkelingsruimte voor segment 1 (prioritaire projecten) en segment 2 (vrije ontwikkelingsruimte). Voor segment 1 geldt dat de beschikbare ruimte gelijk is aan de totale (niet afgetopte) behoefte voor segment 1. De resterende ontwikkelingsruimte komt terecht in segment 2.

8. Depositieruimte wordt berekend op alle relevante hexagonen. Monitor toont alleen de depositieruimte op relevante hexagonen waar tevens sprake is van een (mogelijke of naderende) overbelasting van stikstofdepositie. Deze set van hexagonen is rekenkundig bepaald met Monitor 2016L. Hexagonen waar de totale depositie ook na het realiseren van alle voorziene ontwikkelingsbehoefte nog steeds tenminste 70 mol/ha/jaar onder meest kritische KDW blijft, zijn wel opgenomen in Register, maar worden niet getoond in Monitor.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
678-3856
Voor
  • Monitor
Type
Algemeen
Versie
  • 01-09-2017