Beleidsscenario's en effect PAS-beleid

Versie: 
07-11-2016

In het kort
Met Monitor is de totale depositiebijdrage in Natura 2000-gebieden voor de volgende situaties berekend:

  1. Referentiesituatie (2014)
  2. Meest recente achterliggende kalenderjaar (2015)
  3. Toekomstige situatie (2020 en 2030), voor drie beleidsscenario’s:
    - basisscenario (autonome ontwikkeling: vaststaand en voorgenomen beleid, zonder aanvullend PAS beleid)
    - basisscenario + aanvullend PAS beleid rijk
    - basisscenario + aanvullend PAS beleid rijk en provincies.

De totale depositie volgens het scenario met aanvullend PAS beleid van zowel rijk als provincies is het uitgangspunt voor de gebiedsanalyses van het PAS. De deposities in de andere twee toekomstscenario’s zijn alleen berekend om het effect van de landelijke PAS-maatregelen voor de depositiebijdrage van veehouderijen te bepalen. Dit is nodig voor de berekening van de extra depositieruimte (de extra ruimte voor economische ontwikkelingen die vrijkomt ten gevolge van de maatregelen) en voor de vergelijking van de beschikbare ontwikkelingsruimte voor de landbouw met het effect van de generieke maatregelen voor de veehouderij.

Wat is het verschil tussen de beleidsscenario’s?

Basisscenario (autonome ontwikkeling)
De autonome ontwikkeling beschrijft de verwachte depositieontwikkeling voor de situatie zonder PAS. Er wordt rekening gehouden met vaststaand en voorgenomen beleid dat RIVM ook hanteert bij opstellen van de GCN/GDN kaarten, maar dan zonder PAS-maatregelen. Voor de economische groei wordt uitgegaan van dezelfde economische groei als in de scenario’s met PAS, met uitzondering van stallen. Voor stallen is als autonome ontwikkeling uitgegaan van een lagere groei. Uitgangspunt van het PAS is namelijk dat de economische groei bij stallen in een situatie zonder PAS zal stagneren, als gevolg van de huidige Nb-wetgeving.

Basisscenario met aanvullend PAS beleid rijk
Het scenario met alleen aanvullend PAS beleid van het rijk is alleen berekend omdat dit nodig is om de depositieruimte te kunnen berekenen. De resultaten van dit scenario worden niet getoond in Monitor. Dit beleidsscenario beschrijft de verwachte depositieontwikkeling voor een situatie met PAS, maar dan nog zonder provinciaal PAS beleid. De depositieontwikkeling in dit scenario wijkt op twee punten af van de autonome ontwikkeling:

  • In de autonome ontwikkeling is sprake van stagnatie in de economische groei bij stallen. Het PAS voorkomt deze stagnatie en zorgt voor hogere groei en daarmee ook hogere stalemissies.
  • Het effect van generiek aanvullend PAS rijksbeleid is meegenomen (generieke PAS-maatregelen veehouderijen). Dit leidt tot een afname van de stal- en mestemissies ten opzichte van de autonome ontwikkeling.

Zolang de afname van stal- en mestbijdragen door het generieke beleid enerzijds groter is dan de toename van de stalbijdrage door het oplossen van de stagnatie anderzijds, is sprake van een netto daling ten opzichte van de autonome ontwikkeling zonder PAS. De helft van deze netto depositiedaling wordt met het PAS beschikbaar gesteld als extra depositieruimte voor nieuwe ontwikkelingen. In Monitor wordt de extra depositieruimte berekend en meegenomen bij de totale depositie als bijdrage onder ‘overige depositie’. Dit betekent dat bij de totale depositie altijd al rekening is gehouden met het volledig invullen van de extra depositieruimte.

Basisscenario met aanvullend PAS beleid rijk en provincie
Dit beleidsscenario vormt het uitgangspunt voor de gebiedsanalyses van het PAS. In dit scenario is, naast het generiek aanvullend PAS rijksbeleid, ook uitgegaan van provinciaal landbouwbeleid van de provincies Limburg en Noord-Brabant. Hierdoor dalen de stalemissies in Noord-Brabant en Limburg sneller dan in het scenario met alleen rijksbeleid. Dit scenario leidt ook tot meer depositieruimte, omdat de helft van het berekende effect van het beleid in Limburg eveneens beschikbaar wordt gesteld als extra depositieruimte. Ook deze extra depositieruimte door het beleid van Limburg wordt opgenomen als depositiebijdrage onder ‘overige depositie’ bij de achtergronddepositie. Bij de uiteindelijke depositie die voor dit scenario wordt gepresenteerd, wordt dus wederom rekening gehouden met het volledig invullen van alle (extra) depositieruimte.

Wat houdt het PAS-beleid in?
Bij het PAS beleid wordt onderscheid gemaakt in generieke maatregelen voor veehouderijen en aanvullend provinciaal beleid.

De generieke maatregelen veehouderij (landelijke of generieke rijksbeleid van het PAS) omvat de volgende sporen:

  • aanscherping emissiegrenswaarden voor stallen
  • voer- en managementmaatregelen bij stallen
  • mestbeleid.

De helft van het berekende depositie-effect van deze maatregelen komt beschikbaar als depositieruimte. Het effect van de aanscherping emissiegrenswaarden voor stallen en de voer- en managementmaatregelen bij stallen is in Monitor integraal verwerkt in de berekende emissies voor stallen. Bij mest is het effect van het PAS-beleid eenmalig berekend en deze reductie is in beide PAS-scenario’s en beide toekomstjaren toegepast op de sectorbijdrage in de autonome ontwikkeling (Bepalen depositiebijdrage en groeibehoefte mest).

Het aanvullend provinciaal PAS beleid omvat de extra aanscherping emissiegrenswaarden voor stallen in Limburg en Noord-Brabant. Bij Noord-Brabant komt deze daling ten goede aan de natuur. De extra depositiedaling bij stallen die het aanvullende beleid in Limburg veroorzaakt, komt voor de helft ten goede aan de natuur. De andere helft komt beschikbaar als extra depositieruimte voor nieuwe ontwikkelingen.

Gerelateerde factsheets

Factsheet

Factsheet
388-3203
Voor
  • Monitor
Type
Algemeen
Versie